Nier en ademhaling (E02Y8A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Het deel morfologie wil je inzicht doen krijgen in de anatomische en histologische aspecten van het urinair en het ademhalingsstelsel. Deze kennis heb je nodig om de fysiologie van deze systemen te kunnen vatten en om de fysiopathologische aspecten van de latere opleiding voldoende te kunnen verwerken.

In het deel fysiologie bestudeer je de wetenschappelijke kennis en inzichten rond de algemene functie van het urinair en het ademhalingsstelsel van het gezonde menselijk lichaam. Op die manier leer je de fundamentele celbiologische fenomenen begrijpen die aan de basis liggen van de werking van deze orgaansystemen en belangrijk zijn voor de interacties tussen meerdere systemen. Daarom is het vooral belangrijk dat je de elementaire functies begrijpt van de processen die de werking van deze stelsels sturen en inzicht krijgt in de samenhang tussen het urinair stelsel, het ademhalingsstelsel en de andere stelsels.

Examenvorm

Het examen duurt 4 u

Het examen bestaat uit 2 examenonderdelen:

- morfologie: 2 vragen

2 open vragen waar gepeild wordt naar de grotere samenhang tussen de onderdelen.

- fysiologie: 7 vragen

  • 1 open vraag nier (20 punten)
  • 1 open vraag ademhaling (20 punten)
  • 1 vraag met 5 meerkeuzevragen (20 punten, met giscorrecties)
  • 1 vraag waarin 5 begrippen moeten worden uitgelegd in maximum 2 lijnen per begrip (10 punten)
  • 1 vraag met 5 figuren waarbij het verloop moet worden getekend (10 punten)
  • 1 vraag waarin 5 beschreven fenomenen benoemd moeten worden (10 punten)
  • 1 vraag over de werkzittingen of het practicum (10 punten)

De student moet zich dus goed realiseren dat ook leerstof uit de werkzittingen/practica ondervraagd wordt op het examen: voor het deel morfologie moeten 2 preparaten herkend worden en voor het deel fysiologie komt 1 van de 6 vragen uit de werkzittingen of het practicum.


Berekening van het examenresultaat:

Er is één eindscore op 20 punten met volgende weging van de 2 examenonderdelen:

30% morfologie
70% fysiologie

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen)

- Voor professor Missiaen:

-> Je notitities uit de les zijn je cursus. De cursus die beschikbaar is op Toledo is een beknopte versie van de te kennen cursus, deze kan je gebruiken als samenvatting maar is zeker niet volledig!

-> De grafieken die gegeven moeten worden zijn niet letterlijk gezien in de les, je moet hierover zelf kunnen redeneren.


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Solvent Draak Lijst met begrippen en hun definities voor de lijst met twintig begrippen die Missiaen vraagt op het examen.

Ademhaling_nier1112  Lijst


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen)

Examenvragen '12 - '13

Missiaen

Bespreekvragen

  • Bespreek het epitheliaal transport in de distale tubulus
  • Bespreek extracellulaire Ca2+: Parathyroidhormoon (PTH) en vitamine D
  • Spirogram gegeven: Bespreek de 4 volumes en 4 capaciteiten
  • Bespreek luchtwegweerstand: Obstructief longlijden, meting en lokalisatie
  • Bespreek K+-excretie: Dieet, urinedebiet en diuretica
  • Bespreek wat er gebeurt met de ademhaling tijdens inspanning

