Vaardigheden en communicatie 1 (E04Y8A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

De doelstelling van dit opleidingsonderdeel is een aantal basisvaardigheden aan te leren, zowel medisch-technische als communicatieve vaardigheden:

- Je vertrouwd maken met begrippen van eerste hulp, wondverzorging, verbanden aanleggen en handelen bij noodsituaties. Dit impliceert ook basic life support

- Je leert in het vaardigheidscentrum medisch-technische vaardigheden zoals bloedname, inspuitingen klaarmaken en toedienen, bloeddrukmeting, steriele wondzorg,…

- Je verwerft kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn voor een efficiënt groepsoverleg.

- Je krijgt onmiddellijke voorbereiding op de verpleegstage


Bij het voltooien van deze onderwijsleeractiviteit, ben je in staat om:

- de basis vitale functies te beschrijven, hun stoornissen te herkennen en een eerste opvang te verzekeren

- basic life support te verzekeren

- de principes van normale en pathologische wondgenezing te beschrijven, en door adequate verzorging de voorwaarden voor een normale wondgenezing te creëren.

- de principes van haemostase te beschrijven en een bloeding te stelpen

- de principes van eerste hulp bij musculoskeletale traumato te kunnen aangeven en eerste hulp toe te dienen

- eerste hulp in specifieke omstandigheden (verkeersongeval, ramo, …) toe te dienen)


De studenten verwerven kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn voor een efficiënt groepsoverleg : - De student verwerft een positieve attitude ten aanzien van werken en leren in groep : men ervaart en ziet in dat samenwerking een meerwaarde kan hebben ten opzichte van individueel werken.

- De student verwerft kennis van procedures die nodig zijn om een groepsgesprek in goede banen te leiden en leert deze zelf toepassen en herkennen in uiteenlopende situaties.

- De student verwerft inzicht in vaardigheden die bepalend zijn voor de kwaliteit van een groepsoverleg en men leert deze vaardigheden te herkennen en in de praktijk te brengen.

- De student leert op een zelfkritische wijze om te gaan met de eigen communicatie in groep en hierover ervaringen uit te wisselen met medestudenten en de trainer


Tijdens de introductie tot de verpleegstage krijg je zicht op de verschillende aspecten van het verpleegkundig werk (verpleegkundig handelen, teamwerk, de mens als hulpvrager, groepsoverleg,…) en heb je de kans een aantal medisch-technische vaardigheden in te oefenen.


De doelstelling van het practicum is je vertrouwd maken met de praktische uitvoering van verbandtechnieken, slachtofferbevrijding en - immobilisatie, cardiopulmonaire resuscitatie (CPR)

Examenvorm

- EHBO en verbandleer : practicum

Aanwezigheid is verplicht op de practica.


- EHBO en verbandleer: hoorcollege

Het examen (hoorcollege) bestaat uit een schriftelijk meerkeuzevraag examen (met giscorrectie). Het examen is een case-based evaluatie waarin wordt ingeschat in hoeverre je in staat bent om een noodsituatie te beheersen (manager), te communiceren met de betrokkenen en in hoeverre je de nodige expertise hebt. Het examen gebeurt op basis van een pass/fail beoordeling waarbij een pass wordt toegekend vanaf een score van minstens 12/20.


- Groepsgesprek

Aanwezigheid is verplicht. Je moet een zelfbeoordelingsformulier invullen en bezorgen aan de docent.


- Introductie tot de verpleegstage

Aanwezigheid op de praktische introductiesessie is verplicht (noodzakelijk vooraleer te starten aan de verpleegstage).


Een student is voor het OPO geslaagd indien hij/zij een pass behaalt op het EHBO examen.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Sjabloon:Vaardigheden en communicatie-1 (E04Y8A)/bestanden


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examen 2017-2018

1. Wat is effect van cyanide op de zuurstofspanning in de venen?

Dalen 
Stijgen 
Verschilt niet veel van de arteriële zuurstofspanning

2. Wat is het werkwoord wanneer men moet omgaan met grote incidenten (ramp).

Delegeren
Proportioneren
Alarmeren
In veiligheid brengen

3. Wat moet men doen in geval van rampomstandigheden?

Meer hulpverleners sturen
Meer middelen sturen
Omschakelen naar collectieve ethiek om zo zoveel mogelijk mensen te helpen.

4. Je beste vriend heeft een overdosis medicijnen genomen die zijn grootmoeder neemt tegen haar suikerziekte. Waar heb je het meeste schrik voor?

Bewustzijnsverlies
Ademhalingsstilstand
Ernstig braken?

5. Wat laat je hem als eerste doen?

Frisdrank laten drinken
Melk laten drinken
...

6. Zijn bewustzijn vermindert toch, maar je hoort in de verte de ambulance al aankomen (sirene). Wat doen je?

Hem toch melk laten drinken
Stabiele zijlig, links
Stabiele zijlig, rechts
Ruglig zodat de intraveneuze lijn snelle getrokken is.

7. Welke info geef je zeker mee aan de ambulanciers?

Je GSM-nummer zodat ze je kunnen bellen als je vriend uit het ziekenhuis is
De naam van de grootmoeder
De naam van de pillen van de grootmoeder
Het interventieadres

Een man heeft een hele dag gewerkt aan een gevel met een product waar HF in zit. Er zit een gat in zijn handschoen. 8. Welk symptoom verwacht je als eerste?

