Hemato-oncologie (E0C12A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

  • 2.9 sp. Hemato-oncologie: theoretische colleges (Haustermans Karin | Schöffski Patrick | Vandenberghe Peter | Verhoef Gregor | Weltens Caroline | Wildiers Hans | de Ravel de l'Argentière Thomy)

Vanuit hematologisch perspectief komten volgende topics komen aan bod:

- Anemie

- Leukopenie en leucocytaire disfunctie

- Trombocytopenie en trombopathie

- Aandoeningen van de hematopoietische stamcel

- Acute leukemie

- Lymfadenopathie en lymfomen

- Monoklonale gammopathieën

- Transfusie

- Stamceltransplantati


Vanuit pathologisch perspectief komen volgende topics aan bod:

-ontstekingsletsels en tumoren van hematopoietische en lymfoïde weefsels.

Na een herhaling van de normale histologie van het beenmerg en de lymfoïde weefsels, wordt de histopathologie van volgende thema's besproken:

- Myelodysplasie en myeloproliferatieve ziekten

- Reactieve aandoeningen lymfoïd weefsel

- Non-Hodgkin lymfomen (B- en T-cel)

- Hodgkin lymfomen.e


Vanuit oncologische en radiotherapeutisch perspectief komen volgende topics aan bod:

- Wat is kanker (introductie, epidemiologie, tumorbiologie...

- Systemische therapie, principes, geneesmiddelen, bijwerkingen, indicaties, vb borst ca

- Radiotherapie, techniek, indicaties, complicaties,...

- Implementatie van radiotherapie


Vanuit genetische perspectief komen volgende zaken aan bod:

- familiale en hereditaire kankers, zowel niet-syndromaal als syndromaal.

- het overervingspatroon van borstkanker, de diagnostische criteria en implicaties voor genetische analyse bij aangetaste individuen en de criteria en medico-legale aspecten van predictief genetisch onderzoek worden besproken.

- HNPCC/ Lynch syndroom wordt op gelijkaardige manier besproken. Voorbeelden van syndromen waarbij kanker teruggevonden worden, worden ook aangetoond

- een overzicht van de genetische testen (cytogenetica, fluorescence in situ hybridisation, moleculaire diagnostiek) die momenteel worden toegepast bij de diagnose en opvolging van maligne aandoeningen van het hematopoëtisch stelsel en van vast-weefseltumoren. Hierbij wordt de nadruk gelegd op de toegevoegde waarde die deze technieken kunnen bieden bovenop het morfologische en immunologisch onderzoek. Ook hun beperkingen, in het bijzonder de detectiedrempel, komen aan bod.

  • 0.7 sp. Hemato-oncologie: klinische colleges (Christiaens Marie-Rose | D'Hoore André | De Leyn Paul | Deroose Christophe | Tousseyn Thomas | Vansteenkiste Johan | Verhoef Gregor)
  • 0.4 sp. Hemato-oncologie: casusgebaseerde integratieweek urgentie

Er wordt vertrokken van uit patiënten met een hematologische of oncologische aandoening.

Tijdens deze week zal er ook expliciet aandacht worden besteed aan palliatie, voeding en genetica doorheen de verschillende casusbesprekingen.


Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Schriftelijk Vraagvormen : Meerkeuzevragen Leermateriaal : Geen

Het examen is een geïntegreerd meerkeuzevragenexamen met 40 vragen. Het gaat om meerkeuzevragen met 4 antwoordopties mét giscorrectie. Het aantal vragen per onderdeel komt ongeveer overeen met het toegekende gewicht aan de onderdelen:

- voor Hematologie (en Pathologie samen: 22 vragen

- voor Genetica: 3 vragen

- voor Oncologie en radiotherapie 15 vragen (zowel de theorie als de multidisciplinaire kankerklinieken)

Er wordt één examencijfer berekend over het totaal.

Er worden geen deelvrijstellingen gegeven voor onderdelen van het thema. Indien niet geslaagd, legt de student het hele thema opnieuw af.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


- Voor hematologie kan je het handboek aankopen, maar het is niet 100% noodzakelijk. Je kan proberen naar de lessen te gaan, daar wordt de essentie besproken en professor Verhoef legt alles heel duidelijk uit. Als je de lessen te traag vindt, kan je het handboek zeker gebruiken, maar weet dan dat dit te gedetailleerd is. Het is vooral heel belangrijk om te kunnen werken met de bloedbeelden. Maar mispak je zeker niet aan dit deel, er kunnen knap moeilijke vragen gesteld worden! Dus je moet echt wel zorgen dat je heel goed weet welk bloedbeeld bij welke ziekte hoort! De klinische lessen (staan normaal in de practicumregeling) zijn heel nuttig om naartoe te gaan! Dit is de vorm van de examenvragen.

