Ziektemechanismen (E06Y2B)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel heeft de student inzicht ontwikkeld in de basismechanismen van het ontstaan en de evolutie van ziekten, alsook in het gebruik van deze mechanistische kennis voor diagnostische doeleinden.


De basiskennis die de student de vorige jaren opbouwde rond functionele morfologie, fysiologie, biochemie en andere disciplines kan de student nu integreren en toepassen bij de benadering van de pathologische aandoeningen. In deze cursus ligt de focus op het wetenschappelijk inzicht in de basismechanismen van ziekteprocessen, hoe deze tot symptomen leiden, en hoe ze zich uiten op morfologisch vlak. Vanuit deze achtergrond worden ook reeds enkele diagnostische en therapeutische inzichten aangeboden.

  • 7.5 sp: hoorcolleges

Dit hoorcollege is opgebouwd uit verschillende delen


Deel I: algemene pathologie (56u)


I.1. capita selecta uit de algemene (fysio)pathologie

I.1.1. ziekte en veroudering

I.1.2. de ontstekingsreactie en het 'local adaptation syndrome'

I.1.3. heling en herstel

I.1.4. koorts en andere stoornissen van de thermoregulatie

I.1.5. voeding en metabolisme

I.1.6. algemene begrippen aangaande tumoren

I.1.7. cellulaire en extracellulaire pathologie


I.2. stoornissen van homeostasemechanismen

I.2.1. stoornissen van volume en osmolariteit homeostase

I.2.2. zuur-basepathologie

I.2.3. fysiopathologie van het kaliumion

I.2.4. stoornissen van de calcium en bothomeostase


I.3. enkele grote decompensatiesyndromen:

I.3.1. de nier

I.3.2. de longen

I.3.3. het cardiovasculair systeem


Deel II: diagnostiek


II.1. basisaspecten van laboratoriumgeneeskunde (5.5u)

II.1.1. de preanalytische fase

II.1.2. nierfunctie en urine-onderzoek

II.1.3. acute fase respons en interpretatie bepaling serumeiwitten

II.1.4. bloedstolling en celtelling perifeer bloed

II.1.5. interpretatie van bloedresultaten


II.2. nucleaire geneeskunde (5.5u)

II.2.1. basisprincipes van functionele (moleculaire) beeldvorming door middel van radionucliden

II.2.2. moleculaire beeldvorming van orgaansystemen

II.2.3. moleculaire beeldvorming van tumoren en basisprincipes van radionuclidetherapie

II.2.4. moleculaire beeldvorming van infectie/inflammatie


II.3. radiologie (1u)

II.3.1. inleiding lessen radiologie binnen de verschillende thema's

II.3.2. voorbereiding stagevoormiddag radiologie

II.3.3. contrastmiddelen

II.3.4. radioprotectie

II.3.5. richtlijnen bij het aanvragen van een radiologisch onderzoek.

  • 0.5 sp: practica (Sciot Raphael)

In twee sessies worden de theoretische begrippen en letsels van de ontsteking en van tumoren geïllustreerd aan de hand van geselecteerde casussen. Dit gebeurt plenair op basis van microscopische beelden die op een interactieve manier geanalyseerd worden.


Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Mondeling, Schriftelijk Vraagvormen : Open vragen, Gesloten vragen

Het examen bestaat uit de volgende onderdelen: I. algemene pathologie (80%): - [A] prof R. Sciot (15%) schriftelijk examen bestaande uit twee vragen. - [B] prof G. Carmeliet en prof B. Bammens (60%) Elke student legt één vraag mondeling (na schrifelijke voorbereiding) af bij prof G. Carmeliet en één vraag mondeling (na schriftelijke voorbereiding) af bij prof B. Bammens. Daarnaast is er ook één schriftelijke open vraag voor het deel van prof G. Carmeliet en een schriftelijke beoordeling van stellingen volgens het meerkeuze-principe (met gis-correctie) voor het deel van prof B. Bammens. II. [C] Diagnostiek (25%): - Basisaspecten van laboratoriumgeneeskunde (12,5%): schriftelijk examen bestaande uit één grote vraag en twee bijvragen. - Nucleaire geneeskunde (12,5%): schriftelijk examen bestaande uit één grote vraag en twee bijvragen.

Toelichting berekening van het examenresultaat: - Er wordt een apart deelpunt (op 20) voor elk van de examenonderdelen toegekend [A,B,C] - De weging van de verschillende deelpunten is:

  = [A] 15% algemene pathologie: prof R. Sciot
  = [B] 60% algemene pathologie: 30% prof G. Carmeliet en 30% prof B. Bammens
  = [C] 25% Diagnostiek waarvan 12,5% basisaspecten van laboratoriumgeneeskunde, en 12,5% nucleaire geneeskunde

- Het finale punt wordt na de berekening van het gewogen gemiddelde afgerond naar het dichtsbijzijnde geheel getal - een student kan pas slagen op het OPO als hij geslaagd is op minimum 2 van de 3 examenonderdelen [A,B,C]. Bij niet slagen van (maximaal) één onderdeel, mag deze onvoldoende niet lager zijn dan een 8/20. Indien dit het geval is of indien de student twee of meer onvoldoendes haalt, is het eindcijfer voor het OPO:

  = een 9/20 indien het afgeronde gewogen gemiddelde gelijk of groter is dan 9/20
  = het afgeronde gewogen gemiddelde indien dit lager is dan 9/20

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


- Bij professor Carmeliet en professor Bammens zijn notities heel nuttig. De cursus is immers minder uitgebreid dan de slides en wat er in de les gezegd wordt.

- Ook bij laboratoriumgeneeskunde zijn notitites nuttig aangezien je geen cursus hebt om op terug te vallen.

- Voor het deel nucleaire circuleert er een document met de grote examenvragen die professor Van Laere stelt. Dit is niet 100% officieel, maar vorig jaar alludeerde hij hier in de eerste les op en heeft hij geen vragen gesteld die niet in het document stonden.

FAQ Examen 2015/2016

hoe gaat het mondeling bij prof. Bammens en prof. Carmeliet in zijn werk? word je afgeroepen, is het met namen op een lijst schrijven, …? -Je krijgt ongeveer een uur voorbereiding waarna de eerste personen bij een professor mogen gaan. Bij ons werd een verdeling gemaakt bvb A-H eerst casus bij professor Bammens, I-Z lossen eerst de mondelinge vraag van professor Carmeliet op. Je hoeft je niet aan deze verdeling te houden. Mensen gaan gewoon wanneer ze klaar zijn. Je ziet normaal wel in de aula wie zich recht zet.

en is het direct achter elkaar mondeling bij de twee proffen, of moet je nog een keer teruggaan voor de andere prof? -Neen, je gaat wanneer er plaats is / je wil gaan. Mondeling is niet achter elkaar voor de twee verschillende proffen.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)


Examenvragen

Examenvragen 2017-2018

Bammens

Pathofysiologie

Casus

Een man neemt lithium omdat hij gekend is met manisch-depressieve stoornis. Sinds 3 dagen geleden neemt hij een antibioticum omdat de arts vermoedde dat de patiënt pneumonie had. Hij wordt binnengebracht op spoed. De verpleger zegt dat hij heel ziek was, continu in bed lag en dat hij niet wilde eten of drinken.