Begrippen

  • Reeks 1: Tubologlomerulaire feedback, Airwayclosure Defensief ademen, Expiratoir reservevolume, FVC, Ideaal gas, Interstitieel oedeem, Juxtamedullaire nefronen, Niet-volatiel zuur, Osmotische diurese, Podocyt, Sinus caroticus, Respiratoire compensatie, Statische mechanica, STPD, Surfactant, Thebesiaanse venen, Alpha intercalated cel, Primair cilium
  • Reeks 2: Closing volume, Bèta-Intercalated cell, Principal cell, Juxtaglomerulair apparaat, Wet van Dalton, Alveolaire ventilatie vergelijking, Alveolair-arterieel drukverschil, BTPS, Transferfactor, Filtratiedruk, Oppervlakkig nefron, Paracellulaire diffusie, K-sparende diuretica, Acid-ash dieet, Oppervlaktespanning, Alveolair oedeem, PEF, Metabole alkalose, Transmurale druk
  • Reeks 3: Algemene gaswet, Absorptie atelectase, Lange-loop nefronen, Wet van Graham, Wet van Henry, Granulaire cel, Emphyseem, Countercurrent multiplicatie, Filtratiefractie, Gelijke druk punt, Anatomische dode ruimte, Diurese, Tamm-Horsfall, Na-klaring

Meerkeuzevragen

  • pH = 7,34, PaCO2 = 50 mmHg, HCO3- = 26 mM. Welke zuur-basestoornis is dit?
A Respiratoire alkalose
B Respiratoire acidose 
C Metabole alkalose
D Metabole acidose
E Niet te bepalen ahv deze gegevens
  • Bij één van deze stoffen is de urinaire concentratie in de proximale tubulus hoger dan de plasmaconcentratie. Welk stof is dit?
A Glucose
B Natrium
C Bicarbonaat
D Ureum
E Proteïnen
  • Eén van volgende parameters is groter in de longtop dan in de basis. Welke is dit?
A Intrapleurale druk
B PACO2
C Grootte van de alveolen
D Capillaire druk
  • Wat kan er niet gemeten worden met een spirogram en een stopwatch?
A Vitale capaciteit
B Ademhalingsfrequentie
C Teugvolume
D FRC
E Expiratoir reservevolume
  • Welke 2 parameters zijn nodig om de ventilatie-perfusie verschillen te meten?
A Alveolaire O2-spanning en teugvolume
B O2-spanning in het gemengd veneus bloed en O2-spanning in de alveolaire capillairen
C Alveolaire O2-spanning en arteriële O2-spanning
D Alveolaire CO2-spanning en arteriële CO2-spanning
E Alveolaire 02-spanning en arteriële CO2-spanning

Vraag werkzittingen

  • De volgende testresultaten werden bekomen na een 2-uur durend infuus met inuline en PAH. Hoeveel ureum werd gereabsorbeerd per tijd en hoeveel PAH werd gesecreteerd per tijd?
  urinevolume		0,14 l
  urinaire [inuline]	1 mg/ml
  plasma [inuline]	0,01 mg/ml	
  urinaire [ureum]	200 mM
  plasma [ureum]	7 mM
  urinaire [PAH]	700 g/l
  plasma [PAH]		2 g/l
  hematocriet		50%
  • Een kind ademt in vanaf FRC uit een container met 2l lucht en 8% Helium. Na equilibratie bedraagt de concentratie Helium 4%. Wat is het residueel volume als je weet dat het expiratoir reservevolume gelijk is aan 0,75l?

Grafiek

  • Een man vergeet een maand zijn diureticum tegen een hoge bloeddruk in te nemen, teken wat er gebeurt met de Na-excretie als de inname stopt, en als hij het weer begint te nemen (+korte uitleg)
  • 3 grafieken tekenen: Na excretie, Extracellulair volume en gemiddelde arteriële bloeddruk (+korte uitleg)
  • Iemand neemt DOCA (Aldosteron-analoog), teken wat er gebeurt met de Na-excretie en het Extracellulair volume tijdens en na de inname (+korte uitleg)
  • De bloeddruk daalt tijdelijk van 150 naar 100 mmHg, teken wat er gebeurt met de GFR (+korte uitleg)

Lerut

Bespreekvraag

  • Bespreek en teken de bevloeiing van de nier
  • Bespreek en teken de morfologie van terminale bronchioli tot sacculi alveolares
  • Bespreek en teken de ligamenten en intrinsieke musculatuur van de larynx
  • Bespreek en teken de glomerulus