- Oncologie: hier is geen boek van, ga dus best naar de lessen! De vragen komen uit de lessen en zijn sterk gedetailleerd (ook uit de lessen waar de proffen aangeven dat de details niet te kennen zijn).

- Pathologie: ga goed naar de lessen (daar komen de meeste vragen uit). De cursus is vooral een naslagwerk. Verder zijn dit héél veel details en deze worden ook gevraagd! Je plant hier dus best genoeg tijd voor in.

- Genetica: let goed op in de lessen, op het examen komen gedetailleerde vragen. De eerste les staat in het handboek van hemato ook nog uitgeschreven, maar er komen toch wat andere zaken nog bij.

- Tot slot, bekijk de examenvragen van vorig jaar goed en voor hemato de casussen die in de practica zijn gezien.

- Het deel van borstoncologie verplaatst normaal vanaf '17-'18 naar het OPO 'gynaecologie'. De vragen hierover kan je dus voor dat examen eens bekijken, maar gaan op het examen van hemato-onco niet meer gesteld worden.


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Samenvattingen 2017

Bloedbeelden hematologie

Samenvattingen 2016

A. Oncologie

B. Pathologie

C. Hematologie/Hematopatho

D. Examenvragen


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examenvragen 2016/2017

Hematologie

1. TOUSSEYN: Wat is meer typisch voor neoplastisch proces dan voor reactief proces

a. verdwijnen van polarisatie

b. langerhanscellen in paracortex: nl

c. Hoog Endotheliale venulen in paracortex: ook bij PH

d. puinmacrofagen in germinaal centrum


2. Wat is juist?

a. Een kind met sikkelcelanemie kan al symptomen vertonen kort na de geboorte

b. De ernst van hemolyse bij beta thalassemie wordt bepaald door neerslaan van de alfa ketens

c. iets met pyruvaatkinasedeficientie en tuinbonen

d. alfa-thalassemie kan gepaard gaan met recidiverende pijn


3. Welke van de volgende stellingen zijn juist?

- Folliculair lymfoom in stadium II heeft een genezing van 50%

- Hodgkin lymfoom in stadium IVb heeft een genezing van meer dan 60%

- Diffuus grootcellig B-cel lymfoom in stadium II heeft een genezing van meer dan 50%

a. 1 & 3 zijn juist

b. Enkel 2 is juist

c. 1&2 zijn juist

d. 2&3 zijn juist


4. Welke 2 hebben de beste prognose na behandeling

a. Meisje van 18 jaar met anaplastische anemie waarvoor HLA identische donor

b. 57j en AML

c. 60j en CML

d. Binet C CLL


5. Casus over oud vrouwtje met recente hyperthyroïdie waarvoor Strumazol. Nu last van neurologische tekens (gevoel van verdoofde voeten) en vermoeidheid. Bloedbeeld met megaloblastische (macrocytaire) anemie, te laag reticulocyten, hemolyse, beetje neutropenie en trombocytopenie.

a. Foliumzuurdeficiëntie

b. Vit B12 deficiëntie

c. Hypoplasie tgv Strumazol


6. Wie heeft meeste kans om trombose te doen?

a. Vrouw 60 jaar met polycythemia vera

b. Man 82 met CML

c. Acute leukemie


7. TOUSSEYN: Wat past NIET bij elkaar?

a. cytotoxische T-lymfocyt en Hodgkin

b. T-immunoblast en lymfoblastlymfoom


8. TOUSSEYN: Wat past NIET bij elkaar?

a. Reed Sternberg cellen en non-Hodgkin


9. Vrouw van 31 jaar die drinkt en rookt en drinkt, presenteert met een thrombocytopenie van 12, geen symptomen (moest je afleiden uit de casus). WBC zijn licht gestegen), MCV is licht gestegen, LDH is gestegen. Wat doe je?

