Farmacologie (E06Y1A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Deel 1: Inleiding tot de farmacologie en begrippen van farmacokinetiek 1. Transport van farmaca over biologische membranen 2. Verdeling of distributie 3. Eliminatie 4. Farmacokinetiek 5. Farmacodynamiek 6. Toedieningsvormen 7. Farmacotherapie bij risicopopulaties 8. Acute intoxicaties

Appendix A: Ontdekking, ontwikkeling, evaluatie van geneesmiddelen

Appendix B: Naamgeving van geneesmiddelen

Appendix C: Het informeren van de patiënt

Appendix D: Het medisch voorschrift

Appendix E: Regulatoire aspecten

Appendix F: Farmacologische aspecten van antibioticagebruik


Deel 2: Transmissiesystemen in het perifeer en autonoom zenuwstelsel

1. Cholinerge transmissiesystemen

   Toepassing 1: Glaucoom
   Toepassing 2: Geneesmiddelen gebruikt bij luizen, schurft en teken

2. Adrenerge transmissiesystemen

  Toepassing 3: Geneesmiddelen gebruikt bij obesitas en centrale stimulantia

3. Dopaminerge transmissiesystemen 4. Serotoninerge transmissiesystemen


Deel 3: Geneesmiddelen die inwerken op het centraal zenuwstelsel 1. Farmacotherapie van affectieve stoornissen 2. Farmacotherapie van psychose en manie: antipsychotica en lithium 3. Farmacotherapie van epilepsie 4. Farmacotherapie van de ziekte van Parkinson en parkinsonisme 5. Farmacotherapie van andere bewegingsstoornissen 6. Skeletspierrelaxantia 7. Farmacotherapie van de ziekte van Alzheimer 8. Farmacotherapie van pijn 9. Hypnotica – Anxiolytica

Deel 4: Geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair stelsel 1. Diuretica 2. Farmacotherapie van hypertensie 3. Farmacotherapie van hartfalen 4. Farmacotherapie van angor 5. Farmacotherapie van hyperlipidemie 6. Geneesmiddelen in verband met bloedstolling 7. Farmacotherapie van voorkamerfibrillatie

Deel 5: Geneesmiddelen in verband met lokale regulatiesystemen en aanvullingen 1. Farmacotherapie van inflammatie 2. Farmacotherapie van allergische aandoeningen type I 3. Farmacotherapie van diabetes mellitus 4. Farmacotherapie en preventie van osteoporose 5. Farmacologische aspecten in de palliatieve en terminale zorg 6. Farmacotherapie in de oncologie 7. Farmacotherapie van het gastro-intestinaal stelsel


Addendum 1: Casusbesprekingen

Proffen: Casteels Maria-Reinhilde | De Nys Katelijne | de Hoon Jan

Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Mondeling Vraagvormen : Open vragen Leermateriaal : Geen

Elke student krijgt vier vragen, waarvan: - Eén "bespreek-vraag" van een onderdeel van de leerstof. - Eén casus met betrekking tot medicatiegebruik - Twee vragen bestaande uit verschillende onderdelen/topics die de student moet situeren, toelichten, verantwoorden.

De student legt bij één van de docenten het volledige pakket farmacologie af. Voor de schriftelijke voorbereiding krijgt de student 60 minuten. Nadien biedt hij/zij zich in een volgorde naar keuze aan voor het mondelinge examen bij de hem/haar toegewezen examinator. Er wordt één globaal cijfer gegeven voor het examen.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


- Begin hier goed op tijd aan! Vaak laten studenten dit vak in het 1e semester vallen wegens tijdsgebrek, maar begin in het 2e semester dan direct hiermee en laat het niet liggen. Het is echt superveel leerstof en alles kan bevraagd worden.

- Voor de klinische/interactieve lessen is het zeker handig om de leerstof al eens eens gelezen/gestuurd te hebben. Dan haal je veel meer uit deze lessen.

- De interacties tussen de verschillende geneesmiddelen zijn belangrijk.

- Het examen is volledig mondeling, naar het schriftelijke wordt niet gekeken. De proffen zijn sympathiek en zullen je op weg helpen en bijvragen stellen. Het duurt max 4 uur, als je klaar bent ga je naar beneden naar de prof om het af te leggen, daarna mag je vertrekken. Er worden geen namen op bord geschreven.

- 2 veelgestelde vragen als professor De Hoon twijfelt tussen een 9/20 en een 10/20 : (hij kan deze natuurlijk ook stellen wanneer je al meer dan 10/20 hebt...)

Belangrijkste bijwerking NSAID’s? Wat dien je allemaal toe bij een anafylactische shock?


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)


File:Farmacologie overzicht geneesmiddelen.docx[1]

Samenvattingen jaar 2014-2015

Samenvatting van appendices (met lesnotities): File:Overzicht_Farmaco.pdf

Overzicht per boek in excel (van andere wikimedica?): File:Overzicht Farmacologie juiste.xlsx

File:Farmacologie2.docx

File:Farmacologie3.xlsx

Alle medicijnen behalve van kanker en palliatie met klasse, gebruik, interacties, bijwerkingen en contra-indicaties: File:Farmacologie overzicht alle medicijnen zonder kanker 2015-2016.xlsx

Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examenvragen '15 - '16

Examen 1, 03/06/16, voormiddag, De Hoon en De Nys

1. Bespreek alle therapeutische mogelijkheden (aangrijpingspunt, werkingsmechanisme) voor de behandeling van diabetes mellitus type 2


2. Bespreek interacties:

a. alcohol en metronidazole

b. methadon en methylnaltrexon

c. paroxetine en tramadol

d. tetracyclines en strontiumranelaat

e. lamotrigine en orale contraceptiva


3. Casus: 70-jarige man met dyspnee, oedeem, matig congestief hartfalen

a. Welke behandeling schrijf je voor?

b. Patiënt ontwikkelt nu ook voorkamerfibrillatie: welke medicatie?

c. Patiënt ontwikkelt acuut longoedeem: welke medicatie?

d. Indomethacine voorschrijven bij deze man is geen goed idee - waarom niet?


4. Artikel: artikel over nieuwe atypische antipsychotica (LAIA’s). Vroeger bestaande langwerkende injecteerbare middelen 1x/maand, nieuw middel 1x/3maanden. Kijken naar compliance en tolerance

a. Alle farmacologische begrippen uitleggen: injectie >< oraal, langwerkend, halfwaardetijd, verdraagbaarheid,

Bijvraag: ‘Wat maakt de atypische antipsychotica atypisch?

