Heelkundig zorgtraject (E06Y3A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Het uitgangspunt is dat de bachelorstudent op weg naar het diploma “aspirant-arts” een inzicht verwerft in het zorgtraject dat de patient met een “heelkundig probleem” of met een medische aandoening die een “heelkundige aanpak” vereist, doorloopt tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis. Aan het einde van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om het zorgproces van een heelkundige patient te begrijpen, de belangrijkste stappen bij de voorbereiding, de uitvoering en de nazorg van de ingreep te kennen en de belangrijkste verwikkelingen met hun aanpak te kennen.’

Dit OPO sluit nauw aanbij het OPO “Vaardigheden en Communicatie 3” waar de student in contact komt met de heelkundige patient en waar zij/hij de heelkundige vaardigheden verwerft tijdens "de stageweek heelkunde". Naast het in de praktijk omzetten van aangeleerde vaardigheden zoals kleine wondhechting, plaatsen blaassonde, uitvoeren ppa, verband aanleggen, verwijderen hechtingen, etc in de operatiezaal of op de raadpleging, is het ook belangrijk dat de student een kijkstage kan doorlopen waarbij hij ook het werk van de anesthesist, de intensivist, de spoedarts, en de anatomopatholoog kan gade moeten slaan om inzicht te krijgen in de belangrijke bijdrage die zij leveren in het heelkundig zorgproces vanuit hun eigen specifieke competentie. In het bijzonder dient de student notie te hebben wat er gebeurt met het resectiespecimen en hoe dit verder verwerkt wordt gezien het belang van een correcte diagnose en staging. Deze informatie zal immers de verdere prognose van de patient sterk beinvloeden en een eventuele aanvullende behandeling sturen.

  • 1.5 sp: Inleiding tot de heelkunde (Van Raemdonck Dirk)

- les 1: inleiding - de heelkundige patient - wondbehandeling - les 2: de heelkundige ingreep - les 3: heelkundige verwikkelingen - les 4: heelkundige infecties - les 5: traumapatient

  • 1.5 sp: Inleiding tot de anesthesiologie (Van De Velde Marc)

- les 1: preoperatieve evaluatie en risico - les 2: de loco-regionale anesthesie - les 3: de algemene narcose - les 4: de normale postoperatieve zorg

  • 1.5 sp: inleiding tot de intensieve geneeskunde (Vlasselaers Dirk)

- les 1: vitale functies en postoperatief vochtbeleid - les 2: sepsis en shock - les 3: orgaanfalen en ondersteuning - les 4: brandwonden en parenterale voeding

  • 0.5 sp: semeiologie van de van de heelkundige patiënt (D'Hoore André)

- les 1: abdomen - les 2: thorax

Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Schriftelijk Vraagvormen : Meerkeuzevragen, Open vragen Leermateriaal : Geen

2014/2015 Met mondelinge commentaar voor één van de 3 delen afhankelijk van de docent die die dag aanwezig is (vooraf geweten). De twee andere delen zullen verbeterd worden door de individuele docenten zelf. Het geschreven examen behandelt de inhoud van alle drie de delen. Het examen bestaat uit twee theoretische vragen voor elk deel (die de leerstof uit alle lessen omvatten) en een vraag rond een klinische casus waarin de student zijn/haar klinisch redeneervermogen demonstreert (deel 1-3). De student zal zijn geschreven antwoord verder kunnen toelichten in een open discussie met één van de docenten (naam vooraf geweten). Het eindtotaal voor het vak is de som van de 3 delen (1/4 van de punten per deel) + de vraag rond de klinische casus (1/4 van de punten) met gelijk gewicht en teruggebracht naar een eindtotaal op 20 punten

- Het examen is schriftelijk en handelt over volgende OLA's: 1. Inleiding tot de heelkunde 2. Inleiding tot de anesthesiologie 3. inleiding tot de intensieve geneeskunde

Het examen bestaat uit een combinatie van theoretische en multiple choice vragen (met giscorrectie) per OLA (verspreid over de lessen) en één geintegreerde klinische casusvraag waarin het klinisch redeneringsvermogen aan de hand van de leerstof gedoceerd in de 3 OLA's, wordt geexamineerd.

