Antropologische thema's uit de hedendaagse wijsbegeerte (E04Y0A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Bij het voltooien van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om:

  • kritisch na te denken over de basisaspecten van de menselijke bestaansconditie die behandeld worden in de cursus en de morele implicaties ervan.
  • de wetenschappelijke kennis van de geneeskunde in een breder filosofisch perspectief te plaatsen.


Examenvorm

Het examen bestaat uit 4 open vragen die het geheel van de cursus bestrijken. Je moet kunnen tonen dat je de thema's hebt begrepen en dat je inzicht hebt in de onderlinge verbanden. Er wordt geen letterlijke reproductie vereist. Elke vraag staat op 5 punten.


Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)

- Professor Moyaert zet de cursus online.

- De lessen zijn interessant om goede voorbeelden te hebben bij de abstracte leerstof.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Examenvragen Filosofie Januari 2012 reeks 1:

Filosofie examenvragen + antwoorden 

Dit zijn de samenvattingen van in de dropbox

- Hfd 1
- Hfd 2
- samenvatting H3
- Hfd 4
- File:Agressie, woede en haat (hfdst2) Wijsbegeerte 2015-16.docx - Dit is een studentencursus van "Hoofdstuk 2. Freud over agressie als zelfstandige drift en het verschil tussen woede en haat." waarvan er op dit moment (2/07/2016) nog geen cursus door professor Moyaert zelf beschikbaar is.


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen)

Examenvragen 2017-2018

Vraag 1

a) Genot kan inhoudelijk beter worden. Leg deze stelling uit + voorbeeld
b) Volgens Plato kan genot inhoudelijk niet beter worden. Leg uit.
c) Lacan zegt dat de waarheid het onderwerp kan zijn van Jouissance. Leg deze samenhang uit en illustreer met een  voorbeeld. 

Vraag 2

a) Volgens Freud is je geweten een weerspiegeling van je eigen agressie. Leg uit. + geef de argumenten die Freud hiervoor gebruikt
b) Hoe kan haat uit woede voortkomen?

Vraag 3

a) Volgens de visie van Socrates (Diotima) is Eros nostalgisch. Hoe kan dit?
b) Persoon-zijn in psychologische en metafysische zin. Leg uit. En wat heeft dit te maken met barmhartigheid?

Vraag 4

a) Expressivisme heeft als symbooltheorie 3 grote fouten, leg bondig uit.

Vraag 5

a) Hoe is eidetische psychiatrie beter dan empirische psychiatrie? Leg dit uit aan de hand van schizofrenie
b) Bij de paranoia is er een duidelijke scheiding tussen binnen en buiten. Bij de schizofrenie niet. Leg uit.


Examenvragen 2016-2017

Vraag 1

a) Op welke manier is Lacan’s Jouissance kritiek op de visie van Plato?
b) Volgens Aristoteles kan genot beter worden in zijn soort. Wat betekent dat en leg hoe dat volgens hem kan in de door hem gegeven visie?

Vraag 2

   a) Welke kritiek geeft Jung over ‘seksualiteit volgens Freud’. Geef een voorbeeld
   b) Welke argumenten gebruikt Freud om zijn stellingen te verdedigen? Hoe sterk zijn deze? 
   c)  Hoe legt Freud de interesse voor geslachtsgemeenschap uit? Leg uit

Vraag 3

(a) Geef de argumenten waarmee filosofen menslievendheid rationeel proberen te verantwoorden. (Daar kwam de vraag op neer) (dat gaat over de vergelijking tussen mensen en dieren en zo). 
(b) Leg uit waarom deze stelling moreel moeilijk aanvaardbaar is 
(c)Leg uit dat een eigennaam een zeer sterk belichaamd symbool is. 

Vraag 4

(a) Agressiedrift is voor Freud een oorspronkelijke en zelfstandige drift. Leg uit.
(b) Hoe vormt de studie van het geweten een leidraad voor agressie als oorspronkelijke en zelfstandige drift?