a. Thrombocyten op citraat en heparine

b. Start corticosteroïden

c. Beenmerg onderzoek

d. vit B12 en Foliumzuur


10. Welke antwoordmogelijkheden zijn juist

- Een ECLA van O mag gegeven worden aan A

- Een ECLA van B mag ontvangen worden door AB

- Plasma van AB mag gegeven worden aan O

- Plasma van B mag gegeven worden aan A

a. 1,3 en 4

b. 2, 3 en 4

c. 1, 2 en 3

d. allemaal juist


11. Een vrouw met MDS welk bloedbeeld past hier het beste bij?

a. ergens 2 % blasten, gedaalde Hb, gedaalde trombocyten

b. gestegen Hb,...

c. gedaald Hb, gedaalde trombocyten, 31% blasten


12. Vrouw, volgens familie volgt ze sinds kort een nieuw dieet, macrocytaire anemie, moe. Wat doe je om diagnose te bepalen? Reticulocyten gestegen, hemolytische anemie, trombocytose.

a. bepaal FZ/vit B12

b. directe Coombs

c. indirecte Coombs

d. detectie fragmentocyten


13. TOUSSEYN: Welke associatie is niet correct ivm translocaties bij lymfomen?

a. lichte keten immuunglobuline/BCL2 en folliculair lymfoom

b. zware keten immuunglobuline/ALK en ALK + ALCL (zeker)

c. zware keten immuunglobuline/c-Myc en Burkitt

d. zware keten immuunglobuline/cycline D1 en mantelcellymfoom


14. Bij vrouw met een acuut abdomen wordt vena porta thrombose vastgesteld. Hb van 17,5 en gestegen erythrocyten… Volgens mij ook was gestegen plaatjes. Welk onderzoek doe je?

a. Cytogenetica

b. Beenmergbiopt

c. Mutatie Jak2 opsporen


15. Man, 65j, vermoeidheid en recurrente luchtweginfecties waarvoor AB de afgelopen maanden. Op KO bleek en splenomegalie. Bloedonderzoek toont erge anemie met trombocytopenie, ernstige neutropenie met 31% blasten, gestegen LDH. Wat is de diagnose?

a. myelofibrose

b. acute leukemie

c. CML


16. Casus over meisje die presenteert met een microcytaire anemie. Hevige maandstonden. Heeft jaren geleden een koortsblaas gehad. Vermoeidheid en een Hb van 11,2, reticulocytose. MCV-53, Bi-2,3 Wat is het meest waarschijnlijke?

a. Thalassemie trait

b. Thalassemie intermedia

c. ijzertekort

d. sferocytose


17. Epstein Barr virus is NIET geassocieerd met:

a. post transplant lymfoproliferatieve ziekte

b. Hodgkin lymfoom

c. NK nasopharyngeaal lymfoom

d. B-LBL


18. Vrouw met … gestegen lymfocyten en hemolytische parameters

a. cytogenetica en indirecte coombs

b. cytologie en hybridisatie

c. cytogenetica, hybridisatie

d. microscopie, directe coombs en immunofenotypering


19. casus over een vrouw met DM en veel andere problemen : Anemia bij de chronische ziekte. Wat is juist?

a. ferritine laag hepcidine verhoogd

b. ferritine verhoogd hepcidine verhoogd

c. serum ijzer verhoogd hepcidine verhoogd

d. serumijzer verhoogd hepcidine verlaagd


20. Een man presenteert met rugpijn, vermoeidheid, obstipatie. Welke stap brengt je dichter bij de vermoedelijke diagnose?

a. Eiwitelektroforese


21. Bij welke patiënt start je GEEN behandeling

a. CLL binet A

b. Hodgkin

c. CML

d. …


22. TOUSSEYN: Een klier verdacht voor lymfoom - excisie van de klier Casus van vrouw (54j) die op 6 weken tijd 25 kg is afgevallen door dieet en nu 75kg weegt. Komt met gezwollen lymfeklieren bilateraal axiaal, mediastinaal en inguinaal. Haar borstmammo en echo waren negatief. Je neemt punctiebiopsie van axiale klier die normale architectuur, actieve germinatieve centra etc toont (+foto). Wat doe je nu?

a. Stel haar gerust en geef AB

b. Stel excisie van de klier voor

c. een punctiebiospie van haar borst nemen

d. Een immuno genetische test doen (ik weet niet meer wat er exact stond, sorry) om lymfoom uit te sluiten.