Renine: enorm gestegen

HCO3 17

pH 7.30

pCO2 36

Natrium 160

Serum creatinine was verdubbeld

Urinair natrium was zeer laag en urinaire osmolaliteit (70) ook

Welke stoornis?

Metabole acidose met maximale respiratoire compensatie

Metabole acidose

Metabole alkalose

Acute respiratoire acidose

Acute respiratoire alkalsoe

Chronische respiratoire acidose

Chronische respiratoire alkalose

Gemengd: metabole acidose met respiratoire acidose; juist

Gemengd: metabole acidose met respiratoire alkalose

Gemengd: respiratoire acidose met metabole alkalose

Wat heeft waarschijnlijk mee bijgedragen tot deze stoornis?

Antibioticum

Pneumonie

Lithium

Stoornis in de ADH-secretie

Wat is de minst waarschijnlijke oorzaak van de lage natriumconcentratie in de urine?

Diabetes insipidus

osmotische diurese

Afwijkende ADH

De creatinineklaring is ten opzichte van een paar weken geleden

verdubbeld

gehalveerd

stabiel gebleven

toegenomen

5) Wat is juist?

hyperrenine hyperaldosteron .

hyporenine hyperaldosteron

hyperrenine hypoaldosteron

hyporenine hypoaldosteron

Juist/fout

Bij hyperosmolaire dehydratatie is dorst een belangrijker symptoom dan bij hypo-osmolaire dehydratatie

Dilutie-acidose is een vorm van high anion gap acidose

Pseudohyperkalemie is te verklaren door verhoogde plasmaconcentraties van lipiden en eiwitten

Bij primaire polydipsie schiet het urine-concentrerend vermogen van de nier te kort. (M.i. fout, het urine diluerend vermogen schiet te kort)

Zoethout stimuleert het 11-beta-HSD (...)

alcohol inhibeert de glyconeogenese(??) en induceert de lipolyse

Bij RTA I is er een defect in de alfa intercalated cells protonenpomp


Kleine casussen

Een man heeft juist een marathon gelopen in 3,5 uur. Als hij de finish bereikt is hij misselijk. Na in plasma is gedaald. Wat is de oorzaak? Men spreekt van een nefrotisch syndroom als er hypoalbuminemie, hyperlipidemie, oedeem en…? proteinurie was de antw Een man zijn been heeft onder een blok beton gelegen. Kalium verhoogd, verklaar. iets met lactaat type A? toch crush syndroom? crush syndroom stond niet tussen de antwoorden bij mijn weten Een vrouw ondergaat voor het eerst nierdialyse en heeft last van hoofdpijn en misselijkheid: Gedaalde extracellulaire ureum? Idd, dialysis disequilibrium syndrome Man met hoge bloeddruk, hoog renine, hoog aldosteron, Na hoog, metabole alkalose en hypokalemie... Wat verklaart dit? (M.i. nierarteriestenose met hyperreninemisch hyperaldosteronisme) Syndroom van Conn? Vrouw met hoog Kalium en hartrtimestoornis. Wat doe je het beste eerst logisch gezien om het plasma kalium te verlagen? Iv calcium toedienen b) Dialyse c) glucose + insuline


Carmeliet


Grote vragen

Wat zijn de voornaamste oorzaak van longoedeem Hoe veroorzaakt dit longoedeem? Leg uit met figuur.welke figuur? Met welke klacht komt patiënt het eerst op consultatie? Leg de pathofysiologie uit. Meer last met inademen of uitademen? Leg uit met figuur. Wat zijn de bloedwaarden? Verklaar.

Man met koorts, verdichting Re bovenkwab, hoesten, wat is het probleem? (25 punten) Pathofysiologisch mechanisme: Hoe zijn de bloedgaswaarden? Verklaar Problemen bij in- of expiratie? Waarom? Maak tekening/grafiek

Oude vrouw valt en wordt pas de volgende ochtend gevonden, naar spoed gebracht en haar temperatuur is 31° C Pols en BD: gedaald of gestegen? Verklaar. Wat kan er nog cardiaal mis zijn? Wat met haar metabolisme? Hoe opwarmen?

Jongen van 15 jaar komt op spoedgevallen met een gevoel van kortademigheid. (Ging over asthma) Wat is de longpathologie die hierbij hoort? Hoe kan je het gevoel van kortademigheid verklaren. Leg uit aan de hand van de pathofysiologie. Wat zijn de verwachte bloedgaswaarden? Leg uit. Heeft deze patiënt vooral last bij het inademen of eerder tijdens het uitademen? Leg uit.

Een koppel waarvan zowel de man als vrouw overgewicht heeft, komt op consultatie. De man heeft vooral vet rond de buikstreek, de vrouw meer aan de billen. Hoe stel je met zekerheid vast dat ze beiden obesitas hebben? Wat zijn de mogelijke gevolgen bij de man en de vrouw? (verschil tussen visceraal en perifeer vetweefsel) De meest voorkomende oorzaak van obesitas is de verhoogde energie-inname. Er zijn nochtans ook argumenten die obesitas verklaren waarbij er een normale energie-inname is, maar dat deze mensen een ander energieverbruik hebben. Wat zijn een aantal van die argumenten? Leg uit.

Vrouw van 46j ligt al twee weken op intensieve zorgen na een zwaar auto-ongeluk. Welke metabole veranderingen verwacht je? Welke hormonen spelen hierin een rol en wat zijn hun specifieke effecten?

2 vormen van syncope uitleggen adhv casussen: mechanisme 21j meisje 1.5u op voorhand aanwezig op concert van haar idool. Idool komt op, zij valt onmiddellijk flauw. 71j man met COPD hoest en valt neer.

Een man heeft hypocalcemie, men vermoedt dat een defect in de vitamine D pathway aan de basis hiervan ligt. Geef de mogelijke ziekten die dit zouden kunnen veroorzaken. Wat is het mechanisme dat de invloed van vitamine D op calcium verklaart. Wat verwacht je voor PTH- en fosfaatspiegels? Wat is de invloed van deze afwijking op de man zijn botten? Is dit te zien op RX? Bij longfibrose is de paO2 laag. Beschrijf deze pathologie, welke gevolgen heeft het voor het hart, het bloed?