De leerstof van OLA 4 'Semeiologie van de heelkundige patiënt (inleidende colleges)' wordt niet ondervraagd, maar is een voorbereiding op "de stageweek heelkunde" in het OPO Vaardigheden en Communicatie 3 van 3de bachelor fase.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


-Bij inleiding tot de anesthesie en inleiding tot de intensieve zorgen is het zeker nuttig om ook de slides te bekijken.

- Bij inleiding tot heelkunde is dit minder nodig, hier staat alles goed in de cursus. De slides zijn bij dit deel eerder een samenvatting van het boek. Bij dit deel is het ook belangrijk om de zaken te leren waarvan je denkt: dit lijkt me basiskennis, dat zal wel lukken. Deze delen moet je op het examen immers soms volledig geven.

- Dit vak wordt vaak onderschat naast menselijk bewegingsstelsel en ziektemechanismen. Laat het dus zeker niet liggen tot het einde. Vooral de laatste 2 delen zijn moeilijker om te leren dan je in het begin denkt.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Sjabloon:Heelkundig zorgtraject (E06Y3A)/bestanden


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examen 2016-2017

Examen 2017-2018

Inleiding tot de heelkunde Open vraag:

Bespreek de stappen van de operatie vanaf binnenkomst in de operatiezaal van de patiënt tot diens vertrek voor bijvoorbeeld een peritonitis.

Bespreek lokale en algemene maatregelen voor een operatie

Welke wondsoorten bestaan er (oorsprong en kenmerken)

Hoe verzorg je een wonde en waar let je op als arts.

Meerkeuze:

1. Welk antisepticum hoort niet in rij?

Ethanol Joodalcohol Polyvidone iodium Eosine 2% in alcohol

2. Wat hoort niet bij Alexis Carrel? zeer nuttig om weten Oostenrijker Nobelprijs Vaatanastomose Lindebergh

3. Catgut is een? Resorbeerbare draad → deze is toch juist?? Nietje Natuurlijke draad Monofilament

4. Waar staat de Z voor in PAZA? Zorgen Zaal Zone Zelf

5. Wat doe je met iemand die een vuile wonde heeft waarvan de volledige primovaccinatie >10 en <20 jaar geleden is? Toxoid + Ig Toxoid Ig Niets

6. Waar staat de P voor in FFP Pasta .. Pus Plasma


Korte open vragen:

Definitie van hypertrofisch litteken?

Primaire peritonitis + voorbeeld?

Instrumentist?

Fistel + voorbeeld

2de graads brandwonde: kenmerken + belang van de diagnose voor behandeling?

Biotechnieker?

Koud abces + voorbeeld?

Secundaire bloeding

Wat is het nut van een “cell saver”?

Casus:

25 jarige man met ulcerosa colitis, anastomose van ileum met colon. Krijgt PCEA voor drie dagen na zijn operatie. Uit de anamnese haal je: Astma, Diabetes type 1, een liesbreuk op jonge leeftijd waar hij toen aan geopereerd is en al tweemaal een drainage van zijn peri-anaal abces. Medicatie: Cortisone, insuline, brochodilaterende puffer.

Dag 5 postop heeft hij abdominale pijn, geen flatus of stoelgang, moet hij braken. Zijn maagsonde verzamelt een halve liter galvocht per dag. Er is geen prikkeling van het abdomen (geen pijn bij palpatie).

welke complicaties zijn mogelijk oorzaken therapie diagnostische middelen mogelijke labo onderzoeken


Inleiding tot de anesthesiologie

Grote vraag:

Wat is de pKa en wat is hiervan het belang bij lokale anesthetica?

Bespreek awareness.

Hoe detecteert een anesthesioloog tijdens de operatie pijn? Bespreek het werkingsmechanisme van opiaten en geef 3 voorbeelden.

Epiduraal hematoom: ontstaan, risicofactoren, symptomen, behandelen

Juist/fout en uitleggen waarom: De MAC waarde van een volatiel is de concentratie waarbij 90% van de patienten niet reageert op een chiruranestheticum malignische prikkel?

Ketamine zorgt voor tachycardie?

Remifentanyl heeft de laagste effectief circulerende concentratie

Fentanyl is het opiaat met het laagst context sensitief halfleven

PDPH verbetert bij rechtzitten en verslechtert bij neerliggen.

