Ademhaling (E0C00A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

  • 3 sp. Ademhaling: theoretische colleges (De Leyn Paul | Neyrinck Arne | Van Raemdonck Dirk | Verbeken Eric | Verleden Geert | Verschakelen Johny)

Vanuit pneumologische invalshoek wordt onder meer ingegaan op:

- infecties

- obstructive longziekten

- neoplasieën

- de pneumologische patiënt (semiologie)

Vanuit Thoraxheelkundige invalshoek wordt onder meer ingegaan op:

- Longaandoeningen

- Mediastinale pathologie

- Longtransplantatie en longfunctie verbeterende heelkunde

- Aandoeningen van pleura, thoraxwand en diafragma

Vanuit pathologische invalshoek wordt onder meer gekeken naar:

- diffuse alveolar damage (schocklong)

- inflammatoire processen (granulomateus versus agranulomateus, infectieus versus niet-infectieus)

- tumoren

Vanuit radiologische invalshoek wordt onder meer gekeken naar:

- radiologisch onderzoeksmethoden van de thorax

- radiologische semiologische tekens van de voornaamse diafragma, thoraxwand, pleura, mediastinum en longafwijkingen

- indicaties en beperkingen van de radiologische onderzoeken bij de voornaamste thoraxaandoeningen

- radiologische termen gebruikt bij thoracale beeldvorming.


  • 2.6 sp. Ademhaling: klinische colleges (De Leyn Paul | Van Raemdonck Dirk | Verleden Geert)

Volgende aspecten komen aan bod:

Pneumologie

COPD, Slaapapnoe, ILD, Pulmonale HT, Infectie, Neoplasie, Longembolie, Pleurapathologie, Bronchiëctasie, Asthma,…

Thoraxheelkunde:

bronchuscarcinoom, longtransplantatie, pleurapathologie, thoraxwand deformiteiten,.

Tijdens de bespreking en analyse van de verschillende casussen zal er ook aandacht zijn voor de radiologische en pathologische aspecten van de casus .

  • 0.4 sp. Ademhaling: casusgebaseerde integratieweek urgentie (De Leyn Paul | Van Raemdonck Dirk | Verleden Geert )

Specifiek voor het onderdeel ademhaling:

- acute dyspnoe

- hemoptoe

Ook meer algemene urgentie-gerelateerde casussen zullen aan bod komen op de eerste dag van de casusgebaseerde urgentieweek.


Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Schriftelijk Vraagvormen : Meerkeuzevragen Leermateriaal : Geen

Het examen is een casusgebaseerd schriftelijk meerkeuzevraag examen met giscorrectie. Er worden 60 meerkeuzevragen gesteld waarin zowel aspecten van pneumologie, thoraxchirurgie, radiologie en pathologie aan bod komen. Er wordt een globaal punt gegeven voor dit geïntegreerd examen. Er zijn geen deelpunten..

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


- Lesmateriaal dat je moet aankopen: de cursus.

- In de les wordt de cursus redelijk goed gevolgd, dus je kan gemakkelijk bij je cursus noteren indien je dit wilt.

- Examen: 90% van de vragen kwamen vorig jaar uit de eerste 5 hoofdstukken, hoogstens 10% uit de latere hoofdstukken. Er zijn ook altijd veel vragen die terugkomen, dus kijk deze zeker na. Ook die waarvan je denkt “dit hebben we niet gezien”, want ook die vragen komen terug.

- Op het examen staat er bij bijna elke casus een radiologisch beeld. Zorg ervoor dat je dit zeker goed kent.

- De urgentieweek was heel interessant, je leert verschillende zaken bij die heel goed van pas gaan komen op je stages/in je latere leven als arts.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Samenvattingen 2015 - 2016

Casussen handboek


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

File:examenvragen ademhaling opgelost.docx

Examenvragen '17-'18

11/01/2018


Casus 1: Matroos die veel pakjaren gerookt heeft en ook af en toe cannabis rookt. Hij heeft tijdens het werken opeens stekende pijn in de rug gekregen. Hij heeft pijn bij diep ademen. RX en CT tonen pneumothorax en zeer grote bullae.

1. Wat is uw diagnose?

a. Secundaire pneumothorax

b. Iatrogene pneumothorax

c. Traumatische pneumothorax

d. Primaire Spontane pneumothorax


2. Wat is uw behandeling?

a. Thoracoscopie met pleurodese en bullectomie

b. Afwachtende houding

c. Doorverwijzen voor urgente longtransplantatie


Casus 2: Patiënt die 1 week per jaar op duiven van de buur past met klachten van dyspnoe, 1/160 ANF, beeld van restrictief longlijden (CT en spirometrie). De patiënt had ook clubbing.

1. Wat is uw diagnose?

a. Sarcoïdose

b. Allergische pneumonie

c. IPF


2. Wat is er typisch aan dit soort ziektebeeld?

a. Toegenomen longcompliantie, afgenomen elasticiteit (elastic recoil)

b. Toegenomen longcompliantie, toegenomen elasticiteit

c. Afgenomen longcompliantie, afgenomen elasticiteit

d. Afgenomen longcompliantie, toegenomen elasticiteit


Casus 3: Dame die in een ziekenhuis werkt (sociaal werk), geen voorgeschiedenis, komt met klachten van hoesten, hemoptoe en fluimen.

1. Wat zie je op RX (gegeven)?

a. TBC

b. Bronchuscarcinoom


2. Haar tuberculinetest geeft een uitslag van 15 mm. Welke conclusie kunnen we trekken?

a. Positief

b. Twijfelachtig, omwille van astma en therapie met corticosteroïden

c. Negatief, omwille van de radiologische beeldvorming


Casus 4: Een man heeft 's avonds moeite om zijn ogen open te houden. Hij heeft last van dubbelzicht. NSE is positief. Op CT is er een zichtbare massa.

1. Waar ligt deze massa?

a. Voorste mediastinum

b. Middenste mediastinum

c. Achterste mediastinum

d. Ligt volledig in de long


2. Hoe kan je hier het beste een biopsie nemen?

a. Mediastinoscopie

b. Thoracoscopie

c. Thoracotomie


3. Welke tumor is dit waarschijnlijk?

a. Thymoom

b. Goiter

c. Kiemceltumor

d. Lymfoom


Casus 5: Een jonge vrouw wordt opgenomen met dyspnee en thoracale pijn. Ze vertelt dat ze deze pijn soms nog heeft tijdens haar menstruatie. Je krijgt een RX (met duidelijk zichtbare pneumothorax).

1. Wat is uw diagnose?

a. Primaire spontane pneumothorax

b. Catameniale pneumothorax

c. Iatrogene pneumothorax

d. Traumatische pneumothorax


2. Wat is de therapie bij deze vrouw?

a. Zuurstof geven en afwachten

b. Naaldaspiratie

c. Pleurectomie

d. Exploreren en pleurodese


Casus 6: Een vrouw met astma die een positieve zwangerschapstest heeft gehad, komt bij jou op consultatie. Ze stelt enkele vragen.