Mechanismen

Hoe veroorzaken botmetastasen hypercalcemie? Welke labotesten helpen bij de diagnose?

Hoe dragen glucocorticoïden bij aan hyperglycemie van kritiek zieke mensen?

Mechanisme van maligne hyperthermie

Mechanisme van hyperthermie bij hartsdecompensatie

Leg calor, dolor, tumor en rubor uit bij inflammatie (alle 4 apart uitleggen)

Wat gebeurt er met de neuromusculaire excitabiliteit bij hypocalcemie. Leg uit aan de hand van een grafiek.

Hoe ontstaat syncope bij hartritmestoornissen (zowel verhoogd als verlaagd hartritme). Geef van elk een voorbeeld en leg het mechanisme hierachter uit.

hittesyncope

mechanisme van hittecrampen + figuur (hyponatremie dus Na-Ca exchanger werkt minder) Bij verlies van bloed is er eerst behoud van de bloeddruk, daarna een bloeddrukdaling. Door welk mechisme komt dit? Wat zijn de gevolgen voor het gastro intestinaal stelsel?

Begrippen

Cellulaire senescentie

Obesitas

Situationele Syncope

Defensines

Hittekrampen

Lysozyme

Acclimatisatie (temperatuur)

Disseminated intravascular coagulation (DIC)

Anaphylatoxines

Airtrapping

telomerase

Anti-oxidantia

Osteomalacie

Hyperinflatie

appetijt

Opsonines

Oxidatieve stress

ARDS

NEAT: non-exercice acitivity

NADPH oxidase

Ventrikelfibbrilatie

resorptiekoorts

ROS

Temperatuurregeling dag nacht ritme.

Sciot

Anatomopathologie

Grote vragen

Vraag over adenocarcinoom in oesophagus. Kwaadaardig of goedaardig? Hoe gezien? Stadiering en gradering nodig? Ook barrettslokdarm. Correlatie met carcinoom?

Vraag over leiomyoom maagmucosa. Kwaadaardig of goedaardig, stadiëring en gradering nodig? oorsprong?

Man 76j met lymfoma en nierlijden. Biopsie toont een amorfe, hyalijne en eosinofiele massa. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? Welke bijkomende onderzoeken moet de patholoog doen?

Wat is het verband tussen kanker en ontsteking?

Vrouw 46 jaar met adenocarcinoma van de longen, stadium 3. Wat betekent dit? Wat is de prognose?

Vrouw van 48j met hematurie: patholoog stelt ernstige dysplasie vast en behandeling opgestart met BCG-oplossing. Wat zag de patholoog? Wat betekent dit? Goed-/Kwaadaardig? Wat is BCG juist?

Huisarts neemt sebumcyste weg maar patholoog ziet achteraf dat het een epidermale inclusiecyste is. Wat is het verschil in benaming, wat ziet de patholoog, wat is de oorzaak? De vinger waaruit de cyste komt is rood en doet pijn, wat is de mogelijke oorzaak hiervan? vrouw komt van de uroloog en heeft een transitionele G cel carcinoom, hoe heeft d e patholoog dit gevonden? is dit goed of kwaadaardig?

Vrouw met astrocytoma, G3, omgeven door zeer veel ontstekingscellen. Wat betekent dit? Hoe moeten we de ontstekingsreactie interpreteren? Man van 50 jaar met anaal bloedverlies. Er wordt een biopsie genomen. De patholoog spreekt over een adenoom. Wat wil dit zeggen? Wat zag de patholoog? Is gradering en stadiëren zinvol?

Capillair hemangioma. Wat wil dit zeggen? Is gradering en stadiëren zinvol?

Man, 48j, met angiosarcoma, stadium IV. Verklaar deze begrippen, wat betekenen ze voor de patiënt? man met cT3N2M1 longtumor, wat betekent dit, wat is zijn prognose, is nog zinvol om te opereren?

Vrouw met borstcarcinoom met G2 pT2N1M0. Wat ziet de patholoog? Wat wilt dit zeggen?

Begrippen

Hamartoma

M1 macrofaag

Para-inflammatie

Marfan syndroom

Immunotherapie

Congorood

Immunity checkpoint blokkade

liquefactienecrose

epitheloid granuloma

Granulatieweefsel

Tumorvaccinatie

Suppuratie

Ubiquitine

EC Amyloid

Primaire amyloïdose

Paraneoplastisch syndroom

Anoikis

alfa beta amyloid

marginatie

metaplasie

Tumor heterogeniteit

proliferatieve ontsteking

progressie en heterogeniteit

TAM

diapedese

Transitioneel cel carcinoma


Nucleaire geneeskunde


Vraag over sentinel node scintigrafie

Vraag over skeletscintigrafie in de oncologie: hoe gebruikt? Diagnostische waarde van sens en spec hierbij, hoe kan SPECT-CT hiertoe bijdragen?

Hoe kan men met behulp van een gamma- en een PET-camera infecties van het bot opsporen? In welke volgorde wordt dit gedaan naargelang de lokalisatie van de infectie?

bij welke 4 toepassingen in de oncologie gebruik je bij een PET scan beter geen FDG. Welke tracer dan wel en bespreek het opnameprincipe

Hoe werkt PET (en 2 liganden buiten FDG-PET) en SPECT

wat is het nut van een hartperfusie scintigrafie, mechanisme? Waarom wordt steeds de perfusie in rust en stress gemeten? Wat is het voordeel van een water (H2 15O) of Rd FDG hierbij? (Wat is dat zelfs)


SPECT staat voor… 4 opties:

Tracer wordt niet gebruikt bij PET....


17F (bij mij stond er 19F ma das even fout denk ik)

11C

Rb


Bij welke tumor werkt FDG-PET wel/het beste?

hepatocellulair carcinoom

hersentumor

hooggradige cervix tumor

NET

Bij Alzheimer

is FDG-PET gevoeliger voor de diagnose van alzheimer dan voor het diagnosticeren van het klinisch stadium van cognitieve dysfunctie

Is amyloïd PET beter voor de diagnose dan FDG-PET

iets met hypometabolisme in parietale cortex


Bij een lage captatie van de schildklier is dit het gevolg van

een gedoken schildklier

een tumor van de schildklier

een hypometabole schildklier

een hypermetabole schildkleir

te veel zeevruchten gegeten

waar komt opname van FDG in normale omstandigheden NIET voor -hersenen -milt -hart -bruin vetweefsel


Laboratoriumgeneeskunde

Casus van baby met pyelonefritis (uit cursus)

Casus van jonge vrouw met nitraat-reductase negatieve infectie (uit cursus)

Sensitiviteit van 95%, specificiteit 90%, prevalentie 2,5%, wat is de kans dat een patiënt met positieve test de aandoening heeft (ook uit de cursus)

Tabel uit cursus met verhoogd Kalium en nog veranderingen oa bij Calcium (calcium was 0!) en Magnesium. Vraag was hoe dit kwam, antwoord door verkeerde volgorde ofwel met K+ EDTA ofwel iets met Na+ F+ K+ ofzoiets. > andere optie was verkeerde staalname met oxalaattube.