Bijvraag: wat doe je om nieuw geneesmiddel op de markt te brengen? Bij welke instanties in Europa en in VS?

___________________________________________________________________

Examen 2, 03/06/16, namiddag, De Hoon en De Nys

1. Bespreek de bijwerkingen van NSAID’s aan de hand van hun werkingsmechanisme.


2. Verergeren volgende farmaca hartfalen?

a. Atenolol

b. een oraal antidiabeticum

c. captopril

d. dexamethason

e. nifedipine


3. Bespreek de volgende zinnen. (juist/niet juist)

a. De terugbetaling van weesgeneesmiddelen wordt op Europees niveau geregeld.

b. Cetirizine, omeprazol, selegiline werken als enzyme inhibitor

c. Kan het dat twee geneesmiddelen dezelfde biologische beschikbaarheid hebben maar een verschillende Cmax en Tmax?

d. Memantine, amitryptiline en carbamazepine worden gebruikt bij de behandeling van neuropathische pijn

4. Bespreek de volgende grafieken: http://i.imgur.com/qs960xb.png en http://i.imgur.com/3scqHh9.png (komen uit volgend artikel, voor de geïnteresseerden: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1409312#t=articleTop) Bij een onderzoekspopulatie werd 12 maanden na het plaatsen van een coronaire stent, aan de ene groep een placebo gegeven en aan de andere groep een geneesmiddel van dezelfde klasse als clopidogrel. De ene grafiek toonde een verschil in cumulatieve incidentie van het optreden van trombose en de andere grafiek in de cumulatieve incidentie van het optreden van cardiovasculaire en cerebrovasculaire incidenten. De patiënten waren in de eerste instantie tot 30 maanden na het plaatsen van de coronaire stent gevolgd en vervolgens nog eens 3 maanden extra. Voor de toevoeging van deze laatste periode (12-33 maanden) was het verschil tussen de behandeling met placebo en geneesmiddel minder significant dan in de andere groepen (p=0.02 vs p<0.001 in de andere 3 gevallen). Dit is te wijten aan het optreden van bloedingen veroorzaakt door het geneesmiddel.

___________________________________________________________________

Examen 3, 6/06/16, VM

1. Geef werkingsmechanisme + invloed werkingsduur van lokale anesthetica


2. Geef je bedenkingen:

a. Jongen van 17 met acne gaat naar Egypte en je geeft hem minocycline

b. Glazen buisje met VKA vullen met bloed, het bloed zal stollen

c. ASA’s hebben een lange werking op de aggregatie van bloedplaatjes, met die redenering kunnen we zeggen dat de halfwaardetijd meer dan 24 uur zal zijn

d. Sublinguale toediening gaat via de vena cava sup en zorgt voor een first pass effect waardoor de beschikbaarheid daalt

e. NSAID bij derde trimester baby geeft sluiten Botalli en induceert weeën


3. TDM nodig + bijkomende testen nodig?

a. Digoxine

b. Colchicine

c. Dabigatran

d. Fenytoïne

e. Metformine


4. Artikel efficaciteit anticholinergica vs botulinetoxine bij incontinente vrouwen http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23036134

___________________________________________________________________

Examen 4, 13/06/2016, VM

1. Bespreek beknopt de orale anticoagulantia.

Bijvragen: a. T1/2 van warfarin, acenocoumarol en fenprocoumon, welke is het langst?

b. Bij een halfwaardetijd van 3d, hoelang tot een steady state concentratie?

c. Wat is de formule voor de loading dose?

d. Wat gebruiken voor bridging therapie?

e. Waarom is er verhoogd thrombus risico tijdens begin VKA behandeling?


2. Bespreek volgende stellingen: juist of fout? Licht toe.

a. Permethrin is aangewezen als schurftbehandeling

b. Morfine is een geschikte pijnbestrijding bij MI, kanker en galsteenobstructie

c. Metoclopramide, Ondansetron , Aprepitant en Dimenhydrinaat gaan doorheen de BHB en beïnvloeden daar het braakcentrum. Ze zijn aangewezen bij reisziekte.

d. Amfetamines, Amytriptiline, Cocaïne en Reserpine zijn Uptake-1 inhibitoren. Bijvraag: bijwerking van amitryptiline?

e. Flumazenil is een invers agonist van de benzodiazepine receptor.


3. Bespreek volgend artikel: Hartfalen en ejectiefractie http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1510774#t=abstract

Bijvragen:

a. Mechanisme van nitraat?

b. Welke geneesmiddelen zorgen voor linkerventrikel remodeling?


4. Rijtjes medicijnen (stofnaam) en bijwerkingen. Geef bij de bijwerkingen de juiste medicijnen. (Elk geneesmiddel minstens 1x gebruiken)

a. rhabdomyolyse atorvastatine

b. hypertensie erytropoieteine

c. hartfalen

d. nierbeschadiging amikacine

e. hypothyroidie amiodarone

f. hyperthyroidie amiodarone

g. hirsutisme ciclosporine

h. teratogeen misoprostol

i. vertigo minocycline

j. peesletsel fluoroquinolone

k. trombose erytropoietine

l. nausea theofylline, pantoprazol

m. vroegtijdige sluiting ductus Botalli celecoxib

n. hematoom heparine IM

o. longfibrose amiodarone

p. furosemide, chlorothiazide, pantoprazol

___________________________________________________________________

Examen 5: 14/06 VM, De Nys en De Hoon

1. Bespreek de behandeling en preventie van osteoporose

Bijvraag: Wat wordt het meest gebruikt

Bijvraag: Wat is een nadeel van denosumab?

Bijvraag: vitmamine D, ken je nog andere vetoplosbare vitaminen?


