Immunologie (E05Y4A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen

Doel van dit opleidingsonderdeel is de impact te schetsen van immunologische methoden in medisch onderzoek en medische toepassingen in diagnostiek en behandeling van ziekten. Aandacht gaat hierbij zowel naar specifieke basiskennis als naar productie- en analysemethoden voor therapie en diagnostiek. Toepassingsvelden situeren zich in diverse domeinen, waaronder fysiologie, pathologie (onder meer immuunpathologie, overgevoeligheidsreacties, auto-immuunziekten) en kanker. In de theoretische colleges immunologie leer je de anatomie en histologie kennen van het verdedigingsstelsel en de basismechanismen van aangeboren en adaptieve verdediging. Vertrekkend van de kennis van biochemie en celbiologie bestuderen we hierbij de werking van cellen en moleculen bij de verdediging. Op die manier ontwikkel je inzicht in de klinische toepassingen bij de diagnostiek van bijvoorbeeld overgevoeligheidsreacties en auto-immuunziekten, en bij de behandeling van ziekten via vaccinaties en (nieuwe) vormen van immunotherapie (bijvoorbeeld monoklonale antilichamen, cytokinen, celtherapie).

Examenvorm

Het deel 'histologie en anatomie', gedoceerd door prof Tousseyn, zal worden geëxamineerd aan de hand van multiple choice vragen (met giscorrectie), al dan niet op basis van histologische foto’s of tekeningen.


Het deel 'algemene aspecten, moleculaire immunologie en toepassingen van immunopathologie' is mondeling met schriftelijke voorbereiding, de studenten krijgen uit de lijst van 50 hoofdvragen, behandeld tijdens de colleges, 3 hoofdvragen met daarnaast nog 5 detailvragen.

De puntenverdeling is 25% (3 colleges) het deel ‘histologie en anatomie’ en 75 % (9 colleges) voor het deel 'algemene aspecten, moleculaire immunologie en toepassingen van immunopathologie’.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen) Sjabloon:Immunologie (E07A7B)/tips


- Bij professor Opdenacker zijn notitites heel belangrijk. Op zijn slides staan vooral tabellen en prenten, maar weinig uitleg en zijn cursus is veel minder uitgebreid dan de slides dus hier vind je de benodigde info ook niet terug.

- Je krijgt de 50 grote vragen van professor Opdenacker op voorhand. Maak die voor de blok (zoals hij zegt) of gebruik een van de bestaande bestanden en leg deze eens naast je slides en notities en leer die vragen knal vanbuiten.

- De bijvragen krijg je niet op voorhand. Hiervoor is het zeker nuttig om wimedica te bekijken!

- Kuby immunology kan interessant zijn als naslagwerk wanneer je de leerstof niet snapt. Hier steek je echter wel veel tijd in. Als je deze tijd niet hebt, kan je het boek beter niet kopen en het bij de cursus, de slides en de 50 vragen houden.


- De cursus van professor Tousseyn is niet volledig te kennen. Enkel zijn powerpoint is volledig leerstof. De cursus is wel interessant als achtergrond informatie of wanneer je niet zo’n goede notities hebt/ iets in de slides niet snapt.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Anatomie en histologie van het immuunstelsel

afkortingen

examenvragen

File:Immunologie.pdf Volledige studentencursus deel Opdenakker

Studentencursus Opdenakker

File:Grote-antwoorden-Sprangers.pdf

File:Kleine-antwoorden-Sprangers.pdf

Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen)

Examenvragen '16 - '17

Grote vragen

Zie vragenlijst op Toledo, zowel voor Opdenakker als voor Tousseyn

Opdenakker

Bijvragen

  • CD1
  • Hairy cell leukemie
  • MCP-1
  • LAD-1
  • ICAM-1
  • RIA
  • GM-CSF
  • Foto van patiënt met ziekte van Bechterew
  • Lectine weg van het complement systeem
  • Structuur en functie van IgG
  • MIRL (CD59)
  • 5 manieren waarop virus tegengehouden wordt
  • Waardoor kan een neutrofiele granulocyt aangetrokken worden (chemotaxis → 4 geven)
  • HLA-DR2
  • IL-3
  • IFN-B
  • Infliximab
  • Afbeelding Lepra (letsels + oorzaak bespreken)
  • HLA-DR2
  • IL-1
  • 5 mechanismen van granulocyten tegen bacterien
  • TLR 9
  • CPR
  • Gelatinase B
  • RAG-1 en RAG-2 deficiëntie
  • C1q: structuur en functie
  • MHC locus
  • Graves
  • E-rosetting
  • HLA-B27
  • Foto van bubble boy: aan welke ziekte lijdt deze jongen?