Howell-Jolly bij welke: antw: milt stoornis

MCHC: hoe wordt dit berekend?

Casus met AST > ALT

grotere casus: 70 jarige man met diabetes. hoge ureum, hoge creatinine, hoge AST (ALT vrij normaal), lage bilirubine wat is er aan de hand? - Spierafbraak - Alcoholisch leverlijden - Nierinsufficientie We vragen graag een extra test aan voor - Troponine Is de verhoogde creatinine door - leverlijden - nierinsufficiëntie - energienood (uit ATP bron) - Spierafbraak

Examenvragen 2016-2017

Examenvragen 2015-2016

Carmeliet

Mondeling:

1) Patiënt met nodule in de parathyroïden en heeft een hyperparathyroïdie. Wat heeft dit als effect op Calcium, fosfaat en vit D in het bloed? En welke weerslag heeft dit op het bot?

2) Verklaar de mechanismen, indien gekend, van de symptomen en klachten van COPD

3) Schadelijke agentia kunnen COPD en interstitieel longlijden veroorzaken. Verklaar mechanisme bij beide. Geef en verklaar de bloedgas waarden.

4) Persoon in shock. Wat is de definitie hiervan? Wat is het mechanisme achter de overgang van een reversibel naar een irreversibel stadium? Wat is de impact van shock op de longen en op het GI systeem?

5) Bespreek vasovagale syncope en posturale hypotensie. Ook voorbeschiktheid en symptomen.

6) Welke fysiologische veranderingen gaan gepaard met ventilatie-perfusie onevenwichten? Welke V/Q-stoornissen zie je bij pneumonie en welke bij atelectase? Welke invloed heeft dit op bloedgaswaarden?

7) Hoe beïnvloedt vitamine D de calciumhomeostase en hoe kan een probleem met Vit D een oorzaak zijn van hypocalcemie ?

8) Wat is de definitie syncope en bespreek hitte syncope en situationele syncope.

9) Chronische nierinsufficiëntie en zijn effect op calcium + wat zijn de symptomen bij deze calcium afwijking.

10) Bespreek de fysiopathologie van astma. Wat is de link met de acute inflammatie? Geef het effect op de bloedgaswaarden.

11) Bespreek catecholamines bij acuut kritische ziekte en de metabole veranderingen. En wat weet je over catecholamines bij irreversibele shock?

12) Bespreek primaire, secundaire en tertiaire hyperparathyroidie.

13) Bespreek shock: definitie, reversibele shock overgang naar irreversibel mechanisme, en waarom ouderen dit minder lang kunnen volhouden.


Schriftelijk:

1)Vasculaire veranderingen bij inflammatie en bij welke longaandoening zien we dit?

2)Hyperthermie en hypothermie: verklaar de mechanismen, indien gekend, van de symptomen van het cardiovasc systeem, neurologisch systeem en metabool.

3)‘Diabetes of injury’, verklaar. Wat zijn de metabole veranderingen? Zijn er ook voordelen? Bespreek COPD en interstitieel longlijden, hoe verschillen ze ten opzichte van elkaar?

4)Persoon met infectie, 39°C. Wat gaat er naast de temperatuurstijging nog veranderen? Beschrijf kort het mechanisme indien gekend.

5)Hypothermie bespreken, mechanismen erachter. Wat doet ons lichaam om de warmte-afgave tegen te werken. Wat zijn verschijnselen, symptomen.

6)Welke schade aan macromoleculen wordt er opgelopen bij veroudering? Welke van deze mechanismen zorgen ervoor dat ouderen minder adequaat reageren op shock?

7)Wat is de definitie van obesitas en hoe kan dit ontstaan als we kijken naar de veranderingen in energie-afgave?

8) ROS: voornaamste mechanisme van ontstaan + verdediging hiertegen. Bij welke longaandoening komt dit voor en bespreek het mechanisme.

9) Bruin vetweefsel heeft een rol in de fysiologie van de mens. Bespreek in welke systemen het een rol heeft en het onderliggende mechanisme hiervan.

10) Een man verstuikt zijn enkel en ‘s avonds ziet hij dat zijn enkel volledig gezwollen zit. Spelen mastcellen hier een rol? Zo ja, wat is hun rol?

11) Bespreek hypothermie: orgaanstoornissen en ontregeling homeostase-mechanismen.

12) Bespreek kallikreine, bradykinine en chemokine en verbonden pathologie.

13) De acute ontstekingsreactie is per defenitie lokaal, hoe wordt deze lokaal gehouden, mechanisme hierachter. Wat is het mechanisme achter de algeme weerslag, en leg dit uit.

Bammens

Mondeling:

1) Patiënt met chronische hypokalemie en neemt hiervoor kalium maar in de bloedwaarden is de kalium toch laag. Pt heeft tevens pH=7,49, Hco3=33, een O2-sat van 77 en CO2=44 en verhoogde renine en aldosterone waarden. Bespreek welke verklaringen hiervoor zijn.

2) Vrouw met gezwollen benen + gezwollen gelaat + weinig en donkere urine + 10 dagen sinusitis. Welke technische onderzoeken zou je doen en aan welke aandoening denk je → stoornis oncotische druk nefrotisch syndroom

3) Casus van barbeque: braken. Patient in paniek op spoed. Verklaar hypokalemie. (zie casussen vorig jaar)

4) Vrouw met lupus E was in Spanje op vakantie en heeft een longontsteking. Waarden: natremie: normaal ; pH gedaald ; CO2 gedaald ; HCO3 gedaald; HYPOKALEMIE (2mmol)

Verklaar de hypokalemie?

iemand die weet hoe dit verklaard moet worden? RTA door lupus? Denk ook RTA type 1

5) Verklaar Na waarde bij vrouw met diabetes met glycemie van 600.


6) Persoon van 61 jaar wordt doorverwezen. Gewricht van 1ste metatarsaal gezwollen en pijnlijk. (Bloedtest met verhoogd urinezuur, verminderde nierfunctiewaarden). Hoe kan je de gewrichtsklachten verklaren? Wat ga je verder doen om het probleem bij deze patiënt verder op punt te stellen.

7) Vrouw van 21 jaar wordt naar een gespecialiseerd ziekenhuis overgebracht om haar ionenstoornis te behandelen. Ze is hypotens, zwak. Moeder vertelt dat ze braakt na het eten. Gegevens: kalium: 2.7, hoge bicarbonaat, natrium normaal, aldosterone hoog, renine hoog Bespreek wat tot de gemeten kaliumwaarde kan bijdragen Antwoord: hypokalemie, bijvragen over welke diuretica ook tot die waardes kan leiden.

