Anatomie en functie van het menselijk bewegingsstelsel (E02Y6A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken



Algemeen

In dit opleidingsonderdeel raak je eerst vertrouwd met de algemene anatomische benamingen, en verwerf je een overzicht van de bouw van het menselijk lichaam, zodat je de morfologische aspecten in latere opleidingsonderdelen in een ruimer geheel kan plaatsen. Je verwerft kennis en inzicht in de morfologie en de functie van het locomotorisch systeem in de lichaamsregio’s de rug, de borstkas, de buik en het bekken, het bovenste lidmaat, het onderste lidmaat, hoofd en hals. Je begrijpt de samenhang tussen structuur en functie van het locomotorisch systeem, mede door een basisinzicht in biomechanische concepten. Je kan de morfologie van het locomotorisch systeem, de functie, en de samenhang hiertussen helder verwoorden naar collega’s toe met gebruik van de anatomische nomenclatuur maar ook naar patiënten en het grote publiek toe. Je kent de bloedvaten en zenuwen in de ledematen. De studie van de bouw van het menselijke lichaam bereidt je voor op je latere medische activiteiten. Daarom verwerf je ook inzicht in de klinische relevantie van een aantal structuren door het verband te bestuderen met frequent voorkomende pathologische toestanden.


Examenvorm

Het examen verloopt schriftelijk. Hierbij wordt deels met meerkeuzevragen en deels met open vragen de kennis van de anatomische structuren, maar ook het inzicht in het functioneren nagegaan, met inbegrip van biomechanische basisprincipes. Het correct gebruik van de terminologie, en een heldere uiteenzetting van de redenering bij inzichtsvragen wordt meegenomen in de beoordeling. Alle leerinhoud die aan bod is gekomen tijdens de hoorcolleges en de oefenzittingen zal getoetst worden.

Het examen bestaat uit - 10 meerkeuzevragen (5 punten), met giscorrectie - 7 open vragen (15 punten) waarbij grotere vragen meer punten toegewezen krijgen dan kleinere open vragen.

De totaalscore van het examen is op 20 punten met volgende weging: - 10 meerkeuzevragen = 25% - 7 open vragen = 75%

Aanwezigheid op de oefenzittingen is verplicht en is voorwaarde om deel te nemen aan het examen.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen)

- Tekeningen uit de les zijn handig, je tekent deze best meteen na de les over en legt deze eens naast een prent uit sobottta/grays. Prof Herijgers gaat heel snel dus je notities zijn vaak krabbels.

- Het boek samenvatten heeft geen zin, je moet elk detail kennen. De verschillende functies onderlijnen met verschillende kleuren kan eventueel wel handig zijn.

- Het is nuttig dat wanneer je een online test hebt, je er ook echt voor leert en het niet gewoon maakt met het boek ernaast. Daar haal je veel meer uit.

- Professor Herijgers zegt meermaals doorheen het jaar dat je het vak 7x moet studeren om het echt te beheersen. Veel herhaling is echt noodzakelijk als je de leerstof in je lange termijn geheugen wilt krijgen en daar heb je de jaren nadien nog plezier van. Een deel van de paasvakantie aan dit vak spenderen is zeker aan te raden. Bekijk verder ook goed de examenvragen van vorige jaren op wikimedica! Heel veel komt terug op het examen.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

File:Hefbomen_voorbeelden.docx - Enkele voorbeelden van hefbomen. Professor Herijgers vermelde dat hier elk jaar een vraag over word gesteld. Ik sta niet garant voor de informatie in dit bestand.

Scroll naar onder voor de examenvragen van de vorige jaren.

Tekeningen

Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen) EXAMENVRAGEN:

Examen 2017-2018

Reeks A MKV1: Hoe noemt een vlak dat het lichaam in een craniaal en caudaal deel verdeelt:

Sagittaal
Transversaal
Frontzaal
Coronaal
Mediaan

MKV2: Welke zenuw bezenuwt de m. sartorius?

n. gracilis
n. obturatorius
n. femoralis
n. adductorius
n. ...

MKV3: Welke pees ligt niet in/begrenst niet de anatomische snuifdoos?

m. extensor pollicis longus
m. extensor pollicis brevis
m. extensor carpi radialis longus
m. abductor pollicis brevis
m. abductor pollicis longus

MKV4: Welke structuur vinden we niet terug op een lumbale wervel?

proc. articularis inferior
proc. frontalis
proc. costalis
proc. spinosus
proc. accesorius

MKV5: Hoe heet het ligament tussen spina ischiadicus en os sacrum & coccygeus

lig. sacrospinale
lig. sacrotuberale
lig. ischiosacrale
lig.