== Examenvragen 2015-2016 ==

1.1 Volgens Freud is genot een ontologische perfectie en geen morele. Leg uit.

1.2 Door gewaarwording kan genot [iets in de stijl van minder goed zijn].

1.3 Genot kan beter worden in zijn soort, hoe komt dit?


2.1 Hoe kunnen we barmhartigheid zien in de seculiere wereld?

2.2 Wat is volgens Kierkegaard barmhartigheid?


3. Over byzantijnse iconen:

3.1 Wat maakt ze relikwieën?

3.2 Hoe toepassen op de spiritualiteit in de orthodoxe kerk?

3.3 Verklaar dit aan de hand van hoe deze icoonschilderingen tot stand komen.


4.1 Wat is het verband tussen doodsdrift en de wetten van Newton?

4.2 Melancholie is een zelfstandige agressiedrift. Waarom?

Examenvragen 2014-2015

1.1 Wat is Plato's negatieve beoordeling van lust?

Plato: Lust is een ontologisch mindere werkelijkheid. Wie zijn deur open zet voor lust omdat hij denkt dat het goed is, zet laat tegelijk ook ruimte voor een slechte oneindigheid: Lust kan zichzelf niet begrenzen! Wanneer iemand steeds weer de lust wil opzoeken, moet hij steeds de overgang maken van gemis naar opvulling, van leeg naar vol. Deze moet ook steeds groter zijn om een "verzadigend" effect te hebben, dus moet men steeds meer en harder lijden voor men lust kan ervaren. Bovendien kan men dan ook zelf de grens niet meer trekken in wat goed is voor zichzelf of voor de andere: Hetgene dat ons aantrekt in genot is het opwindende en niet het goede (dat is waar men in de fout gaat). Zo zijn er talrijke voorbeelden van mensen die overmatig drinken of drugs gebruiken om genot te beleven, maar tegelijk zichzelf de dieperik in werken.

1.2 Hoe die samenhangt met zijn ontologie?

Is een mindere werkelijkheid omdat: -is tijdelijk van aard, een vluchtige werkelijkheid. Dingen met een hoge werkelijkheidswaarde doorstaan de tijd (bijv. vriendschap) -bestaat niet zonder zijn tegenhanger ( geen lust zonder hetgeen dat gemist wordt) -…

2.1 Waarom is de neergaandee fase bij mystiek het scharniermoment?

De Nacht brengt iets tot stand wat een individu op zichzelf niet kan, ze zorgt voor het einde van verlangens en voor de dood van het 'ik'. Zo wordt de ziel gezuiverd, en kan men zich volledig overgeven aan God. Tijdens de nacht ervaar je dat je tot niets meer in staat bent, en zo wordt de zuiverig van het 'ik' vervolledigd. Zonder het beleven van de Nacht, zal men nooit tot de hogere gebedsvormen van de mystiek kunnen komen.

2.2 Hoe kan je in spirituele zin naastenliefde verklaren?

- Alles wat je hebt is geschonken door God. Deze schuld kan je nooit vereffenen maar je kan het wel proberen door meer te doen dan er van je verwacht kan worden, bijv. vijandliefde - God heeft een uitzonderingspositie en er blijft een onderscheid tussen god en je naaste. God kan dingen vragen die niemand anders kan vragen. Wanneer god sterft wordt je naaste de nieuwe god die je lief kan hebben. Dit schept geruststelling.

3.1 In welke zin stemmen ontwikkelingspsychologie en IS overeen betreft symboolhandelingen?

3.2 Waarom zijn iconen bij sommige christenen niet verboden en is jaloezie geen motief?

God is mens geworden en dus niet meer onzichtbaar → God is zichtbaar. Door dit feit is vrees voor jaloezie geweken. Want we hebben Christus gezien → we moeten dus geen gebruik maken van vreemde afbeeldingen (die de jaloezie van God kunnen aanwakkeren)

