Algemeen 3e Master Geneeskunde

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken

Het stagejaar, 3e master Geneeskunde, is ongetwijfeld het zwaarste jaar binnen de opleiding geneeskunde, maar niettemin het meest nuttige en interessante. Het is hier dat de theorie omgezet wordt tot praktijk, en vooraleer men dit jaar heeft afgewerkt, is het moeilijk om effectief te begrijpen wat het beroep Arts nu in feite inhoudt.

Om het stagejaar wat overzichtelijk te houden, en gezien de faculteit het allemaal nodeloos ingewikkeld maakt, volgt hieronder een kort overzicht van de verschillende aspecten van dit jaar, zoals de oriëntatiedag, de verschillende periodes, de terugkomdagen, het stagewerk en de stationsproef.

Algemeen

Concreet is de 3e master een jaar waarin de student dagelijks in een ziekenhuis, dan wel huisartsenpraktijk, meewerkt met de arts op een bepaalde dienst. Zo leert men van dichtbij de verschillende onderdelen van de geneeskunde en het medisch beroep kennen. Er wordt van de stagiair verwacht dat hij/zij goed meewerkt, gemotiveerd is, stipt en professioneel te werk gaat, vragen stelt, collegiaal is en voorzien van een stevige bagage medisch-klinische kennis.

Werkuren

Dit stagejaar is het eerste jaar van velen dat wordt gerekend als een volledig jaar, d.i. 12 maanden, in plaats van een academisch jaar dat bestaat uit 2x 13 weken. Er is dus een beperkte zomervakantie en geen kerst- of paasvakantie. Een normale werkdag kan variëren tussen 7 en 14-15u (wacht niet meegerekend), afhankelijk van discipline en ziekenhuis. Hiernaast moet de student op geregelde tijdstippen - onderling te verdelen met de medestagiairs en stagecoördinator - van wacht zijn op de spoedgevallendienst van het ziekenhuis. Afhankelijk van ziekenhuis tot ziekenhuis zijn dit avondwachten, weekendwachten, nachtwachten, 24-uurswachten of een combinatie van de vier. Soms ondergeschikt aan een assistent of staflid, soms op eigen houtje voorziet de stagiair de eerste opvang van patiënten die zich op spoed aanmelden.

Om de uitbuiting van de stagiair tegen te gaan is er vanuit de overheid een systeem ontwikkeld waarbij de arbeidstijden worden genoteerd. Zo dient men, wettelijk gezien, gemiddeld 60 uur per week te werken met een maximum van 72 uur. Het spreekt voor zich dat het moeilijk is zich hieraan te houden, en er toch vaak nog meer uren wordt gewerkt.

Toewijzing stageplaatsen

Na een infosessie in het begin van 2e master moeten enkele studenten zich kandidaat stellen om stagekapitein te worden. Per cremec wordt er één stagekapiteit verkozen door de medestudenten. Dit houdt in dat zij mee met de faculteit de studenten verdelen over de verschillende regio's. Tegen het einde van het eerste semester dient elke student dan zijn/haar keuzes door te geven. Per stagediscipline kan men een ziekenhuis of artsenpraktijk aanduiden. Verder moet er dan nog een vragenlijst ingevuld worden, met vragen naar familie in bepaalde regio's, of de student over een auto beschikt, met het openbaar vervoer wenst te pendelen of wil inslapen in het ziekenhuis, etc. Hier wordt in de mate van het mogelijke rekening mee gehouden. In de loop van het tweede semester (tussen februari en april) wordt dan de definitieve lijst met stageplaatsen doorgegeven. Deze is altijd te raadplegen via https://www3.kuleuven.be/med/stage/web/login, waar ook de begin- en einddata van de verschillende stages staan.

