Metabolisme en metabole regeling (E05C5B)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken



Algemeen

In dit opleidingsonderdeel leer je het verloop, de regeling en de disfunctie kennen én begrijpen van de voornaamste metabole processen in het menselijk organisme. Op die manier ontwikkel je een referentiekader voor de ziekteleer en de farmacologie. Deze cursus illustreert ook verschillende aangrijpingspunten van waaruit het biomedisch wetenschappelijk onderzoek zich ontwikkelt.


Examenvorm

Meerkeuze examen. 30 vragen van Schuit, 30 vragen van Waelkens. Er wordt giscorrectie toegepast.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)


waelkens (2004)

waelkens - studentencursus(1)


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

examen vragen18januari2013

vragen_14_januari

Metabolisme Januari 2015 (F. Schuit & E. Waelkens)

Examenvragen metabolisme 15-16

Examenvragen metabolisme 2016 - 2017

Examenvragen '17-'18

1. wat is juist over het groeihormoon


2. wat is de 2e grootste energievoorraad van het menselijk lichaam


3. mineralocorticoïden worden geproduceerd in

a. buitenste laag bijnierschors

b. 2 buitenste lagen bijnierschors

c. middelste laag bijnierschors

d. binnenste laag bijnierschors


4. welk van volgende lipoproteïnen bevat het meeste eiwit


5. een test op de aanwezigheid van APOB48 peilt naar de aanwezigheid van?


6. Verschil tussen glucose verbranding in een oven en in het lichaam. Wat hoort daar niet bij?

a. Energieverschil

b. Activeringsenergie

c. wijze waarop de energie vrijkomt

d. het delen van de reacties in verschillende tussenstappen


7. welk van volgende hormonen wordt geinhibeerd door SS


8. functie van secretine


9. secundaire galzouten ontstaan door … uit primaire galzouten


10. beste uitleg over a calorie is not a calorie


11. hoe wordt de pentosefosfaatweg gereguleerd


12. welke van volgende ziektes wordt behandeld door toedienen van een enzym als geneesmiddel


13. kernicterus uit zich ter hoogt van …. ten gevolge van te veel ….. Vul de ontbrekende woorden in

a. hersenen, cholesterol

b. lever, bilirubine

c. hersenen, bilirubine

d. lever, cholesterol


14. Welke van volgende vitaminen wordt door het lichaam gebruikt als hormoon


15. Welk van volgende stoffen is geen plamsakinine


16. sommige AZ afgeleiden nemen deel aan het metabolisme en niet aan de synthese van andere AZ? Welk?


17. welk AZ wordt er gevormd in de cyclus die arginine naar de systemische circulatie brengt?


18. welk is procentueel het belangrijkste inhiberen NT in het CZS?

a. GABA

b. Glutamine

c. Glutamaat

d. …


19. hypo bèta lipoproteïnemie is?

a. te laat LDL.

b. te hoog LDL

c. te laag HDL

d. te hoog HDL


20. te veel glucocorticoïden uiten zich op volgende manier:

a. verhoogde lipolyse

b. verhoogd immuunsysteem

c. meer ontstekingsreacties

d. ….


21. welke vorm van diabetes is een stofwisselingsziekte


22. albinisme is het gevolg van een AZ dat niet kan omgezet worden tot een donkerbruine stof. Welk AZ is dat


23. Type I diabetes kan het best omgeschreven worden als een probleem in genen voor het…


24. iets met genen en obesitas. Hoe te weten gekomen welke genen?


25. serotonine is afgeleid van


26. omzetting van dopamine naar noradrenaline via


27. Ziekte van Gaucher is de opstapeling van

a. GM1

b. GM2

c. Glucocerebroside

d. …


28. adipocyten hebben een belangrijke metabole taak. Welke stof synthetiseren ze?


29. welk van volgende stoffen hoort niet tot het counterregulatiesysteem voor insuline

a. Adrenaline

b. glucagon

c. GIP

d. …


30. hoeveel moleculen delta ala voor de vorming van lineair tetrapyrool


31. glucose-6-fosfaat deficiëntie leidt tot


32. iets met plasmodium


33. C peptide van insuline wordt afgeknipt als piepschuim. Wat is de beste verklaring voor piepschuim?

a. grote sequentiehomologie tussen paraloge eiwitten

b. grote sequentiehomologie tussen orthologe eiwitten

c. lage sequentiehomologie tussen paraloge eiwitten

d. lage sequentiehomologie tussen orthologe eiwitten


34. C peptide wordt afgeknipt et vorming van insuline bij welk volgend hormoon zelfde systeem?

a. Glucagon

b. Adrenaline

c. …

d. …


35. wat is belangrijk in de synthese van thyroxine

a. DIT + DIT

b. 2 MIT + DIT

c. MIT + DIT

d. MIT + MIT


36. welk van volgende hormonen bindt aan albumine

a. TSH

b. Vasopressine

c. Melatonine

d. Aldosteron


37. waarom is glycogeen een belangrijke brandstof in de achterste poten van een haas

a. veel water

b. vertakte structuur

c. brandstoftank lekt niet

d. …


38. rode spiervezels functie


39. iets over gliacellen


40. Welk enzym zorgt voor vorming DAG en eerste vrije vetzuur

a. ATGL

b. HSL

c. MGL

d. Lipolipase


41. wat is de SBS in de synthese van mineralo en glucocorticoïden

a. 18 OH

b. 11 OH

c. Desmolase

d. ….


42. welk van volgende stoffen bevat naast het VZ afgeleid deel ook AZ?

a. LTD4

b. THX

c. PG

d. ….


43. als de nutritionele ketogenese op gang komt in het lichaam. Welke ratio is hoog?

a. LDL/TG

b. TG/LDL

c. Insuline/glucagon

d. glucagon/insuline


44. mensen sterven plots aan een trauma. Tgv vervetting in?

a. arteriële wanden

b. hersenen

c. …

d. …


45. Cytochroom P450. Wat is juist?

a. bevat Fe atoom in de heemring

b. … c. … d. …


46. te weinig aldosteron. wat is het gevolg?


47. Angiotensine I ontstaat uit angiotensinogeen via

a. Renine

b. ACE c. … d. …


48. welke stap van de niet enzymatische glycosylering kan fructosamine 3 kinase herstellen?

a. Amadori product

b. cross links

c. AGE d. …


49. wat is indirect bilirubine


50. overgang van galzuur naar galzout. Waar en hoe?


51. 3 methoxy 3 hydroxymandelzuur is een afgeleide van

a. Adrenaline b. .... c. … d. …


52. NO is naast een afgeleide van AZ ook

a. voorloper van NT

b. vaatverwijdende stof

c. … d. …