1. Gaat de astma verergeren door de zwangerschap?

a. Ja, het gaat erger worden

b. Nee, het gaat verminderen

c. We moeten een andere puffer opstarten

d. Dit kunnen we niet voorspellen, we moeten afwachten


2. Is mijn kindje in gevaar?

a. Ja, we moeten absoluut stoppen met de therapie

b. We hebben geen idee

c. De kans op complicaties is extreem laag


3. Deze zwangere vrouw krijgt een verslechtering van de astmatoestand tijdens de zwangerschap. Wat doe je?

a. Ik voeg montelukast toe

b. Ik verdubbel de dosis LABA/ICS

c. Ik stop deze therapie en geef een hoge dosis budesonide

d. Ik doe niets, ze krijgt al genoeg medicatie


Casus 7: Verhaal van pneumonie

1. Hyponatriëmie treedt op bij...

a. Legionella pneumophila-pneumonie

b. Staphylococcus aureus-pneumonie


2. Wat is de behandelingsduur van deze pneumonie?

a. 7 dagen

b. 2 weken

c. 4 weken

d. tot 3 koortsvrije dagen


Casus 8: Man met voorgeschiedenis van proctocolectomie (behandeld met chirurgie en chemotherapie), die plots respiratoire klachten met hemoptoe krijgt. RX toont een atelectase van de rechterbovenkwab.

1. Wat is je diagnose?

a. Metastase

b. Primair bronchiaal carcinoom

c. Longembool

d. Hamartoom


2. Als deze vorige casus tumoraal is, dan is dit meest waarschijnlijk...

a. Metastase van een coloncarcinoom

b. Carcinoïd tumor

c. Spinocellulair bronchuscarcinoom

d. Adenocarcinoom


Casus 9: Man met sterk tumoraal proces paratracheaal met symptomen van zeer sterk opgezette halsvenen en een enorme CVD.

a. VCS-syndroom


Casus 10: Je krijgt een RX met daarop een consolidatie van de linkeronderkwab met vrije pleura-uitstorting. De patiënt heeft hoge koorts en een hoge CRP sinds 10 dagen. Bij pleuravlochtpunctie kon men maar 5 ml vocht afnemen.

1. Wat is je diagnose?

a. Maligne mesothelioom

b. Empyeem stadium I

c. Empyeem stadium II

d. Empyeem stadium III


Casus 11: Een patiënt ondergaat een pneumonectomie en geeft na enkele dagen rozig sputum op, heeft dyspnee, en toont op RX een lucht-vochtniveau hoog thoracaal, ipsilateraal van de pneumonectomie.

1. Wat is je diagnose?

a. Bronchopleurale fistel

b. ARDS

c. Acuut longoedeem

d. Longembool


2. Hoe ga je deze patiënt behandelen?

a. Thoraxdrain

b. Diuretica en morfine

c. Naaldpunctie

d. Kinesitherapie opdrijven


Casus 12: Patiënt met klachten van longembool, op CT duidelijk massief longembool in de rechter a. pulmonalis.

1. Wat is je diagnose?

a. Massief longembool in rechter a. pulmonalis

b. Massief longembool in linker a. pulmonalis


2. Wat is je behandeling?

a. LMWH

b. Unfractionated heparine

c. Coumarines

d. rtPA


Casus 13: Patiënt met COPD-exacerbatie.

1. Bloedgas prikken is hier:

a. Niet nodig, want je moet toch sowieso zuurstof toedienen

b. Nodig, want er is een grote kans op hypoxie en hypercapnie

c. Nodig, om lactaatacidose aan te tonen

d. Niet nodig...


Casus 14: Een man van 56 jaar, van Marokkanse afkomst, met 46 pakjaren, komt binnen met hevige pijn in de rechterarm. Hij heeft geen uitsgesproken klachten, enkel de laatste weken wat toegenomen dyspnee. Een CT-beeld wordt gegeven met een letsel in de longtop rechts.

1. Wat is uw diagnose?

a. Longtumor

b. Pleuravocht


2. De pijn in de arm is afkomstig van...

a. Ingroei in de plexus brachialis

b. Prikkeling van de pleura


Casus 15: Tumor, twee hilaire klieren ipsilateraal aangetast, 2.5 cm diameter.

1. Wat is de staging?

a. T1bN1M0

b. T1cN1M0

c. T1cN2M0

d. T2N1M0


2. Welke behandeling doe je na volledige chirurgische resectie van de tumor?

a. Neo-adjuvante chemotherapie

b. Adjuvante chemotherapie

c. Adjuvante chemoradiotherapie

d. Neo-adjuvantie chemoradiotherapie


Casus 16: Vrouw met respiratoire klachten, RAST voor aspergillus positief, beeld van centrale bronchiëctasieën.

1. Wat is uw diagnose?

a. ABPA

b. Longtumor


2. Wat is de behandeling?

a. Antimycotica


Casus 17: Vrouw met sclerodermie en symptomen van (rechter)hartfalen. De patiënte heeft inspanningsdyspnee. Het cardiale onderzoek was negatief, een HRCT was ook negatief.

1. Wat is uw diagnose?

a. Pulmonale arteriële hypertensie

b. Interstitieel longlijden

c. Linkerventrikelfalen

d. Astma


2. Welk onderzoek doe je om dit te bevestigen?

a. Rechterhartcatheterisatie

b. Echocardiografie

c. Provocatietest

d. Spirometrie


Casus 18: Een patiënt gebruikt een puffer ICS+SABA en presenteert zich nu met een wit beslag in de mondholte.

1. Diagnose?

a. Orale candidiase


2. Waaraan is dit te wijten?

a. Budesonide

b. Salbutamol

c. Combinatie budesonide en salbutamol

d. Hoge luchtweginfectie


22/01/2018


Casus 1: Je krijgt een CT, waarop je een tumor van iets kleiner dan 2 cm ziet.

1. Wat is de stadiëring?

a. T1a

b. T1b

c. T1c

d. T2


Casus 2: Een man heeft een kleincellig loncarcinoom. De tumor is N0M0.

1. Wat is uw behandeling?

a. Chemotherapie en vervolgens chirurgie

b. Chemoradiotherapie en vervolgens chirurgie

c. Chemoradiotherapie


2. Wat is waar over KCC's?

a. Ze komen enkel voor bij rokers

b. Ze kunnen ook voorkomen bij niet-rokers

c. Ze groeien trager dan een 'gewone' tumor

d. Ze zijn makkelijker te genezen dan een 'gewone' tumor


3. Welk onderzoek ga je nog doen om te screenen op metastasen?

a. CT of MR hersenen

b. CT of MR lever

c. botscan

d. longfunctie


Casus 3: Een roker heeft opnieuw een pneumothorax, maar deze keer aan de contralaterale zijde van de vorige.

1. Welk type pneumothorax is dit?

a. Secundaire pneumothorax

b. Primaire spontane pneumothorax

c. Iatrogene pneumothorax

d. Catameniale pneumothorax


2. Wat is uw behandeling?

a. VATS pleurodese

b. Zuurstoftherapie en rust

c. Thoraxdrain

d. Exsufflatie


Casus 4: Een vrouw van 38 jaar had vier weken geleden al een pneumothorax. Ze hebben dit toen behandeld en een katheter/drain gestoken. Zij presenteert zich nu opnieuw met een pneumothorax, waarbij een gat in het diafragma gevonden wordt.

1. Welk type pneumothorax is dit?

a. Primaire spontane pneumothorax

b. Secundaire pneumothorax

c. Iatrogene pneumothorax

d. Catameniale pneumothorax


2. Wat is uw behandeling?

a. Dichten van het gat in het diafragma + talcage

b. Enkel dichten van het gat in het diafragma

c. Enkel pleurodese


Casus 5: Casus van iemand waaruit je uiteindelijk kon afleiden dat het om een Legionella-pneumonie ging (hyponatremie). De initiële behandeling was amoxiclavulaanzuur, maar er kwam geen verbetering. Vervolgens gaf men ceftriaxone + macrolide.