Symptomen van PDHP kan je verhelpen door 100 ml heteroloog bloed in te spuiten in de epidurale ruimte

Hoe lager de PKa, hoe meer van het geneesmiddel in basische vorm is en hoe trager de inwerkingstijd

Casus:


ASA classificatie (2?) patiënt is niet nuchter, maar er moet toch een operatie gebeuren, hoe los je dit op? (rapid sequence induction + eventueel antacide/ppi’s/…) pre-operatief onderzoek + technische onderzoeken die je zeker moet afleggen voorspellers moeilijke intubatie een bepaald LA (0,5%), bupivacaine wat is de maximale dosis die deze patiënt mag krijgen? (patiënt 75 kg) !

Intensieve geneeskunde

Grote vraag:

Bespreek ARDS. definitie, oorzaken, epidemiologie, pathofysiologie, behandeling Bespreek SHOCK: definitie, pathofysiologie, indeling, algemene symptomen, eerste behandeling

Kleine open vragen:

Nierinsufficiëntie indelen 3 oorzaken? (prerenaal, renaal en postrenaal) 3 basiscomponenten TPN en dagelijkse behoefte? 3 soorten iv-vloeistoffen + telkens 1 voorbeeld 4 grote klassen van circulatie onderhoudende medicijnen, uitleggen + relevant voorbeeld geven 2 hoofdzaken sepsis 3 aanleidingen voor met dialyse te starten

Casus: 4

Aan welke ziektebeelden denk je? Wat kunnen oorzaken hiervan zijn? Rangschik naar belangrijkheid. Welke maatregelen moet je nemen diagnostisch en therapeutisch?

Examen 2018-2019

Casusvragen

1) Bespreek ARDS

2) Casus:algemene tekens van shock + een verminderd ademhalingsgeruis in de linker onderkwab en het ontstaan van ‘een grimas op het gezicht’ bij palpatie van de onderbuik.

A) Welke grote ziektebeelden kunnen hiervan de oorzaak zijn en rangschik in volgorde van waarschijnlijkheid wat is heirop het antwoord? Septische shock en daarop een beginnend ARDS ofzo? En wat is dan je DD? B) Welke diagnostische en therapeutische maatregelen ga je ONMIDDELLIJK nemen? C) Welk specifiek ziektebeeld is hiervan waarschijnlijk de oorzaak? En welke deel-ziektebeelden? Rangschik in volgorde van waarschijnlijkheid en leg uit. D) Welke diagnostische en therapeutische maatregelen ga je verder nemen in je verder beleid?

3) 2 specifieke kenmerken van de pathofysiologie van sepsis DIC, complexe immuunrespons, MODS. → is dit niet inflammatie en coagulopathie? ja klopt !

4) 3 Delen waaruit parenterale nutritie bestaat

Mengsel van koolhydraten, eiwitten en vetten

5) 3 Types infuusvloeistoffen + 2 vb bij elk

1) cristalloïden= waterige opl met lage osmo: gebalanceerde o; NaCL 0.9%, suikerhoudende wateroplossingen 2) colloiden= waterige met hoge osmo: synthetische (gelatines of zetmeelopl); humaan albumine 3) bloedproducten packet cells (RBC); FFP;Bloedplaatsjesconcentraat; volbloed

6) 4 Farmaca voor de medicamenteuze ondersteuning van de circulatie+ 1vb →positieve inotropica (dobutamine), vasopressoren (adrenaline), vasodilatantia (nitraten), anti-aritmica (amiodarone) →les 1 slide 63


‘’’7)postoperatieve nierinsufficiëntie: indeling volgens oorzaak’’’

→Renaal: ischemie, toxisch →Postrenaal: gestoorde afloop bv prostaat hypertrofie →Prerenaal:
 ‘’’8) Bespreek Shock’’’

