Epidemiologie (E07I8A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Kennis en inzicht in de epidemiologie zijn van fundamenteel belang voor iedereen die beroepshalve met ‘gezondheid’ te maken heeft. Dit is in de eerste plaats nodig om medische vakliteratuur kritisch te kunnen lezen. De hoofddoelstelling van dit vak is het verwerven van de kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het kritisch beoordelen en opzetten van de methodologische aspecten van gezondheidswetenschappelijk onderzoek. Terwijl in het vak Biostatistiek de nadruk ligt op het gebruik van statistische methodes om gegevens te analyseren, zal de nadruk hier liggen op de keuze van het studiedesign en het interpreteren van associatiematen die worden gebruikt in de epidemiologie. Aandacht zal worden besteed aan: · basale ziektefrequentiematen en associatiematen voor het verband tussen ziektedeterminanten en ziekteverschijnselen · de opzet van een klinische studie, een cohortonderzoek en een patiënt-controle onderzoek · validiteit en betrouwbaarheid · het causaal interpreteren van verbanden tussen risicofactoren en gezondheid. · het integreren van biologische metingen, genetische variatie en externe factoren in epidemiologisch onderzoek


Examenvorm

Deels theorie vragen (20-30%) maar voornamelijk vragen vanuit een wetenschappelijk artikel waarbij interpretatie van epidemiologische methoden het uitgangspunt is. Verder maken de studenten een werkstuk dat voor 30% meetelt, dit omvat een meta-analyse.


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Sjabloon:Epidemiologie (E07I8A)/bestanden


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

het waren 7 vragen in totaal en een bijgevoegd artikel. De eerste 4 vragen waren van toepassing op het artikel:

  1. Hill criteria toepassen op artikel
  2. Effect modificatie uitleggen en voorbeeld vanuit artikel aanhalen
  3. Kan leeftijd van moeder een confounder zijn. Beargumenteer via tabellen uit artikel
  4. Wat is populatiestratificatie. Is dit een probleem in dit artikel?
  5. Welke term/factor drukt het risico uit op populatie niveau
  6. Epidemiologische studies hebben een bepaalde hiërarchie. Waar zou je populatie-interventies plaatsen en waarom? Geen een voorbeeld
  7. Is een cohort studie per definitie beter om gen-omgevingsinteracties te onderzoeken dan patiënten-onderzoek? Beargumenteer.

Examen 14-15

15/06/2015

Artikel ‘Association of Nut Consumption with Total and Cause-Specific Mortality door Bao, Jilia Han,... De eerste 4 vragen gaan hierover 1) Er zijn enkele kenmerken voor oorzakelijkheid, beschreven door Hill. Pas deze toe op dit artikel. 2) Is alcohol een confounder volgens jou? Bespreek dit aan de hand van de tekst. 3) Wat is populatie-stratificatie. Bespreek of dit een rol speelde bij de resultaten uit het artikel. 4) Wat is effect modificatie. Geef een voorbeeld uit de tekst.

5) Men doet een studie naar voedingsgewoonten en polymorfismen bij een grote steekproef (500 mensen). Welke ruis kan voorkomen en hoe zouden deze het resultaat kunnen beïnvloeden?

6) Acute en chronische effecten van blootstelling kunnen samen een invloed hebben op een ziekte. Leg uit waarom dit zo is en geef een voorbeeld. Geef 2 studies die deze effecten kunnen bestuderen.

7) De overheid maakt een budget vrij voor een grootschalige studie waarin meerdere studie-organisaties zullen deelnemen. Het doel is om biomarkers te detecteren in vroege stadia van chronische ziekten. Jij zit in het comité voor de opzet van de studie. Welk studiedesing zou jij voorstellen en waarom?

8) Hill stelde enkele criteria voor causaliteit op. Bespreek heel kort hoe deze tot stand kwamen.

9) Oefening. We kregen data over een case-controle studie over de nabijheid van een snelweg (opgedeeld in 4 categorieën) en dan werd er volgende vraag gesteld: Hoeveel % van de hart -en vaatziekten konden vermeden worden als iedereen uit de hoogste categorie van blootstelling


Examen 17-18

1. Geef een studiedesign om het verschil in effect van hittegolven in stedelijke gebieden en landelijke gebieden te bestuderen.

2. Wat is de reactive pathway en hoe is de invloed hiervan verschillend bij patiënt-controle onderzoek en een cohort studie.

3. Je kreeg een figuur met in de y-as het verschil in CREA (maat voor microcirculatie) voor een 20% kortere telomeerlengte en je zag dat deze afnam met een toenemende BMI. In de legende werd ook vermeld dat er in de modellen corrigeert was voor onder andere BMI. Je moest deze figuur kort en bondig interpreteren.

4. Je kreeg een artikel:

a) hoeveel % van de sterftes kan vermeden worden indien mensen die meer dan 35 alcoholische dranken per dag consumeren naar de groep van onder de 10 zouden gaan.

b) Alcohol inname wordt gemeten aan de hand van zelfrapportering, hoe kan dit de studie uitkomst beïnvloeden?

c) Hoe zie jij de oorzaak-gevolg relatie in dit artikel? bespreek dit aan de hand van 3 Hill criteria.