2. Is het een goed idee om de volgende antibiotica in de volgende gevallen te geven:

a. cefalosporines bij persoon met penicilline allergie

b. amikacine (po) bij banale cystitis

c. minocycline bij jong kind in Mallorca

d. Tobramycine bij nierinsufficiëntie


3. Een kind drinkt per ongeluk een flesje neusdecongestiva leeg (vooral alfa-agonistische effecten). Welke effecten verwacht je op? (leg uit)

a. Bronchodilatatie

b. Tachycardie

c. Mydriase

d. Vasodilatatie


4. Waar moet je rekening mee houden bij paracetamol?

a. Levertoxiciteit

b. niertoxiciteit

c. bloedingsstoornis

d. gastro-duodenaal ulcus


5. Propranolol mag je in tegenstelling tot clonidine wel zomaar stoppen. (juist/fout)


6. Je kan een D2 agonist geven om melksecretie te doen stoppen. (juist/fout)


7. Leg uit welk effect de volgende geneesmiddelen hebben op de aangegeven situatie.

a. Naloxon bij pasgeboren baby met heroïneverslaafde moeder

b. Fluoroquinolone bij topsporter

c. Celecoxib: effect op de bloeddruk

d. Codeïne en de ductus Botalli bij de foetus

Bijvraag: wat sluit deze wel?

e. Imipramine/amitryptilline en urine-incontinentie


8. Bespreek het volgende artikel: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26650152

Actief gevraagd naar:

- Wat doen permethrine en ivermectine?

- Hoe werkt het?

- Welk van beide kun je volgens het artikel best gebruiken?

- En hoe zit het met de nevenwerkingen?

- Waarvoor staat CI?

- Hoe werden de drie groepen verdeeld?

- Wat wordt nog met deze medicatie behandeld?

- Hoe werden de verschillende behandelingen verdeeld over de eilanden?

- Op welk niveau is dit onderzoek?

___________________________________________________________________

Examen 6: 15/06 VM, De Hoon

1. Bespreek alle farmaca ter preventie van maag- en duodenumulcera.


2. Bespreek de combinatie:

o apixaban en acetylsalicylzuur

o lithium en thiaziden

o fibraten en statines

o paracetamol en ibuprofen

o erythromycine en colchicine

Veel bijvragen over welke plant en bijwerkingen


3. Artikel over carbamazepine, dat vervangen wordt door een generiek. De persoon ontwikkelt nu wel intoxicatie (nausea en duizeligheid) en ze zien een verhoogde plasmaconcentratie.


4. Bespreek de zin: juist/fout

o Ibuprofen kan gegeven worden bij zwangerschap: het veroorzaakt contracties en een sluiting van de ductus van Botalli

o Zijn de volgende effecten van anticholinergica: fotofobie, xerostomia, cycloplegie

o TCA en MAO-I potentiëren het effect van NA.

o Zijn volgende AB gecontra-indiceerd bij kinderen?: fluoroquinolonen, tetracyclines en aminoglycosiden.

o Smelttabletten worden voornamelijk opgenomen via de vena cava superior.

___________________________________________________________________

Examen 7: 15/6 NM De Hoon + De Nys

1. Bespreek alle farmaca voor hypercholesterolemie te behandelen

Bijvragen:

a. Wat zijn de bijwerkingen van statines?

b. Wat is rhabdomyolyse?

c. Waar gaat de patiënt dan zoal over klagen?

d. Na de werking van fibraten te hebben uitgelegd: Ken je nog een geneesmiddel dat via PPAR werkt?


2. Artikel over kanker, bijwerkingen bij 1 persoon die behandeld is met cytostatica en een -zumab. Je moest bevacizumab uitleggen

-platinumderivaat

-5-FU

Bijvragen: Wat kan je vertellen over bevacizumab?


3. Wat vind je van volgende combinaties + argumenteer

a. Ezetimibe en simvastatine

b. L-Dopa en moclobemide

Bijvraag: moclobemide is een MAO-A inhibitor, ken je nog een MAO-B inhibitor?

c. Tamoxifen en paroxetine

Bijvraag: Hoe werkt tamoxifen? Ken je nog een ander SERM? Waarvoor wordt die gebruikt?

d. Een fibraat met een triptaan

Bijvraag: Wat is een bijwerking van fibraat?

Bijvraag Welke farmaca geven nog hyperuricimie?

e. Ibuprofen en fenytoïne

Bijvraag: Wat is een bijwerking van ibuprofen?


1. Wat vind je van volgende stellingen? Juist/Fout?

a. Als je adrenaline geeft aan iemand met een anafylactische shock die ook betablokkers neemt, moet je de dosis adrenaline halveren

b. Als je bloed afneemt en acenocoumarol toevoegt, dan zal het bloed niet stollen

Bijvraag: wat als je dabigatran toevoegt?

c. Een vraag waar je een aanvraag moet indienen voor een terugbetaling voor een geneesmiddel van MS, of dit Europees was?

d. Een vraag over FAGG en het op de markt brengen van monoklonale antibody tegen IL-4, of je het hier moet indienen?

e. Je hebt een geneesmiddel met een halfwaardetijd van 4u, je dient het toe met dosisinterval van 20u. Na hoeveel dagen is de Css bereikt?

___________________________________________________________________

Examen 8: 16/6 VM Casteels + De Nys

1. Bespreek de farmacotherapie van de hyperlipidemie.


2. Geef uitleg

a. Metronidazole bij een alcoholverslaafde vrouw

b. Salbutamol bij een 22 jarige judoka die volgende maand meedoet aan het wereldkampioenschap

c. Amikacine bij een niet gecompliceerde bovenste luchtweginfectie

d. Lamotrigine bij bipolaire stoornis

e. Ciprofloxacine bij een marathonloopster


3. Leg werking uit

a. Dabigatran

b. Tramadol

c. Succinylcholine

d. Venlafaxine

e. Pantoprazole


4. Artikel over cardiaal risico bij gebruik van een gliflozine

___________________________________________________________________

Examen 9: 16/6 NM: Casteels + De Hoon:

1. Bespreek de farmacotherapie van diabetes type 2.


2. Meisje heeft overdosis lorazepam ingenomen. Wat betekent dit? Wat geef je en waarom?


3. Palliatieve patiënt, bespreek:

a. Vochttoediening (hij drinkt < 1L/dag)

b. pilocarpine bij doodsreutel?

c. Geef je nieuwe toediening van morfine telkens de pijn heropflakkert?

d. Geef je osmotisch laxativum bij de opioïden?

e. Amitryptiline bij neuropatische pijn


4. Is deze combinatie een goed idee? Geef uitleg:

a. alcohol en metronidazol

b. propranol voorschrijven bij vrouw met essentiële hypertensie en die meedoet aan biathlon volgende week

c. imipramine bij 70-jarige man

d. risedronaat bij osteoporische vrouw met een onverzorgd gebit

e. ...

___________________________________________________________________

Examen 10: 17/6 VM: De Hoon + De Nys 1. Teken de noradrenerge synaps en geef alle geneesmiddelen die hierop inwerken...