‘’’ 9) Anasthesie’’’ 1) Bespreek postdurale punctie -hoofdpijn 2) casus: Man kreeg enkele uren na de chirurgie hevige pijn in zijn onderbuik waarvoor snel een LA werd toegediend. Vervolgens kloeg de man van een metaalsmaak rond de lippen en dubbelzicht. Wat is er gebeurd? Hoe pak je dit aan? 3) Maagaspiratie: Wat zijn de risicofactoren? Welke groepen lopen meer risico? Welke maatregelen ga je nemen om dit te voorkomen? 4) Hoe lager de PKa, hoe hoe meer LA bij fysiologische pH in basische oplossing is juist/fout 5) fentanyl en morfine potentie x1000 juist/fout 6) 10% kans op overlijden als ASAIII bij urgente ingreep juist/fout 7) bupivacaïne en levobupivacaïne betere potentie door betere eiwitbinding fout/juist 8)TSH productie door hypofyse neemt toe door stressrespons juist/fout


‘’’10) Bespreek CSE. Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen? Wat zijn de complicaties van neuraxiale anesthesie?’’’ ‘’’11)Welke anesthetica hebben antagonisten? Geef voorbeelden indien nodig. Spierverslappers hebben ook antagonisten, hoe werken deze? Wat is het risico bij het gebruik van deze?’’’ ‘’’12)Sufentanil is het snelst werkende en sterkste opïod juist/fout’’’
      

Heelkunde

• ‘’’1)bespreek (min) 5 soorten wondverwikkelingen’’’
 • ’’’2)bespreek de verschillende soorten wondheling (verloop, indicatie...)’’’
 • ’’’3)casus: patiënt met operatie aan slokdarm-ulcus, na 5 dagen epidurale katheter en blaassonde verwijderd. Hij heeft sinds die niet meer geürineerd, lichte koorts, trekt grimas tijdens palpatie onderbuik, en normale peristaltiek (heel vaag). Wat zou de reden kunnen zijn, welke therapeutische en diagnostische stappen ondernemen? Hoe opvolgen? ⇒ globus vesicale? (verlamming aan de blaas secundair aan aanwezigheid van epidurale pijnkatheter?) Urineweg onsteking -> obstructie ? Hematoom door schade aan urineweg -> obstructie?’’’
 • ’’’4) Waar vond de eerste ether anesthesie plaats?’’’
A. boston B. zurich C. Baltimore • ’’’5)Waar staat V voor in V… Assisted Closure’’’
A. vacuum 
B. vertical • ’’’6)Patiënt met propere wonde en <5 jaar geleden opvolg dosis tetanus. Wat toedienen?’’’
A. Toxoïd 1 dosis
B. Toxoïd + Ig
C. Ig
D. Niets toedienen
 • ’’’7) 5 begrippen in één zin bespreken:’’’ ⁃ lymphocoele ⁃ taak van de perfusionist ⁃ lijnen van Langer ⁃ fistel

• ’’’8)Geef (minstens) 5 oorzaken van postoperatieve koorts. Bespreek bij elk de oorzaak en aanpak.’’’ • ’’’9)Wat zijn naast koorts nog heelkundige verwikkelingen? Geef er minstens 5.’’’ • ’’’10)Leg een van deze verwikkelingen uit. ’’’
  

Semeiologie

• ’’’1)Waar duidt het teken van Murphy op’’’ ⁃ acute pancreatits ⁃ acute cholecystitis← ⁃ acute appendicitis
 ‘’’2) wat is niet typerend voor DVT’’’
A. Teken van Buerger←
B. Zwelling van het lidmaat
C. Teken van Homan
D. Roodheid van het lidmaat
 ‘’’3) pijnloze icterus, duidelijk palpabele galblaas en … duidt op’’’ 1. positief teken van courvoisier -> geen galstenen 2. 
 ‘’’4) Hoe bereken je de positief predictieve waarde’’’ ⇒TP / TP + FP ‘’’5)wat is geen teken van arteriële thrombose? ‘’’ ⇒Positief teken van Homan ‘’’6) wat is geen teken van septische shock?’’’ ⇒Witte huid.



Examen 2015 / 2016

Casusvragen

1) 75-jarige man met milde COPD, kleplijden, liesbreuk, herniatie intra-abdominale organen. Krijgt abdominale incisie evenwijdig met lies, om organen terug in peritoneum te steken.