8) Hypokalemie verklaren => RTA 2

9) 70 jarige diabetes patiënt wordt naar het ziekenhuis verwezen door de huisarts omwille van achteruitgang van de algemene toestand. De laatste creatinine plasma meting een jaar geleden bedraagde 3 (eenheid?). Ze voelt zich al enkele maanden slechter met verminderde eetlust en constante misselijkheid. De patiënte had een BD van 150/90 en pols van 68. Medicatie: ACE inh, Lisdiuretica, oraal anti-diabeticum (metformine, in de les vernoemd als lactaatbron! staat niet in cursus, niemand wist dat natuurlijk, vond hij spijtig :P ) Na kanaal blokker, B-blokker Bloedgaswaarden gegeven van de patiënte: - Hyponatremie: ±120 - Hyperkalemie - Hco3: 18 (anion gap was 21,6 ongeveer, moet ±16 zijn) - Cl: 100 - pCO2: 30 mmHg - pH = 7,2 - ureum gestegen - creatinine gestegen - glycemie 110 (normale range 60-100)

Verklaar de vetgedrukte waarde. Oplossing: Metabole acidose, geen volledige respiratoir compensatie (KUSSMALE) ook bijzetten hoe tot acidose leidt! Diabetische keto acidose: weinig waarschijnlijk door lage glycemie. Uremie: Nierinsufficientie: ja! Salicylaat intox: weinig waarschijnlijk (anamnese?) Starvation keto acidose: kan door weinig inname voedsel Methanol intox: weinig waarschijnlijk (anamnese?) Alcohol keto acidose: weinig waarschijnlijk (anamnese?) Lactaat: type A, B, D-lactaat (A: weinig wss door goede BD en pols, B: kan door medicatie, D lactaat onwss door weinig eten en andere anamnese) Ethyleenglycol intox: weinig waarschijnlijk (anamnese?) → Uremie (nierinsuff) → Ook lactaatacidose (B-lactaat) uitgelokt door medicatie

Casus wiki: Bespreek kaliemie Meisje van 23 jaar komt in gespecialiseerd ziekenhuis voor behandeling van haar ionenstoornis. Ze is mager, hypotens, heeft last van algemene zwakte, braakt regelmatig na de maaltijd. Ze gebruikt een laxativa en een aldosteron antagonist als diureticum. Kalium gedaald, HCO3- gestegen, aldosteron gestegen, renine gestegen, Cl- gedaald, natrium normaal (en nog wat andere waarden). Welke factoren kunnen bijdragen voor de gevonden kalium waarde?

(bijvragen: verschillende soorten diuretica, welke kan gegeven bloedwaarden niet geven: KA want HCO3- in bloed was hoog, bij welke aandoening zie je lichte hypertensie, geen oedeem, toch gestegen renine: arteriele stenose)

Casus: jongen met nieuwe nier (al op wiki) Bijvragen: hoe ontstaat deze RTA type 2: door 16u durende ischemie van de getranplanteerde nier (binnenste van niet hier vooral last van) -> Lus van Henle: waar deze proximale cellen zich bevinden… wat is er aan de hand bij RTA type 2 evolutie GFR: als we de GFR na 2 dagen bereken, is dit dan een over of onderschatting? wat is een teken dat de proximale tubulus minder goed werkt: lage plamsa Na waarde en glucosurie


Schriftelijk:

1) Hoeveel juist - fout vragen krijgen we op het examen? 10 vragen: +2 voor juist antwoord, -1 voor fout, gokken levert dus punten op.

2) Epileptisch insult kan type A lactaat acidose veroorzaken. Juist

3) Dorst is meer uitgesproken bij hypo-osmolaire dehydratatie dan bij hyperosmolaire dehydratatie. Juist (het is toch fout? Staat toch letterlijk in het boek pg 29?)Klopt; hyperosmolair triggert ook de dorstreflex met ADH, hypo-osmolair alleen die van Angio II

4) Bij toediening van bicarbonaat bij een patiënt met RTA type 2 daalt de pH van de urine. Fout

5) Bij het syndroom van Schwartz-Bartter is er een mutatie in de NKCC waardoor de urine hypotoon wordt. (Is dus fout, want dat is het geval bij het syndroom van Bartter, niet bij Schwartz-Bartter, dit zijn verschillende aandoeningen)Gemenerik

6) Bij osmotische diuretica gebeurt de Na reabsorptie in de proximale tubulus niet meer iso-osmolair.

7) Shock hyponatremie komt voor bij massale natrium retentie en verhoogde ADH (fout omdat natrium retentie tot hypernatremie zou lijden?)

8) Glucagon inhibeert en insuline stimuleert de lipogenese

9) Hypokalemie kan wel bestaan zonder kaliumdepletie, maar kaliumdepletie kan niet bestaan zonder hypokalemie

10) zowel diabetische keto-acisodose, vasten en metanol-intoxicatie geven ketonenverhoging

11) kussmaulse ademhaling ontstaat typisch bij metabole acidose

Sciot

1) Wat is het paraneoplastisch syndroom?

2) Patholoog stuurt je deze gegevens: leiomyosarcoom G3 cT1N0M1. Wat betekent dit? Wat ziet de patholoog? 3) Vrouw 53, voelt knobbel in borst. adenocarcinoom G3 T2N3M0 na resectie en ruiming vd oksel wordt beeldvorming uitgevoerd voor metastasen -geen gevonden. 3 m later Re femurfractuur, botpijn. Leg uit G3 T2N3M0, adenocarcinoom, had screening hier een positief effect gehad op de evolutie van de vrouw? Verklaar de botfractuur en botpijn. Botryomycoma Hypertrofie Suppuratie

4)Vrouw met hyalijn eosinofiel amorfe massa. Wat is dit en welke onderzoeken doet de patholoog nog? Tumorheterogeniteit

5)Vrouw met adenocarcinoom, slokdarm. Graad 2, Stadium 1. Wat betekent dit? Wat kan je zeggen over de prognose?

6) Verklaar volgende termen: Granulatieweefsel, Tumor Vaccinatie

7) Alcoholist heeft hepatocarcinoom: wat betekent dit? Wat heeft de patholoog gezien? Wat heeft de alcoholverslaving te maken met de diagnose? Primaire amyloïdose Anoikis

8) casus over man die na wereldreis een necrotiserend granuloom heeft choristoma M2-macrofaag

9) Gradering en stadiëring bespreken van adenocarcinoom in borst. TAM diapedese


10) Vrouw met adenocarcinoom, stadium II. Wat betekent dit + prognose? Man met spinocellulair carcinoom graad 3 stadium 4 in de long, wat betekent dit ?