23. TOUSSEYN: Welke stelling is fout?

a. De aanwezigheid van een Reed Sternberg cel is genoeg om diagnose Hodgkin te stellen


24. TOUSSEYN: Welke stelling is fout?

a. Behandeling met antilichaam tegen CD20 is nuttig tegen T-cel lymfomen


25. TOUSSEYN: Welke stelling is fout?

a. Translocatie met chromosoom 14 wordt dikwijls gezien bij T-cel lymfomen


26. TOUSSEYN: Welke associatie is fout?

a. sarcoidose - purulent necrotiserend granuloom


27. TOUSSEYN: Welk kenmerk is indicatief voor neoplastisch proces?

a. Bcl2 overexpressie in germinatief centrum


28. TOUSSEYN: Welke stelling is fout?

a. CD30+ gaat altijd gepaard met maligniteit


29. Casus met bloedbeeld over CML

30. Casus met bloedbeeld over CLL

31. Welk bloedbeeld past bij multipel myeloom (zelfde als in klinische les)

a. diffuse hypogammaglobulinemie en hypergammaglobulinemie piek


32. Casus met bloedbeeld over aplastische anemie


33. Casus polycytemia vera: wat is nu het meest aangewezen?

a. JAK2 mutatie opsporen

b. anti-aggregantia

c. oogfundusonderzoek

d. Beenmergonderzoek


34. Casus ITP. Petechiën, lage bloedplaatjes, ... wat doe je nu?

a. corticosteroïden

b. antistoffen tegen bloedplaatjes aantonen

c. trombocyten op heparine/citraat


35. Casus vermoeden Hodgkin lymfoom: hoe stel je diagnose?

a. klierbiopt

b. punctie klier

c. PET-CT


36. Casus ijzergebreksanemie

a. ijzerdeficiëntie met hoog EPO


37. Casus verhuisd geadopteerd meisje

a. alfa thalassemia intermedia


38. Casus met bloedbeeld over vitB12/FZ deficientie


39. Casus lupus met hemolytische parameters. Welke complicatie is meest waarschijnlijk

a. hemolytische anemie


40. Casus met leuko-erythroblastaire formule, normocytair: aan welke diagnoses denk je?

a. primaire myelofibrose en acute leukemie

b. MDS en nog iets anders


41. Welke 2 patiënten hebben beste prognose?

a. patient met CML

b. anaplastische anemie jonge patiënt met identieke alloTx donor

c. CLL Binet C

d. AML 60-jarige


42. Casus over myelodysplasie


43. Welke antwoordmogelijkheden zijn juist

- Een ECLA van O mag gegeven worden aan B

- Een ECLA van B mag ontvangen worden door AB

- Plasma van AB mag gegeven worden aan O

- Plasma van B mag gegeven worden aan A

a. 1,3 en 4

b. 2, 3 en 4

c. 1, 2 en 3

d. allemaal juist


44. Verhaal buiklast, … bloedbeeld van leukemoide reactie.

a. leukemoide reactie op cholecystitis

b. onderliggende CML


Oncologie

1. Hoeveel procent van de borstkankers hebben een expressie/overexpressie van de HER2 receptor?

a. 5%

b. 20%

c. 50%

d. 80%


2. Longcarcinoom bij vrouw +-50j T1N0M0 met expressie EGFR, na lobectomie

a. niets

b. anti EGFR 1 jaar

c. postoperatieve radiotherapie

d. chemo 4x


3. Bij hoeveel procent van de vrouwen die presenteert met een lokale tumor van de borsten, waarbij de tumor wordt weggehaald en postop radiotherapie, wordt overleving verbeterd door adjuvante chemo, hormoon of andere systemische therapie?

a. 3%

b. 15%

c. 30%

d. 70%


4. Vrouw 70+ met voorgeschiedenis van borstsparende chirurgie en aansluitend RT voor invasief carcinoom 20 jaar geleden presenteert nu opnieuw met een invasief carcinoom. Behandeling?

a. Mastectomie (zeker?)

b. Borstsparende heelkunde + RT op borst

c. borstsparende HK + RT op borst en boost op tumorbed?

d. neo-adjuvante systeem + chirurgie


5. Vrouw 57j presenteert met een oedemateuze borst waarin geen nodules gevoeld worden. Tumor van 1 cm wordt gedetecteerd. Okselklieren zijn negatief op KO en echo. cT4dNxM0 Behandeling?