Medicatie: ACE-inhibitor, bronchodilatator puffer, anti-cholesterolmedicatie, Medrol (cortisone), bèta-blokker, Marcoumar (coumarinederivaat)


2) 70-jarige vrouw, obees, ex rookster en diabetica ligt al enkele weken in het ziekenhuis met zwarte verkleuringen aan haar rechter voet. Een tijd geleden heeft ze een femorale bypass gekregen in dit been. Ondanks uitgebreide wondverzorging krijgt men de wonden echter niet onder controle. Er is geen andere mogelijkheid meer dan haar voet amputeren. Tegelijkertijd zal de chirurg ook de doorgang van de bypass bekijken.

Medicatie: Clopidogrel, 80mg Aspirine (Asaflow), ACE-inhibitor, anti-cholesterolmedicatie, anti-diabetica (insuline 2/dag)


Inleiding tot de heelkunde

Casus 1


Na 5d postop begint patiënt koorts te vertonen, wonde begint te stinken en is rood + zwelling.

• wat heeft zich voorgedaan

• wat ga je onmiddellijk doen?

• hoe gaat wonde verder spontaan helen en wat doe je om de wonde beter te laten helen


Na 1 jaar zie je patiënt terug, heeft pijn bij stappen. Zwelling net onder plaats waar oud litteken was. Duidelijk peristaltische geruisen bij de zwelling.

• wat heeft zich voorgedaan?

• welke factor uit zijn voorgeschiedenis veroorzaakt dit waarschijnlijk?

• wat ga je doen om dit te behandelen?


Casus 2


De operatie is goed verlopen, na enkele dagen kine tot dag 5 postop krijgt ze echter pijn in haar been bij flexie, ziet de wonde rood en is hij warm.

1. Welke verwikkeling heeft zich voorgedaan?

2. Welke locale maatregelen gaat u nemen?

3. Welke algemene maatregelen zal u nemen?


Na 15 dagen verkleurt het bovenbeen van de vrouw groen, zwart, rood, flegmonische ontsteking van de huid eromheen en we zien gasvorming in de weefsels.

4. welke verwikkeling heeft zich nu voorgedaan?

5. Welke behandeling stelt u voor?

6. Welk feit in haar voorgeschiedenis kan bijgedragen hebben aan deze complicatie?


Bijvragen

-Bespreek de verschillende soorten wonden (+ oorzaak en hun kenmerken)

-Bespreek de wondheling in verschillende stappen, plus aandachtspunten waar de arts op moet letten

-Welke lokale en algemene maatregelen moeten er genomen worden vóór de patiënt de kamer verlaat op de ochtend van de operatie om de operatie zo goed en veilig mogelijk te laten verlopen?

-Bespreek stap voor stap wat er gebeurt in de operatiezaal vanaf het binnenrollen tot het buitenrollen van de patiënt bij een majeure abdominale operatie. Bespreek ondertussen wat er gebeurt om de operatie zo veilig mogelijk te laten verlopen. (WHO Safe Surgery Checklist)

-Brandwonden graad II, diep : beschrijf de symptomen en het belang van de diagnose voor de behandeling


Multiple choice

1. Wat hoort niet bij ‘John Warren’ (operatie 16/10/1846)?

a. Harvard University

b. London

c. William Morton

d. New Eng J Med


2. Wat is juist bij Ethilon (nylon) draad?

a. natuurlijk

b. niet-resorbeerbaar

c. nietjes

d. polyfilament


3. Welke stof hoort niet in het rijtje thuis:

a. ethanol

b. HAC

c. jodium

d. chlooramine


4. Wat ga je toedienen bij iemand die minder dan 5 jaar geleden een tetanusrappel had gekregen, en nu een zuivere snijwonde heeft die aseptisch behandeld is

a. niets toedienen

b. toxoid

c. toxoid + Ig

d. Ig


5. Voor wat staat de I in ‘DIC’?

a. intrinsiek

b. intravasculair

c. intens

d. intramusculair


6. Wat voor draad is catgut?

a. natuurlijk

b. monofilament

c. resorbeerbaar

d. niet-resorbeerbaar


7. Waarvoor staat de A in HAC? Hospital … Concentrate

a. Anstiseptic

b. Antigen

c. Analgesic

d. …


8. Wat dien je toe bij ieman die tussen de 10 en twintig jaar geleden gevaccineerd is tegen tetanus en nu een propere snijwonde heeft ?

a. toxoid (x2) + ig

b. toxoid + ig

c. toxoid

d. niets


9. Wat heeft er niet te maken met Alexis Carrel

a. Vaatanastomose

b. Nobelprijs

c. London

d. Charles Lindebergh


10. Welk van de volgende antiseptische oplossing hoort niet in het rijtje.

a. Polyvidium jood

b. ethanol

c. joodalcohol

d. eosine in alcohol


Vul aan of leg uit in maximaal 1 zin (5 vragen):

• De regel van 9 wordt gebruikt bij: …

• De taak van de omloopverpleegkundige is:...