Pijn
Roodheid
Brandwonden
Blaren

9. Welk symptoom verwacht je als tweede?

Pijn
Roodheid
Brandwonden
Blaren

10. Welk product ga je zoeken in je medicijnenkast?

Ca-gluconaatzalf
Vaseline
Flammazine

11. Dit product is er niet, wat doen je nu?

Je raadpleegt een huisarts
Gaat het zoeken bij een apotheker van wacht
Belt 112
Brengt de man zelf naar het ziekenhuis

12. Een terrorist verwond een man in de buik en een vrouw diep in de dij, de terrorist vlugt bij aankomst van de politie. De situatie is veilig. Wat doe je eerst?

De terrorist achterna gaan
Vitale functies controleren en 112 bellen 
Een foto op twitter plaatsen
112 bellen en dan vitale functies controleren

13. De man zijn ingewanden puilen uit zijn buik. Wat doe je?

Eerst vitale functies dan natte steriele doek op darmen
Darmen er terug induwen
Darmen gewoon laten
Vitale functies en dan darmen terug induwen

14. Hoe stop je de bloeding van de vrouw? Je probeert eerst:

Dichtduwen aanvoerende arterie
Drukverband
Rechtstreekse druk
Knelverband

15. Dit blijkt niet te werken. Je probeert:

Dichtduwen aanvoerende arterie
Drukverband
Rechtstreekse druk
Knelverband

16. In een open wonde nooit?

Chloorhexidine 0,5% in alcohol 70%
HAC 3,5% in water
H2O2
Chlooramine 0,5 % in H2O

17. Acute koolstofmonoxide-intoxicatie leidt tot

Snelle ademhaling, trage pols 
Snelle ademhaling, snelle pols
Trage ademhaling, trage pols
Trage ademhaling, snelle pols

18. Je komt in de garage van uw buur en ziet daar uw vriendin liggen die de afgelopen week wat depri was. Wat doe je eerst?

A 
B veiligheid controleren
C
D

19. Het buurmeisje komt bij, beweegt slechts met 1 kant van haar lichaam, wat heeft ze opgelopen?

A
B een cva
C TIA
D co intoxicatie

20. Je verbrandt uw volledige handpalm aan het strijkijzer, 2e en 3de graad brandwonde. Wat doe je eerst?

A 
B
C onder stromend water steken
D flamigel op smeren

21. Wat is hier het geval?

A primaire wondverzorging is voldoende in dit geval
B zo snel mogelijk intraveneus vocht toedienen is essentieel
C je hebt kans op permanente schade in uw hand/ ernstig functieverlies
D geen van bovenstaande

22. Je bent ah rijden op de autoweg en ziet een ongeval waarbij 2 meisjes iemand aan het reanimeren zijn, wat doe je? A je stopt aan de kant vd baan en steekt voorzichtig over om je hulp te kunnen aanbieden B je rijdt voorzichtig door C je stopt, vraagt of de 112 gebeld is en rijdt dan door D je stopt onmiddellijk en schiet ten hulp

23. 1 vd meisjes wordt onwel en vraagt om de reanimatie over te nemen via een beademingsmasker. Je ziet echter dat de borst niet omhoog komt. Wat doe je?

A je stopt de reanimatie, het is toch zinloos
B je doet een onmiddellijke cricothyroïdotomie
C je kijkt of er geen obstructie is van de luchtwegen
D je begint mond-op-mond zonder het beademingsmasker

24. Tijdens de reanimatie komt het slachtoffer terug tot leven, wat doe je?

A nek ondersteunen
B zijlig
C naar de fractuur in het been kijken
D reanimatie voortdoen

25. Uw medestudent krijgt epilepsieaanval de omgeving is veilig, wat doe je na afloop vd aanval?

A Bewustzijn checken
B Urine verlies checken
C stabiele zijlig
D ademhaling checken

26. Ze moet overgeven, wat doe je?

A het braken tegenhouden
B op de rug laten liggen en hoofd naar voor buigen
C Zorgen dat de kots weg kan
D haar laten braken

27. Haar broer komt erbij, wat doe je?

A hem afzijdig houden wegens familiebanden
B hem volledig laten doen en vertrekken
C Hem laten doen maar kijken of het meisje bijkomt. 
D Onmiddellijk de 112 bellen

28. Uw oma zegt dat ze vaak flauwvalt nadat ze duizelt, wat heeft ze?

Hartritmestoornis
Vagale syncope
?
?

29. Ze heeft ook pijn tijdens ademhalen en als je op een specifieke plaats op haar torax duwt heeft ze dezelfde soort pijn feller, wat heeft ze?

Ribfractuur

30. Wat beveel je haar aan?

A Platte rust
B 

31. Wat is een niet specifiek kenmerk van een breuk in de schouder?

A Pijn
B beencrepitaties
C Abnormale stand
D Abnormale beweeglijkheid

32. Bij welk soort letsel zijn de ligamenten gescheurd?

Verstuiking/distortio
Ontwrichting/luxatio
?
?