Het is niet altijd makkelijk kiezen waar je naartoe wilt op stage. Sommige studenten verkiezen een stageplaats dicht bij huis, anderen slapen liever in het ziekenhuis. een lijst met informatie over de meeste ziekenhuizen is te vinden via deze link:[1]

Extra materiaal

Vele studenten vragen zich af wat ze allemaal moeten aankopen van extra materiaal. In feite volstaat een witte jas met lange/korte mouwen (evt. twee), een stethoscoop en een reflexhamer. Normaal heeft elke student deze reeds in zijn/haar bezit van de vorige jaren. Andere zaken zoals een pupilreflexlichtpen, stemvork en autoclaveerbare operatieklompen zijn vaak onnodig en onredelijk duur voor het profijt dat eruit wordt gehaald. Soms wordt de vraag gesteld of het nuttig is specifiek deze operatieklompen aan te kopen. Dit is in feite niet nodig, tenzij er concrete plannen zijn om in heelkundige disciplines te specialiseren. Veel ziekenhuizen hebben dergelijke klompen op overschot, voorzien voor bezoekers of reserve, en als dit niet het geval is kan een beschermend plastiek over de schoenen getrokken worden. Bovendien bestaat de kans dat deze operatieklompen verloren gaan bij het kuisen en autoclaveren van de klompen, of kunnen ze gestolen worden.

Hiernaast spreekt het voor zich dat de stagiair zich deftig en professioneel kleedt, en een verzorgd uiterlijk heeft.

Wat wel nuttig is gebleken, is de "Oxford Handbook"-serie, en meerbepaald het "Oxford Handbook of Clinical Medicine". Dit pocket-naslagwerk omvat alle belangrijke domeinen van de geneeskunde, met duidelijke stapsgewijze uitleg. Hierin staan ook medicatie- en urgentieschema's. Het past perfect in de zakken van je doktersjas en doet goed dienst wanneer je als stagiair weeral een dood moment hebt, of als mannelijke stagiair wééral niet mag volgen bij een gynaecologisch consult. Nuttige uitbreidingen van dit pocketboekje zijn de "Oxford Handbook of Clinical Specialties" (omvat o.m. gynaecologie/obstetrie, pediatrie, NKO, oftalmo, orthopedie/traumatologie,...) en de "Oxford Handbook of Clinical Diagnosis" (die volgens symptomatologie de verschillende differentiëel diagnoses uitlegt). Het Groene Boekje van de BCFI kan ook altijd nuttig zijn, zeker bij de aanvang van de stage als men de verschillende merknamen nog niet kent, maar dit kan uiteraard ook eenvoudig online geraadpleegd worden.

De oriëntatiedag

De oriëntatiedag valt normaal gezien midden juli, de dag voor de aanvang van de eerste stage. Hierop worden alle onderdelen nogmaals besproken, en is er de kans om stagiairs van het voorgaande jaar vragen te stellen. Hier krijgt men ook de stagemap, een verplicht onderdeel van de stage. De aanwezigheid op deze oriëntatiedag wordt dan ook ten sterkste aangeraden en is zelfs verplicht.

De vier periodes

Het stagejaar bestaat uit vier periodes van telkens 13 weken, of ongeveer drie maand. Deze zijn:

HPN-blok

  • Huisarts (4 weken + 2 weken vakantie)
  • Psychiatrie (3 weken)
  • Neurologie (3 weken)
  • 5 dagen vakantie.

PED/GYN/VLK-blok

  • Pediatrie (6 weken)
  • Gynaecologie/Verloskunde (6 weken)
  • 5 dagen vakantie

HLK-blok

  • Heelkunde (12 weken)
  • 5 dagen vakantie

INW-blok

  • Inwendige Geneeskunde (12 weken)
  • 5 dagen vakantie.

Na het einde van de laatste periode is het stagejaar voorbij. Dit valt ongeveer midden juli, de vrijdag voor de oriëntatiedag van het jaar nadien. Tijdens elke stage mag de stagiair, in overleg met de stagebegeleider, 5 dagen vakantie nemen. Uitzonderingen hierop zijn de HPN stages, waarbij er tijdens de huisartsenstage 2 weken extra genomen mogen worden en de 5 vakantiedagen door de faculteit worden vastgelegd, en de PED/GYN/VLK-stages, waarbij de 5 vakantiedagen verdeeld moeten worden tussen PED en GYN/VLK (bij het ene drie en bij het andere twee of vice versa) en er dus nooit 5 dagen achtereen gepland mogen worden.