• De taak van de instrumentiste is:...

• Een flegmone is: ...

• Een keloid is:...

• Een hypertrofe wondheling is...

• Een secundaire peritonitis is:...

• Een primaire peritonitis is…

• Kenmerken van een secundaire brandwonde en waarom dit belangrijk is bij de behandeling


Inleiding tot de anesthesiologie

Casus 1

1) Wat is ASA classificatie van patient?

2) Welke medicatie geef je door, welke zet je stop, en waarom?

3) Welke anesthesie zal je toepassen en waarom, wat is voordeel en nadeel van algemene en spinale anesthesie bij deze situatie?

4) Welke pre-op onderzoeken zal je voeren?


Casus 2

1) Welke ASA classificatie heeft zij?

2) Welke medicatie ga je stoppen en welke geef je door en waarom?

3) Na de operatie is veel pijn te verwachten. Wat zijn de voor en nadelen van PCEA en PCIA in deze casus?

4) Welke tests gaat u preop aanvragen?


Bijvragen


Bespreek: ’nuchter zijn voor opname’ bij electieve heelkundige ingreep

• wat is doel hiervan?

• wat is risico?

• wie is risicogroep?

• geldt dit ook voor locoregionale anesthesie?

• wat moet je doen bij niet-nuchtere patiënt?


-Bespreek: neuromusculaire blokkers, depolariserende versus niet-depolariserende en geef van elk een voorbeeld.

-Bespreek de verschillen tussen spinale en epidurale anesthesie

-Waarom is het nodig om tijdens de operatie de luchtweg over te nemen? Geef enkele voorbeelden van manieren om dit te doen.

-wat zijn de verschillen tussen epidurale anesthesie en spinale anesthesie?

-waarom moet de luchtweg beveiligd worden tijdens algemene anesthesie en geef enkele voorbeelden van hoe dit kan


JUIST/FOUT? Bij fout: leg uit in één zin waarom het fout is

• Bij lagere pKa zal het LA in meer basische vorm voorkomen dan bij pH = 7.4 juist is basische vorm dan hetzelfde als de niet-geioniseerde vorm?

• Opiaten werken op de mu receptor in de perifere weefsels

• Propofol is beter om te geven dan ketamine bij patient met intracraniele overdruk juist

• Bij LAST voel je meestal eerst metaalsmaak in mond en peri-orale tintelingen juist

• Postdurale punctiehoofdpijn kan alleen maar voorkomen na durale punctie onder niveau L2-L3

• Prilocaine krijgt de voorkeur voor behandeling van langdurige postoperatieve pijn na een knieprothese

• Aangezien de n. Peroneus en de n. Tibialis afpakken van de nervus popliteus kunnen we een operatie aan de voetrug makkelijk doen met LA ter hoogte van de kniekuil.

• Het interstitiële vocht bevat ongeveer 30% van ons totale lichaamsgewicht.

• Voor een persoon van 75 kg is het standaard onderhoudsinfuus 100ml per minuut colloid.


Inleiding tot de intensieve geneeskunde

Casus 1 Patiënt wordt postop tachycardisch, koorts, bleek… (klassieke tekens van shock)

+ problemen met ademhaling, weinig ademgeruisen in linkeronderkwab

• Wat heeft zich voorgedaan?

• Wat is de differentiele diagnose en welke is het meest waarschijnlijk?

• Welke technische onderzoeken ga je doen?

• Wat ga je doen om dit te behandelen?