Tousseyn

10 vragen

1. Hoeveel witte bloedcellen worden er dagelijks aangemaakt?

 a) 300-350 x 10^3
 b) 300-350 x 10^6
 c) 300-350 x 10^9
 d) 300-350 x 10^12

2. Welke merker gelden voor mature cytotoxische T-lymfocyten?

 a) CD8+ / CD4+ / TdT+
 b) CD8+ / CD4- / TdT-
 c) CD8- / CD4+ / TdT+
 d) CD8+ / CD4+ / TdT-

3. Grootte en gewicht van een gezonde milt

 a) 11 cm - 150 gram
 b) 11 cm - 50 gram
 c) 6 cm - 50 gram
 d) 18 cm - 150 gram

4. Vrouw met silicone borstprothese heeft gezwollen axilaire lymfe (recht), waardoor?

 a) Borsttumor
 b) Lekkende prothese
 c) Fel ontstoken rechtervinger
 d) Alle bovenstaande

5. Welke van volgende organen doet aan hematopoëse

 a) Beenmerg
 b) Lever
 c) Milt
 d) Alle bovenstaanden

6. Wat is juist in verband met de cel op deze foto (megakaryocyt)?

 a) Ze zit tegen de botlamellen
 b) Bij defect zal er iets mis zijn met de bloedstolling
 c) Maakt 20% van de bloedcellen
 d) ...

7. Wat is juist in verband met de cel op deze foto (langerhalscel)?

 a) Langerhalscel
 b) Dendritische cel
 c) APC
 d) Alle bovenstaande

8. Waarmee hebben de cellen op onderstaande foto niets te maken (neutrofiel + RBC + lymfocyt)

 a) Fagocytose
 b) Allergie
 c) ...
 d) ...

9. Wat hoort niet bij de bloed-thymus barriere?

 a) Lichaampje van Hassal
 b) ...
 c) ...
 d) ...

10. Wat is fout in verband met een botboorpunctie?

 a) Het doet geen pijn, want periost is niet bezenuwd
 b) ...
 c) ...
 d) ...

11. Wat doe je met een patiënt na een splenectomie?

 a) Splenectomie is dodelijk
 b) Vaccineren tegen omkapselde bacteriën 
 c) Niks, milt is overbodig
 d) ...

12. CT-scan waarop een vergrote thymus was aangeduid. Wat is waar over deze structuur?

 a) Dit is met zekerheid een kwaadaardig lymfoom
 b) Dit orgaan ligt in het achterste mediastinum
 c) Dit orgaan kan iets te maken hebben met auto-immuniteit
 d) ...

13. Foto van de keelholte, wat duidt de pijl aan?

 a) Tonsilla lingualis
 b) Tonsilla palatina
 c) Tonsilla pharyngea
 d) ...

14. Welke stelling is fout?

 a) In het beenmerg worden plasmacellen opgeslagen
 b) Mature naïeve T-cellen verlaten het beenmerg
 c) Bij een SOA als genitale herpes vind je cervicale vergrote lymfeklieren
 d) ...