MKV6: Welke spier wordt niet bezenuwd door de n. medianus?

m. flexor carpi ulnaris
m. flexor carpi radialis
m. pronator teres
m. pronator quadratus

MKV7: Welk van de volgende gewrichten is fibreus?

Sutuur
Symphyse 
Synostose
Syntendinose (bestond niet)
Synchondrose

MKV8: Welk spinale zenuw de navel?

T10
T11
L1
T12
L2

MKV9: Welke structuur ligt er tussen de m. gluteus medius en m. gluteus minimus

Linea glutea posterior
Linea glutea anterior
Linea glutea inferior
Linea glutea superior
Linea glutea ...

MKV10: Hoe heet de spier die de gelaatsuitdrukking “angst” veroorzaakt?

m. corrugator supercilii
m. depressor anguli oris
m. orbicularis oculi
m. platysma
m. temporalis

GOV: bespreek (en teken?) de elleboog en de spieren die de elleboog in extensie brengen (articulatio cubiti, m. triceps brachii en m anconeus?

KOV1: Bespreek en stel schematisch voor (teken) wat de hefboom is van de m. gastrocnemius bij de beweging in de knie, je staat op de grond KOV2: Bespreek of teken de clavicula KOV3: Bespreek of teken de atlas KOV4: bespreek of teken de oppervlakkige venen van het bovenste lidmaat (vena cephalica, vena mediana cubiti, vena basilica , vena mediana antebrachii) KOV5: Bespreek of teken de arteriële bevloeiing van de voet (a. dorsalis pedis + a. tibialis posterior die splitst in a. plantaris lateralis en a. plantaris medialis)

Tekening: posterieur aanzicht van regio glutea met zenuwen en arteries => https://imgur.com/a/lwTmCdK maar er stonden wel andere dingen op aangeduid, ik had: labium externum cristae iliacae/os ilium, m. gluteus medius, m. gluteus maximus, m. tensor fasciae latae, diepe tak van a. glutea superior, n. gluteus superior, n. gluteus inferior, n. ischiadicus, foramen ischiadicum minus, ligamentum sacrotuberale

Reeks B

MKV zelfde als reeks A

KOV1: bespreek hefboom m. biceps femoris in de knie → derdegraadshefboom: scharnier = knie, macht = aanhechting van biceps femoris op caput fibulae, last = onderbeen & voet KOV2: bespreek of teken rib 1 KOV3: bespreek of teken L3 KOV4: bespreek de oppervlakkige veneuze doorbloeding van het onderste lidmaat KOV5: bespreek de arteriële bevloeiing van de hand

GOV: bespreek anatomie en functie van de knie en de extensoren van de knie

Tekening: anterieur/mediaal bovenbeen (p 573 Gray’s figuur 6.42 contents of femoral triangle) crista iliaca - musculus psoas major - musculus iliacus - ligamentum sacrospinale - nervus femoralis - insertie van de musculus sartorius in de pes anserinus - ligamentum collaterale fibulare - musculus gracilis - musculus adductor longus - musculus adductor magnus?

Reeks C

KOV 1: m.vastus intermedius als je op een stoel zit (welke hefboom): KOV 2: bespreek/teken de talus KOV 3: bespreek/teken axis KOV 4: bespreek/teken diaphragma pelvis KOV 5: sensoriële bezenuwing van de hand Tekening: onderbeen en intrinsieke voetspieren met zenuw en arterie Open vraag: bespreek de anatomie en de functie van de pols en de spieren die de pols in extensie brengen


Reeks D

KOV: bespreek hefboom m rectus femoris KOV: bespreek os scaphoideum KOV: bespreek T12 KOV: bespreek diafragma urogenetalis KOV: bespreek bezenuwing van de voet (huid)

GOV: bespreek de anatomie en functie van de pols en geef de spieren die zorgen voor abductie van de pols.