Casus 2 (Perop kreeg de vrouw 2 Packed Cells) We zijn nu 3 dagen postop en de vrouw is kort van adem, heeft lichte koorts, laag normotens, bradycard, tachypnee, bij auscultatie lichte crepitaties en verminderd longgeruis bilateraal in de onderste longkwabben

1. Aan welke grote ziektebeelden doet dit u denken?

2. Welke diagnostische en therapeutische maatregelen gaat u nemen?

3. Welke differentieel diagnoses zijn het meest waarschijnlijk?

4. Wat gaat u diagnostisch doen om het onderscheid tussen deze te maken?

5. Wat is uw behandeling?


Bijvragen

Bespreek ARDS (epidemiologie, oorzaak, pathofysiologie, behandeling, evolutie

Bespreek shock: definitie, pathofysiologie, algemene symptomen, indeling (met relevante voorbeelden bij elk type), eerste aanpak


Kleine bijvraagjes

• 3 indicaties om niervervangende therapie te starten oligo-anurie (risico op overvulling), metabole acidose/ionenstoornissen, gedaalde klaring van toxines

• 3 types IV vloeistoffen + geef van elk 2 vb’n

• 3 meest voorkomende oorzaken van post-operatieve metabole acidose toediening van NaCl ( 0,9)

• 2 pathofysiologische verschijnselen bij septische shock DIC + complexe immuunrespons

• 3 manieren om hyperkalemie te behandelen + bij elke manier een voorbeeld membraanstabilisatie (calcium), k naar intracellulair ( insuline beta agonisten, HCO3), K verwijderen (diuretica)

• Wat is de dagelijkse behoefte van een nuchtere patiënt? Na: Ka: Water: glucose:

• Geef de verschillende klassen van circulatie ondersteunende medicatie + bij elke een relevant voorbeeld

• Welke 3 componenten bevat TPN?

• Geef de 3 mogelijke oorzaken van nierproblemen en een voorbeeld bij elk.

Vul aan:

Basisbehoeften aan H2O, NA, K, Glucose Parenterale nutritie bestaat uit:

-

-

-

2 pathofysiologische kenmerken van sepsis

-

-

Beschrijf nierinsufficiëntie volgens indeling in oorzaak

-

-


Semeiologie van de heelkundige patiënt

Deel D’Hoore


1. Waarop wijst positief teken Murphy?

a. acute appendicitis

b. acute cholecystitis

c. …

d. …


2. Wat zie je NIET bij septische shock

a. bloeddrukdaling

b. bleke huid

c. septische rash

d. tachycardie


3. Wat zie je NIET bij acute arteriele ischemie

a. oedeemvorming

b. wit en bleek lidmaat

c. teken van Buerger (roodheid na opheffen been)

d. geen arteriele pulsaties


4. Wat zie je NIET bij DVT onderste lidmaat

a. teken van Buerger (roodheid na opheffen been)

b. oedeemvorming

c. zwelling, warmte

d. teken van Homan (pijn bij dorsiflexie voet)


5. Wat is een mogelijk teken van hypoxie?

a. cyanose

b. bleekheid

c. icterus

d. ...


6. Koorts is een…parameter voor longontsteking

a. hoog sensitief en laag specifiek

b. hoog sensitief en hoog specifiek

c. laag sensitief en hoog specifiek

d. laag sensitief en laag specifiek


7. Het epigastrium is:

a. synoniem voor flank

b. hoog in de midbuik regio

c. regio rond de navel

d. linker fossa iliaca


8. Wat is geen symptoom voor maagperforatie?

a. plankharde buik

b. afwezigheid leverdofheid bij percussie

c. bewegingsdrang

d. …


9. Bij niet-pijnlijke, palpabele galblaas geldt:

a. dit is positief teken van Courvoisier

b. dit is een galwegobstructie

c. icterus

d. …


10. Bij een pneumothorax heb je volgende kenmerk NIET

a. tachypnee

b. asymmetrische expansie

c. hypotensie

d. verminderde resonantie


11. bij maagperforatie: wat is geen symptoom

a. plankharde buik

b. rebound tenderness

c. verdwijnen dofheid lever thv percussie

d. cris du Douglas bij ppa


12. Hypochonder is?

a. synoniem voor flank

b. Regio onder de navel

c. In deze regio zal je palperen bij een galblaasontsteking

d. ...


13. Een patiënt heet een niet- pijnlijke icterus met een palpabele galblaas. Bovendien is zijn eetlust sterk afgenomen en is hij vermagerd. Waar denk je aan?

a. Pancreaskoptumor

b. Levercirrose (knobbelvorming)

c. Dit is een positief teken van McBurney

d. ...