11) Granulatieweefsel 12) Tumor vaccinatie 13) Epitheloïd granuloma 14) Heterogeniteit en progressie 15) granulomateuze ontsteking

16)Man verliest rood bloed uit zijn aars (andere verwoording maar onbelangrijk), biopsie toont adenoma. Wat betekent dit? Wat zag de patholoog? Is stadiëring, klassering nuttig? leg uit: ...(apoptose na loslaten ECM), AL amyloïdose

17)Vrouw met osteolyse en rug pijn. Patholoog vindt transcellulair carcinoma. Wat heeft de patholoog gezien? Wat is primaire tumor?

17)Para-inflammatie Anoikis


18) M1 macrofaag AA amyloïd

19) Hoofdvraag: Patiënte met enkele knobbel in long blijkt na biopsie een spinocellulair carcinoom te hebben. Wat ziet de patholoog en wat betekent dit? Is het hier nodig om gradering en stadiëring toe te passen?

20) Begrippen: Bespreek Congorood en Immune Checkpoint.

21) Man met spinocellulair carcinoom achterin thorax, graad 3, stadium 4: wat betekent dit? wat ivm prognose. Is het nuttig om de primaire tumor weg te nemen? 22)Begrippen: Granulomateuze ontsteking; Progressie en heterogeniteit

22) man van 63 met angiosarcoma stadium vier. Leg uit wat dit betekent. en begrippen waren granulatieweefsel en tumorvaccinatie.

23) Hoofdvraag: 45 jarige vrouw met hemaurie, pathaloog vind pappilloma. Maligne of benigne? Hoe ziet de pathaloog dit? Begrippen: AA-amyloïd en M1-macrofaag

Labo

1)Grote vraag: Casus met verhoogde AST=113 (meer dan ALT=37), laag Hb=10,7, MCV verhoogd, gamma GT verhoogd, alkalische fosfatasen verhoogd, PT en albumine verlaagd. Naar welke waarden kijk je? Welke onderzoeken vraag je nog aan? Wat vraag je nog aan de patiënt? Naar wat kijk je in het klinisch onderzoek? Aan welke aandoeningen denk je?

2)Bijvragen: Bespreek 2 principes van celtelling. Juiste volgorde van bloedname. Hoe verzamelt de huisarts glucose waarden, leg uit. Hoe ziet de elektroforese van nefrotisch syndroom er uit: leg uit.

3) Casus met duidelijke bloedwaarden voor ferrirprieve anemie (microcytair, hypochroom, gedaald ijzer, gedaalde transferritine saturatie, gedaald ferritine). Vragen: aan wat doet dit denken, welke onderzoeken zou je aanvragen, op wat let je bij anamnese/klinisch onderzoek,..

4) Bijvragen: beeld bij acuut fase reactie.

5)Waarom gebruikt men eerder heparine in plaats van serum (2 redenen)? Hoe ziet een serumelektroforese eruit bij monoclonaal … en waarom?

6) Welke 3 zaken bepalen biologische variatie ⇒ analytische variatie, inter individuele variatie en de intra individuele variatie (analytische variatie is toch iets anders dan biologische variatie) Mss beter analytische spreiding? bespreek alfa-1-antitrypsine en wat gebeurt er bij deficiëntie?

7) Wat is likelihood ratio? Wat is het verschil tussen PPV en sensitiviteit? Wat is het meest nuttig voor de clinicus?

8) Casus met vrouw met lichte koorts, WBC hoog, pH van 7.8. nitriet negatief, eiwit licht positief, rest negatief. Wat is je diagnose? Zijn de pH, WBC en nitriet waarden bij deze diagnose compatibel?

10) Geeft 3 biologische oorzaken van verhoogde ammoniak in bloed. Wat is CRP en wat kan je er mee afleiden?

11) Casus baby met 41°C koorts: pH = 7, WBC +, nitriet -, eiwit spoor, rest - Wat is je initiële diagnose? Verklaar de pH, WBC en Nitriet waardes en zijn deze compatibel met je diagnose? Geef 2 bloedtesten om de leversynthesefunctie na te kijken? Geef 3 voorbeelden waarbij alkalische fosfatasen gestegen zijn.


12) Bloedwaarden: Hyperkalemie (waarde: 22), hypomagnesemie en hypocalcemie (waarde: 0). Wat heeft deze patiënt? Bel je de supervisor van wacht? Wat had die? Wat dat niet door foute tube gebruikt met antistolling (citraat complexeert ca, je kan toch nooit 0 ca hebbben normaal?) Dit had ik ook, tube voor antistolling gebruikt en ervoor tube met EDTA zodat er Kalium interferentie was...Wou zo ver had ik echt niet nagedacht 13) Bijvragen 2 “vals positieve” oorzaken van troponine gestegen in het bloed (dus niet door AMI) zeg in 10 woorden waarom FZ en vitB12 deficientie tot anemie leiden


14) Leg uit: MCV, MCH, … en hematocriet. Wat is ROC? Geeft enkele indicaties waarbij we CRP.

Nucleaire

Open vragen

1)Sentinel node: welke tracer gebruik je en leg uit.

2)Verklaar wat de specificiteit en sensitiviteit kan beïnvloeden bij diagnostisch 18F-FDG onderzoek.

3)Geef 4 voorbeelden van PET onderzoeken in de oncologie die NIET op 18F-FDG gebaseerd zijn met korte uitleg waarom 18F-FDG niet/minder geschikt is (inclusief het opnameprincipe van deze tracers).

4) Bespreek de stralingsbelasting van PET: LLE, fatale kankerrisico, natuurlijke belasting in Belgie.

5)Bespreek het nut van een myocardperfusiescintigrafie en hoe dit in zijn gang gaat. Wat is de reserve functionele capaciteit?

6) Bespreek nut beeldvormingsmerker bij MCI en verschillende biomerkers ziekte van Alzheimer in volgorde.

7) Dopamine - parkinson vraag.

8) Welke tracer kan NIET worden gebruikt voor PET? C11, F18, N14, O17, Ga11

9) Waarvoor wordt Tc-DMSA het beste gebruikt? Hydronefron, Pyelonefritis, Glomerulaire filtratie, Obstructie van de urinewegen

10) Wat beïnvloedt de opname van I?

11) Wat is waar over alzheimer?

Meerkeuzevragen

1) Wat kan je onderzoeken bij nucleair hartonderzoek? 2) Wat is fout 3) Wat beinvloedt de opname van FDG niet ?

4) Bespreek PET, verschillen met SPECT, en geef 2 radionucliden behalve 18F-FDG.