33. Wat doe je niet bij een een enkeldistortio

NSAID’s geven
Immobiliseren 
Compressie
hoogstand

34. Je gaat naar dokter voor een vaccinatie, de vorige keer had je een ernstige allergische reactie hierop, wat verwacht je nu als eerst?

Jeuk
Brandend gevoel
Warmte gevoel
Koude gevoel

35. Wanneer spreekt men niet meer van een onschuldige allergische reactie?

Slikproblemen
Kreeftrood worden
?
Anafylactische shock

36. Naar wat kan een fladderthorax evolueren

ademhalingsproblemen
hartstilstand
spanningspneumothorax
alle drie

37. Het verhaal van de jongen die overdosis diabetespillen neemt Als de temperatuur stijgt dan verplaatst de dissociatiecurve naar

A) boven
B) links
C) rechts
D) onder

38. Als er methaangas wordt toegevoegd aan een ruimte dan

A daalt de zuurstofconcentratie
B stijgt de zuurstofconcentratie
C stijgt de zuurstofspanning
D geen van bovenstaande

39. Wat gebeurt er zonder surfactant?

Kleine alveoli worden kleiner en grote worden groter

40. Wat vermeld je niet in je oproep aan de 112

Tijdstip van het ongeval
Je identiteit
Dat het over een ongeval gaat
De plaats van het ongeval

Je ziet een vrouw van x m hoog vallen op een drukke straat. Ze landt op haar enkels en je ziet haar als het ware dubbelklappen. 41. Wat doe je eerst?

Kijken dat het veilig is voor jezelf voor je naar haar toe snelt

42. Bij dit slachtoffer moet je:

SOMS een nekwervelletsel verwachten
VAAK een nekwervelletsel verwachten
ALTIJD een nekwervelletsel verwachten
NOOIT een nekwervelletsel verwachten

43. Slachtoffer met pijn op borstkas, gebonden aan de ademhaling, wijst zeker niet op

A: Slokdarmspasmen
B: acuut myocardinfarct.
C: ribfractuur
D: longvliesontsteking

44. Welke vermenigvuldiging van 2 factoren bepaalt het hartdebiet?

Hartfrequentie x bloeddruk
Hartfrequentie x slagvolume 
Hartfrequentie x einddiastolisch volume 
?


Examenvragen 2016-2017

Welk ontsmettingsmiddel gebruik je best niet op een open wonde


2) Geen surfactans zorgt voor:

A: alveolen worden allemaal even groot
B: kleine alveolen worden groter, de grote kleiner
C: grote alveolen worden groter, de kleine worden kleiner.
D: geen volumeverandering 

3) wat doe je niet bij een distorsio van de enkel

A: compressie
B: ijs
C: NSAIDS (ontstekingsremmer). 
D: hoogstand

4) Wat is er gebeurd wanneer je gewrichtsbanden gescheurd zijn in het kniegewricht

A: Contusie/kneuzing
B: distorsie/verstuiking.
C:luxatie/ ontwrichting
D: Fractuur/breuk 

5)*verkeersongeval* Wat vermeld je niet in het gesprek met de 112?

A: je identiteit
B: het tijdstip v/h ongeval.
C: dat het om een ongeval gaat
D: de locatie v/h ongeval

6) Slachtoffer met pijn op borstkas, gebonden aan de ademhaling, wijst zeker niet op

A: Slokdarmspasmen
B: acuut myocardinfarct.
C: ribfractuur
D: longvliesontsteking

7) Het slachtoffer heeft meer pijn als je op een bepaalde plek op de borstkas drukt, je denkt aan:

A: Slokdarmspasmen
B: acuut myocardinfarct
C: ribfractuur.
D: longvliesontsteking

8) Wat is geen zekerheidskenmerk van een breuk van de schoudergordel?

A: pijn.
B: abnormale stand
C: abnormale bewegingen
D: crepitaties

9) Een bouwvakker werkt met een kuisproduct met volgende ingrediënten bicarbonaat, MgSO4 en HF. Er zat een gat in zijn werkhandschoen. Welk symptoom treedt als eerste op?

A: pijn
B: roodheid.
C: blaren
D: brandwonden

10) Een bouwvakker werkt met een kuisproduct met volgende ingrediënten MgSO4, bicarbonaat en HF: Welk symptoom treedt als tweede op?

A: pijn.
B: roodheid
C: blaren
D: brandwonden


11) Een bouwvakker werkt met een kuisproduct met volgende ingrediënten MgSO4 en HF: Welke eerste hulp bied je?

A: Ca-gluconaatgel.
B: flamazine
C: flamigel
D: vaseline

12) Je merkt dat je dit middel niet in je medicijnkast hebt zitten. Wat doe je?

A: consulteert de huisarts
B: koopt het middel bij de apotheker van wacht
C: je brengt de man zelf naar het ziekenhuis.
D : je belt 112 en laat een ambulance komen

13) Een studente krijgt in het midden van de aula een tonisch - clonische aanval van 45 seconden. (De omgeving is veilig) Wat doe je na de aanval als eerste?