a. neo-adjuvante therapie en chirurgie

b. mastectomie en sentinel

c. borstsparende heelkunde na repérage sentinel

d. …


6. Longtumor bij roker. Weggehaald. Je doet PET en ziet een paratracheale klier. Wat doe je?

a. CT geleide punctie

b. Mediastinoscopie

c. EBUS/FNA

d. Transthoracale punctie


7. Wat is meest radioresistent?

a. late S fase


8. Wat is meest chemogevoelig?

a. kiemceltumor

b. pancreascarcinoom

c. glioblastoma


9. Wat is meest gerelateerd aan celdood?

a. enkelstrengbreuk DNA

b. dubbelstrengsbreuk DNA

c. single base


10. Radiotherapie vd borst. Welke acute nevenwerkingen verwacht je?

a. geen acute nevenwerkingen

b. Mucositis, lymfoedeem arm

c. Erytheem en teleangiectasieënwik

d. erytheem huid en oedeem borst


11. Rectumtumor bij een man rond de 50j, distaal, 3cm, goed gedifferentieerd, T1:

a. TME

b. 5x5 radiotherapie en TME

c. Transanale resectie

d. Endoscopische microscopische resectie (TEM)


12. Vrouw 70+ met een colon ascendens ulcererende tumor en 2 diepe levermetastasen in de rechterlob. Wat is haar kans op genezing?

a. geen kans op genezing

b. een zeer kleine kans op genezing (rond de 20%)

c. een aanzienlijke kans op genezing (rond de 50%)

d. een grote kans op genezing (rond de 80%)


13. GENETICA: In een BRCA positieve familie

a. Wordt aan de vrouwen wel voorgesteld om PIGD te doen maar aan de mannen niet.

b. Ontwikkelen de vrouwen die drager zijn 100% zeker borsttumoren.

c. Hebben mannen die dragen zijn 20% kans om borsttumoren te ontwikkelen.

d. Hebben de vrouwen een verhoogde kans op borstkanker, eierstokkanker en eileiderkanker.


14. Bij palliatieve chemotherapie

a. verkiezen patiënten om in het ziekenhuis behandeld te worden

b. wordt weinig aandacht gegeven aan orgaandysfunctie

c. moet goed afgewogen worden wat de bijwerkingen van de behandeling zijn tov prognose


15. Neo-adjuvante chemo

a. nieuw soort behandeling

b. wordt gegeven na chirurgie

c. is onderdeel van curatieve therapie

d. is altijd goed bij behandeling van metastasen


16. GENETICA: Bij een man (super lange uitleg over casus). De vraag was eigenlijk minimale residuele ziekte. Na een eerste check up na therapie vertoonde hij op cytologie geen blasten meer, maar wel na PCR.

a. ja, na de eerste check up minimaal residuele ziekte want leukogene cellen voldoende gedaald volgens criteria.

b. nee, want pcr nog positief

c. nee, ...

d. moet nog bevestigd worden door FISH


17. GENETICA: Wat doe je in de follow up bij een bepaald lymfoom met een bepaalde mutatie. Welke test om zeker te zijn dat op elk niveau geen ziekte meer is?

a. PCR

b. cytologisch onderzoek


18. Locale staging rectum tumor: wat leert je het meeste?

a. MRI

b. endo-echo

c. CT abdomen thorax

d. PET-CT


19. Karnosfky 100

a. ideale patiënt om chemotherapie te krijgen

b. moet orale chemo ipv IV chemo krijgen

c. heeft fulltime gewerkt tot voor diagnose


20. Toxiciteit experimentele chemo gemeten via

a. RECIST

b. CTCAE (?)

c. WHO


21. T4N2 longcarcinoom behandeling?

a. radiotherapie met concomitante chemo

b. inductie chemo met heelkunde

c. Chemotherapie


22. cT4 borstcarcinoom wordt behandeld met neo-adjuvante chemotherapie. Hierna blijft T1 over. Er wordt een klier gevonden. Behandeling?

a. brede excisie + sentinel

b. brede excisie + OE

c. mastectomie + sentinel

d. mastectomie + OE


23. FDG PET stellingen: welke is juist

a. FDG PET kan geen maligne klieren aantonen die kleiner zijn dan normale klier

b. FDG PET kan ongeacht skeletale processen (osteosclerose, osteolyse, …), maligne processen in skelet aantonen

c. FDG pet is goed voor opsporen hersenmetastasen


24. Distaal rectumcarcinoom met ingroei in mesorectale fascia

a. lange chemoradio + aantal weken wachten + heelkunde

b. korte radio + heelkunde

c. lange radio + heelkunde


25. GENETICA: Stellingen genetica: welke is juist?

a. persoon met hooggradig sereus ovariumcarcinoom heeft 20% kans op BRCA1 mutatie