2. Artikel over ranitidine en piroxicam en anafylactische shock


3. Geef werking (bondig) en indicatie:

a. selegiline

b. donepezil

c. clopidogrel

d. tamoxifen


4. Juist/Fout? Verbeter indien nodig:

a. Je mag ACE-I geven bij diabetes

b. Coxibs zijn veiliger dan NSAID’s

c. Je kan zomaar switchen tussen generieken

d. …


5. …

___________________________________________________________________

Examen 11: 22/6 NM: Casteels + De Nys

1. bespreek anti-epileptica die inwerken op de GABA-erge transmissie


2. bespreek volgend artikel (over NOAC rivaroxaban)


3. Bespreek bondig werking en indicatie

a. zoledronaat

b. procaïne

c. alprazolam

d. sitagliptine

e. amitryptiline


4. Bespreek volgende stellingen

a. Cholinesterase inhibitoren zijn tegenaangewezen bij myasthenia gravis

b. Misoprostol wordt gebruikt tegen nausea bij zwangerschap:

c. Gnm met zelfde biologische beschikbaarheid hebben zijn biologische gelijkwaardig

d. orthostatische hypotensie bij antipsychotica wordt gemedieerd door alfa 1 antagonisme:

e. Sedatie bij H1-antihistaminica is een type A reactie:

Examenvragen '14 - '15

Bijwerkingen die het rechtstreekse gevolg zijn van NSAIDS
Combinaties: wel of geen goed idee?
bisfosfonaten (risedronaat) met actieve tandvleesproblemen
metronidazole met alcoholverslaving
propranolol bij topsportster (biatlon)
TCA bij 70-jarige
vrouw met overdosis diazepam: wat geef je? werking? risico’s?
kind drinkt 2 flessen met neusdecongestivum (alfa agonist) wat zijn de waarneembare kenmerken? :Tachycardie/zweten/mydriase/vasodilatatie/bronchodilatatie?
Welke geneesmiddelen werken in op de neuromusculaire junctie? Geef de werking en indicaties.
Goed idee of niet? Voorzorgsmaatregelen?
Captopril bij diabetica (vrouw!) type 2
Amikacine bij vrouw met ongecompliceerde cystitis
Linezolide bij patiënt met bipolaire stoornis dat behandeld wordt met paroxetine
Lithium geven b ij patiënt die furesomide krijgt sinds een week
Metformine bij DM II en obees
Palliatieve zorg: geef je bemerkingen:
Vochttoediening als pt <1l/dag drinkt
Pilocarpine bij doodsreutel
Amitryptilline bij neuropathische pijn
Osmotisch laxativum bij opioïden
Nieuwe toediening morfine enkel als pijn zich manifesteert
Artikel: bespreek alle farmacologische elementen
Ranitidine - piroxicam - anafylactische shock (“Normaal wordt ranitidine goed getolereerd, maar in deze casus is er een patiënt die anafylactische shock kreeg na IV toediening ranitidine…”)
Geef de neveneffecten van glucocorticoiden
10 geneesmiddelen - 10 bijwerkingen, zeggen welke bijwerking bij welk geneesmiddel past
Mening geven over combinaties
ASA en alendronaat
ciprofloxacin en colestyramine
nifedipine en metoprolol : kan leiden tot sterke hypotensie
clomipramine en rivastigmine
clopidogrel en omiprazol
Artikel over afvoer van nierstenen en CCB/alfa-blokkers
behandeling van jicht
Over gelijkwaardigheid van preparaten
Overschakelen van de ene specialiteit naar de andere: voorzichtig bij geneesmiddelen met nauwe therapeutisch-toxische marge
Het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking ontving recent melding van een patiënte die kort na overschakelen van Carbamazepine Mylan® (compr. vertraagde vrijst. met 200 mg carbamazepine) naar Tegretol® (compr. vertraagde vrijst. met 200 mg carbamazepine) duizeligheid en nausea vertoonde. De overschakeling gebeurde omwille van tijdelijke onbeschikbaarheid van Carbamazepine Mylan®. De patiënte werd wegens de duizeligheid en nausea gehospitaliseerd. Op het ogenblik van de opname, de dag na het overschakelen, bedroegen de plasmaconcentraties van carbamazepine 13,8 μg/ml (normaalwaarden 5-12 μg/ml). Er zijn geen gegevens over de plasmaconcentraties voorafgaand aan de overschakeling. Na verlagen van de dosis carbamazepine normaliseerden de plasmaconcentraties en verdwenen de symptomen.

vanzelfsprekend levert deze casus geen bewijs dat de overschakeling verantwoordelijk was voor de iets te hoge carbamazepineconcentraties en de ongewenste effecten.