A: controleren op urineverlies
B : het bewustzijn controleren.
C : stabiele zijligging
D: ademhaling controleren

14) Haar broer blijkt in de zaal te zitten en weet wat zijn zus als medicatie inneemt voor de aanvallen die ze geregeld heeft. Wat doe je als vrijwillige hulpverlener?

A: je vraagt aan de broer om afstand te houden owv de familieband
B: je laat de broer volledig doen , hij weet er immers meer van
C: je belt alsnog meteen de hulpdiensten
D : je laat de broer als eerste ingrijpen, maar blijft ter plaatse om te controleren of ze wel degelijk bij bewustzijn komt.

15) De dochter van de buurman is de laatste tijd depressief en dreigde meermaals met een zelfmoord. Je vindt de vrouw bewusteloos in de garage, met de motor nog aan. Wat doe je als eerste?

A: de veiligheid controleren.
B : stabiele zijligging
C: ABC controleren
D: ademhaling nakijken

16) Wat doe je als tweede?

A: garagepoort openzetten en de motor uitzetten.
B : vitale functies controleren
C: 112 bellen en daarna één van bovenstaande

17) Wat doe je vervolgens?

A:  meisje in stabiele zijligging buiten leggen.
B: meisje in stabiele zijligging in de auto leggen
C: 112 op de hoogte brengen

18) Het meisje komt stilaan bij, ze blijkt echter eenzijdig verlamd te zijn. Wat is hier in deze casus de meest waarschijnlijke oorzaak?

A: TIA
B: CVA.
C: myocardinfarct
D: CO-intoxicatie

19) Je buurjongen neemt intentioneel een overdosis van de medicatie van zijn grootmoeder tegen suikerziekte. Waar ben je het meest bang voor?

A: bewustzijnsverlies.
B: Ademhalingsstilstand
C: Hartritmestoornis denk ik dat ook een optie was?

20) Je buurjongen neemt intentioneel een overdosis van de medicatie van zijn grootmoeder tegen suikerziekte. Wat doe je als eerste?

A : frisdrank geven.
B : melk laten drinken
C : braken opwekken
D: stabiele zijligging

21) Je buurjongen neemt intentioneel een overdosis van de medicatie van zijn grootmoeder tegen suikerziekte. Je hoort de sirene van de ambulance in de verte al aankomen. Wat doe je?

A: je laat hem op de rug liggen zodat de hulpverleners sneller een lijn kunnen steken om intraveneus in te grijpen.
B : stabiele zijligging, met voorkeur voor de linkerzijde
C : Stabiele zijligging, met voorkeur voor de rechterzijde
D : je geeft hem melk te drinken

22) Je buurjongen neemt intentioneel een overdosis van de medicatie van zijn grootmoeder tegen suikerziekte. Welke informatie geef je zeker mee aan de hulpverleners?

A : je telefoonnummer, zodat ze je kunnen contacteren wanneer hij uit het ziekenhuis ontslagen is
B : de naam van de medicatie van de grootmoeder.
C : de naam van zijn grootmoeder
D: Het interventieadres

23) effect van cyanide op de zuurstofspanning in de veneuze doorbloeding

A: zal 0 worden
B: zal toenemen.
C: zal afnemen
D: zal niet verschillen ten opzichte van de arteriële zuurstofspanning

24) Stijging van de lichaamstemperatuur zorgt voor:

A: dissociatiecurve naar rechts.
B: links
C: onder
D: boven

25) Als methaangas in een kamer wordt geplaatst dan:

A: stijgt de zuurstofconcentratie in de kamer
B: daalt de zuurstofconcentratie in de kamer
C: Blijft de zuurstofspanning gelijk in de kamer
D: Geen van bovenstaanden.

26) wat is geen symptoom van een nekwervelletsel?

A: Spraakgebrek.
B: tintelingen in vingers
C: krachtvermindering in been
D: pijn in hals


27) Wat doe je met een geamputeerd lichaamsdeel in een zak?

A: In een tweede zak steken
B: In een recipient met ijswater steken.
C: Ijs rechtstreeks op het lichaamsdeel
D: in een recipient met water steken


28) Wat doe je bij subtotale amputatie van het onderbeen?

A: drukken op arteria poplitea in de knieholte
B: knelverband
C: drukken op arteria femoralis aan de lies.
D: drukken op arteria femoralis in de dij

29) Wat doe je als rechtstreekse druk niet meer volstaat?

A: druk op toevoerende arterie.
B: Compressief verband
C: knelverband
D: Rechtstreekse druk

30) wat is hét werkwoord in het management van rampsituaties?

A: Proportioneren
B: delegeren.
C: Mensen in veiligheid brengen
D: Alarmeren 

31) Wat moet je zeker doen bij rampen?

A: meer hulp sturen
B: verandering in denken en collectieve ethiek.
C: meer middelen
D: Sneller werken

32) Er is een terrorist en hij steekt een persoon in de buik, een andere vrouw is verwond aan de dij. De terrorist gaat lopen als hij de politie ziet, alles is veilig. Wat doe je:

A: terrorist achterna gaan
B: foto op twitter plaatsen
C: Eerst slachtoffers ABC gaan checken en dan 112 bellen.(  Ik hoop dat het dit is?) jup, anders kan je niks meedelen aan 112  
D: eerst 112 bellen en dan vitale functies checken

33) De darmen van de man puilen uit zijn buik, wat doe je:

A: Ze terugduwen
B: ABC controleren en dan bedekken met propere, vochtige doek.
C: ABC controleren en ze dan voorzichtig terugduwen
D: ABC controleren en de darmen met rust laten

34) Een vrouw is van 6 meter gevallen op een drukke baan, komt met haar enkels eerst op de grond en je ziet haar dubbel plooien. Ze is nog bewust en schreeuwt het uit van de pijn. Wat doe je eerst?

