Fysiopathologie van de voortplanting (E01D1A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

De studie van voortplantingsprocessen is enigszins ondervertegenwoordigd in de bestaande curricula. Toch moet er benadrukt worden dat wij zoogdieren een bijzondere plaats innemen in het dierenrijk doordat wij vivipaar zijn. Daarom hebben we speciale fysiologische aanpassingen, die echter ook zorgen voor het occasioneel optreden van specifieke zwangerschapspathologieën (zwangerschapshypertensie, zwangerschapsdiabetes, intra-uteriene groeirestrictie, spontane miskramen). Bovendien kan een studie van voortplantingsprocessen en in ons geval de zwangerschap, leiden tot een verruiming van inzichten in andere wetenschapsdomeinen zoals immunologie en tumorbiologie. De bedoeling van dit keuzeopleidingsonderdeel is het voortplantingsproces te doorlopen in de logische opvolging van bevruchting, implantatie, placentatie en foetale ontwikkeling. We vertrekken telkens vanuit van de celbiologische en fysiologische basis om dan de fysiopathologische processen te behandelen die aan de basis liggen van verschillende problemen in de menselijke voortplanting.


Examenvorm

Het examen is een mondeling examen met een schriftelijke voorbereiding. De studenten krijgen drie hoofdvragen waarin hun kennis en inzicht zal getoetst worden. In de eerste twee hoofdvragen zal hun theoretische kennis, inzicht en hun toepasbaarheid van de vergaarde kennis getoetst worden. De derde hoofdvraag zal bestaan uit kleine meerkeuze vragen die kort dienen toegelicht te worden. De derde vraag dient niet te worden toegelicht in het mondelinge gedeelte. De bedoeling hiervan is te testen hoe grondig en volledig de cursus is ingestudeerd door de student.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

 


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

  1. Wat is capacitatie? Welke factoren in het externe milieu spelen een rol? Welke zijn de belangrijke ionenkanalen?
  2. Bespreek de trofoblast-invasie bij de mens. Wat is pre-eclampsie? Welk proefdiermodel zou je gebruiken om pre-eclampsie te bestuderen?

Examenvragen '16-'17

File:Examenvragen fysiopathologie van de voortplanting '16-'17.docx

Examenvragen januari 2014

Voormiddag

1) bespreek voor het bevruchtingsproces: initiatie, penetratie en fusie en wat is de rol van Ca2+ bij de eicelactivatie

2)bespreek placentatie tem dag 20, bespreek haemomonochoriaal en haemodichoriaal en met welk proefdier ga je UIGR onderzoeken

3)stellingen:

- ovulatie bij het konijn is spontaan.

- decidua gebeurt bij epitheliochoriale placenta

- de pampiniforme reflex is belangrijk bij melksecretie

- foramen ovale sluit vlak voor de geboorte door stijging van de pulmonaire flow

Namiddag:

1)bespreek eicel tot graafse follikel. Welke invloed heeft granulossacellen op eicel? geef proefdierenmodel

2)bespreek pulmonale en bloedcirculatie intrauterien + aanpassingen neotaal. geef proefdiermodel.


Examenvragen 2016

1. Trofoblastinvasie beschrijven. Welk effect heeft het op de bloedvaten? Wat is pre-eclampsie? Welk proefdiermodel gebruik je hiervoor?

2. Bespreek het geboorteproces. Fysiologische en endocrinologische aanpassingen bij de moeder. Hoe zorgt een infectie voor pre-terme arbeid? Geef ook een proefdiermodel om dit te bestuderen.

3. Stellingen:

- Endometriose is een aandoening waarbij het endometrium sneller groeit (fout)

- De corticale reactie gebeurt na het heropstarten van meiose II en als de intracellulaire calciumconcentratie hoog is (fout)

- Psuedo-implantatie geeft een epitheliochoriale placenta (juist)

- De pampiniforme reflex is belangrijk bij melksecretie (fout)

- Villeuse trofoblast is klasse I negatief en induceert een immuunrespons (fout)