3.3 Waarom zijn iconen bij sommige christenen wel verboden?

Volgens sommigen is deze intimiteit onverenigbaar met het verheven karakter van de goddelijke werkelijkheid. Het beeldverbod staat garant voor de niet aanraakbaarheid van God. Je mag God niet afbeelden betekent je mag Hem niet aanraken

4.1 In welke zin illustreert de melancholie Freuds opvatting van doodsdrift?

Melancholie bestaat uit een neiging om te blijven hangen in het verlorene, in het verleden. Het neigt om niet mee te gaan met de tijd, om stil te staan, om een inerte viskeuze massa te worden in de reis der tijd. Het voegt een ondraaglijk gewicht toe aan het leven van de melancholicus; een gewicht dat vertraagt. Hierin lijkt melancholie erg op de doosdrift, die het leven van het prille begin verzwaart. De doodsdrift werkt beweging ook tegen en blijft ook hangen. Melancholie is dus een goed voorbeeld dat aantoont dat er krachten binnenin het individu zijn die de beweging, de stroom van energie, het leven tegenwerken.

4.2 In welke zin illustreert de melancholie het bestaan van een zelfstandige agressiedrift?

Freuds argumentatie voor het bestaan van een zelfstandige agressiedrift is gebaseerd op observaties van disproportioneel geweld, wreedheid die niet in verhouding staat. Melancholische zelfverlaging ligt in het verlengde van hoe het Ik spontaan reageert op negatieve kritiek op x waarmee het Ik diep verbonden is. Hoe meer je je vereenzelvigt met x, hoe meer negatieve kritiek op x onvermijdelijk op jezelf overslaat. Dit is natuurlijk een algemeen menselijke neiging, maar in de melancholie treedt deze neiging uitvergroot op de voorgrond. Er is volgens Freud ook geen evenredigheid tussen de mate van zelfverlaging en haal reële gegrondheid. In de melancholie sleurt het niets van het object het Ik mee. Een melancholische drifdispositie bezwaart het lichaam dodelijk en drukt het neer en doet het één worden met het verlorene. Uit de reactie blijkt dat er meer agressie vrijkomt dan nodig (gepast) is. De vrijgekomen agressie kan dus niet afkomstig zijn van datgene waarop je reageert. De actuele agressie moet dus nog een andere oorsprong hebben dan de gebeurtenis waarop ze reageert. Die andere oorsprong lokaliseert Freud in een ´zelfstandige agressiedrift`.



Examenvragen '12-'13

Reeks 1

1.

  • Hoe ziet Freud het individu?
  • Leg uit hoe hij hierover nadenkt vanuit seksualiteit als model.
  • Leg het individu uit aan de hand van de neurose en de psychose

2.

  • Volgens Aristoteles bestaat genot met meer inhoud. Leg uit.
  • Welke kritiek heeft Aristoteles op Plato?

3.

  • Het Jodendom is een monolatrie en geen monotheïsme. Leg uit.
  • Waarom beschouwen beeldvriendlijke kervaders iconen als relikwieën?
  • Leg de gelijkenis uit tussen foto's en iconen.

4.

  • Geef de 2 mogelijkheden hoe de seculiere wereld naastenliefde verstaat en evalueer ze.


Reeks 2

1.

  • Volgens Aristoteles bestaat er genot met meer inhoud. Wat geeft dat genot meer inhoud en waarom?
  • Sommige filosofen zeggen dat genot moreel neutraal is. Leg uit.
  • Volgens Augustinus is genot moreel niet neutraal. Waarom niet?

2.

  • Volgens Freud moet je seksualiteit in een ruimere betekenis zien. Leg uit en illustreer met een voorbeeld.
  • Welke argumenten geeft Freud hiervoor.

3.

  • Waarom is liefde moeilijk te verstaan als er geen verlangen is?
  • Wat is het verschil tussen Agapè en Eros?

4.

  • Jaloezie is in het Jodendom het motief voor beeldverwerping. Leg uit.
  • Waarom kan je in het christendom beeldverwerping niet verstaan vanuit jaloezie?
  • Waarom vinden beeldvijandige kerkvaders het contact met beelden oneerbiedig?