Tekening: bovenbeen anterieur compartiment? → m. rectus femoris, m. sartorius, m. vastus medialis, lig. Sacrospinale, v. femoris, m. adductor longus, m. pectineus, n. Saphenus

Reeks E

MKV: (zelfde als reeks F)

KOV: Je ligt op je rug met heupflexie (been gestrekt omhoog), bespreek de hefboom in de enkel wanneer de m. gastrocnemius opspant. Bespreek/teken het acetabulum Bespreek/teken de mandibula Bespreek/teken de plexus brachialis Bespreek/teken de arteries die het voorste compartiment van het onderbeen zullen bevloeien.

Afbeelding: p715 in Gray’s M. trapezius, n. Accessorius, (fossa) acromion, epicondylus lateralis, lig. nuchae, n. axillaris, proc. mastoideus, sagittale sutuur, angulus inferior (van de scapula), fossa olecrani

GOV: Bespreek anatomie en functie van articulatio glenohumerale en de spieren verantwoordelijk voor extensie van de arm (in dit gewricht).

Reeks F

MKV: Welk soort vlak deelt het lichaam in een linker en een rechterdeel?

Sagittaal
Mediaal
Coronaal 
X

Welke spier wordt niet bezenuwd door de nervus medianus?

M. flexor carpi ulnaris
m. flexor carpi radialis
m. pronator teres
m. pronator quadratus

Welke zenuwtak bezenuwt de tepel?

T4
X
X

Door welke zenuw wordt de m. gracillis bezenuwd?

N. Obturatorius
X
X
X

Welke spier gebruik je als je glimlacht?

M corrugator supercilii
M risorius
M levator labii superiores alaeque nasi 
M platysma

Wat is geen onderdeel van de ulna?

Linea obliqua
Incisura radialis
Linea... supinatoris 
Tuberositas Ulnae

Welke structuur ligt tussen de origo van de m gluteus medius en de m gluteus maximus?

Linea glutea posterior
Linea glutea anterior
Linea glutea inferior
Linea glutea superior

Welke van deze opties is een benig vast gewricht?

Sutuur
Synchondrose
Synostose
Symphyse

Wat maakt de onderrand van foramen ischiadicum maius?

Lig. sacrospinale
Lig. sacrotuberale 

Van welk bot is de processus coracoideus

Scapula
Ulna
Mandibula 

KOV Je ligt op je rug met je been neer boven, bespreek de hefboom in de enkel wanneer de m. tibialis anterior opspant.

Derdegraads hefboom -

Bespreek of teken het sacroiliacaal gewricht Bespreek de plexus cervicalis Bespreek de arteriële bevloeiing van het achterste compartiment van het onderbeen Bespreek de anatomie van het os hyoideum

Tekening van posterieure spieren van de schouder

N. Suprascapularis - olecranon - n. Radialis - acromion - m. infraspinatus - m. teres maior -epicondylus lateralis- caput longum m triceps brachii- circumferentia articularis radii- m. teres minor 

Grote open vraag: Bespreek de anatomie van articulatio glenohumeralis. Bespreek eveneens de abductoren van dit gewricht → m. supraspinatus - m. deltoideus - m. trapezius (om de scapula te roteren zodat tuberculum maius niet tegen de scapula ‘botst’, dit is enkel nodig bij abductie verder dan 90°)

REEKS G Je staat recht, contractie extensor digitorum longus hefboom van metatarsophalangeale gewrichten. Tekening: Grey’s fig. 7.68 pagina 760 Arteriele bevloeiing laterale compartiment onderbeen Ligament stylomandibulare bespreken of tekenen Plexus lumbalis Sacrum tekenen Grote open vraag: anatomie + functie gleno-humeraal gewricht en alle adductoren van het gewricht be

REEKS H KOV1 : bespreek de hefboom van de m. tibialis posterior in het enkelgewricht wanneer je rechtstaat. KOV2 : bespreek glabella KOV3 : bespreek chorda obliqua KOV4 : bespreek plexus sacralis KOV5 : bespreek de arteriele bevloeiing in het posterieur compartiment van het bovenbeen

Tekening : anterieur compartiment van voorarm met nerven

GOV : Bespreek anatomie en functie van het glenohumeraal gewricht met de daarbijhorende endorotatoren.