A: veiligheid controleren.
B: het slachtoffer verplaatsen naar een veilige plaats 

35) In zo’n geval:

A: moet je NOOIT een wervelletsel vermoeden
B: moet je SOMS een wervelletsel vermoeden
C: moet je ALTIJD een wervelletsel vermoeden.
D: moet je VAAK een wervelletsel vermoeden

36) Persoon heeft been gebroken, wat doe je?

A: Afblijven, het zou verergeren
B: immobiliseren met lengtetractie.
C: Spalken in de houding waarin het been ligt
D: terugtrekken en voorzichtig op de grond leggen

37) Je komt op de snelweg bij een ongeval op het linkerrijvak. Er zijn zeker twee gewonden, een ervan wordt door twee jonge vrouwen gereanimeerd. Wat doe je?

A: Voorzichtig doorrijden
B: Vragen of 112 gebeld is en doorrijden
C: Stoppen aan kant van weg en voorzichtig oversteken.
D: Direct stoppen en naar slachtoffers lopen


38) Een van de vrouwen wordt onwel en je wordt gevraagd te beademen met mondmasker. Je ziet de borstkas niet omhoog gaan. wat doe je?

A: vrije luchtweg checken.
B: reanimeren zonder mondmasker (mond-op-mond)
C: reanimatie is nutteloos, je stopt
D: Cricothyroidostomie


39) De persoon doet zijn ogen open en begint oppervlakkig te ademen, met een trage pols. Wat doe je eerst?

A: De halswervelzuil beschermen.
B: Zijn beenfraktuur bekijken
C: ademhaling controleren
D: je houdt de reanimatie aan

40) fractuur van de enkel, hoe spalken?

A: onderbeen tot metatarsalen.
B: Knie tot tenen
C: Onderbeen tot tenen
D: bovenbeen tot tenen

41) Je oma zegt dat ze geregeld duizelt en ze daarna neervalt. Wat verwacht je?

A: CVA
B: vagale syncope
C: hartritmestoornissen.
D: Myocardinfarct

42) Wat raad je als eerste hulp aan bij ribfractuur?

A: platte rust.
B: pijnstiller
C: spalken van thorax
D: cardioaspirine

43) je hebt je handpalm 2de-3de graad verbrand aan het strijkijzer.

A: er is risico op ernstig functieverlies.
B: Een behandeling met intraveneus vocht is essentieel
C: Primaire wondverzorging is voldoende
D: Geen van bovenstaanden

44) vervolg van 43: Welke behandeling gebruik je in de eerste hulp.

A: je houdt je hand onder water.
B: je brengt flamazine aan
C: flamigel
D: vaseline

45) Wat verwacht je eerst bij een allergische reactie?

A: Jeuk.
B: hoge lichaamstemperatuur
C: Lage lichaamstemperatuur
D: hartkloppingen

46) wanneer gaat het niet meer om een banale allergische reactie?

A: Sliklast.
B: hartkloppingen
C: versnelling ademhaling
D: Knalrood zijn 

47) Wat kan een eerste complicatie zijn van het aanleggen van een knelverband?

A: Extra bloedverlies.
B: Nierfalen
C: pijn.
D: thrombose

48) Bij vermoeden van nekwervelletsel

A: Houding nooit aanpassen
B: Houding aanpassen indien ademhalingsproblemen.
C: Ruglig
D: Stabiele zijligging

49) Hartdebiet is

A: Hartfrequentie maal slagvolume.
B: Hartfrequentie x volume bij diastolische
C: Hartfrequentie x ademhalingsfrequentie
D: Hartfrequentie x 

50) Gewonde man wil naar ziekenhuis gebracht worden waar zijn zoon werkt, 30 km verder.

A: dit mag altijd
B: Dit mag als de man een formulier ondertekent
C: Dit mag als de man en ambulancier een papier tekenen
D: Dit mag als de arts een papier ondertekent en de bevoegde 112-verantwoordelijke toestemming geeft.

51) Wat is geen symptoom van syncope

A: trage en zwakke hartslag
B: snelle en zwakke hartslag (200 slagen/min)
C: verlammingsverschijnselen.
D: tonisch-clonische bewegingen

52) Welke symptomen bij anafylactische shock?

A: Snelle pols en snelle ademhaling, normale bloeddruk
B: Trage pols en ademhaling, normale bloeddruk
C: Snelle pols en snelle ademhaling, lage bloeddruk.
D: Trage pols, trage ademhaling en lage bloeddruk

53) Welke kleur krijgt patiënt eerst met allergie?

A: Grauw
B: Roodheid. 
C: Blauw
D: Bleek

54) De dame (met de epilepsie aanval) begint de braken. Wat doe je?