1. Was de initiële behandeling adequaat?

a. Neen, je had meteen macroliden moeten geven

b. Ja, met de informatie die je toen had

c. Ja, aangezien het uiteindelijk om Legionella ging


2. Hoelang moet je behandelen?

a. Tot 3 koortsvrije dagen

b. 1 week

c. 2 weken


3. Gestegen CPK door

a. Rhabdomyolyse

b. Perifere spierischemie

c. Hartischemie

d. Longembool


Casus 6: Casus waarbij pulmonale hypertensie vermoed wordt. Gegeven: Rechterhartkatheterisatie met waarden die je moet interpreteren (wiggedruk).

1. Is er sprake van pulmonale hypertensie?


2. Is er sprake van precapillaire pulmonale hypertensie? (obv wiggedruk)


3. Hoe ga je behandelen?

a. LMWH

b. Endotheline-antagonist

c. Eerst etiologie opsporen alvorens behandeling op te starten


Casus 7 Een man past op de duiven van zijn vriend. Gegeven: CT (toont IPF)

1. Wat is je diagnose?

a. IPF

b. Sarcoïdose


2. Beschrijf de longfunctie (spirometrie gegeven).

a. Restrictief

b. Obstructief

c. Gemengd obstructief-restrictief


Casus 8: Man met gezwollen nek en rood hoofd.

1. Hoe verklaar je zijn symptomen?

a. VCS syndroom


2. Waar lokaliseer je de tumor op CT?

a. Voorste mediastinum

b. Middenste mediastinum

c. Achterste mediastinum

d. Buiten het mediastinum


3. Welke tumor is dit? (NSE gestegen)

a. Thymoma

b. Choriocarcinoma

c. Neurinoma

d. Kleincellig longcarcinoma


Casus 9: Man met centraal gelegen tumor, FEV1 30%.

1. Hoe bepaal je of resectie mogelijk is?

a. PET-CT

b. Ergometrie en zuurstofmeting

c. Ventilatie-perfusiescan


2. Wat is je behandeling?

a. Stereotactische radiotherapie


Casus 10: Een patiënt klaagt over af en toe 's nachts wakker worden. Tiffeneau-index is 0.67. De patiënt neemt reeds ICS en af en toe salbutamol.

1. Wat heeft deze patiënt?

a. Astma

b. COPD

c. ACOS

d. Ik weet het nog niet


2. Wat ga je doen om je diagnose te bevestigen?

a. Reversibiliteitsmeting: dit is diagnostisch voor astma

b. Ik wil absoluut een histamine-provocatietest voor 100% zekerheid

c. Diffusiecapaciteit


3. Hoe pas je de behandeling aan?

a. Dosis ICS verhogen


Casus 11: Vrouw met een ACT-score <19. In haar keel vertoont ze tekens van candidiasis. Ze vertoont astma-symptomen.

1. Op basis waarvan bepaal je dat de astma niet onder controle is?

a. ACT-score

b. Symptomen

c. Gebruik van rescuemedicatie

d. Alle bovenstaande


2. Hoe pas je de medicatie aan?

a. Ik pas niets aan, ze neemt al genoeg medicatie

b. Ik verhoog de dosis ICS

c. Ik voor LABA toe


3. Hoe verklaar je de candidiasis?

a. Banale infectie bovenste luchtwegen

b. Budesonide-gebruik

c. Salbutamol-gebruik

d. Zowel ICS- als salbutamol-gebruik


Casus 12: Een gepensioneerde man kan zijn vriendin van dezelfde leeftijd niet meer bijhouden bij het wandelen. Hij vertoont geen exacerbaties.

1. Wat is de mMRC voor deze patiënt?

a. 0

b. 1

c. 2

d. 3


2. Welke behandeling stel je in?

a. LABA

b. LAMA

c. SABA


Casus 13: Een sociaal werkster heeft een ACT (astmascore) van 24/25. Ze heeft wat bloedfluimen.

1. Beschrijf haar astma.

a. Zeer goed onder controle

b. Matig onder controle

c. Ze moet absoluut aanpassing van therapie krijgen


2. Je krijgt een CT-beeld met een caverneuze holte. Wat is je vermoedelijke diagnose?

a. TBC

b. Longtumor


3. Wat betekent een induratie van 15 mm bij de Mantouxtest?

a. Zeker positief

b. Twijfelachtig positief door haar corticosteroïdengebruik en astma

c. Positief op geleide van het CT-beeld

d. Negatief


Casus 14: Een vrouw van 67 jaar, roker, toont een perifeer gelegen rond letsel op beeldvorming. Voorgeschiedenis: CVA.

1. Wat kan je zeggen over de karakteristieken van de tumor?

a. Grote kans op kwaadaardigheid door haar oudere leeftijd en omdat ze roker is

b. Grote kans op kwaadaardigheid omdat ze roker is, en omdat dit ook al cerebrovasculaire gevolgen heeft gehad


Casus 15: Een man van 30 jaar liet een Rx Thorax uitvoeren voor zijn verzekering. Hij heeft nooit gerookt. Op beeldvorming zien we een goed begrensde massa met verkalkingen.

1. Wat is je vermoedelijke diagnose?

a. Hamartoma


2. Hoe behandel je? (2 jaar geleden vond men ook reeds het letsel, en sindsdien is het niet gegroeid)

a. Opvolgen met CT

b. Lobectomie


Casus 16: Op CT zie je een massa in het achterste mediastinum.

1. Waar is de massa gelegen?


2. Hoe bepaal je histologie?

a. Niet, je neemt het letsel meteen weg met VATS

b. Bronchoscopie

c. Mediastinoscopie


3. Wat is de waarschijnlijke diagnose?

a. Neurogene tumor

b. Thymoma

c. Choriocarcinoma


Casus 17: Een patiënt onderging pneumonectomie. Tien dagen later heeft hij wat algemene malaise en lichte koorts. Er is geen hemoptoe of fluimen. Rx Thorax toont lucht-vochtniveau.

1. Wat is de vermoedelijke diagnose?

a. Bronchopleurale fistel

b. Empyeem


2. Welk onderzoek doe je om dit te bewijzen?

a. Bronchoscopie

b. Pleurapunctie

c. Ventilatie-perfusiescan


Casus 18: Een vrouw vertoonde symptomen van een pneumonie. De huisarts stelde een behandeling in met clarithromycine. Na drie dagen is er geen beterschap, en presenteert ze zich op spoedgevallen. CURB-score: 2.

1. Wat is je diagnose?

a. Pneumokokkenpneumonie

b. Legionella

c. Longembolie + longinfarct


2. Welke behandeling stel je in?

a. Amoxiclav PO en ontslag naar huis

b. Amoxiclav IV met opname in het ziekenhuis

c. Clarithromycine IV

d. Enkele dagen heparine, waarna overschakeling op OAC


Casus 19: Een man is juist terug van Duitsland. Hij hoest wat. Uit casus bleek dat hij tracheobronchitis had. Hij was gekend met colitis ulcerosa.

1. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van zijn klachten?

a. Respiratoire virussen

b. S. pneumoniae

c. H. influenzae


2. Wat zie je op de Rx? (gegeven)

a. Normaal

b. Abnormale hoeveelheid lucht in het colon


3. Was een Rx-onderzoek hier nodig?

a. Ja, want hij had lichte koorts

b. Ja, want er waren respiratoire klachten

c. Nee, want hij had geen hoge koorts

d. Nee, want hij is nog jong


Casus 20: Een man heeft COPD, maar ook hartproblemen: hoge CVD, malleolair oedeem...

1. Hoe behandel je?

a. Antimuscarinica + selectieve beta-agonist

b. LABA


Casus 21: Een man heeft klachten van dyspnee. Bronchoscopie toont een gezwel in de hoofdstambronchus.

1. Wat is je vermoedelijke diagnose?

a. Carcinoïdtumor


2. Hoe behandel je?

a. Sleeve lobectomie


Casus 22: Een patiënt meldt al meerdere syncopes te hebben gehad, en heeft last van palpitaties.

1. Welk onderzoek doe je?

a. 24-uursholtermeting

b. ECG

d. Geen cardiaal onderzoek, want het gaat hier om een duidelijke longpathologie


Casus 23: Op CT is een perifere tumor zichtbaar. De bronchoscopie is normaal.

1. Welke uitspraak is correct?

a. Gezien het om een tumor gaat, verwachtte je een positieve bronchoscopie

b. De bronchoscopie is negatief omdat de tumor perifeer gelegen is.


Casus 24: Op Rx Thorax zie je een massa in de rechterbovenkwab. De massa was ook zichtbaar op CT.

1. Wat doe je initieel?

a. Bronchoscopie

b. Longfunctie

c. Rx Thorax uit verleden opvragen en deze vergelijken

Examenvragen '16-'17

3/02 1. Rx thorax van man van 86, nooit gerookt, geen relevante VG, geen symptomen. Er was een RX thorax bijgegeven, die rechtstreeks uit het radiologische boekje kwam. Rechtsonder, tegen het diaphragma was er een nodulus van 2 cm met witte spikkeltjes in.

1e vraag was om het letsel te beschrijven.

● Scherp begrensd en verkalkt

● Onscherp begrensd en verkalkt

● Scherp begrensd en niet verkalkt

● Onscherp begrensd en niet verkalkt

           2e vraag: hoe weet je dat dit letsel goedaardig is?

● Verkalking

● Onscherpe begrenzing

3e vraag: behandeling

a. pneumonectomie

b. lobectomie

c. wigresectie

d. geen behandeling


Jongen van 13, klaagt van kortademigheid bij sporten en heeft soms wandpijn. Rx en CT gegeven, hierop is een indeuking van het sternum naar binnen toe te zien (heel duidelijk).

1. Wat heeft deze jongen?

a. Pectus excavatum

b. Pectus carinatum

2. Wat is de Haller index?

a. De verhouding van de grootste dwarse diameter gedeeld door de afstand tussen sternum en wervelkolom

b. De verhouding van de kleinste dwarse diameter gedeeld door de afstand tussen sternum en wervelkolom

c. …

Patiënt met COPD, neemt Ca2+ blokkers en simvastatine

1. Welke klasse COPD heeft de patiënt?

2. Zijn Ca2+ blokkers hier de juiste keuze, of zouden B-blokkers beter zijn?

a. Ca2+ blokkers zijn beter

b. B-blokkers zijn hier het beste

c. B- blokkers zijn absoluut gecontra-indiceerd

d. Ca blokkers zijn absoluut gecontra-indiceerd

Patiënt met nachtzweten en koorts. Soms ophoesten van bloedfluimen. Kwam uit Albanië en werkt nu in België als ober in een restaurant.

1. Induratie van 15mm op de intradermo test

a. Positief

b. Twijfelachtig positief

c. Twijfelachtig negatief

d. Negatief

2. Soort TBC (met RX erbij, waarop duidelijk een holtebeeld op te zien was)

a. reactivatie

b. miliaire TBC

c. endobronchiaal

d. primoinfecite

3. Waarom onmiddelijk met 5ledige behandeling (+amikacine) begonnen?

a. Oost-Europese afkomst

b. Omdat hij als kelner met veel mensen in contact komt

c. Omdat hij in een opvangtehuis woont

d. Omdat de TBC heel ernstig is

Patiënt die van een ladder is gevallen en waarvan je RX krijgt (halve rechter long is wit en bovenaan is er nog een witte opvallende verdichting, links niets) en CT (halve long donkerder zwart gekleurd, geen verschillende schakeringen).

1. Wat zie je op de RX?

a. Bilateraal pleuravocht

b. Rechtszijdig pleuravocht met een verdichting

c. Massieve pleura-uitstorting

d. …

2. Wat heeft de patiënt waarschijnlijk?

a. Iatrogene pneumothorax

b. Traumatische hemothorax

c. …

d. …


RX thorax gegeven van patiënt met heel weinig klachten. Enkel een beetje dyspnee, hoestklachten en soms opgeven van witte fluimen. Maar geen koorts, geen crepitaties of wheezing. De RX thorax leek voor mij volledig normaal. Er werd doxycycline gegeven ter behandeling van een ‘respiratoire infectie’. Na een week voelt de patiënt zich beter met enkel af en toe nog hoestklachten.

1. Wat zie je op RX?

a. Normale RX

b. Verdichting

c. …

d. …

2. Welke kiem komt hierbij het meest voor?

a. Streptococcus pneumoniae

b. Respiratoire virussen

c. H. Influenzae

d. …


Casus van man met dyspnee en palpitaties.

1. Wat heeft de patiënt?

a. Sarcoïdose

b. IPF

c. Allergie aan medicatie

d. TBC

2. Welk onderzoek ga je zeker doen?

a. 24u holter

b. ECG

c. Pulmonale onderzoeken

d. Echocardio


Verschillende beeldjes gegeven op zowel RX als CT van duidelijke IPF. De man let op de duiven van zijn buur en voelt zich nu minder goed met duidelijke dyspnee.

1. Wat heeft de patiënt?

a. Sarcoïdose

b. Allergie aan medicatie

c. Bronchiëctasieën

d. IPF


Patiënt zonder clubbing, maar klagend van een extreme hoest met purulente sputa. RX gegeven waar je samen met de casus best wel zegelzingcellen kon zien.

1. Wat heeft de patiënt?

a. Bronchiëctasieën

b. Astma

c. Pneumothorax

d. Pneumonie

2. Welk onderzoek willen we verder doen?

a. Spirometrie

b. Provocatietest

c. Sputumonderzoek

d. CT sinussen

3. Welke behandeling gaan we starten?

a. ICS

b. SABA

c. amoxiclavulaanzuur

d. Hoestexpectorerende technieken via kinesist

4. Is dit een indicatie voor chirurgie?

a. Met medicatie gaan de klachten wel verbeteren

b. Absoluut niet

c. Absoluut wel

d. ...

14 jarige patiënt, waarbij in het mediastinum een letsel wordt gevonden. Er wordt een RX en CT gegeven, waarbij je een teratoom te zien krijgt dat letterlijk uit het radiologische boekje komt.

1. Waar is het gelegen?

a. Voorste mediastinum

b. Achterste mediastinum

c. Middenste mediastinum

d. …

2. Waarom denk je dat het goedaardig is?

a. Verkalkingen

b. Vet

c. Goed begrensd

d. Jonge leeftijd van de patiënt

3. Hoe kan je het letsel omschrijven?

a. Spiculair begrensd

b. Bevat vet, verkalkingen en vast weefsel

c. …

d. …

COPD patiënt waarvan RX gegeven werd. Deze kwam ook uit het radiologische boekje en er was duidelijk bilateraal emfyseem aanwezig. Het hart had een witter voorkomen.