Examen 2016-2017

Meerkeuzevragen:

A: Welke spier wordt niet bezenuwd door n. medianus?
B: Welke snede deelt lichaam in een rechts en links deel?
C: Welke thoracaal niveau bezenuwt de tepel? 
D: Wat ligt niet in de fossa axillaris? 
E: Welke zenuw bezenuwt de m. gracilis? 
F: Welke structuur ligt tussen m. gluteus maximus en medius 
G: Welke processus is geen deel van de thoracale wervel 
H: Ligamenten tussen arcus vertebrae 
I: Welke spier behoort niet tot de intrinsieke rugspieren 
J: Welke van de volgende gewrichten is cartilagineus

Reeks A

KOV1: Bespreek de hefboom van de m. brachialis wanneer je je optrekt aan een horizontale staaf.
KOV2: Bespreek of teken centrum tendineum van het diaphragma.
KOV3: Bespreek of teken atlas.
KOV4: Bespreek of teken de handwortel.
KOV5; Bespreek of teken de plexus cervicalis
GOV : Bespreek anatomie, functie en bezenuwing van de schuine buikspieren
tekening: regio glutea met de spieren, zenuwen en arteries die uit hun foramen komen.

Reeks B

KOV1: Bespreek de hefboom van m. iliopsoas wanneer je tegen een bal shot.
KOV2: Bespreek of teken de meniscus lateralis.
KOV3: Bespreek of teken een lumbale wervel.
KOV4: Bespreek of teken de tweede laag van de voetzool.
KOV5: Bespreek of teken het verloop van de a. ulnaris.
GOV: Bespreek anatomie, functie en bezenuwing van m. triceps brachii.
TEKENING: mediaal compartiment bovenbeen

Reeks C

KOV1: bespreek hefboom van m. quadriceps femoris wanneer je met je teen tegen een bal shot
KOV2: bespreek of teken carpal tunnel
KOV3: bespreek of teken wervel T6
KOV4: bespreek anatomie van of teken plexus brachialis
KOV5: bespreek of teken het verloop van de a. radialis
GOV: geef anatomie, bezenuwing en functie van de oppervlakkige laag van de spieren in het voorste compartiment van de voorarm
Tekening: voorste compartiment onderbeen p632 GRAY’S

Reeks D

KOV1: Bespreek de hefboom in het glenohumeraal gewricht bij contractie van m. pectoralis maior.
KOV2: Bespreek of teken het triangulair interval.
KOV3: Bespreek of teken C2.
KOV4: Bespreek of teken plexus brachialis.
KOV5: Bespreek of teken m. palmaris longus.
GOV: Bespreek de anatomie, functie en bezenuwing van de spieren van het middenste en diepe compartiment van de voorarm.
TEKENING: Voorste compartiment bovenbeen: GRAY’s p. 604

Examen 2015-2016

G. Open vragen:

A. Bespreek de  anterieure oppervlakkige spieren van de voorarm
B. bespreek de anatomie, bezenuwing en de functie van de m. triceps brachii
C: Bespreek de Rotator Cuff
D: bespreek de diepe en middenste spierlaag van het anterieur voorarmcompartiment

K. Open vragen (5kleine vragen per reeks)

1. tegen een voetbal shotten met de tippen van je tenen, musculus quadriceps wordt aangespannen, welke hefboom
2. bespreek of teken carpal tunnel - Cursus p. 146 - 147
3. bespreek of teken lumbale wervel L4 - Cursus p. 28 - 29
4. bespreek of teken plexus cervicales - cursus p. 44 - 45
5. bespreek of teken verloop arteria ulnaris
6. bespreek of teken het verloop van de a. brachialis
7. teken of bespreek de anatomie van de atlas
8. teken of bespreek de anatomie van de meniscus lateralis van de knie
9. teken of bespreek de anatomie van 2de laag van de spieren van de voetzool
10. een voetballer shot tegen bal: soort hefboom schematisch bespreken (van de m iliopsoas)
11. tennisser slaat met forehand op bal. Contractie m. Pectoralis maior. Bespreek hefboom
12. bespreek triangulair interval
13. bespreek wervel T9
14. bespreek de plexus brachialis
15. a. Radialis verloop bespreken

Meerkeuze:

1. welke processus behoort niet tot een thoracale wervel

A. Processus accessorius
B. processus spinosus
C. processus articularis inferior
D. processus articularis superior

2. Welk vlak verdeelt in linker en rechter deel

A. Sagitaal
B.mediaal
C.transversaal
D.coronaal

3. Welke spier behoort niet tot intrinsieke rugspieren

A. M. serratus posterior inferior
B. iliocostales
C. m. rectus capitis posterior maior
D. semispinalis

4. Welke zenuw bezenuwt de m. gracilis

A. n. obturatorius
B. n. femoralis
C. n. gracilis
D. n. peroneus communis

5. Welk van de volgende is een cartilagineus gewricht?

A. Symphyse
B. Synostose
C. Syndesmose
D.Syntedinose

6. Bezenuwing tepel

A. T4
B. t5
C. t6
D. t2
E. T3

7. Welke spier wordt niet bezenuwd door n. medianus

A. Flexor digiti minimi brevis
B. opponens pollicis
C. pronator teres
D. flexor pollicis brevis

8. Welk ligament loopt tussen arcus vertebrae

A. Ligamenta flava
B. Ligamentum longitudinale anterius
C. ligamentum alaria

9. Wat loopt niet door fossa axillaris

A. m. teres major
B. m. coracobrachialis
C. laterale fasciculus van de plexus brachialis

10. Hoe heet de anatomische structuur tussen de origo van de m. gluteus maximus en m. gluteus medius

A. Linea glutea posterior
B. linea glutea anterior
C. linea glutea inferior
D. linea glutea superior




Examen 2014-2015

Reeks 1:

Grote open vraag:

Bespreek de anatomie, functie en bezenuwing van de bekkenbodem. Bespreek tevens ook welke spieren de continentie bevorderen en waarom.

Tekening: anterieur compartiment bovenbeen.

Korte open vraag:

1. Bespreek de ligamenten van het heupgewricht.

2. Bespreek de plexus brachialis tot en met de fasciculi (een tekening kon handig zijn stond erbij)

3. Bespreek de anatomie van de m. triceps brachii

4. Leg uit waarom bij contractie van de rechter musculus sternocleidomastoideus het gelaat naar links zal draaien.

5. Bespreek de mediale okselpoort en kort de structuren die er doorheen lopen.

Multiplechoice:

1. Welke snede verdeelt het lichaam in een voorste en achterste deel?

A) Sagittaal

B) Axiaal

C) Coronaal.

D) Transversaal

E) Mediaal

2. Welk bot is geen plat bot?

A) Maxilla

B) Ala ossis illii

C) Os parietale

D) Os occipitale

E) Sternum

3. Wat hoeft men NIET te doen om de stabiliteit te verhogen bij het opvangen van een zware bal?

A) Voeten spreiden

B) Lichaam naar voor buigen

C) Lichaam zijwaarts buigen.

D) Schoenen met spikes aandoen

E) Door de knieën buigen

4. Welke spinale zenuw bezenuwt sensorisch de navel?

A) T10.

B) T11

C) T12

D) L1

E) L2

5. Tussen welke 2 structuren ligt de intercostaalbundel?

A) musculus intercostalis externus en internus

B) musculus intercostalis externus en intimus.

C) musculus intercostalis internus en intimus

D) musculus intercostalis intimus en endothoracale fascia

E) endothoracale fascia en pleura parietalis

6. Welke spier behoort niet tot de strap muscles?

A) m. thyrohyoideus

B) m. omohyoideus

C) m. laryngothyroideus.

D) m. sternohyoideus

E) m. sternothyroideus

7. Welke spier wordt door de n ulnaris bezenuwd ?

A) m. abductor digiti minimi.

B) m. pronator teres

C) m. pronator quadratus

D) m. flexor digitorum superficialis

E) m. opponens pollicis

8. Welke structuur ligt tussen de m. gluteus minimus en medius?

A) linea glutea inferior

B) linea glutea superior

C) linea glutea anterior.

D) linea glutea posterior

E) linea glutea media


Reeks 2:

Hoofdvraag: bespreek pronatie en supinatie en bespreek de anatomie van alle structuren die betrokken zijn (m. pronator teres, pronator quadratus, anconeus, supinator, biceps femoris)

Korte open vragen:

1) Leg uit: synergistische spieren en geef een voorbeeld.

2) Wat is een tweedegraadshefboom en geef een voorbeeld (niet dat van de teenstand).

3) Bespreek de anatomie van de a. ulnaris.

4) Bespreek de anatomie van het heupgewricht.

5) Bespreek de anatomie (inclusief de innervatie) van de m. semimembranosus.

Tekening: Rug met 10 structuren aangeduid: waaronder m. splenius capitis, sutura lambdoidea, m. teres maior, fossa olecranon, linea nuchae superior (of os occipitale), crista iliaca, foramen obturatum, m. levator scapulae, symphysis pubis, acromion

Meerkeuzevragen:

1) Hoe noemt het vlak dat het lichaam in een linker en rechterhelft verdeelt?