A: Laten Braken 
B: in een aangepaste houding leggen zodat het braaksel kan weglopen.
C: Braken tegenhouden

55) Jongedame zonder specifieke medische voortekenen valt plotseling flauw

A: vagale syncope 
B: hartritmestoornissen
C: CVA
D: hypoglycemie.

Examenvragen 2014-2015

1) Je oma vertelt dat ze de laatste tijd geregeld duizelig wordt/flauwvalt. Waaraan denk je eerst?

A: Vagale syncope.

B:CVA

C:hartritmestoornissen

D:

2)Je oma heeft pijn aan haar borst die ademhalingsgebonden is. Wat kan het zeker NIET zijn?

A: myocardinfarct

B: Longprobleem

C:

D:

3) Je oma heeft pijn als je op een specifieke plek drukt. Wat heeft ze waarschijnlijk?

A: myocardinfarct

B: Longvliesontsteking

C: Ribfractuur.

D:

4) Wat ga jij als EHBO-hulpverlener doen?

A: Cardio...pre

B: Thorax spalken

C: platte rust aanraden

D: Pijnstiller geven.

5) Je vriend heeft een overdosis diabetesmedicijnen ingenomen waarvoor ben je het meeste bang?

A: Hartfalen

B: verlies bewustzijn.

C: ademhalingsproblemen

D:braken

6) De hulpdiensten komen eraan, je laat je vriend het volgende doen:

A: frisdrank drinken.

B: overgeven

C:

D:

7)Je vriend verliest het bewustzijn maar je hoort de sirene van de hulpdienst al

A: Je legt hem in de stabiele zijligging

B: Je legt hem op zijn rug , zodat de hulpdiensten gemakkelijk iets intraveneus kunnen toedienen

C: Je legt hem op zijn zij zodat ze glucose kunnen toedienen, bij voorkeur op zijn rechterzij.

D: Je legt hem op zijn zij zodat ze glucose kunnen toedienen, bij voorkeur op zijn linkerzij

8) Welk verband vermindert het risico op wondinfectie?

A: Alginaatverband

B: Schuimverband

C: Hydrogel

D: Hydrofiber

Examenvragen 2013-2014

(het juiste antwoord (volgens de studenten) kan je herkennen aan het puntje achter hat antwoord)

1. Hoe stop je de bloeding bij een subtotale amputatie van het onderbeen?

   a) Je legt een knelverband aan
   b) Je knijpt de a. femoralis af in de lies.
   c) Je knijpt de a. femoralis af in het bovenbeen
   d) Je knijpt de a. poplitea af in de knieholte

2. Hoe behandel je de bloeding bij een subtotale amputatie aan de onderarm?

   a) Je legt een knelverband aan
   b) Je knijpt de a. brachialis af halverwege de bovenarm.
   c) Je knijpt de a. radialis af in de elleboog
   d) Je knijpt de a. axillaris af in de oksel

3. Bij een verhoogde temperatuur verschuift de zuurstof dissociatiecurve naar?

   a) boven
   b) onder
   c) links
   d) rechts.

4. Wat is de meest voorkomende, vroegtijdige complicatie van het aanbrengen van een knelverband?

   a) nierfalen
   b) trombose
   c) pijn
   d) bloedverlies

5. Welk ontsmettingsmiddel mag je niet gebruiken in een open wonde?

   a) HAC 3.5%
   b) Chlooramine
   c) Chloorhexidine in 70% alcohol
   d) Zuurstofwater

6. Welk verband is het minst geschikt voor een wonde die veel vocht afgeeft?

   a) Alginaat
   b) Hydrogel
   c) Hydrofiber
   d) Schuimverband

7.Bij een koostofmonoxideintoxicatie zal het zuurstofaanbod in het bloed

   a)stijgen
   b)dalen
   c) nul worden
   d) ongewijzigd blijven

8. Wanneer iemand een aantasting van surfactans heeft zal het volume van de aangetaste longblaasjes

   a) dalen
   b) stijgen
   c) at random schommelen
   d) gelijk blijven

9. Je wil met je gsm de hulpdiensten verwittigen. Welk nummer bel je?

   a) 900
   b) 105
   c) 108
   d) 112

10. Wat is geen zekerheidsindicatie voor een botbreuk?

   a) pijn
   b) abnormale houding
   c) abnormale beweeglijkheid
   d) botcrepitaties

11. Hoe noemt men een abnormale verhouding tussen 2 botstukken in een gewricht?

   a) distorsie
   b) contusio
   c) fractuur
   d) luxatie

12. Welk letsel heb je als er gewrichtsbanden zijn gescheurd?

   a) contusio
   b) distorsie
   c) luxatie
   d) fractuur

13. Hoe lang mag een knelverband gedragen worden?

   a) 1/2 uur
   b) 1 uur
   c) 3 uren
   d) 6u

14. De reden dat een knelverband niet te lang mag aanblijven is

   a) Necrotisering
   b) Kans op nierfalen
   c) Kans op leverfalen
   d) Kans op longfalen

15. Een cyanidevegiftiging zorgt ervoor dat de zuurstofspanning in het veneuze bloed

   a) stijgt.
   b) daalt
   c) gelijk blijft
   d) nul worden

16. Een spalk rond de enkel moet gaan van

   a) dij tot tenen
   b) knie tot tenen
   c) onderbeen tot metatarsalen
   d) knie tot metatarsalen

Je beste vriend heeft intentioneel een overdosis anti-diabetes pillen genomen.