1. Wat is dit?

a. RVHT

b. Ontrolde aorta

c. …

d. …

FEV1 van 55% en een longperfusie van de rechterlong van 40% en die van de linkerlong 60%. Bereken de voorspelde postoperatieve longfunctie. → van de FEV1 ben ik niet meer zeker, maar dit principe komt duidelijk op verschillende examens terug, zorg dat je hierover kan redeneren!

Jonge patiënt (14 jaar, man) met dyspnee. Voor de rest geen piepen en weinig andere klachten. Zijn spirometrie vertoonde een perfect normale longfunctie. IgE leek wel positief te zijn en RAST ook.

1. Waaraan denk je?

a. Astma

b. COPD

c. Pneumonie

d. Acute tracheobronchitis

2. Welke test ga je zeker doen?

a. Spirometrie

b. Provocatietest

c. …

d. …

3. Welke behandeling ga je voorschrijven?

a. ICS

b. LAMA

c. Niets

d. Hoestexpectorerende technieken via kine

Patiënt met nausea, braken, abdominale pijn, dyspnee, hoesten met witgele slijmen en thoracale pijn. Ook crepitaties en wheezing over beide longhelften. Op labo zien we een hypoNa. De microbiologie toont de aanwezigheid van mondflora en Legionella pneumonie. We gaven een cefalosporine van de 3de generatie samen met Biclar. Toen er uit de microbiologische resultaten Legionella kwam, stopten we het cefalosporine en gaven Biclar verder.

1. Was de initiële keuze van behandeling juist, voor we de microbiologische resultaten hadden?

a. Ja, omdat het om Legionella ging

b. Nee, je had direct Biclar moeten geven tegen Legionella

c. …

d. …

2. Hoelang ga je AB geven?

a. 2 weken

b. 5 dagen

c. Tot 3 dagen koortsvrij

d. 4 weken


Uitleg over een typisch kleincellig carcinoom (centraal, snelle invasie, metastasering…). Uit labo bleek een hypoNa en bij de RX thorax stond letterlijk dat er een kleincellig carcinoom gevonden werd. Patiënt nam een cholesterolverlagend middel en een diureticum

1. Waardoor ontstaat de hypoNa?

a. Door het diureticum

b. Door teveel Na verlies

c. Door te weinig Na retentie

d. ...

Veel vragen over welk COPD stadium en welke behandeling je dan zou geven. Leer alle stofnamen die je kan vinden, merknamen zijn niet te kennen. Er worden veel spirometries gegeven, dus die moet je uiteraard ook goed kunnen interpreteren.


31/1, 14u

Vrouw met astma en 1e maal zwangerschap.  

1. Astma zal:

a. niet te voorspellen effect hebben tijdens de zwangerschap

b. erger worden

c. verbeteren

2. medicatie (ICS+ LABA) Ik dacht budesonide + formoterol

a. kan afwijkingen tot gevolg hebben

b. kan extreem zeldzaam leiden tot afwijkingen (bijnierschorsinsufficiëntie?)

c. moet gestopt worden

d. gaat zeker gepaard met afwijkingen

3. enkele maanden later heeft ze een ACT score van 19/25

a. je stopt de medicatie

b. je verhoogt budesonide alleen

c. de dosis budesonide/formoterol verdubbelen

d. je doet niets, ze neemt al genoeg

e. toevoegen montelukast? Zou toch in de plaats van LABA zijn als LABA niet goed verdragen wordt? Jup!

Vrouw hoest sinds een paar maanden witte slijmen op. Geen voorgeschiedenis, geen roker. Ze voelt zich niet slecht, geen koorts, geen clubbing, geen wheezing, geen dyspnoe …. niks dus. CT toonde beetje zegelringteken?

1. Diagnose?

a. Bronchiectasieën

b. Astma

c. COPD

d. pneumonie

2. Behandeling

a. Expectorerende kine

b. alle andere opties hadden te maken met behandeling COPD of astma

3. Welk verder onderzoek ga je bij haar doen?

a. Sputumkweek

b. CT sinussen

4.. Is er een indicatie voor chirurgie?

a. absoluut niet

b. door medicatie te geven gaan de klachten verbeteren

c. absoluut wel

d. te weinig informatie hiervoor

Man die snurkt, heeft vergrote tonsillen

1. Epworth sleepiness scale 9 is

a. normaal

b. duidt op obstructief slaapapneu

c. duidt op centraal slaapapneu

d. …

2. AHI index 4, vergrote tonsillen, diagnose ?

a. snurken

b. obstructief slaapapneu


Vrouw met toenemend hoesten bij temperatuurwisselingen, geuren, … Longfunctie toont reversibele obstructie ( kon je afleiden uit getallen). RAST test sterk positief voor aspergillus

1. Diagnose?

a. uit de kliniek en het obstructief lijden weet je dat het om astma gaat

b. de RAST is sterk positief en de CT toont centrale bronchiëctasieën dus ABPA

c. COPD

d. Doordat IgE verhoogd is denk je dat het om intrinsiek astma gaat.

e. …

2. behandeling?

a. LAMA?

b. prednisone + itraconazole

c. SABA?


CT van tumor in het mediastinum bij vrouw die klaagt van vermoeidheid?

1. Wat zie je op CT?

a. lateraalwaartse verplaatsing VCS

b. versmallen van trachea

c. verwijden van de cortex van sternum

d. de letsels komen tot in het posterieur mediastinum

2. Wat is je vermoedelijke diagnose?

a. lymfoma

b. thymoom

c. neurogene tumor

d. bronchogene cyste

3. In welk mediastinum is de tumor gelegen? (of was dit niet bij deze vraag, was bij teratoma dacht ik)

a. voorste

b. middenste

c. achterste

4. Hoe stel je de histologische diagnose op de minst invasieve manier?

a. mediastinoscopie

b. thoracoscopie

c. thoracotomie

d. PET scan


CT van tumor mediastinum bij vrouw van 20j.

1. Beeld van mediastinale tumor die duidelijk uit 3 soorten weefsel bestond:

a. Teratoma

b. Necrotiserende tumor

c. Thymoom??

d. Neurinoom??

2. Hoe weet je dat het gaat om een goedaardige tumor?

a. bevat verkalkingen

b. het gaat om een jonge patiënte

c. het is een groot gezwel

3. Het letsel bevat (ofzoiets)

a. vet, kalk, vast weefsel

b. ...


Heel vaak vragen over welk GOLD stadium COPD en welke medicatie je hiervoor geeft. Q(ook vaak tussen de antwoordopties: onvoldoende informatie om dit te weten) voorbeeld: pt doet geen exacerbaties, heeft mMRC 2, FEV1 47%

1.Wat is de diagnose?

a. COPD B

b. COPD D

2. Hoe behandel je?

a. SABA

b. LABA

c. LAMA!

d. SAMA

deelvraag: Centraal bronchuscarcinoom: wat is een alarmteken?