A. mediaan.

B. mediaal

C. sagittaal

D. transversaal

E. frontaal

2) Waar hecht de achterste kruisband aan?

A. posterieur area intercondylaris.

B. op laterale condyl

3) Welke structuur bevindt zich in de suboccipitale driehoek?

B. a vertebralis.

4) Welke spier wordt niet door de n. obturatorius bezenuwd?

A. m. psoas maior.

B. m. obturatorius externus

5) Welke spier wordt door de n. radialis bezenuwd?

A. brachioradialis.

6) De overgang van het klein naar het groot bekken wordt aangeduid met?

A. linea terminalis.

7) Uit welke takken komt de n. genitofemoralis?

A. T12 en L1

B. L1 en L2.

C. L2 en L3

D. L3 en L4

8) Welkespier vormt de mediale wand van de trigonum lumbale

A. latissimus dorsi.

B. trapezius

C. obliquus externus abdominis

D. semispinalis


9) Welke structuur ligt niet in de fossa axillaris

A. a. subclavia

B. a. cx humeri posterior

C. posterieure fasciculus van plexus brachialis

D. m. teres maior.

10) Welke beweging doe je als de handpalm naar ventraal draait?

A. supinatie.

B. pronatie

C. abductie

D. endorotatie

Examen 2013-2014

grote open vraag:

1) Bespreek de anatomie, functie en bezenuwing van de spieren die je nodig hebt om recht te staan vanuit hurkzit.

2) Je hebt een prop papier van 5cm in je hand vast. Je elleboog staat onder een hoek van 90° en de hand wijst naar boven. De prop ligt in de handpalm en je omknelt deze met je vingers. Bespreek de spieren, hun functie en innervatie, die actief zijn. De spieren enkel van onder de helft van de humerus.

kleine open vragen:

1) Bespreek de laterale okselpoort en zeg welke structuren erdoor lopen.

2) Bespreek de femorale driehoek en zeg welke bloedvaten erdoor lopen.

3) Leg de 3e wet van Newton uit en geef een voorbeeld (niet dat uit de cursus.

4) Geeft het verloop en bezenuwing van de m. obliquus capitis posterior superior.

5) Leg uit wat sesamoid beentjes zijn en geef een voorbeeld.

6) Bespreek de anatomie van de nervus phrenicus.

7) Bespreek de anatomie van het temporomandibulair gewricht.

8) Bespreek de anatomie van de fascia clavipectoralis en ook kort de structuren die deze fascia omvat.

9) Bespreek een derdegraadshefboom en geef een voorbeeld. Dit voorbeeld mag niet de elleboog zijn.

10) Bespreek de anatomie van de m. obliquus internus abdominis en ook de innervatie.


meerkeuze vraag:


1. Welke zenuw komt niet uit de Lumbale plexus

a) n. obturatorius

b) iliohypogasticus

c) genitofemoralis

d) cutaneus femoris posterior


2. Welke spier vormt de mediale wand van de trigonum lumbale

a) latissimus dorsi

b) trapezius

c) obliquus exterunus abdominis

d) semispinalis

3. Welke doorsnede deelt het lichaam in voorste en achterste deel

a) axiaal

b) transversaal

c) sagitaal

d) frontaal

e) mediaal

4. Waarop hecht de voorste kruisband aan

a) facies poplitea femoris lateraal

b) eminentia intertubercularis lateraal

c) anterieur area intercondylaris

d) in fossa intercondylaris op de mediale condyl

e) pes anserinus

5. In welke spier bevindt hiatus adductorius zich?

a) m. adductor magnus

b) m. adductor longus

c) m. adductor longus

d) m. obturatorius externus

6.Welke wervel heeft de grootste massa?

a) C6

b) axis

c) T4

d) atlas

e) L3

7. Hoe noemt de beweging naar de mediaanlijn toe?

a) flexie

b) extensie

c) adductie

d) abductie

e) retroflexie

8. Tot welk bot behoort de ala magna in de hersenen?

a) os temporale

b) os occipitale

c) os parietale

d) os sphenoidale

e) os frontale

9. Wat vormt het dak van het lieskanaal?

a) lig inguinale

b) lig lacunare

c) falx inguinalis

d) pecten ossis pubis

Herexamen 2013-2014

grote open vraag: Bespreek alle structuren van het laterale compartiment van het onderbeen

kleine open vragen:

1. Leg de rotatorcuff uit

2. Leg het begrip stabiliteit uit en leg uit hoe een bokser zijn stabiliteit kan verhogen.

3. Leg uit: wat is een metafyse + geef een voorbeeld

Examenvragen van de voorbije jaren

Anatomie (jaarvak): (2 examenreeksen)

Grote vraag: (/5)

1) Bespreek de flexoren van de knie. (met bezenuwing en bevloeiing)

2) Je staat recht vanuit hurkzit: bespreek de functie, antomie en bezenuwing van alle spieren die je gebruikt.