bespreek…
Bespreek kort werking en indicatie
Codeine
Tamoxifen
Prednison
Clopidogrel
En wat hebben deze 4 met elkaar gemeenschappelijk? (alle 4 prodrugs)
Goed idee of niet?
Thiazide diuretica voor arteriele hypertensie bij een vrouw die aan judo doet. → kan tot vermagering leiden en dit wordt bij judoka blijkbaar als doping beschouwd
Antimuscarinica bij 4 jarige omwille van bedplassen → Hyperthermie!
een of ander trombolytica bij een vrouw met een BD van 120/190 en myocardinfarct
sildenafil bij iemand die ook TTS nitraat nam
pamidronaat bij patiënt met osteoporose en slecht onderhouden gebit
Bespreek alle anti epileptica die ingrijpen op GABA (maak een schematisch overzicht van de werkingsmechanismen)
Een artikel over een -zumab antilichaam bij een man met colorectale kanker, bespreek, waarom kan dit de weefselnecrose nog verergerd hebben (ook een platinumderivaat en een antimetaboliet in het artikel herkennen en wat bespreken)
Bespreek de interacties tussen
ibuprofen en paracetamol
rivoraxaban en ASA
sulfanylureumderivaat en VK antagonist
erythromycine en colchicine
een tabel met linkse kolom allemaal bijwerkingen en rechtse kolom allemaal geneesmiddelen. Verbind ze met elkaar.
Nevenwerkingen glucocorticoiden
10 bijwerkingen, 10 middelen: verbind en leg uit:
Bijwerkingen:
Warmteopwellingen
Urineretentie
Hirsutisme
dystonie
Tremor
Osteonecrose kaakbeen
trombocytopenie
trombo-embolen
Weefselnecrose
Medicatie:
Ciclosporine
Zoledronaat
Tamoxifen
Scopalamine
Metoclopramide
Heparine
Een fibraat
Salbutamol
Rosuvastatine
Artikel over rivaroxaban peroperatief bespreken
5 stellingen bespreken
Myasthenia Gravis contraindicatie voor cholinesterase-inhibitoren
2 middelen zijn biologisch gelijkwaardig als ze dezelfde orale beschikbaarheid hebben
Sedatie bij H1-antihistaminica is een type A reactie
Misoprostol gebruikt men tegen nausea en braken bij zwangerschap
Antipsychotica verzorgen orthostatische hypotensie via alfa1receptoren
Verschillende klassen antidepressiva adhv werkingsmechanisme
10 bijwerkingen verbinden met 10 geneesmiddelen, verbinden en uitleggen
reversibele infertiliteit
oedeem benen
thrombocytopenie
obstipatie
endometriumhyperplasie
slokdarmulcera
habdomyolyse...
Sulfasalazine
Nifedipine
Heparine
codeïne
tamoxifen
alendronaat
atorvastatine
Casuïstiek
Man met refluxoesofagitis: wat stel je voor en wat schrijf je voor? (echt alle klassen moest je opsommen)
Man COPD met amiodarone voor arritmie, welke toxiciteit is te verwachten? Welke labowaarden volg je op? (enkel neveneffecten en hun ::labowaarden [vb. TSH bij schildklierfunctie] van belang, interacties boeiden De Nys niet zo, blijkbaar)
Artikel over EPS door gebruik metoclopramide.
farmaca behandeling maag- duodenumulcus
opmerkingen geven
FQ marathonloopster
Linezolide met paroxetine
SABA bij judoka
NSAID zwangere
Naloxon bij neonaat, moeder is heroïne verslaafd
werking
diazepam
incretinomimmetica
clomipramide
cetirizine
denosumab
Artikel over monoclonaal antilichaam bij PSCK9
behandeling van Parkinson
interacties
alendronaat en ASA
Omiprazol en clopidogrel
ciprofloxacin en colestyramine
nifedipine en metoprolol
clomipramine en rivastigmine
casuistiek
vrouw krijg methylprednisolon voor arteritiis temporils. geen bijwerkingen. om bijwerkingen vroeg op te sporen, welke labouitslagen houd je in de gaten
klepletsel en coumarines, welke test voer je uit.
Vrouw van 45 jaar, in behandeling voor borstcarcinoom. Is bestraald enzo, en nu krijgt ze medicatie op het in controle te houden. Ze heeft last van heat flash. bespreek.
jongetjes van 12 met adhd, nieuwe medicatie. last van slapeloosheid. Bespreek
Artikel over nierstenen, alfa blokkers en CCB

Let op, ze vragen ook vaak dingen zoals 'wat voor type geneesmiddel is dit, wat voor type antidepressivum is dit' etc. Je krijgt dus ook enkel maar de naam, niet het type geneesmiddel!

Algemene indruk: Proffen zijn zeer vriendelijk! Als je het grondig kent is dit examen niet zo ingewikkeld, maar bij sommige vragen (zoals bv ibuprofen en metformine) moet je er wel even goed naar zoeken. Lees zeker ook nog eens de vragen hieronder van de vorige jaren door, sommige komen terug!

Examenvragen '13 - '14

06/09 NM

1NW+effecten anti-psychotica

2 a aspirine b rivastigmine c sameterol d e

3 waarom geen a quinolone bij triatlon loopster? b cyclosporine kind met allergie penicilline? c tetracycline kind? d captopril zw? e Propranolol bij feochromocytoom?

4 grafiek met HIV PI en Sint Jans kruid.

09/01 VM

1) Leg uit de gustige effecten van ACE-I op chronisch hartfalen.

2) Pijnstiller met T1/2=12u wordt door gezonde jonge man ingenomen op een nuchtere maag. De pijnstiller wordt hepatisch geklaard via CYP2D6.

-a) Leg de plasmaconcentratie in functie van de tijd uit. Maak een grafiek.

-b) Wat gebeurt er als de pijnstiller samen met voedsel wordt ingenomen? Duid aan op de grafiek van a.

-c) De pijnstiller wordt twee keer per dag gedurende een week ingenomen. Hoe lang duurt het voor de evenwichtsconcentratie wordt bereikt?

-d) De patiënt heeft een leverinsufficiëntie, wat gebeurt er met de evenwichtsconcentratie?

-e) De pijnstiller wordt samen met rifampicine ingenomen, wat gebeurt er met de plasmaconcentratie (of evenwichtsconcentratie, weet ik niet meer). Bijvraag was, hoe lang duurt het voor dit effect merkbaar is?

3) Vanaf 1 januari 2013 staan volgende farmaca op lijst met verboden middelen ivm dopinggebruik in de sport. Leg uit.

-a) Erythropoëtine

-b) Alle B-agonisten behalve een paar die dienen voor inhalatie in bepaalde hoeveelheid. (Salbutamol enzo)

-c) Furosemide (twee zaken geven: gewichtsverlies--> boksen/judo en 'masking' van dopinggebruik (diuretisch effect))

-d) Methylfenidaat

-e) Propanolol (anti-tremor, belangrijk bij biljarten en karabijnschieten)

4) Artikel ivm Scopolamine intoxicatie door 'fake' Rohypnol pillen. -Verklaar de farmacologische begrippen in dit artikel. (zeer vaag, ik kon er enkel intoxicatie en geneesmiddelen geinduceerde psychose uithalen)

-Kan je nog ongewenste effecten geven die niet in de tekst vermeld staan (bijwerkingen van antimuscarina intoxicatie dus)

- Geef de indicaties voor de vermelde geneesmiddelen en leg het wettelijk kader uit. (Uitleggen dat verdovende middelen, handgeschreven moeten worden voorgeschreven en getallen uitgeschreven en niet in cijfers)


09/01 NM

- Bespreek interacties, contra-indicaties en risicopopulatie van NSAIDs

JUIST OF FOUT en bespreek:

- Ipratropiumbromide veroorzaakt tachycardie

- Amitryptiline verlaagt de epilepsiedrempel

- Salbutamol, nifedipine en prazosine zorgen voor reflextachycardie

- Cisplatinum is een alkylerend geneesmiddel

- Inhalatiecorticoiden worden gebruikt bij acute astma-aanval

-Artikel over een sartaan die darmklachten veroorzaakte, ivm FDA...