1. Pierre marie bamberger

2. pancoasttumor

3. hemoptoe

Man met pneumonie, krijgt Biclar (macrolide) van huisarts. wordt niet beter…

1. Is Biclar (=clarithromycine) een goed AB voor de initiële behandeling?

a. Biclar is een goed antibioticum voor initiële behandeling


b. Biclar is een goed antibioticum voor initiële behandeling want werkt tegen Legionella

c. Biclar is geen goed antibioticum voor initiële behandeling want resistentie

d. Biclar is geen goed antibioticum want werkt enkel in grote hoeveelheden ofzo? iets vaag

2. Wat is uw eerste keuze voor behandeling?

a. amoxiclavulaanzuur

b. ...

Man uit Oost-Blok met nachtzweten, vermagering → TBC

1. Welk soort TBC?

a. reactivatie

b. miliaire

c. primo-infectie

d.

2. Waarom gestart met 5 ledige behandeling?

a. owv afkomst uit oost blok (Microbiële resistentie groot probleem in Oost-Europa)

b. omdat hij woont in een tehuis?

c. omdat hij bij zijn job met veel mensen in contact komt

d. ....

3. Intradermo test: > 19mm

a. test positief

b. test negatief


een deelvraag over of een patiënt longchirurgie aankan met vooraf gegeven waarden (denk dat FVC zeker ruim voldoende hoog was en FEV 55%??):

a. de patiënt houdt postop een DLCO en FEV1 over van meer dan 35% dus komt in aanmerking voor chirurgie.

b. de patient houdt een FEV over van minder dan 30% dus komt niet in aanmerking.

c. Onvoldoende informatie


Deelvraag over wanneer de radiologie bij pneumonie normaliseert?

a. na 4 weken


Man had voorgeschiedenis van prostaatcarcinoma nu onregelmatig afgerond letsel gevonden centraal in de long (tegen de hilus?). (heb achteraf van iemand gehoord dat erbij stond dat er 2 letsels in de long zaten? nog iemand dit gelezen?ja er was nog een letsel in de rechter long (contralaterale long, b is hier dus het juiste antwoord)

1. Wat is de TNM classificatie?

a. T3-4N0M0

b. T3-4N0M1a

c. T3-4N0M1b

d. T1N0M0


Man presenteert met symptomen van een centrale tumor.

1. wat is oorzaak van gezwollen nek, gezwollen rechter boven arm. (ze vroegen enkel achter zwelling gelaat, niet arm)

a. druk op de VCS door klieren

b. oedeem zorgt voor hyponatremie ofzo

c. thrombosevorming in de v. subclavia

d. door meta’s in cervicale klieren


Patiënten met hyponatriëmie en voelt zich slecht en hoest met sputum….

1. wat is je diagnose

a. legionella pneumonie

b. streptococcen pneumonie

c. H influenza pneumonie

2. Hoelang AB geven?

a. tot 3 dagen koortsvrij

b. 2 weken

c. 7 dagen

d. 4 weken


3. Bij welke pneumonie zie je hyponatriemie? (ja 2x zelfde vraag dus)

a. Legionella pneumonie


Patient met prikkelhoest en palpitaties ….

1. diagnose?

a. sarcoidose

b. IPF

c. duivenmelkerslong

d. …

man, roken, FEV1 < 50%, vooral onderste gebieden aangetast, foto’s tonen emfyseembullae.

2. diagnose?

a. COPD klasse D

b. bulleus emfyseem

c. alfa1-antitrypsinedeficientie

d. alle bovenstaande.

3. eiwitelektroforese

a. alfa1-antitrypsinedeficiëntie

Mortaliteit na een lobectomie

a. 10%

b. 5-10% na pneumectomie 6%

c. minder dan 1% als het thoracoscopisch

d. 1-2%


EXAMEN 1, 30 jan 9u

1. Jongeman, 24 jaar, presenteert zich met partiële pneumothorax apicaal in de rechterlong. Precordiale pijn, geen noemenswaardige dyspnee, noch benauwdheid. Een voorgeschiedenis van pneumothorax in de linkerlong waarvoor thoraxdrain gevolgd door een recidief links waarvoor VAT met pleurodese. Hoe behandelen?

a) exsufflatie (spontane, volledige pneumothorax)

b) thoraxdrain (als exsufflatie niet werk bij spontane, niet recidief pneumothorax)

c) VAT met pleurodese (VAT = video assisted thoracoscopie) (ook voor secundaire spontane ~, persisterende, bilaterale, recidiverende…)

d) zuurstoftherapie met controle RX (voor partiële ~ met minimale S)

Casus met COPD en FEV1 <60%: Waarom geen provocatietest? (uit de vorige jaren)

a) niet nuttig

b) is tegenaangewezen

c) wel nuttig

d) ?

2. Man van in de 60. 10 pakjaren gerookt, reeds 10 jaar gestopt. Chronische sinusitis. Gekend met obstructief longlijden waarvoor seretide en ventolin zo nodig. Afgelopen weken toename van de klachten met name dyspnee, frequenter gebruik ventolin, meer 's nachts wakker worden. Tiffeneau van 68, FEV1 van in de 80.

Wat is uw diagnose?

a) astma

b) copd

c) mengvorm copd/astma

d) ik weet het nog niet

Hoe gaat u uw diagnose bevestigen?

a) reversibiliteitsmeting

b) compliantiemeting

c) piekflowmeting

d) ct-scan

Hoe gaat u de therapie aanpassen?

a) niet, de klachten zijn niet erg genoeg

b) meer ventolin gebruiken (ventoline = SABA)

c) thiotropium associeren (enkel voor COPD stadia B-D)

d) de dosis seretide opdrijven (seritide = combinatieprep CS en LABA)


Typische kenmerk van kleincellig carcinoom?

- oedeem hals en gezicht

- hyponatremie

- agressieve uitzaaiing zonder klieraantasting

Bloedgas bij longembool?

- hypoxemie

- hypoxemie en hypocapnie

- hypocapnie

- geen afwijking

Restrictieve LF met palpitaties: diagnose en verdere tests

Welke test dient er zeker te gebeuren (patient had 2 syncopes in recente VG)

- 24 u Holter

- ECG

-Geen cardiale onderzoeken, enkel pulmonaal zoeken

-Echocardio


Bèta blokker voor hypertensie bij COPD geven

a) is gevaarlijk

b) is aangeraden

c) Ca-antagonist is beter

d) ca- antagonist is minder goed


Beeld van tumor in achterste mediastinum

- waar ligt de tumor

- wat is je diagnose

- neurogene tumor

Beeld van tumor in voorste mediastinum (exact dezelfde foto als het choriocarcinoom van Verschakelen zijn slides)- beta HCG gynaecomastie + -

- Waar ligt dit letsel? voorste mediastinum

- Wat is dit hoogst waarschijnlijk? choriocarcinoom

- Hoe bekom je histologie?

mediastinotomie


Casus van vrouw (?) met COPD. CAT 12 denk ik. Hiervan de longfunctiemeting gegeven, FEV1 60%. Hierna werd behandeling gestart. Komt opnieuw na drie maanden, sterk verbeterde longfunctie. Vervolgens komt ze na tijd terug. Ze heeft omwille van heesheid medicatie (Seretide) gestopt, enkel spiriva doorgenomen. Dan blijkt FEV1 49%. Vervolgens drie vragen:

wat is je diagnose

- GOLD B

- GOLD C

- Astma - GOLD D


Wat verwacht je dat de bloedgaswaarden zijn?

- hypoxie

- hypoxie en hypercapnie

- hypercapnie

- normaal

Welke behandeling is aangewezen.