14. Waarop wijst positief teken van Mc Burney?

a. acute pancreatitis

b. acute appendicitis

c. ...

d. ...


15. Waaraan controleer je best anemie?

a. sclerae

b. conjuctivae

c. handpalmen

d. voetzolen

Examen 2014 / 2015

Heelkunde:

  • Bespreek de klinische vormen van wondheling
  • Bespreek minstens 5 specifieke wondproblemen
  • Bespreek (minstens) 5 oorzaken van koorts
  • Wat zijn andere heelkundige verwikkelingen, bespreek er een van

5 MPC-vragen:Eerste operatie ether: waar?

Boston
Zurich
Glasgow
Baltimore


Specificiteit en sensitiviteit

De specificiteit wordt groter als het aantal vals positieven groter wordt
De specificiteit wordt groter als het aantal vals negatieven groter wordt
De Sensitiviteit wordt groter als het aantal vals positieven groter wordt
De sensitiviteit wordt groter als het aantal vals negatieven groter wordt

Waar vond eerste operatie onder narcose plaats?

Boston
Baltimore
Zurich
Glasgow

Tetanusvaccinatie bij iemand die meer dan 10 jaar geleden gevaccineerd geweest was en het volledige vaccinatieschema gevolgd had: wat toedienen?

Enkel Ig
Ig en toxoiden
enkel toxoiden
2 keer toxoiden en 2x ig met 6 maanden tussen

Donati-steek: welk soort steek?

Enkelvoudige
Verticale matras
Surjet
Horizontale matras

V… Assisted Closure: voor wat staat de V?

Vacuüm
Vertical

DIC: waarvoor staat de D

Diffuse
Direct
Deep

In 1867 gebruikte Lister Carbolzuur: waar?

Boston
Glasgow
Zurich
Baltimore

Een zuivere snijwonde die onmiddellijk antiseptisch werd behandeld, >10j na tetanusrappel: wat dienen we toe? (toxoid+Ig, toxoid, Ig, niets)

5 kleine vragen/definities: -Lymphocoele -Lijnen van Langer -Paradoxaal embool -Fistel -Taak Perfusionist -Taak omloopverpleegkundige -Definitie seroom -Time-out -Superinfectie

Casus


Intensieve zorgen:

Bespreek ARDS: definitie, epidemiologie, oorzaken, behandeling…

Bespreek shock: definitie, algemene symptomen, onderverdeling, eerste behandelingen

Bespreek de 3 meestvoorkomende oorzaken van postoperatieve acute nierinsuffientie

Welke drie soorten vloeistoffen kan m’n toedienen peri-operatief? (+ 2 vb’en elk)

Welk zijn de twee belangrijkste pathofysiologische elementen van sepsis?

Hyperkaliemie: welke drie ‘behandelvormen’?

Postoperatieve metabole acidose: welk zijn de meeste voorkomende oorzaken?

Renale complicaties: bespreek de onderverdeling volgens oorzaak

TPN bevat 3 zaken: welke?

Wat is de basisbehoefte voor een nuchtere volwassen mens (van Kalium, Natrium, glucose en water)

4 klassen farmaca voor circulatoire ondersteuning

2 componenten van Sepsis

Casus (dezelfde maar met andere vragen)


Anesthesiologie:

Lokale anesthetica: werkingsmechanisme, en PKa.

ASA-classificatie, NYHA-classificatie en Mallempati score uitleggen.

Stellingen : JUIST of FOUT (fout verbeteren):

  • Eerste symptomen LAST zijn meestal metaalsmaak in de mond en peri-orale tintelingen.
  • Lagere pKa betekent LA in meer basische vorm bij fysiologische pH van 7,4.-PDPH: verbetert bij rechtstaan/rechtzitten, verergert door te liggen.
  • LA moet geïoniseerd zijn om door de membraan van een neuron te gaan en basisch om een natrium kanaal te blokkeren
  • Bij een patiënt met het "maligne hyperthermie-gen" mogen we zonder problemen volatiele anesthetica gebruiken
  • De peri-operatieve stressrespons draagt bij aan het risico op een DVT.
  • Men doet standaard bij iedere volwassene een EKG