15. Foto van een neutrofiel, zeggen welke functie FOUT is

 a) NET
 b) In allergie
 c) Fagocytose
 d) Enzymen en granulen

Examenvragen '14 - '15

Grote vragen

Zie vragenlijst op Toledo, zowel voor Opdenakker als voor Tousseyn

Opdenakker

Bijvragen

  • MCP-1
  • ICAM-1
  • CD1
  • LAD-1
  • Prentje van Hairy cell leukemia: diagnose, hoe ziet cel eruit en behandeling
  • HLa-DR
  • E-rosetting
  • IFN-bèta
  • Foto van bubble boy: Bespreek mechanisme achter deze ziekte
  • sc-FV (bijvraagje: hoeveel CDR domeinen in totaal)
  • Foto lupus (zeggen welk type overgevoeligheidsreactie)
  • IL-3
  • Myasthenia gravis (zeggen welk type overgevoeligheidsreactie)
  • LPA-1
  • Tcel heterogeniteit (hij hoort graag iets over TCR en op welke crhomosomen ze liggen)
  • MHC
  • Th1-Th2-Treg-T17 (wat produceren ze?)
  • Cytokinenproductie
  • Door wat wordt IFN-alfa voornamelijk geproduceerd
  • Wat behandelt INF-gamma?
  • IL-8
  • IL-1
  • Infliximab
  • HLA DR2
  • Foto van man met huidlepra en biopsie: wat zie je?
  • Hoe behandel je iemand met transfusie-accident?
  • Hoe werd ontdekt dat er verschillende types T cellen zijn?
  • Wat bindt er aan MBL?
  • Wat is de meest voorkomende allergie in België?
  • Complement bindt op macrofaagreceptor: op welk deel van het complement?
  • Klassieke complementactivatie
  • K-cellen
  • Perifere tolerantie
  • Immunologie van diabetes
  • Foto van kind met DiGeorge gegeven: noem 5 klinische kenmerken die dit kind zou kunnen hebben
  • CRP
  • Mechanismen van granulocyten tegen bacteriën
  • Gelatinase B
  • Foto van reumatoïde arthritis: diagnose/onderzoek/behandeling
  • TLR-9
  • 5 manieren waarop het immuunsysteem reageert tegen virussen geven
  • MIRL
  • Foto van topisch eczeem
  • Acuutfase-eiwitten
  • FACS
  • PAMP's
  • Lysozyme
  • Foto van pancreatitis: geef 4 verschillen tussen foto b en e (foto staat in de slides)
  • Patch test
  • Verschillen tussen IgM en IgG
  • HLA-B27
  • E-selectine
  • Klinische kenmerken immunodeficiëntie

Tousseyn

  • Foto van de milta: welk orgaan? Hoe zie je dit?
  • Wat is aangeduid met (1) en geef 2 cellen die zich hier bevinden (lymfocytencorona)
  • Wat is aangeduid met (2) en geef de functie hiervan, specifiek voor dit orgaan. (marginale zone)
  • Wat is aangeduid met (3) en wat is de functie (rode pulpa)
  • Stelling juist of fout, indien fout, verbeter: "In (4) (= germinatief centrum) gebeurt de herschikking van de zware keten van het immunoglobuline in de t-cel."
  • Foto van een lymfeklier: Welk orgaan en waarom?
  • Bespreek HEV
  • Puinmacrofagen herkennen en specifieke marker geven
  • Een foto van de thymus en dan de verschillende delen benoemen, functie van de medulla, opbouw van Hassal, opbouw en onderdelen Cortex
  • Een stelling "Als je een PCR zou doen op dit orgaan voor een Ig genherschikking zou het resultaat monoclonaal zijn". Juist of fout? En verbeter indien nodig.
  • Foto: foto uit cursus met macrofaag en neutrofiele/basofiele? granulocyt op:
  • Vragen: welk soort preparaat is dit? en waarom?
  • Welke cel is aangeduid en waar wordt deze aangemaakt?
  • Juist of fout: deze cel komt met 2000/7000 per microliter bloed voor.
  • juist/fout: deze cel (macrofaag?) behoort tot de innate immuunrespons en heeft cytotoxische granules.
  • Is hier een megakaryocyt te zien?: Waarom niet / omcirkel hem op het preparaat
  • Juist of fout: in het beenmerg vindt de positieve selectie van T-cellen plaats en in de thymus de negatieve selectie.
  • Arceer op de tekening het compartiment dat zal expanderen in geval van niet-verteerbaar silicone.


Examenvragen '13 - '14

Wat algemene tips:

- Geen schrik hebben voor Opdenakker, het is eigenlijk echt een heel vriendelijke mens. Zeker als je de leerstof goed kent.

- Je maakt het makkelijker voor jezelf als je alle details opschrijft. Hij vraagt ze, en soms ook details van de details. (Waarom noemen bij het C1 complex de subeenheden q,r en s? Omdat s = een serine protease, en q en r komen net voor s in het alfabet. Hoe groot moet de diameter van de zwelling zijn bij de Montaux-test zijn voor hij positief is? En waar spuit je ze het best in? 2 cm, en intradermaal. Op wat werkt de alternatieve en lectine pathway van complement het beste? Op respectievelijk bacteriën (G+ én G-) en gisten/schimmmels.) Zoals je ziet vraagt hij dus ook veel dingen die hij enkel in de les heeft gezegd, dus bekijk ook je nota's (of degene van die vriend(in) die wél altijd goed oplet) zeer grondig!