Welk antidota voor

- Morfinomaan

- Lorazepam + gin

- metoclopramide zorgt voor dyskinesie

10/01 VM - Bespreek preventie en behandeling van osteoporose adhv werkingsmechanisme.

- Aantal casussen waarbij je moest kunnen aangeven welk geneesmiddel die mogelijke bijwerking veroorzaakte

- Meisje met plotse diskinesiën van hoofd, hals, ogen (lijkt op torticollis) en werd enkele weken geleden symptomatisch behandeld voor nausea en braken zonder andere klachten. metoclopramide

- Man met acute prostatitis werd enkele geleden behandeld en komt nu op consultatie met moeilijke gang. Bij nader onderzoek blijkt het om pijn in zijn achillespezen te gaan. Quinolone AB

- Meisje dat behandeld wordt voor epilepsie komt nu op consultatie met tandvleeshyperplasie en je merkt bij het klinisch onderzoek ook opvallende beharing van de bovenlip. fenytoïne

- Man met gekende ethanolabusus, levercirrose en ascites komt nu op consultatie met de klacht van gynaecomastie. - spironolactone voor de ascites

- Vrouw die sinds enkele weken behandeld wordt voor hypertensie belt u op met klachten van gezwollen benen. - CCB

- Welke geneesmiddelen mag je plots stoppen?

a) Amoxycilline (ja)

b) propranolol (nee, upregulatie R)

c) venlafaxine (nee)

d) olazapine (nee, convulsies)

e) clonidine (nee, clonidine-withdrawal syndrome)

- Geef uitleg bij volgende artikel, voornamelijk de farmacologische begrippen:

Korte samenvatting: 'vrouw 33 weken zwanger, zonder belangrijke medische voorgeschiedenis, komt binnen met premature contracties. Ze krijgt betamethasone en nifedine, welke de contracties doet ophouden en ze wordt ontslagenen. Ze wordt wat later opnieuw opgenomen, dit keer met hallucinaties en verdere symptomen die als psychose kunnen worden omschreven. Ze krijgt hiervoor haloperidol toegediend.'

13/01 NM 1) Farmacologische effecten, werkingsmechanisme en neveneffecten van antipsychotica.

2) Een aantal casussen, allemaal i.v.m. antihypertensiva. Uitleggen welk product of welke klasse van product de bijwerkingen kunnen verklaren.

-a) antihypertensiva bij vrouw, komt 2 weken later terug met kuchhoest => (ACE-I)

-b) bij man van ACE-I naar ander antihypertensiva. Komt terug met oedeem en hoofdpijn. => CCB (wrsl een dihydropyridine vanwege de hoofdpijn)

-c) antihypertensieve therapie, patiënt krijgt een kristalarthropathie => Thiazide diuretica

-d) astma-patiënt krijgt antihypertensivum, kortademigheid verergert => B-blokker

3) medicatie niet toegestaan bij sporten.

-a) mannitol

-b) furosemide

-c) propranolol

-d) salmeterol

-e) modafinil

4) Artikel i.v.m. Myasthenia en botox. Bespreek de farmacologisch relevante zaken.

Over het examen: Casteels is heel aangenaam om examen bij te doen. Laat u altijd voldoende nadenken en als je een bijvraag niet meteen weet dan probeert ze je op weg te helpen.

13/01 VM

1. Geef AE’s en CI’s van bètablokkers

2. Welk bloedonderzoek zou je bij volgende patiënten uitvoeren: a) vrouw die methylprednisolon krijgt ikv ontsteking b) 55j man waarbij je thiazidediureticum opstart om primaire hypertensie mee te controleren c) patiënt die je opstart met amiodarone nadat een digoxine-behandeling ineffectief bleek d) man die lijdt aan familiale hypercholesterolemie en na een AMI herstelt in het ziekenhuis. Hij heeft een ACE-I sinds een week en bij het verlaten van het ziekenhuis geef je hem amiloride bij. Wat controleer je na 7d? e) Vrouw die als onderhoudsbehandeling coumarines krijgt

3. Casus: pt met verwijde en non-reactieve pupil na pleister tegen reisziekte, verklaar.

4. Leg werkingsmechanisme uit van: a) haloperidol b) salmeterol c) diazepam d) selegeline e) vildagliptine

Casteels is vriendelijk en zegt wat goed/fout is. Laat je niet afleiden als ze de hele tijd met haar gsm bezig is, ze luistert wel degelijk naar wat je vertelt.


16/01 NM 1) bespreek bondig de Werkingsmechanismen van geneesmiddelen tegen hyperlipidemie. Bijvraag: waarom mag je Ezetimibe nooit alleen geven?

2) bespreek de interacties van furosemide, digitalis, spironolactone en captopril (ACE-I). Bijvraag: welke bloedwaarden volg je op bij het geven van al deze medicatie?

3) bespreek kort

'A) je bent gewoon omeprazole in te nemen maar die is nu niet in voorraad in de apotheek en je apotheker stelt een generiek voor in zelfde dosis. Mag als het een VOS is. Bijvraag: bij welke geneesmiddelen mag dit niet: met verdringingsinteracties

B) welk geneesmiddel geef je bij iemand met nausea bij opstart SSRI? Bijvraag: is die nausea te verwachten? Ja, gaat weg na 2-3 weken als 5HT3 uiteindelijk downreguleert

C) wat raadt je iemand aan die op dieet wil en op lithium staat Geen natriumbeperkend dieet

D) wat geef je aan patient met vkf en hartfalen Amiodarone, beta agonist, digoxine...

E) wat doe je bij anafylactische shock?

4) artikel: patiente op tamoxifen en paroxetine, waarvoor moet je opletten?

Paroxetine en tamoxifen zijn respectievelijk inhibitor en substraat van CYP2D6 (meer kennen van kankergeneesmidellen dan klassen, voorbeelden en werking dus... Grr)

16/01 NM 1) Bespreek inhalatiemedicamenten gebruikt bij astma

2) Bespreek werkingsmechanisme:

-a) aspirine

-b) rivastigmine

-c) sitagliptine

-d) dabigatran

-e) risperidone

3) waarom foute indicatie in volgende gevallen:

-a) captopril bij zwangere vrouw met zwangerschapsdiabetes en hypertensie

-b) tetracycline bij kind 6 jr.