Preparaten

  • EM-opname van de filtratiebarrière. Duid aan:
Urinaire ruimte, filtratieslit, capillair endotheel, visceraal epitheel van het kapsel van Bowman, lamina densa
  • LM-opname van de long met een bronchus (secundair/tertiair) en omringende alveolen. Duid aan:
Lamina propria, muscularis, muceuze klierstructuren, discontinu kraakbeenplaatje, alveolen

Examenvragen '13-'14

Missiaen

Bespreekvragen

  • Bespreek het epitheliaal transport in de distale tubulus
  • Bespreek wat er gebeurt met de ademhaling tijdens inspanning
  • Reeks 2:
  • Bepreek en teken de Na+-reabsorptie in de proximale tubulus (kronkelbuisje en recht buisje)
  • Bespreek de O2 en CO2 diffusie in weefsels

Begrippen

  • Reeks 1: glomerulotubulaire balans, FEV1, ATPS, Natriumklaring

Curve tekenen en meerkeuzevragen

  • Van de volgende persoon is geweten:
Totaal longvolume is 9L
Inspiratoire capaciteit is 4L
Inspiratoir reservevolume is 2L
Virale capaciteit is 6L
Teken het spirogram van de persoon die eerst rustig ademt, dan maximaal uitademt en dan maximaal inademt
  • 1 bewering is juist. Welke:
CO2 is een zuur dat in water veel HCO3- produceert
Iets met groenten en fruit?
Glutaminezuur wordt afgebroken tot HCO3-

Vraag Practicum en werkzitting

  • Van een persoon is het volgende geweten:
Inulineklaring is 120mL/min
PAH klaring is 600mL/min
[Na+] in het plasma is 0,2 mmol/mL
[Na+] in de urine is 
Urinedebiet is 

Lerut

Bespreekvraag

  • Reeks 1: Bespreek en teken de morfologie van terminale bronchioli tot sacculi alveolares
  • Reeks 2: Bespreek en teken de bevloeiing van de nier


Preparaat

  • EM-opname van de filtratiebarrière. Duid aan:
Urinaire ruimte, filtratieslit, capillair endotheel, visceraal epitheel van het kapsel van Bowman, lamina densa


Examenvragen '14-'15

Missiaen

Reeks 1

Bespreekvragen

  • Bespreek vit D
    • Aanmaak
    • Functie
    • Pathologie
  • Spirogram:
    • Benoem alle volumes en capaciteiten.
    • Bespreek toepassing in de kliniek.
    • Wat is het belang van de FRC (2,5L) bij rustig ademen?

OF

  • Teken de Na-reabsorptie in de proximale tubulus (kader gegeven met K-kanaal basaal).
    • Waarom gebeurt het paracellulair transport in de richting die je getekend hebt?
    • Waarom gebeurt het transport over de basolaterale membraan in de richting die je getekend hebt?
    • Bespreek de regeling.
  • De weerstand van de pulmonale circulatie kan onder andere geregeld worden door de tonus van de bloedvaten
    • Hoe kan de weerstand stijgen?
    • Hoe kan de weerstand dalen?
    • Hoe behandelt men pulmonale hypertensie?


Meerkeuzevragen

Per versie krijg je er 5.


1) Eén van de volgende stoffen wordt sneller geëxcreteerd dan de 4 anderen. Welke?

a) Na
b) K
c) H2O
d) Zuren
e) Basen


2) Eén van deze diuretica werkt niet door aan een proteïne te binden. Welke?

a) Lisdiuretica
b) Thiazidediuretica
c) Osmotische diuretica
d) K-sparende diuretica
e) Koolstofanhydrase-inhibitor