5) Welk eiwit speelt geen rol bij de opname van FDG

Glucose-6-fosfatase
Glucosestroopottersç     vf
Hexokinase
Fructokinase

10) Wat is het verschil tussen 18F-FDG en glucose qua opname en metabolisatie in een cel? In welke weefsels of cellen wordt glucose opgenomen in normale en pathologische omstandigheden?

11) Verhoogde TcO4 opname in thyroid weefsel wijst op

hypofunctie van de schildklier
hyperfunctie van de schildklier
tumor in de schidklier

12) In welk orgaan onder normale omstandigheden geen glucose opname?

MILT

13)Welke uitspraak is fout?

RA merker is bij elk onderzoek 100% specifiek

14) Wat zorgt voor het meeste levensverkorting

auto-ongevallen
overgewicht
ieder jaar bestraling aan 50msV

15) Wat heeft geen invloed op FDG opname in tumorcel?

plasma glucose
tijd tussen inspuiting en scan
maligniteit tumor
vascularisatie
plasma insuline 

Examenvragen 2014-2015

Carmeliet:

mondeling:

- hoe regelt Vit D het serum Ca, en welke stoornissen in Vit D leiden tot hypocalcemie?- oorzaken en symptomen van longoedeem + wat is ARDS?

- Vasovagale syncope en posturale hypotensie- Welke schadelijke agentia kunnen COPD veroorzaken en welke interstitieel longlijden? Verklaar de mechanismen indien gekend.

- Geef de bloedgaswaarden bij asthma, pneumonie en interstitieel longlijden. Door welke mechanismen zijn deze zo gekomen? Kan je een RX gebruiken voor de differentieel diagnose? Verklaar.

- Een oudere man heeft net een syncope gehad. Aan welke oorzaken denk je en verklaar kort.

- Welke normale fysiologische mechanismen treden op bij een ventilatie-perfusieonevenwicht? Hoe gebeurt dit bij pneumothorax? Wat is het effect van een pneumothorax op de bloedgaswaarden en geef enkele andere symptomen?

- Hoe beïnvloedt nierinsufficientie de calciumbalans en wat zijn de symptomen?

- wat is COPD? leg uit aan de hand van de symptomen, klinisch onderzoek en bloedgaswaarden. geef zoveel mogelijk de onderliggende fysiopathologische processen.

- Bespreek respiratoire oorzaken van shock en geef van elke categorie een voorbeeld


schriftelijk:

- hyperthermie en hypothermie veroorzaakt door stoornissen in warmteproductie- mechanismen waarom een ontsteking lokaal blijft en algemene weerslag.

- Shock: definitie, waarom decompensatie (mechanisme), waarom gebeurt deze decompensatie sneller bij oudere mensen.

- Veroudering: welke macromoleculen aangetast, wat heeft dit te maken met reactie op shock?.

- Obstructief longlijden kan leiden tot hypercapnie, geef de onderliggende fysiopathologie van 2 aandoeningen en geef symptomen van hypercapnie.

- Functie van bruin vetweefsel, rol in temperatuurregeling en energie en geef mechanisme.

- Iets over metabolisme verandering in tumoren.

- Ponderostaat is een mechanisme om het vetgehalte op peil te houden. Welke stoffen regelen mee de appetijt?

- Geef een voorbeeld hoe radicalen een gunstig effect heeft en een voorbeeld hoe radicalen een ongunstige effect heeft (twee dingen dus). Wat is het mechanisme? Welke longpathologie zou door radicalen veroorzaakt kunnen worden?

- Histamine is een belangrijke mediator van de ontsteking. Leg uit. Bij welke pulmonale pathologie speelt dit een rol? Geef hetmechanisme waar mogelijk. Ook de kinines zijn belangrijke mediatoren. Leg hun vorming en effect uit.

- Casus, jongen met hyperthermie, wat is de pathofysiologie plus bespreek maligne hyperthermie en wat zijn de bloedgaswaarden?

- patiënten die een zwaar trauma hebben ondergaan hebben vaak last van enorme fysiologische stress. wat zijn de effecten op het metabolisme + hormonen.

- welke factoren beïnvloeden thermoregulatie? Spelen zij een rol in koorts? (ofzoiets)


Bammens:

Casus

- 2 cassusen. Beiden: HCO3 28, pCO2 49, pH 49, Na 148, rest normaal. Casus 1: laag renine, hoog aldost Casus 2: hoog renine, hoog aldosteron. Er werd geen medicatie gebruikt. Bespreek de gelijkenissen en verschillen.

- casus: metabole acidose en hypokalemie, wat kunnen de oorzaken van deze hypokalemie zijn? -> RTA type 1

- Casus: man met laag GFR, lage HCO3-, hoog urinezuur, hoog ureum, hoog creatinine, verlaagd calcium, presenteert zich met gezwollen metatarsaal, rood & pijnlijk. Wat heeft hij en wat stel je voor?

- Casus: jonge man had een barbecue, nacht nadien overvloedig braken en komt in paniek aan op spoedgevallen. Waarden wijzen op metabole alkalose + respiratoire alkalose.

- Casus: Diabetes patiënte, gebruikt insuline maar toch zeer hoge glycemie (600). Veel drinken, slechte adem, zwak. Natrium van 130 verklaren met plasma osmolaliteit van 293, maar normale triglyceridemie waarden.

- Casus: Meisje van 23 jaar komt in gespecialiseerd ziekenhuis voor behandeling van haar ionenstoornis. Ze is mager, hypotens, heeft last van algemene zwakte, braakt regelmatig na de maaltijd. Ze gebruikt een laxativa en een aldosteron antagonist als diureticum. Kalium gedaald, HCO3- gestegen, aldosteron gestegen, renine gestegen, Cl- gedaald, natrium normaal (en nog wat andere waarden). Welke factoren kunnen bijdragen voor de gevonden kalium waarde?


Juist of fout Bammens:

-Kalium sparend diureticum wordt gebruikt om het effect van aldosteron antagonisten tegen te werken.

-Het effect van lisdiureticum op alkalose kan deels verklaard worden door secundair hyperreninemisch hyperaldosteronisme.

-Elephantiasis kan verklaard worden door een verhoogde permeabiliteit van de vaten-Bij RTA type 2 is er hypokalemie door dilutie-Bij een persoon met diabetische keto-acidose kan er risico op hyperkalemie bestaan

- schwartz-bartter is een euvolemische hypoosmolaire hyponatremie, lisdiuretica blokkeren niet alleen transcellulair Na transport maar ook paracellulair omdat er een positief lumen blijft


Labo:

- Wat zijn 3 dingen die biologische variabiliteit veroorzaken.

- Wat is verschil tussen pos. prob. ... en sensitiviteit, en wat gebruikt de clinicus best.

- Casus: ferriprieve anemie uit slides cassiman

- hoe worden WBC in urine aangetoond?