-c) quinolonen bij triatlonloopster tegen cystitis

-d) kind 4 jr. met allergie aan penicillines, in de plaats cefalosporines geven

-e) propranolol bij man met feochromocytoom in afwachting van heelkundige verwijdering

4) bespreek de farmacologische begrippen (ging over inductie door sintjanskruid en daardoor verminderde biologische beschikbaarheid van een hiv-protease inhibitor, met concentratie-tijd grafiek)

20/01 NM 1) Bespreek de farmacotherapeutische opties voor de ziekte van Parkinson

2)welk geneesmiddel/groep is hier van toepassing + bespreek kort

- man 70j met bursitis, medicatie gekregen. komt terug op consultatie met klachten over oedeem

- man met antihypertensieve medicatie, kreeg eerst ACE-I maar kan hier niet goed tegen. Krijgt andere medicatie, maar klaagt nu over enkeloedeem en hoofdpijn.

- man met antihypertensieve medicatie, merkt op dat hij meer last heeft van jicht sinds de start van zijn antihypertensieve medicatie.

- vrouw, enkele weken behandeld voor depressie, vertelt dat ze nu minder last heeft van urine-incontinentie

- oude vrouw met longcarcinoom. Vertelt aan haar dochter dat ze medicatie neem "die eindigt op -ib" en "t zijn pilletjes, geen infuzen meer".

3) juist of fout, bespreek kort

- een firma wil monoklonale antistoffen tegen TNF op de markt brengen en vraagt hiervoor een VHB aan het FAGG aan.

- Een geneesmiddel mag pas op de markt komen na fase 4.

- een geneesmiddel heeft een T1/2 = 4u, een dosisinterval = 24u, de Css ontstaat na 5dagen.

- Bij een anafylactische shock bij een iemand die Beta-blokkers neemt, moet je de dosis adrenaline halveren.

- Restless Leg Syndroom kan verholpen worden met D2- receptor -antagonisten.

4) bespreek de farmacologische termen + over welke medicaties kan het gaan, geef voorbeelden

Tekstje ivm drug-drug interactions bij mensen die al anti-thrombotische, sedatieve en analgetische medicatie nemen bij cardiologische interventies. Vaak nieuwe medicatie hierbij krijgen voor primaire en secundaire preventie van thrombo-embolische events. Vaak ook OTC geneesmiddelen nemen en supplementen. En ook vaak last hebben van milde nierinsufficiëntie. Dit kan het evenwicht thrombose-bloeding beïnvloeden bij de interventie of tijdens de verdere therapie.

24/01 NM 1) Bespreek de behandelingsmogelijkheden van jicht (acuut en preventief)

2) Bespreek bondig het werkingsmechanisme

- acenocoumarol

- carbamazepine

- misoprostol

- methotrexaat

Welke contraindicatie hebben al deze geneesmiddelen met elkaar gemeen en waarom? Was zwangerschap. Bijvraag over wat je dan wel zou geven aan een zwangere ipv acenocoumarol.

3) Wat te doen bij

- Tijdelijke onbeschikbaarheid van Clamoxyl (amoxycilline). De apotheker heeft een identiek gedoseerd generisch middel

- Een patiënt op lithium die op reis gaat naar Egypte

- Een patiënt met een anafylactische shock

- Terminale patient met doodsreutel

- Naussea SSRI

4) Bespreek

Artikel over interactie tussen aprepitant en quetiapine. CYP3A4 inhibitie!

27/01 NM

1) Leg de therapeutische mogelijkheden voor Parkinson uit adhv werkingsmechanisme

2) Hoe werken de volgende medicamenten? Indicaties? Wat hebben ze gemeen?

- clopidogrel

- tamoxifen

- prednison

- codeïne

- ... (nog een)


3) Aan wat geef je de voorkeur in de volgende situaties?

- Heroineverslaafde moeder krijgt kind - wat geef je aan neonatus? methadon of naloxone?

- Patient krijgt DM type 2 - metformine of exenatide?

- Preventie van jicht: allopurinol of febuxostat?

- Zwangere vrouw krijgt cystitis: amoxicilline of fluoroquinolonen?


4) Artikel over ranitidine & anafylactische reacties.

Examenvragen '12 - '13

28/08 Bespreek medicatie voor peptische aandoeningen

Bespreek volgende effecten

1)erythromycine + H1 antihistaminica

2)escitalopram + linezolid

3)fluoroquinolonen + calciumzouten

4)imipramine + indirect sympathomimeticum

5)bisfosfonaten + vitamine D

Bespreek volgende stellingen

1)verlagen diazepam en antipsychotica de convulsiedrempel?

2)werken deze volgens inhibitie van een enzyme? (simvastatine, rivastigmine, omeprazole, fysostigmine)

3)kunnen 2 verschillende stoffen een zelfde biologische beschikbaarheid hebben bij verschillende Tmax en Cmax?

4)worden deze gebruikt bij neuropatische pijn? (carbamazepine, amitriptiline, gabapentine)

5)wordt terugbetaling van een weesgeneesmiddel beslist op Europees niveau?

Casus

artikel over vrouw die visusstoornissen heeft en rechtse mydriase bij onderzoek. Was op reis en had patch met scopolamine op haar arm, had daarna in haar oog gewreven....

27/08

  1. Bespreek de nevenwerkingen van antidepressiva met betrekking tot het werkingsmechanisme
  2. Werkingsmechanisme en indicatie
    1. Cholchicine
    2. Tiotropium
    3. Carbamazepine
    4. Bromocriptine
    5. Aliskiren
  3. Wat te doen bij:
    1. Je moet bij de apotheker je voorschrift van omeprazole 20mg gaan halen, maar deze is niet in voorraad. De apotheker stelt een generisch product voor.
    2. Ontstaan van nausea bij opstart SSRI
    3. Lithium, op reis naar Egypte
    4. Palliatieve patiënt met doodsreutel
    5. patiënt met anafylactische shock na een wespensteek
  4. Bespreek met betrekking tot de farmacologische begrippen
    1. Patient neemt citalopram (depressie) en quetiapine (nachtelijke angst). Heeft kanker waarvoor chemotherapie + aprepitant + dexomethasone + ondansetron. Na eerste chemokuur is de patiënt somnolent. Opname in ziekenhuis --> rehydratatie --> herstel renale functie. Voor en na opstart aprepitant worden de plasmawaarden van quetiapine gemeten : x11 ! Opnieuw somnolentie.