3) Irma-Marie wordt kunstmatig beademd omdat haar diafragma verlamd is. Men laat ze inademen en houdt haar 10 seconden in deze toestand. Welke van de volgende combinaties drukken is het meest waarschijnlijk? (telkens Pmond, Palveool en Pip respectievelijk)

a) +20/+20/-20
b) 0/+20/0
c) -18/-18/-20
d) -18/-18/ -30
e) 0/0/-20


4) Eduardus junior gaat terug naar de zee na een lang verblijf (1 jaar) in het hooggebergte. Welke van de volgende uitspraken is waar?

a) Ventilatie stijgt
b) Alveolaire PCO0 daalt
c) Alveolaire PO2 daalt
d) Concentratie HCO3- extracellulair stijgt
e)


5) Je ligt op je rechterzijde, welke uitspraak klopt als je je rechter met je linker long vergelijkt:

a) Grotere alveolen
b) Groter Q/V
c) Grotere PCO2 en kleinere PO2
d) Minder perfusie
e) Minder ventilatie


6) Een van de volgende gebeurtenissen vindt later plaats dan alle andere. Welke?

a) Hypoxische pulmonale vasoconstrictie
b) Constrictie van de luchtwegen door gedaalde PACO2
c) Reactie van de perifere chemoreceptoren op hypoxie
d) Reactie van de centrale chemoreceptoren op een gedaalde CO2 arterieel
e) Adaptatie van de centrale chemoreceptoren aan een gedaalde pH


7) Rangschik de volgende grootheden van groot naar klein. Wat komt op de derde plaats?

a) RBF
b) RPF
c) Urinedebiet
d) Hartdebiet
e) GFR


Begrippen

Alveolaire gasvergelijking, spleetdiafragma, wet van Boyle, calbindine, calcitonine, molaliteit, damp, wet van Graham, countercurrentmultiplicatie (leg dat maar eens uit op 2 lijntjes), sinus caroticus,waterdiurese, BTPS, wet van Dalton, perfusiedruk, ATPS, Thebesiaanse venen

Reeks 2

Bespreekvragen

  • Teken het NaCl transport in dunne opstijgende tak van Lis van Henle + leg uit waarom je het in die richting tekent.
  • Teken het van calcium transport in de dikke opstijgende tak van de Lis van Henle + leg het diureticum hierbij uit + hormoon dat het beinvloed
  • Leg de ventilatie bij zware inspanning uit (anaerobe drempel, curves verder afmaken vanaf anaerobe drempel + volgorde geven van welke curve eerst verandert en waarom deze verandert)
  • Leg uit was de tonus van een luchtweg beïnvloed ( wat weerstand doet dalen en stijgen) en welke medicamenten men kan geven bij astma.


Meerkeuzevragen

1) patiënt1 pH 7,23 [HCO3] 10 mmol/L PaCO2 25 mm Hg : welke zuur-base stoornis?

2) Wat kan er niet gemeten worden met een spirogram en een stopwatch?

a) Vitale capaciteit
b) Ademhalingsfrequentie
c) Teugvolume
d) FRCE
e) Expiratoir reservevolume


Werkzitting

  • Een kind ademt in vanaf FRC uit een container met 2l lucht en 8% Helium. Na equilibratie bedraagt de concentratie Helium 4%. Wat is het residueel volume als je weet dat het expiratoir reservevolume gelijk is aan 0,75l?
  • De volgende waarden worden bekomen bij een proefpersoon:
 urinedebiet    0,15mL/min
 inulineklaring  150 mL/min
 urinaire [Na+]   1,5 mol/L
 plasma [Na+]    0,15mol/L 
 PAH-klaring  600 mL/min
 Welk percentage van het gefilterde Na+ werd geëxcreteerd?


Begrippen

STPD, glomerulaire mesangiale cel, perspiratio insensibilis, respiratoir quotiënt, alveolaire dode ruimte, filtratiedruk, tegenstroomuitwisseling

Lerut

  • Bespreek en teken de bevloeiing van de nier.
  • Bespreek de morfologie van de terminale bronchiool, respiratoire bronchiool en respiratoire zone (1 blad voor- en achterkant).
  • Teken en bespreek de ligamenten en de intrinsieke musculatuur van de larynx.
  • Teken en bespreek de morfologie van de glomerulus en het juxtaglomerulair apparaat.