- LAMA + LABA

- ICS + LAMA

- ICS+LABA

Casus van vrouw van 55 jaar. Spanningspneumothorax

Klachten gevolg van

-Afklemming veneuze retour

Symptomen van pneumothorax. Frequent rookster. Op CT zijn verschillende bullae te zien. → Welke soort pneumothorax? Vrouw van 62 jaar met meer dan 10 pakjaren en 2xCABG in de voorgeschiedenis. Heeft een spinocellulair bronchuscarcinoom (rechts) (staging is gegeven -> tumor zit nog in vroege stadium). Er zijn geen metastasen gevonden op PET-scan. Er wordt aan pneumonectomie gedacht. Kan de patiënte deze operatie aan, longfunctioneel gezien?” Volgens perfusiescan was haar rechterlong 30% en de linkerlong 70% FEV1 was 60% en DLCO= 80%.

- nee, want de DLCO bedraagt dan maar 55%

- ja, want zowel de FEV1 als de DLCO bedragen meer dan 35%

- nee, want de FEV1 bedraagt slechts 30%

- er zijn te weinig gegevens om dit uit te maken

Astma pt onder controle met ICS + SABA bij klachten. Plotse astma exacerbatie .Wat doe je na deze acute fase?

- niets, dit is een voorbijgaand fenomeen

- dosis ICS in onderhoudsbehandeling verdubbelen

- LABA toevoegen aan de onderhoudsbehandeling

- niets want….

Pt 6 tal dagen na pneumonectomie rechts. Was eigenlijk klaar voor ontslag, maar deterioreert plots. (dyspnee, tachycardie, …) .Labo met oa normaal Hb. Op RX zag je de foto van dag voordien met volledig met vocht gevulde R longholte (lucht-vocht niveau helemaal bovenaan). Op deze moment is dit lucht-vochtniveau duidelijk gedaald. Wat is je voorkeursdiagnose?

- bronchopleurale fistel

- longembool

Behandeling?

- thoraxdrainage

- LMWH

- morfine en diuretica


86 jarige man met oa aHT en diabetes, waarvoor behandeling. Plots algemene malaise, vermoeidheid, dyspnee. Geen koorts. Doorverwijzing naar ziekenhuis door huisarts. Op Rx was pneumonie te zien. Koorts bij oudere ptn:

- is vaak afwezig

Wat is de meest frequente verwekker van deze pathologie?

- S. Pneumoniae

Macroliden

- zijn geen goede behandeling hier

- zijn wel geïndiceerd

- zijn nooit geïndiceerd wegens te zwak

Hoelang ga je behandelen

- 3 weken

- 3 dagen

- 2 dagen

- 7 dagen

Patiënte heeft nooit gerookt. VG borstcarcinoom waarvoor resectie in vroeg stadium. Nu op controle Rx een focaal afgerond letsel perifeer in long gevonden. Geen verkalkingen te zien. Wat is je voorkeursdiagnose?

- long metastasen

- bronchus carcinoma

- hamartoom.

Wat is de rol van normaal CEA bij deze pt?

- geen uitspraak mogelijk over histologie

- geeft zekerheid over de origine

Behandeling:

- lobectomie

- wigexcisie

- ….

Jonge pt met symptomen van nachtzweten, malaise. Letsel in R bovenkwab. Induratie 19mm. Uit sputumkweek met auraminekleuring komt Mycobacterium Tuberculosis. Wat betekent induratie 4mm?

- altijd negatief

- negatief bij pt in aanraking met contactpersoon

- ..

Wat is juiste behandeling?

- isoniazide, rifampicine, ethambutol, pyrazinamide

- INH +RMP

- INH +RMP + fenylbutazone

-

Wat is niet-medicamenteuze behandeling?

- bronopsporing + contact-onderzoek

- respiratoire isolatie

- respiratoire isolatie + contact-onderzoek

- bronopsporing

Wat is definitie pulsus paradoxus?

- verlaging systolische bloeddruk met >10mm Hg bij inademen

Wat is teken van centrale longtumor?

- retro-obstructieve pneumonie

- wandpijn

- Pancoast

Een letsel op RX thorax (centrale necrose met regelmatige binnenzijde en relatief onregelmatige buitenzijde) bij iemand met hemoptoë, nooit gerookt e.d. dit is verdacht voor:

- TBC

- metastase

- primair bronchuscarcinoom

- hamartoom


Induratie 4mm bij dezelfde persoon als hierboven moet je als volgt interpreteren: - is negatief

- is positief gezien de RX

- is positief


Examenvragen '15-'16

1. Jongeman met sterk vergrote tonsillen in de keel, vriendin klaagt van snurken. Patiënt heeft AHI van 4 en Epworth sleepiness Scale 9. Aan welke diagnose denk je?

a. obstructief slaapapneu-syndroom

b. centraal slaapapneusyndroom

c. snurken

d. ...

Is deze score pathologisch?

a. nee

b. ja


4. Wat is pulsus paradoxus?

(verlaging systolische BD met > 10 mmHg bij inspiratie)

2. Casus TBC (politiek vluchteling uit Wit-Rusland, woont in opvangtehuis en is kelner) -> intradermo 16 mm induratie

a. positief

b. twijfelachtig positief

c. twijfelachtig negatief

d. negatief

3 soort TBC (met RX erbij)

a. reactivatie

b. miliaire TBC

c. endobronchiaal

d. primoinfecite


4 Waarom onmiddelijk met 5ledige behandeling (+amikacine) begonnen?

a. Oost-Europese afkomst

b. Omdat hij als kelner met veel mensen in contact komt

c. Omdat hij in een opvangtehuis woont

d. ...

5. COPD pt met pneuomthorax op Rx

a. Primair

b. Secundair

c. iatrogeen pneumothorax?


6. V.subclavia aangeprikt en kleine pneumothorax:

· primair

· secundair

· iatrogeen

7. Welke behandeling?

· Niks

· O2+rust

· pleurodese

8. COPD pt met RX en serologie voor Mycoplasma/Chlamidia. Is dat correct om te doen?

· Ja want COPD

· Ja want atypische kiemen

· Nee niet nodig


9. Meest voorkomende Pneumonieverwekker?

· Streptokokken pneumoniea

10. Wat is pulsus paradoxus?

· 10mmHg syst dalen bij inademen


11. CT van Massieve longembool Rechter A plumonalis. Herkennen op CT. Behandeling :

a. LMWH

b. Heparine

c. Coumarines

d. rtPA

12. Pt met schietende pijn Re Arm en RX:

-Wat zie je? Vocht/tumor/meta/pneumonie

-Waarom pijn? (prikkeling van plexus brachialis/prikkeling v pleura…)

13. Casus slides 132/133 les DeLeyn (letterlijk)

14. Patient met lucht/vocht niveau in thorax

-Hoe komt dat? (maag/bulla/lymfoom/empyeem…)

15. Massa mediastinaal (+gynaecomastie+bètaHCG gestegen)

-Welk mediastinum is het (voor/midden/achter)

-Wat is het? (thymoom/lymfoom/non-hodgin/choriocarcinoom)

-Wat doe je verder? (biopsie via mediastinoscopie/EBUSbiopsie/Resectie)

16. RX pneumothorax bij patient met achteruitgang alg toestand op spoed (dus spanningspneumo)

-Reden van deterioratie toestand?

a. druk op Aortathoracalis

b. druk op vena cava

17. COPD met RX. Waarom is een RX genomen?

a. vermoeden pneumonie

b. vermoeden embool

c. ...