- Laat je niet afschrikken door het feit dat hij zei het gemiddelde van zijn examen 'maar' 12 is (oh, de schande!). Als je een beetje geluk hebt met de vragen en je kent veel details haal je ook snel veel punten. De kleine vraagjes zijn niet zo moeilijk en de grote vragen weet je allemaal op voorhand dus je kan niet voor verassingen komen te staan. Maak gebruik van het feit dat het mondeling is om indruk te maken met al die gedetailleerde pathways die je van buiten kent, al die CD nummers die je later toch aan de patholoog overlaat, de JAK's en de STAT's die je binnen een week weer vergeten bent. Houd je zeker niet in qua details op het examen.

- Klinische toepassingen vermelden wordt altijd (terecht) door Opdenakker geapprecieerd! Haal er dus altijd maar een paar aan bij je hoofdvragen. Het is uiteindelijk ook het belangrijkste nut van dit vak.

- Je mag nog verder werken aan het examen van Toussyn nadat je mondeling bent gaan doen, en je kan zelf kiezen hoeveel tijd je krijgt voor je het mondelinge deel gaat doen. Je hoeft je zeker niet te haasten.

Opdenakker

3 Grote vragen - verdediging tegen bacteriën

- cytokinereceptoren

- Mechanismen van tumorimmuniteit

- Type-1 overgevoeligheidsreactie

- Type-3 overgevoeligheidsreactie

- IL-1

- Bespreek de celadhesiemoleculen

- Structuur en functies van granulocyten

- Heterogeniteit van antistoffen

- Activatie van T-cel door antigeen

- Chemokinen: structuur, functies en receptoren

- Activatie van T-cellen door antigeen

5 Kleine vragen

- Acute fase eiwitten

- PAMPs

- Lysozyme

- FACS

- Benoem 4 verschillen tussen 2 pancreasbiopsies (tekeningen uit de les over auto-immunziekten)

- IL-1

- CD1

- TLR-4

- ICAM-1

- MCP-1

- LAD 1

- Geef het pathologisch mechanisme achter tuberculose

- gamma-c-immunodeficiëntie

- E-Rosseting (dit wordt veroorzaakt door CD2(=LFA2) op T-cellen als je er schaap RBC bij doet)

- INF-β

- HLA-DR2 (Locus + chromosoom (6) vermelden. Vergeet ook niet te vermelden met welke ziektes deze geassocieerd is: narcolepsy, MS, Goodpasture)

- Foto van Bubble-Boy: wat is het mechanisme van deze ziekte? (Yc-deficientie -> X-SCID. Ook uitleggen waar SCID voor staat: 'severe' want fataal, 'combined' want zowel B als T zijn niet goed ontwikkeld.)

- Foto van hairy cell leukemia: wat is diagnose en hoe behandel je het? (IFN alfa)

- Verschillen tussen IgM en IgG

- Patchtest

- HLA-B27

- 5 klinische tekens van immunodeficiëntie

- E-selectine

Tousseyn

Eén Grote vraag

- Histologische opbouw van de milt

- Cellen germinatief centrum: functie + immuunfenotype bespreken

- Bespreek aan de hand van een tekening het transport van bloed en lymfe in de lymfeklier

Preparaat

- Preparaat van de lymfeklier (kan je herkennen aan marginale en medullaire sinus) met 5 vragen, hier een paar voorbeelden:

- Van welk orgaan is dit een preparaat? Verklaar ook waarom.

- Wat is een merker van proliferende cellen? (Ki67)

- In welk gebied gebeurt de meeste proliferatie? Duid dit aan op het preparaat. (donkere deel van het germinatief centrum)

- Welke 3 cellen vind je hier? En geef een CD merker van elk. (centroblast, TFH, Treg)

- Verbeter een stelling die hij geeft: 'In dit secundaire lymfoide orgaan gebeuren hypersomatisch mutaties in het immunoglobuline gen van het variabel deel van de zware keten.'

