Inleiding in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie (E00F6A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

De kinder- en jeugdpsychiatrische stoornissen worden gekaderd in een bio-psycho-sociaal model, waarbij het ontwikkelingsaspect centraal wordt gesteld. Biologische en milieugebonden (micro-, meso- en macromilieu) risicofactoren worden belicht. Gen-omgevingscorrelaties en -interacties worden beschreven. Vervolgens worden de belangrijkste kinderpsychiatrische problematieken besproken met telkens de epidemiologie, de fenomenologie, de etiologie, het beloop en de aangrijpingspunten voor preventie en behandeling. Een brede selectie uit volgende topics komt daarbij aan bod: depressie en suicidaal gedrag, angststoornissen, post-traumatische stressstoornis, ticstoornissen, autisme spectrum stoornis, somatoforme stoornissen, psychiatrische stoornis bij mentale retardatie, verwaarlozing en mishandeling, anorexia nervosa, jeugdpsychiatrie en delinquentie, jeugdpsychiatrie en druggebruik.

Examenvorm

Type : Examen buiten de normale examenperiode

Evaluatievorm : Schriftelijk

Vraagvormen : Open vragen: Je krijgt 4 vragen op 2 A4-pagina's en per vraag een kadertje waarin je moet antwoorden, hier mag je niet buiten gaan. De vragen zijn allemaal van een andere prof. Je krijgt ook kladbladeren.

Er is geen tweede examenkans.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Samenvatting 2015


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)


Examenvragen 2016

  • In de DSM-5 moet een somatoforme stoornis minstens 6 maanden aanwezig zijn om de diagnose te kunnen stellen. Waarom is dit criterium zo nefast?
  • Welke factoren bepalen het behandelbeleid bij depressie?
  • Bespreek het verband tussen gehechtheid en stressregulatie.
  • Bespreek en de klinische kenmerken van ASS en de verschillen tussen patiënten.

Examenvragen 2015

  • Cannabis is bij jongeren een zeer populaire drug. De laatste jaren is de visie hierop echter aan het veranderen. Leg uit.
  • De symptomen bij een post-traumatische stressstoornis kunnen deels verklaard worden door biologie. Leg uit.
  • Beschrijf de problemen met communicatie en sociale interactie bij ASS. Hoe wordt dit in de DSM-5 benadert? Weet je welke neurocognitieve deficits aan de basis liggen?
  • In de DSM-5 moet een somatoforme stoornis minstens 6 maanden aanwezig zijn om de diagnose te kunnen stellen. Waarom is dit criterium zo nefast?

Examenvragen 2014

  • Beschrijf de problemen met sociale interactie bij ASS
  • Behandeling van depressie adhv pathogenese
  • Etiologie van somatoforme aandoening
  • Waarom zijn de effecten van druggebruik (verslaving..) ernstiger bij jongeren dan volwassenen?