17. Waar ben je het meeste bang voor?

   a) hij zal stoppen met ademen
   b) zijn hart zal stoppen met werken
   c) hij zal het bewustzijn verliezen.
   d) hij zal hevig beginnen braken

18. Wat is je 1e reactie?

   a) Je laat hem melk drinken
   b) Je geeft hem frisdrank.
   c) Je legt hem in stabiele zijlig specifiek op zijn rechterkant
   d) Je laat hem braken.

19. Wat is je volgende stap?

   a) Je legt hem in stabiele zijlig specifiek op zijn linkerkant
   b) Je laat hem eten.
   c) Je verwittigt de hulpdiensten
   d) Je laat hem melk drinken

20. In het ziekenhuis zullen ze het volgende doen

   a) hem laten braken
   b) zijn maag spoelen,
   c) zijn maag leeghevelen
   d) hem actieve kool toedienen

Je vindt je buurman bewusteloos in de garage. De auto draait nog en je ruikt uitlaatgassen.

21. Wat doe je eerst?

   a) Je eigen veiligheid garanderen.
   b) de hulpdiensten bellen
   c) ABC controleren
   d) hulp roepen

22. Volgende stap?

   a) om hulp roepen
   b) basic life support opstarten
   C) de garagepoort openen.
   d) ABC controleren

23. Je buurman wordt steeds reactiever en maakt spontane bewegingen, maar blijft in comateuze toestand. Wat doe je?

   a) stabiele zijlig
   b) vrije luchtweg maken
   c) 112 bellen
   d) je buurman naar buiten slepen

24. Je buurman komt bij, maar is verlamd aan 1 kant (1 arm blijft gestrekt, andere valt naar beneden). Wat heeft hij waarschijnlijk?

   a) TIA
   b) CVA
   c) CO vergiftiging
   d) AMI


Bij een vorige vaccinatie kreeg je een allergische reactie. Nu krijg je een nieuwe vaccinatie.

25. Wat zijn de eerste symptomen die je verwacht?

   a) brandend gevoel
   b) warm krijgen
   c) koud krijgen
   d) jeuk.

26. Wanneer weet je dat het niet meer gewoon om een basale allergische reactie gaat?

   a) kortademigheid
   b) anafylactische shock
   c) sliklast.
   d) hartkloppingen

Je zit op een terras met vrienden. Plots komt er een man verkleed in een ridder het plein op lopen. Hij zwaait rond met zijn zwaard en raakt 1 persoon in de buik en 1 in de dij.

27. Wat doe je eerst?

   a) 112 bellen
   b) Naar de slachtoffers toe lopen
   c) Een foto trekken om door te sturen naar de krant
   d) Achter de dader aangaan en hem proberen te overmeesteren voor hij nog andere mensen kwetst

28. Je gaat naar de patiënt die in de buik geraakt is. Zijn darmen zijn naar buiten gekomen. Wat doe je?

   a) Je duwt ze er terug in.
   b) Je controleert zijn ABC en laat de darmen gerust
   c) Je controleert zijn ABC en duwt dan voorzichtig de darmen er terug in
   d) Je controleert zijn ABC en legt een propere bevochtigde doek over zijn darmen.

29. Hoe stelp je best de bloeding bij de persoon die in de dij geraakt is?

   a) Rechtstreekse druk.
   b) Drukverband
   c) De toevoerende arterie dichtdrukken
   d) Knelverband

Je hebt je volledige hand verbrand aan het strijkijzer (2e - of 3e graadsbrandwonde)

30. Wat doe je?

   a) Je smeert er een dikke laag flamazine aan
   b) Je houdt je hand onder water.
   c) Vaseline (?)
   d) Flamigel

31. Naar welke hulpdienst moet je hierna gaan?

   a) Het brandwondencentrum
   b) De spoedgevallendienst
   c) Een plastische chirurg
   d) Geen enkele

Je rijdt op de autostrade en ziet 2 auto's op de pechstrook staan. Je vertraagt en ziet dat er een ongeval gebeurd is. Er zijn 2 slachtoffers. 2 jonge dames zijn bezig met 1 van de slachtoffers te reanimeren.

32. Wat doe je?

   a) Je rijdt door en belt de 112
   b) Je zet de auto stil en springt er meteen uit om te gaan helpen
   c) Je zet de auto langs de kant en steekt voorzichtig de autostrade over
   d) Je stopt, gaat na of de hulpdiensten verwittigd zijn en rijdt dan door omdat er voldoende hulp aanwezig is

33. De 2 dames zijn goed bezig met het reanimeren van 1 slachtoffer. Het 2de slachtoffer is bij bewustzijn, klaagt van buikpijn en haar enkel is gezwollen. Wat doe je?

   a) je gaat eerst kijken of je nog kan helpen bij de reanimatie
   b) je bekommert je over het 2de slachtoffer
   c) je gaat aan de kant staan om de hulpdiensten op te wachten
   d) ja kan toch niet meer helpen en rijdt door