  • Foto's:
    • Eéntje van de secundaire/tertiaire bronchiolen
    • Eéntje van de filtratie barrière
    • Eéntje van urotheel

Examenvragen '15 - '16

Missiaen

Bespreekvragen

  • Bespreek het Ca2+ transport in de dikke stijgende tak van de Lis van Henle en de distale tubulus:
    • Teken de kanalen/wegen op een tekening waar de twee cellen al in staan
    • Welke diuretica bevorderen Ca2+ reabsorptie? Hoe werken deze?
    • Welke diuretica inhiberen Ca2+ reabsorptie? Hoe werken deze?
    • Welk hormoon beïnvloedt Ca2+ reabsorptie? Hoe werkt dit hormoon?
  • Spirogram
    • Benoem alle volumes en capaciteiten
    • Wat kan niet gemeten worden met een spirometer?
    • Waarom kunnen deze niet gemeten worden met een spirometer?
    • Na expiratie blijft er ongeveer 2,5 L lucht in de longen zitten. Wat is het belang hiervan?

Benoem de aangeduide pijl

  • Grafiekje van filtratie, excretie en reabsorptie waarbij de pijl stond naar reabsorptie
  • Grafiek met conc HCO3 in y-as en ph in x-as hierbij stond een pijl naar een bepaalde waarde
  • PTM in y-as en longvolume in x-as en je had zo drie graffieken 1 van de thoraxwand, 1 van de long en 1 van de thorax. De pijl wees naar het de thorax bij PTM 0, de FRC

Grafiek

  • Teken het verloop van de oncotische druk van begin tot eind van een peritubulaire capillair
  • Gegeven is grafiek met Pip rustig ademen, vul de curve aan van geforceerd ademen

Meerkeuze

niet onthouden dit jaar

Werkzitting

Bereken: percentage gefilterd Na (zie werkzitting)

Begrippen

  • Wet van Boyle
  • Wet van Laplace
  • Wet van Graham
  • Wet van Henry
  • Wet van Dalton

Reeks 1 en 2 van Missiaen op de verschillende dagen tijdens de examenperiode waren exact hetzelfde dit jaar

Lerut

  • Bespreek de ligamenten en de intrinsieke musculatuur van de larynx
  • Bespreek de morfologie van de glomerulus en het juxtaglomerulair apparaat
  • Foto van filtratieslitmembraan
  • Foto urotheel
  • Foto 2nd/3e Brochi
  • Bespreek filtratie-barriere
  • Bespreek lucht-bloed-barriere

Examenvragen academiejaar 2017-2018

professor Roskams

1) Bespreek de gecompartimenteerde long 
2) Bespreek anatomie en histologie van de blaas met hulp van een tekening 
3) Bespreek histologie van de trachea, bronchiolen en de verschillen tussen de lagen (aan de hand van een tekening). 
4) Bespreek de histologie van de glomerulus aan de hand van een tekening. 
5) Bespreek de histologie en functie  van de niertubuli.
6) Bespreek de microscopische structuur van de bronchiolen, terminale bronchiolen en alveole aan de hand van tekeningen. 

professor Missiaen Reeks A

Grote vraag 1: bespreek Ca in de dikke opstijgende tak van Henle en de distale tubulus

A. Bespreek de reabsorptie
B. Welk diuretica stimuleert de reabsorptie en hoe?
C. Welk diuretica vermindert de reabsorptie en hoe?
D. Welk hormoon regelt het Ca-transport?

Grote vraag 2: bespreek de invloed van de tonus van de luchtwegen op Raw

A. Welke gassamenstelling doet de luchtwegen contraheren? Geef een voorbeeld en bespreek. 
B. Welke ontstekingsmechanismen doen de luchtwegen contraheren? Bij welke ziekte komen deze voor?
C. Welke zenuw doet de luchtwegen contraheren? Geef een voorbeeld en bespreek.
D. Welke stof doet de luchtwegen contraheren? Geef een voorbeeld en bespreek.
E. Welke medicatie kan me hiervoor geven, en wat is deze hun werking?