Examenvragen '12 - '13

Examen 12.06.2013

Opdenakker

Grote vragen

- Mechanismen van leukocytose

- Overgevoeligheidsreactie type I

- Overgevoeligheidsreactie type II

- Activatie van T-cel door antigenen

- Therapie met cytokinen

- Cooperatie APC en T-cel

- Cytokinereceptoren

- Verdediging tegen virussen

- Verschillen structuur en functie MHCI en MHCII

- Bespreek de interferonen

- Autoimmuniteit: cytokinen en proteasen

- Transplantatie: immunologie en toepassingen

- Mechanisme van Tumorimmuniciteit

- Interleukine-1

- Heterogeniciteit van T-cellen

- Vergelijk schematisch de overgevoeligheidsreactie's

- Mechanisme van leukocytose

- Chemokinen: Structuur, Functie, Receptoren

- Bespreek de heterogeniteit bij antistoffen

- Bespreek structuur en functie bij granulocyten

- Bespreek de activatie van T-cellen door antigenen

Kleine vragen

- HLA-B2

- HLA-DR

- PECAM-1

- Noem 4 cytokines + therapeutische toepassing

- IgE

- Voorbeelden van immunodeficiënties

- IL-1

- IL-3

- gelatinase B

- MIRL(CD59)

- TLR-9

- CRP

- IFN-gamma

- ICAM-1

- RAG-1 en RAG-2 deficiëntie

- MHC-locus

- C1q

- LAD1

- 5 werkingen om virussen buiten te houden

- Enkele manieren van aantrekken (neutrofiele granulocyten?) door chemotaxis

- CD1

- E-rossete

- HLA-DR2

- Endotoxineshock

- Infliximab

- LPS

- Perifere Tolerantie

- Klinisch gebruik van IL-10

- MMP-9

- TLR-4

- IL-1

- TNF-alpha

- CD1

- gamma deficiëntie


Tousseyn

Grote Open Vraag

- Schematische tekening van lymfevatenstelsel geven: benoem de grootste klierstations en de regio's die ze draineren

- Beenmerg van een 30-jarige (tekening)

- Primaire en secundaire B-follikel

- Afbeelding van de lymfeklier

- Verschil in morfologie en functie tussen macrofagen en lymfocyten (+ tekenen)

- Leg aan de hand van een tekening uit hoe het immuunsysteem omgaat met een antigeen dat via de tonsil binnendringt

- Bespreek de verschillen in structuur en functie van de polynucleairen

- Bespreek aan de hand van een tekening de samenstellende elementen van de 3 functionele compartimenten van de lymfeklier


Kleine vragen


- Afbeelding van een milt + Wat gebeurt er in structuur x en y (aangeduid op de tekening): uitleg geven over rode en witte pulpa

- Juist of fout (en verbeter indien nodig): Zware keten genherschikking van de T-cel gebeurt in structuur x (deel van de milt gegeven)

- Foto (van het beenmerg), 2 soorten cellen aangeduid met 5 bijvragen: (1) was witte-lijn-cel (voorloper cel) (2) was erythron a. welke orgaan zien we hier: wat voor preparaat is dit? b. (1) speelt een rol in welke processen? c. (2) telt hoeveel cellen in 1 microliter bloed. d. juist/fout zin. Als HSC zich differentieert naar (1) of (2) dan is dit oiv. lymfokines die gescreteerd worden door interdigiterende cellen gelegen in de paracortex. e. Welke merker wordt gesecreteerd/vrijgezet door (1) en (2) (of zoiets: keuze uit 5 mogelijkheden: CD35, CD79a, Bcl-2, CD45, ...)

- Foto (van het beenmerg)

a. welk orgaan en hoe noemt men zo'n staalafname

b. duid kraakbeen aan

c. structuur aangeduid (erythron): tot welke hematopoëtische reeks behoort deze cluster en welke cel is aangeduid?

d. welke kenmerken bij deficiënte aanmaak van structuur (vraag c)

  • Bleekheid
  • Haaruitval
  • Blauwe plekken
  • Vermoeidheid
  • Nog wat andere mogelijkheden

e. bij een extensieve perifere bloeding komen er meer myeloblasten in het perifere bloed: JUIST/FOUT

Examenvragen '11 - '12

Opdenakker

  1. Macrofagen: structuur & functie
  2. MHC I & 2: vergelijk structuur & functie
  3. Chemokines: (?), functie, receptoren

Kleine vragen:

  1. Wat zit er in een vaccin? (bijvraag: voorbeeld van adjuvantia)
  2. Secundaire immunodeficientie: definitie & voorbeeld
  3. TLR-9: definitie en mogelijk nut
  4. Behandeling reumatoïde artritis
  5. MASP-1

Tousseyn

  1. Hoofdvraag: bespreek het principe van PCR en leg uit waarom dit toegepast wordt bij het onderscheid tussen reactieve lymfepathologie en lymfoom
  2. Afbeelding: Herhalingsles pdf S5, puntje 4