3) Bespreek alle intrinsieke handspieren


Kleine open vragen: (/5)

1) Wat is een tweebuikige spier + vb?

2) Bespreek lacuna musculorum en de structuren die erdoor lopen.

3) Bespreek de sensoriele bezenuwing van het bovenste lidmaat.

4) Bespreek de mimische spieren rond de mond.

5) Bespreek de bevloeiing van de vingers.

6) Wat is een diafyse +vb?

7) Geef anatomie, bevloeing en bezenuwing van m. obliquus capitis superior

8) Bespreek de femorale driehoek.

9) Bespreek de laterale okselpoort

10) Wat zijn sesamoïd beentjes?

11) Bespreek de n. musculocutaneus

12) Bespreek het triangulair interval

13) Bespreek de anatomische snuifdoos

14) Bespreek de uitsteeksels van een lumbale wervel

15) Wat is een synostose? Geef een voorbeeld.


Meerkeuzevragen (10): (/5)

1) Welk vak deelt een lichaam in een voorste en achterste deel?

2) Welk van deze zenuwen ontstaat niet uit de plexus cervicalis? occipitalis minor, occipitalis maior, radix superior ansae cervicalis, phrenicus en transversum colli

3) Wat is de functie van de m. anconeus?

4) Welke spier behoort niet tot de thenarspieren?

5) Welke spier behoort niet tot de m. erector spinae?

6) Welke spier initeert abductie van de arm?

7) Een voetballer komt na een sprong neer op zijn rechterbeen, blijft met zijn studs in het gras steken en maakt met zijn romp torsie naar rechts. Welke gewrichtsband maakt het meeste kans om te scheuren?

8) Welke van deze stellingen is waar? (4 of 5 stellingen over het lieskanaal)

9) Welke van deze arteries is geen aftakking van de a. femoralis?

10) Hoe heet de insertio van de spieren van het diafragma?

11) Welk vak deelt een lichaam in een linker- en rechterdeel?

12) Welk lig. verbindt de verschillende corpus aaneen?

13) Welke spier maakt geen deel uit van de diafragma pelvis?

14) Wat is de spil waarrond de draaiing van het hoofd gebeurt?

15) Wat vormt de bodem van het lieskanaal?

16) Welke spieren begrenzen de intercostaalbundel?

17) Hoe heet de beweging weg van het mediane vlak?

18) Welk van de volgende plexi wordt niet gevormd door de spinale zenuwen? Plexus cervicalis, plexus thoracis, plexus lumbalis, plexus sacralis

19) Door welk soort kraakbeen wordt een synovial gewricht bekleed?

20) Waar hecht de fascia thoracolumbalis niet op aan?

21) Welke wervel draagt een fovea costalis superior? (atlas, axis, C, T, L)

22) Hoe noemt men een vlak dat het lichaam in een boven en onderhelft verdeelt


Tekening: benoem de aangeduide delen: (/5)

Tekening: p. 434 in Grays

Tekening: p. 742 in Grays

Tekening: de voorvlakte van de dij + heup zonder m. quadriceps (aductoren, gracilis, a femoralis, lig inguinale, m psoas major,...)


Spiertabellen

openingen_voor_vaten_en_zenuwen

zenuwen_arm

zenuwen_onderbeen

anatomie1112

Examenvragen '12 - '13

Eerste reeks

Meerkeuze

1) Hoe noemen we een vlak dat het lichaam in een linker en rechterhelft verdeelt?

A: mediaal vlak

B: sagitaal vlak

C: mediaan vlak

D: axiaal vlak

E: frontaal vlak


2) Welke structuur is niet aanwezig op rib 1:

A: facies articularis tuberculi costae

B: crista capitis costae

C: os costale

D: tuberculum musculi scaleni anterioris

E:...