- accuraatheid vs precisie.

- Vergelijking ferriprieve anemie en anemie bij chronische ziekte.

- Hemofilie: wat is het en welke labotest wijkt af?

- Kindje met koorts, gestegen WBC esterase, spoor van eiwit, pH 7 en negatief nitriet. Zijn deze waarden compatibel met de vermoedelijke diagnose?

- Welke types chronische anemie en hoe onderscheiden van ijzeranemie?

- Leg de ziekte van Von Willebrand uit.

- Zet in de juiste volgorde: 'serum, citraat, hemocultuur, EDTA, heparine'

- Welke 2 zaken dragen bij tot de pre-test probabiliteit?

- Casus: AST gestegen, ALT gestegen, gamma GT gestegen, MCV gestegen, MCH gestegen, ijzer gestegen, transferrine saturatie gestegen, ferritine gestegen, bilirubine normaal, en heel veel andere waarden die normaal waren. (abnormale waarden worden aangeduid) Welke waarden trekken je aandacht? Moeten er verdere onderzoeken gebeuren? Zo ja, welke? Welke diagnoses vermoed je?

- Wat is in onderzoek naar myocardinfarct de meest sensitieve en wat de meest specifieke merker?

- Wat is het syndroom van Gilbert? (max 3 regels)

- Geef 3 oorzaken van macrocytaire anemie (bijvraag)

- Welk enzym is het meest specifiek voor de lever? (bijvraag)

- Casus 5 van de les over urineonderzoek van Vermeersch: Denk je aan hemolyse, een pancreaskoptumor of galstenen?

- welke labo afwijkingen zie je bij anemie door verhoogde afbraak?

- welk recipiënt gebruikt de huisarts om glucose te gebruiken en leg uit (bijvraag)

- is een urinestaal met WBC 3+ en geen nitriet compatibel met een urineweginfectie en leg uit.


Nucleaire:

Grote vraag

- 6 organen waarvoor scintigrafie kan gebruikt worden en hoe? glycemie regeling, waar kunnen we hier scintigrafie gebruiken?

- Hoe werkt FDG Pet?

- Hoe werkt sentinel node scintigrafie en welke indicaties?

- Hoe longembolen opsporen?

- Welke nucleaire technieken kan je voor de nier gebruiken?

- Nut van MCI opsporen en welke merkers?

- Geef het principe en nut van MPI.

- welke tumor heeft GEEN osteoblastische metastasen?

-Waarom moet een patiënt nuchter zijn voor een FDG scan?


2 mc vragen.

- Waarvoor wordt een DMSA nierscintigrafie voor gebruikt?

Hydronefrose, glomerulonefritis, blockage van afvoerwegen,

- Wat detecteert SPECT?

- Wat is geen PET-tracer

11C, 13N, 68Ga, 3H

- Wat wordt terugbetaald door RIZIV voor FDG-PET: recidief tumor/opsporen van…

Hersentumor Slokdarmtumor Blaastumor Pancreastumor

- wat is de belangrijkste indicatie voor dopaminerge neuronenonderzoek + mechanisme

De stralingsbelasting in België door medische beeldvorming wordt vooral veroorzaakt door

CT scans Rx scans SPECT scans PET/CT scans

Wat is niet bepalend voor de FDG-opname in een tumorcel?

Hexokinase Glut1 endogeen glucose Somatostatinereceptoren

Wat interfereert met FP-CIT (domapine receptoren):

levodopa alcohol heroïne cocaïne

Waarvoor wordt sentinel niet gebruikt?

Longtumor Melanoma Hoofd-/halstumor Vulva Borsttumor

Wat is juist over hartperfusiescintigrafie?

Bij een negatieve test is er minder dan 1% kans op cardiovasculair incident in het volgende jaar Bij een negatieve test is er tussen 5-10% kans op cardiovasculair incident in het volgende jaar Nog 2 met een positieve test


Sciot:

Grote vraag

- Vrouw 53, G3pT2N3M0, adenocarcinoom. wat betekent dit, wat heeft borstscreening voor een waarde? hoe verspreid de kanker zich? 9mnd later heup pijn en fractuur femurkop. wat is de voornaamste oorzaak?

- Man met leimyosarcoom G3 cT3N0M1: wat betekent dit? Hoe kwam de patholoog tot zijn diagnose?

- Astrocytoom G3, met inflammatoire cellen errond, wat wilt dit zeggen?

- Alcoholist heeft hepatocarcinoom: wat betekent dit? wat heeft de patholoog gezien? wat heeft de alcoholverslaving te maken met de diagnose?

- In het verslag beschrijft de patholoog de volgende situatie: oedemateus voorkomend weefsel met gedillateerde bloedvaten en neutrofiele granullocyten. Elders in het biopt ziet hij een mengeling van monocyten en fibroblasten met prolliferatie van bloedvaten. Welk process berschrijft de patholoog?

- Chirurg is ervan overtuigd dat patholoog een glazen bol heeft. Hoe overtuig je hem van de beperkingen het pathologisch onderzoek?

- Jongen met kanker heeft nierinsufficiëntie. Na biopsie blijkt dta er geen tumor aanwezig is, maar een eosinofiele, hyalijne, amorfe massa. Wat is dit en welke onderzoeken kan je nog uitvoeren?

- Een vrouw is terug van een wereldreis en heeft last van haar long en lichte koorts. Er wordt een biopsie genomen van haar longtop en een necrotiserend granuloom wordt gevonden. Wat wordt hiermee bedoelt? Mechanisme? Wat zou de oorzaak kunnen zijn?

- Een bejaarde man heeft last van dysphagie (slecht kunnen slikken). Bij een oesophagoscopie wordt een gezwel vastgesteld dat uitpuilt in de slokdarm. Het gezwel wordt weggenomen, komt bij de patholoog en blijkt een leiomyosarcoom te zijn. Hoe komt de patholoog dit te weten? Is dit een goed- of kwaadaardig letsel? Is gradering/stadiëring nuttig? Waarvan is de tumor waarschijnlijk afkomstig?

- Man met leiomyosarcoom. Hoe komt de patholoog tot dit besluit? Wat voor tumor is dit? Is dit kwaadaardig of goedaardig? Is verdere stadiëring/gradiëring nuttig?

- Man met paraneoplastisch syndroom. Bespreek.


Begrippen:

- hypertrofie

- keloid

- immuuntherapie

- botryomycoma

- gangreen

- congorood

- tumorheterogeniteit

- anoikis

- immune checkpoint blockade

- M1 en M2 macrofagen

- Osteogenesis imperfecta

- Marfan syndroom

- Granulatieweefsel

- Borderline tumor

- AA amyloïd

- granulatieweefsel

- Ectopie

- p53