18. 6d na Pneumonectomie roze sputum en lucht in thorax

-Wat is dit (fistel/pneumothorax…)

-Hoe behandelen? Reëvaluatie (drain/heelkunde)

19. Oude man zonder koorts en pneumonie. Is het een normaal teken?

20. Dikke buschauffeur, COPD, snurkt

-centrale/obstructieve slaapapneu

-Mag hij met bus rijden?

21. Dyspneu +palpitaties + RX beeld (verdicht)

-Wat is het? Sarco/IPF/EAA

22. Zwangere vrouw met vragen over astma

-zie les verleden (hoeveel kans heeft ze op opstoten/is dat wel veilig voor foetus?)

23. Op basis van symptomen mMRC score geven!

24. Op basis van symptomen COPD klasse (ABCD) bepalen en behandeling

25. RX letsels perifeer bij checkup na operatie voor colonCA + CEA gestegen

-is het een metachrone/synchrone metastase?

-behandeling (wigvormig/lobectomie/sleeve…)

26. 72j vrouw COPD, FEV1 van 19% en RXbeeld

-welke chirurgie?

o Bullectomie

o LVRC

o LongTransplantatie

o geen van bovenstaand

EXAMEN 7 JAN VM :

27. Spanningspneumothorax met Rx: diagnose en behandling Restrictieve LF met palpitaties: diagnose en verdere tests. Welke test dient er zeker te gebeuren (patient had 2 syncopes in recente VG)

a. 24 u Holter

b. ECG

c. Geen cardiale onderzoeken, enkel pulmonaal zoeken pls

d. Echocardio

28. Massief longembool (diagnose/localisatie op CT, behandeling), werd onwel bij aankomst in ziekenhuis, BD 95/60, Anamnese deed massieve embolie vermoeden & CT toonde “massief embool rechts”, dit werd als eerste bevraagd, dan behandel je toch voor massief LE

a. rtPA

b. Unfractionated Hep

c. LMWH

d. Coumarines

29. casus COPD was niet duidelijk dat dit copd was, kon evt acos of astma zijn… Hoe zou deze patiënt scoren op Mrc? (Kon leeftijdsgenoten nog bijhouden, kortademig na inspanning) -> 1

30. Plaats van Beta blokkers bij copd + hartlijden?

a. Absolute CI

b. Kunnen + effect hebben bij deze aandoening

c. Absoluut vervangen door Ca2+ antagonisten

d. Dosis verlagen

31. Voorste mediastinumtumor met dyspnee (vooral bij neerliggen) en diplopie en moeite om ‘s avonds de ogen open te houden. (Op RX thorax stond diafragma heel hoog)

CT met massa: waar ligt deze massa? (in de long, voorste mediastinum, achterste…) - het was in het voorste mediastinum

Waardoor wordt de dyspnee klacht verklaard?

a. compressie long

b. invasie n. phrenicus en diafragmaverlamming


wat is de diagnose?

lymfoom

thymoom

longcarcinoom

...

32. Vrouw met in VG pneumothorax Re waarvoor thoraxdrain, nu opnieuw dyspnee en pijn en op RX zie je Re pneumothorax. Ze vermeldt dat dit telkens voorvalt rond haar menstruatie.

- Wat voor soort pneumothorax is dit? Catameniale pneumotx

- Wat is de behandeling?

zuurstof + analgetica

naaldaspiratie

thoraxdrain

thoracoscopische exploratie

32. Man 45 jaar, fervent sporter, klaagt van extreme vermoeidheid en kortademigheid bij serieuze inspanning. Op RX en CT: hilaire en mediastinale klieren te zien. Wat is de diagnose?

a. chronisch vemoeidheidssyndroom

b. sarcoïdose

c. (non)-Hodgkin lymfoom maligne longtumor met uitzaaiingen

33. Sarcoidose

34. Interpretatie intradermo bij TBC diagnose, na een beeld op CT

35. Casus zwangerschap en asthma, vrouw neemt formoteroll/budesonide en 2 maanden zwanger. ACT van 24/25 wat kan je zeggen over het effect van de zwangerschap op het astma?

a. zal verergeren

b. zal verbeteren

c. zal geen effect hebben

d. zal pas duidelijk worden tijdens de zwangerschap

welk effect heeft astma medicatie op de foetus?

a. dit zorgt voor ernstige afwijkingen en moet dus meteen gestopt worden

b. dit kunnen we nu nog niet voorspellen

c. de kans dat dit effect heeft op de foetus is extreem klein

d. Afwijkingen bij het foetus zijn mogelijk

36. vrouw is 7 maanden zwanger en astma verergert, ACT 18/25. Hoe zal je de therapie aanpassen?

a. niet, ze neemt al genoeg

b. formoterol/budesonide vervangen door hogere dosis budesonide

c. de dosis formoterol/budesonide verdubbelen

d. 1Montelucast associëren

37. Casus over obstructief slaap apnoe syndroom en rij vermogen

38. Heesheid bij ICS en ACT 19/25.

a. Controleer je de inhalatietechniek

c. pas je de therapie aan

39. ACT van 24/25:

a. matig gecontroleerd

b. zeer goed gecontroleerd volgens ACT score

40. Pt met longmetastase in Li bovenkwab. Hoe behandelen?

a. wigexcisie via sternotomie

b. wigexcisie via VATS

c. lobectomie via sternotomie

d. lobectomie via VATS

41. Patient met veel cardiovasculaire klachten sinds 5 jaar, sinds 4 weken beetje bloed hoesten, wat is je eerstvolgende onderzoek

- bronchoscopie

- V/Q scan

- ergospirometrie


Examen 18 januari

42. beta blockers vs Ca antagonisten bij COPD patient

43. RX gegeven met vreemde aortauitbochting. Is dit

o ontrolde aorta

o rechterventrikelhypertrofie

44. patient met dyspnee en aortakleplijden en wat zaken die richting COPD wijzen. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose:

COPD A

hartdecompensatie?

45. CT gegeven met mediastinale massa

lymfoom

46. astma copd verhaal. Welk technisch onderzoek doe je om diagnose te bewijzen?

reversibiliteitsmeting

DLCO meting

47. hoe doe je histologische diagnose van lymfoom/thymoom?

48. casus: reeds twee maand last van dyspnee. Bouwvakker. Je krijgt CT gegeven. wat is diagnose

Mestohelioom met vochtuitstorting?

effusie?

49. waarom denk je dat het pleuraal vocht is obv RX?

hart is naar CL verplaatst

er is verdichting

50. gegeven longfunctiewaarden: is dit

a. restrictief

b. obstructief

c. gemengd

51. Er was ergens een vraag over mortaliteit bij lobectomie/pneumectomie (hoeveel procent) .. blijkbaar moet je dat ook weten :)

Lobectomie: postop mortaliteit 1-1,5%. Pneumonectomie 6%

52. na bv pneumectomie, hoeveel % van longfunctie gaat persoon nog overhouden.

Examenvragen 23 januari

53. Gegevens over een pt met pulmonale hypertensie (Tabel met PAP-waarden > 25mmHg, PCWP= 10mmHg).

53.1: Diagnose (pulmonale HT, ...)

53.2: Welke vorm van pulmonale HT (precapillair, postcapillair, nee geen pulmonale HT,..)

53.3: Behandeling? (PDE-I en/of endotheline receptor antagonist, nog niets want je moet eerst de onderliggende oorzaak vinden, ...)