Grafiekvragen

a. pVO2 bij zwaardere en zwaardere inspanning
b. longvolume in functie van PTM bij zwaarlijvige persoon
c. diffusie door niet-negatieve filter
d. O2 in functie van PO2 bij paniekaanval
e. Oncotische druk in peritubulaire capillair in functie van afstand

Bespreek de volgende begrippen

A. wet van Dalton
B. wet van Boyle
C. wet van Henry
D. wet van Graham
E. wet van Fick

Bespreek de volgende fenomenen

A. Tubuloglomerulaire feedback
B. Vitale capaciteit
C. Acute respiratoire alkalose
D. Restvolume 
E. 7-dehydrocholesterol

Meerkeuzevragen

1. Welk hormoon speelt wel een rol bij contractie-alkalose?

A. AII
B. ADH
C. Cortisol
D. PTH

2. pH 7,66 / HCO3: 22 mMol / CO2 20 mm Hg. Bij welke van volgende situatie komt dit voor?

A. Hypoxie
B. Zwangerschap
C. Hyperventilatie
D. Hypoventilatie

3. Welke ion heeft een hogere concentratie in de GC dan in de BS:

A. HCO3-
B. Calcium
C. Glucose
D. Pi

4. Een patiënt met ademhalingsproblemen krijgt een zuurstofmasker met FIO2 van 100% toegediend (is in normale situaties maar 21%). De vrouw heeft een shunt, waardoor de PO2 57 mm Hg is en de O2-concentratie maar 50% is. Welke van volgende waarden zal het meeste toenemen?

A. PAO2
B. PVO2
C. O2-concentratie in terminale bronchiole
D. O2-concentratie net voorbije de shunt

Practicum en werkzittingen: • Bereken netto reabsorptie: via GFR => R/t = GFR*P - V*U


professor Missiaen reeks B

Grote vraag 1: bespreek de invloed van de arteriolaire tonus op de pulmonale circulatie.

A. Welke gassamenstelling doet deze contraheren? Geef 3 voorbeelden. 
B. Welke factoren zorgen voor dilatie en zijn verbonden met een aandoening? 
C. Welke zenuw staat in voor constrictie? Geef een voorbeeld. 
D.Geef 4medicamenten en hun werkingsprincipes. 

Grote vraag 2: Bespreek het Na-transport in de principal cell

A. Teken de principal cell en het Na-transport
B. Wat is het effect van het Na-transport op het transepitheliaal potentiaal
C. Bespreek het diureticum dat hierop inwerkt
D. Geef 4stimuli en hun werkingsprincipes
E. Bespreek het effect van Cortisol op het Na-transport

Bespreek de volgende begrippen/geef de formule:

A. wet van dalton
B. wet van laplace
C. wet van henry
D. wet van graham
E. wet van fick

Beschrijf volgende fenomenen

A. Glomerulotubulaire balans
B. totale longcapaciteit
C. Acute respiratoire acidose
D. Max uitgeademde situatie 
E. Alveolaire-arteriële O2-gradiënt 

Meerkeuzevragen

1. In welke situatie zal de inuline-klaring het grootste zijn?

A. zwangere vrouw
B. inspanning
C. ondervulling
D. Hoger urinedebiet
E. Hoger plasma-inuline

2. Ludwig heeft een Pip van -5 cm H2O, welke waarden zal de Pmond, Palveool en Pip zijn als hij maximaal inademt en dit voor 10seconden vasthoudt?

A. 0,0,-30
B. 0,-30,0
C. -30,0,0
D. 0,0,30

(zelfde meerkeuzevragen als reeks A)

Vraag uit de werkzitting: A. Bereken de secretie voor Pah