26/08

  1. Bespreek inhalatie therapien bij astma
  2. Geef uw mening over volgende stellingen:
    1. Een geneesmiddel met een korte halfwaardetijd moet frequent gedoseerd worden
    2. bijwerkingen bij nicotine R blokkers thv NMjunctie zijn type B bijwerkingen
    3. pasgeborene van heroïneverslaafde vrouw krijgt net na geboorte naloxone
    4. Myasthenia gravis is een contra-indicatie voor het gebruik van choline-esteraseremmers.
    5. verapamil nifedipine en monixidil vertragen de hartfrequentie
  3. Bespreek volgende effecten:
    1. Erythromycine + simvastatine
    2. Pompelmoessap + filodipine
    3. Antipsychotica + selegiline
    4. exenatide + obesitas
    5. Codeïne + analgetisch effect van buprenorfine
  4. casus vrouw met bipolaire stoornis, kreeg bij depressieve episode SSRI escitalopram, waarna ze QT-verlenging krijgt

25/01

  1. Bespreek het klinisch gebruik van de Galenische toedieningsvormen van organische nitraten. Welke aanbevelingen geeft u de patiënt?
  2. Geef uw mening over volgende stellingen:
    1. Een geneesmiddel met een groot distributievolume kan ondanks een korte halfwaardetijd een lange werkzaamheid hebben.
    2. Een Europese instantie beslist over de terugbetaling van een vorm van gentherapie bij de ziekte van Duchenne.
    3. Aan de pasgeborene van een heroïneverslaafde moeder dienen we naloxon toe.
    4. Myasthenia gravis is een contra-indicatie voor het gebruik van choline-esteraseremmers.
    5. Bij het gebruik van antagonisten van de nicotinereceptor t.h.v. de skeletspier kunnen type B-bijwerkingen ontstaan.
  3. Bespreek volgende effecten:
    1. Erythromycine + sedatief effect van H1-antihistaminica
    2. Pompelmoessap + nifedipine
    3. Antipsychotica + silegiline
    4. Pioglitazone + hartfalen
    5. Codeïne + analgetisch effect van buprenorfine
  4. Verhaaltje over vrouw met mydriase en visusstoornissen na transdermale therapie tegen reisziekte. (Scopolamine in haar oog...)

17/01

  1. bespreek aan de hand van de fysiologie de therapeutische mogelijkheden bij peptische aandoeningen (duidelijk & schematisch)
  2. bespreek farmacologische begrippen in dit artikel: kinderen nemen per ongeluk imidazolines in -> bijwerkingen. (http://www.fda.gov/ForConsumers/ConsumerUpdates/ucm325220.htm - tot aan "... tachycardia (fast heart beat), and coma.") "FDA = ? Gelijkaardige organisatie in Europa?"
  3. corrigeer/bespreek: 5 stellingen
    1. Sedatie door lorazepam is een type B-bijwerking
    2. Sulfamiden zijn de eerstekeuzebehandeling bij diabetes
    3. D2-agonisten verbeteren de positieve symptomen van schizofrenie
    4. Aanzuren van urine verbetert excretie van basische toxines
    5. De combinatie van prazosine en verapamil vertragen de hartfrequentie.
  4. bespreek kort: 5 interacties
    1. methotrexaat + foliumzuur
    2. lithium en thiaziden
    3. verapamil + propranolol (met bijvraag: welke CCB werkt niet in op het hart?)
    4. metformine + ibuprofen
    5. alcohol + metronidazole

10/01

  1. bespreek ACE inhibitoren bij chronisch hartfalen,
  2. een hfstuk 1 vraag met grafiek --> beetje redeneren,
  3. bespreek of volgende geneesmiddelen convulsiedrempel verhogen/verlagen of geen effect hebben: TCA, quinolones, haldol (effjes stofnaam vergeten), bupropion, amoxicilline en
  4. welke geneesmiddelen mogen niet plots gestopt worden: clonidine, propranolol, olanzapine, venlafaxine, ?


  1. Orale anticoagulantia
  2. Werking: Haloperidol, salmeterol, vildagliptine, diazepam, segeline
  3. Wat te doen bij: braken door cytostatica, premature baarmoedercontracties, Addisoncrisis, Ductus van Botalli sluiten en Reisziekte
  4. artikel over bioequivalentie en bupropion


VM 11/01

  1. Inhalatie anti astmatica
  2. Casus: Alcohol + Diazepam (Gevaren, mechanisme, antidotum?)
  3. Wat geeft hitsurisme? (ciclosporine, carbamazepine, hydralazine)Worden statines en fibraten samen gebruikt? Welk effect Calcium kanaal blokkers op hartfrequentie? Osmotisch laxativum bij terminale patient? Worden bifosfonaten peroraal goed verdragen?
  4. Welke monitoring of is er monitoring noodzakelijk bij gebruik van: Digoxine, Acenocoumarol, Fenytoine, een antidiabeticum (exenatide), buprenorfine en veneuze dilatator.

Examenvragen vòòr 2012

1) Wat zijn de bijwerkingen van benzodiazepines?

2) Vrouw met mydriase en visus stoornissen aan rechter oog, heeft in China reisziekte gehad.

3) stellingen:

- Glucocorticoiden werken direct anti inflammatoir
- Geneesmiddelen uit hoofdstuk 1 worden vergoed ook het wordt voorgeschreven voor iets waar het niet in eerste instantie voor dient.
- Biologische beschikbaarheid is hetzelfde als de AUC
- Laatste ontwikkelingen op gebied van depressie hebben als gevolg dat er nu alleen nog onderzoek wordt gedaan naar serotinerge
- Benzodiazepines zijn veiliger dan barbituraten (juist)
- De dosis hydralazine moet lager bij trage acetyleerders (ja)
- Er is meer kans op clinidine withdrawal syndroom als de patient ook bèta-blokkers neemt (juist)
- ACE-I worden best niet gegeven bij diabetes mellitus (fout, want proteinurie daalt en betere nierperfusie enzo)


4) Bespreek de verschillende therapeutische mogelijkhede adh hun werkingsmechanisme bij de ziekte van Parkinso

Thiaziden en furosemide
Digoxine en een dihydropyridine
L-DOPA en haloperidol
Propanolol en insuline
Imipramine en methylfenidaat

5) Bespreek bondig het werkingsmechanisme:

-Cimetidine
-Celecoxib
-Allopurinol
-Digoxine
-Lidocaïne