De student kan zelf een keuze opgeven waar welke stage wordt gevolgd. Hiermee wordt, afhankelijk van verschillende factoren, rekening gehouden.

De terugkomdagen

Tijdens elke stageperiode wordt een terugkomdag georganiseerd. Op deze dag komen de stagiairs terug naar de faculteit en worden er lessen georganiseerd en de casussen van de stagiairs interactief besproken. Aanwezigheid is verplicht, studenten die alle dagen hebben gevolgd krijgen een PASS op het onderdeel "Terugkomdagen", goed voor 4 studiepunten. Het ongewettigd afwezig zijn van één van deze vier dagen levert een FAIL op. Voor gedetailleerde informatie, zie Terugkomdagen (3e master).

Het stagewerk

De stationsproef

Punten

Gewicht van de individuele stage

  • Stage Inwendige Geneeskunde: 10 studiepunten
  • Stage Kindergeneeskunde: 5 studiepunten
  • Stage Gynaecologie/Verloskunde: 5 studiepunten
  • Stage Heelkunde: 10 studiepunten
  • Stage Huisartsgeneeskunde: 4 studiepunten
  • Stage Neurologie/Psychiatrie: 4 studiepunten
  • Aanwezigheid Terugkomdagen: 4 studiepunten (Pass/Fail)
  • Stagewerk: 6 studiepunten
  • Stationsproef (masterproef deel 1): 12 studiepunten

Richtlijnen ter beoordeling

Bij elke stage worden de punten van de stagiair door de stagebegeleider doorgegeven aan de faculteit. Deze punten zijn gebaseerd op vier peilers, waarop de stagebegeleider telkens een deelpunt op 20 geeft, verrekend naar een eindresultaat op 20, en dit volgens de volgende richtlijnen:

  • < 10: Onvoldoende - Het werk was van ondermaats niveau.
  • 10-11: Zwak - De stagiair voert zijn werk op minimaal niveau uit, de prestaties zijn zwak.
  • 12-13: Normaal - De stagiair voert zijn werk op voldoende wijze uit, maar de kwaliteit ervan varieert. De stagiair heeft bepaalde zwaktes, hoewel deze niet als een echt gebrek kunnen aanzien worden.
  • 14-15: Goed - De stagiair presteerde adequaat en zoals verwacht van elke stagiair. De stagiair valt niet op, in positieve zin noch in negatieve zin.
  • 16-17-18: Zeer goed - De stagiair werkt zeer goed. De inzet en kennis was van een zeer goed niveau.
  • 19-20: Uitzonderlijk goed - De stagiair was uitzonderlijk goed in alle aspecten van de stage. De kwaliteit van zijn/haar werk was buitenproportioneel.

Peilers van de puntenverdeling

De peilers waarop de stagebegeleider zich baseert zijn:

  • Medisch-klinische competentie: Waarbij de stagiair wordt gequoteerd op algemene medisch-klinische kennis, praktische vaardigheden en klinisch inzicht
  • Omgang met patiënten: Waarbij de stagiair wordt beoordeeld op basis van omgang en betrokkenheid met en gedrag tegenover patiënten.
  • Professionele attitude: Waarbij de stagiair wordt gequoteerd op basis van professioneel gedrag, stiptheid, motivatie en omgang met medisch en paramedisch personeel.
  • Wetenschappelijke competentie: Waarbij de stagiair wordt beoordeeld op wetenschappelijke vaardigheden, zoals het opzoeken van vraagstukken in de literatuur, presentaties en synthese van de opgedane kennis.

Deliberatie

De deliberatie en het meedelen van de punten gebeurt normaal gezien midden juli, rond de periode dat de nieuwe stagiairs hun oriëntatiedag krijgen. Deze worden op de gebruikelijke manier op Toledo meegedeeld.