34. Je wordt gevraagd te helpen met de beademing bij de reanimatie van de oude man. Gelukkig is er een mondmasker, want zijn mond is bebloed. Je blaast maar je ziet dat de borstkas niet omhoog gaat. Wat doe je?

   a) Je doet rechtsreekse mond op mond beademing. Dat werkt beter
   b) Je geeft het op. Er is niets meer aan te doen
   c) Je controleert zijn mond op vreemde voorwerpen die de beademing in de weg kunnen zitten
   d) Je maakt een tracheostomie

35. Het slachtoffer komt bij. Wat zal je doen?

   a) Je ondersteunt de nek van het slachtoffer
   b) Je spalkt het been van het slachtoffer
   c)
   d)

Je broer wast zijn velgen met een bijtend chemisch product, maar vergeet handschoenen te gebruiken.


36. Het eerste symptoom is

   a) blaren
   b) pijn
   c) roodheid
   d) brandwonden

37. Je gaat hem behandelen met

   a) flamazine
   b) calciumglyconaat gel.
   c) vaseline
   d) flamigell

Tussentijdse toets 2014-2015

1. Het is 23:30 uur. Je arriveert als eerste hulpverlener bij een verkeersongeval. er is 1 slachtoffer, een 26-jarige vrouw die uit haar auto geslingerd en op het middelste rijvak van de autostrade ligt. Haar rechteronderbeen ligt in een abnormale stand, ze roept om hulp! welke actie is het eerste aangewezen?

   a) je zult controleren of ze nog ademt
   b) je zult haar snel verplaatsen naar de pechstrook.
   c) je zult onmiddellijk haar rechterbeen spalken
   d) je zult trachten het verkeer tot staan te brengen

2. Je woont de plechtige mis bij opgedragen door de kardinaal. Er wordt met wierook gezwaaid en een 19-jarige studente valt plots in zwijm. Je vermoedt dat het om een syncope gaat. Dit wordt bevestigd indien

   a) het slachtoffer bleek ziet en een zwakke snelle polsslag vertoont
   b) het slachtoffer bleek ziet en een zwakke trage polsslag vertoont.
   c) het slachtoffer een felle emotionele blos vertoont met een snelle polsslag
   d) het slachtoffer een felle emotionele blos vertoont met een normale polsslag

3. de zijdelingse (laterale) veiligheidsligging is aangewezen bij

   a) een bewust slachtoffer dat klaagt van rugpijn
   b) een slachtoffer dat bewusteloos is na inname van drugs en niet meer ademt
   c) een slachtoffer dat bewusteloos is na inname van drugs en nog ademt.
   d) een slachtoffer dat na een klap op het hoofd bewusteloos geworden is en nog ademt

4. uitwendige hartmassage en mond-op-mond beademing

   a) bij iemand die bleek ziet, zwakjes ademt en een trage zwakke pols vertoont
   b) is zinloos bi een hartstilstand als gevolg van een shotwonde doorheen de thorax.
   c) is zinloos bij een slachtoffer met ventrikelfibrillatie na een elektrocutie
   d) wordt niet meer gestart zo het slachtoffer hypotherm is

5. de voornaamste indicatie om onelastische klevende drukverbanden te gebruiken is

   a) de beschermende werking op de huid
   b) de noodzaak om de een gewricht volledig te immobiliseren 
   c) het genezend effect bij chronische enkelinstabiliteit
   d)het voorkomen van recidieven.

6. om de intacte huid van een operatiestreek te ontsmetten gebruikt men thans bij voorkeur

   a) alcohol 70%
   b) chloramine 0.5% n-in H2O
   c) jood alcohol 1%.
   d) mercurochrome

7. als eerste hulp maatregel bij thermische brandwonden zal men

   a) de kledingstukken voorzichtig verwijderen
   b) de verbrande oppervlakte bestrijken met jood alcohol 1%
   c) de verbrande oppervlakte bestrijken met magere platte kaas
   d) de verbrande streek spoelen met koel water.

8. het aanleggen van een knelverband

   a) moet steeds gebeuren net boven of onder de  knie of elleboog
   b) is de eerste maatregel bij een echt belangrijke bloeding
   c) is vooral aangewezen in rampsituaties met verschillende bloedende slachtoffers.
   d) is vooral van toepassing bij verwondingen van hoofd en hals

9. welk van deze fracturen kan niet adequaat worden behandeld met een opblaasbare spalk

   a) bovenarmfracuur.
   b) enkelfractuur
   c) onderbeenfractuur
   d) polsfractuur

10. een 21-jarige student(e) heeft een gevaarlijke vloeistof op haar kleren gekregen die doorheen de huid kan binnendringen en een ernstige intoxicatie teweeg kan brengen. het slachtoffer is nog goed bewust. welke actie is het eerst aangewezen?

   a) je gaat hem (haar) onmiddellijk doen braken en medicinale kool toedienen
   b) je moet denken aan je eigen veiligheid en zet het op een lopen
   c) je zult hem (haar) onmiddellijk beginnen uitkleden
   d) zo mogelijk ga jet met hem (haar) onder de douche en kleed je hem (haar) dan uit.