3) Welke beweging gebeurt er in het glenohumeraal gewricht, wanneer we de armen van ons lichaam wegbrengen en de handpalmen naar voor/boven draaien?

A: Abductie en exorotatie

B: adductie en supinatie

C: abductie en supinatie

D: circumductie en...

E: ...


4) Welke zenuw innerveert m. extensor pollucis brevis?

A: n. ulnaris

B: n. medianus

C: n. axillaris

D: n. radialis

E: ...


5) Welke vene behoort niet tot het oppervlakkig veneus systeem?

A: Vena cephalica

B: Vena basilica

C: Vena mediana cubiti

D: Vena brachialis

E: Vena saphena accessoria

6) Uit welke takken ontstaat de n. genitofemorlalis?

A: L1-L2

B: L2-L3

C: L3-L4

D: L4-L5

E: ...

7) Welke spier maakt geen deel uit van de rotator cuff?

A: m. supraspinatus

B: m. infraspinatus

C: m. teres major

D: m. teres minor

E: m. subscapularis

Kleine open vragen

1) Bespreek de anatomie, functie en bezenuwing van m. sternocleidomastoideus.

2) Wat is een intermusculair septum? Geef een voorbeeld.

3) Bespreek de anatomie van m. deltoideus (+functie en innervatie) en leg schematisch uit waarom hij de abductie van de arm in het glenohumerale gewricht niet kan initiëren.

4) Hoe komt het dat extensie in de heup beperkter is dan flexie? Geef ook de structuren die hiervoor zorgen.

5) Bespreek de anatomische snuifdoos


Tekening

Tekening 7.55 op p707 in Gray's:

M. scalenus medius

tuberculum maius

n. cutaneus antebrachii lateralis

n. ulnaris

m. intercostalis externus

m. serratus anterior

a. subclavia

m. latissimus dorsi

caput longum van m. biceps brachii


Grote open vraag

Bespreek de anatomie en functie van de bekkenbodemspieren. Leg tevens uit waarlangs zenuwen en bloedvaten voor het perineum het bekken verlaten.


Tweede Reeks

Meerkeuzevragen

1) Hoe heet het vlak dat het lichaam in een voorste en achterste helft verdeelt?

A: sagittaal vlak

B: coronaal vlak

C: transversaal vlak

D: mediaan vlak

2) wat is de juiste oorsprong van de nervus pudendus?

A: S3-S5

B: S1-S3

C: S2-S4

D: L4-S2

3) Welke spier maakt geen deel uit van de m. erector spinae?

A: m. longissimus capitis

B: m. iliocostalis thoracis

C: m. splenius capitis

D: m. spinalis cervicis

4) Welke spier maakt geen deel uit van het diaphragma pelvis?

A: m. pubococcygeus

B: m. coccygeus

C: m. puborectalis

D: m. obturatorius internus

5) Welk soort gewricht behoort niet tot de vaste gewrichten?

A: synostose

B: synchondrose

C: synoviaal gewricht

D: sutuur

6) Hoe heet de beweging waarbij een lidmaat naar de mediaanlinie van het lichaam wordt bewogen?

A: adductie

B: abductie

C: retroflexie

D: flexie

Tekening

p. 573 Gray's

A: m. gracilis

B: m. adductor longus

C: ligamentum inguinale

D: m. psoas maior

E: m. iliacus

F: lig. collaterale fibulare

G: m. adductor magnus

H: a. femoralis

I: m. sartorius

J: crista iliaca

Korte open vragen

1) Bespreek de anatomie van de atlas

2) Bespreek de anatomie van de laterale okselpoort en de structuren die hierdoor lopen.

3) Bespreek de origo van het diaphragma.

4) Bespreek de arteriële bevloeiing van de voetzool.

5) Leg het verschil uit tussen flexie en oppositie van de duim.

Grote open vraag

Leg uit welke bewegingen er in welke gewrichten plaatsvinden tijdens pronatie en supinatie in de voorarm. Bespreek tevens de spieren die voor deze beweging verantwoordelijk zijn.


Herexamen

Meerkeuzevragen

Korte open vragen

1) Bespreek de functie van de m. pterygoideus lateralis

2) Bespreek de carpus

3) Bespreek de hamstrings (functie, innervatie, origo, insertio)

4) Bespreek de m. biceps brachii

5) Bespreek de menisci van de knie


Grote open vraag

Bespreek de oksel.