26. GENETICA: Stellingen over FAP: welke is fout?

a. alle kinderen van een drager/draagster worden vanaf geboorte gescreend op APC mutatie want ze kunnen al in hun eerste levensjaar poliepen ontwikkelen

b. De overerving is autosomaal dominant en klinische penetrantie is 100%

c. Soms is het een de novo mutatie

d. Ze kunnen poliepen ontwikkelen in colon, dunne darm, maag


27. GENETICA: Welk staal stuur je op voor cytogenetica en FISH bij acute leukemie?

a. gefixeerd botbiopt

b. beenmerg op lithiumheparine

c. perifeer bloed op lithiumheparine (groen staal)

d. Perifeer bloed op EDTA?(paars staal)


28. Verhaal borsttumor 7cm, behandeling

a. mastectomie + OE

b. mastectomie + sentinel

c. brede excisie + OE

d. brede excisie + sentinel


29. Hoeveel procent van borsttumoren hebben ER+?

a. 5%

b. 20%

c. 50%

d. 80%


30. Casus over gemetastaseerde borsttumor. Heelkunde (mastectomie) al gebeurd. Patiënte is ER (oestrogeen receptor positief), PR- (progesteron receptor negatief) en HER2- (HER2 receptor negatief). Hoe ga je ze nu nabehandelen?

a. chemotherapie + radiotherapie + aromatase-inhibitoren

b. radiotherapie + aromatase-inhibitoren

c. chemo + trastuzumab

d. trastuzumab


31. Casus borsttumor, T3, mastectomie gebeurd. Mediale tumor. Axillaire klieren opgespoord. Na okselevidement waren er nog tumornesten in vet, kapseldoorbraak bij axillaire klieren, …

a. geen bestraling

b. bestraling op thoraxwand

c. bestraling op thoraxwand en MSP

d. bestraling op thoraxwand, MSP klieren en axillaire klieren


32. Rechter borst had bestraling gehad met 50 Gy, daarna nog eens booster met 16 Gy op rechterborst en tumorbed. Welke laattijdige nevenwerking is te verwachten door deze radiotherapie?

a. lymfoedeem rechter arm

b. fibrose borst

c. verhoogd risico hartinfarct

d. erytheem huid


33. Welke structuren ondervinden het snelst effecten van matige dosis radiotherapie (5-8 Gy)?

a. huid

b. hersenen

c. dundarm

d. beenmerg


34. Chemo bepaling effectiviteit in studies

a. RECIST, maximum 5 vooraf bepaalde letsels (maximaal 5 letsels per orgaan, maar in totaal 10 letsels = verwarrende vraag!)

b. CTCAE, enkel grootste metastasen

Examenvragen 2015/2016

1. Welke associatie is niet correct ivm translocaties bij lymfomen?

  • lichte keten immuunglobuline/BCL en folliculair lymfoom
  • zware keten immuunglobuline/ALK en ALK + ALCL
  • zware keten immuunglobuline/c-Myc en Burkitt
  • zware keten immuunglobuline/cycline D1 en mantelcellymfoom

2. Wat is niet direct of indirect gelinkt met lymfomen?

  • Bartonella Henselae
  • Malaria
  • HIV
  • H. Pylori

3. Aan welke pt geef je een TKI?

  • pt met polycytemia vera
  • pt met essentiële trombocytose
  • pt met CML
  • pt met myelofibrose

4. Welke associatie is fout?

  • niet-suppuratieve necrotiserende lymfadenitis in tbc
  • suppuratieve necrotiserende lymfadenitis in kattenkrabziekte
  • Reed Sternberg cel in non-Hodgkin lymfoom
  • Hallmark cel in ALK+ ALCL

5. Welke van de volgende zijn juist (antwoordmogelijkheden waren verschillende combinaties):

  • Hodgkin lymfoom in stadium IVb heeft een overleving van meer dan 60%
  • Diffuus grootcellig B-cel lymfoom in stadium II heeft een overleving van 50%
  • Folliculair lymfoom in stadium II heeft een overleving van 50%

6. Casus over oud vrouwtje met recente hyperthyroidie waavoor Strumazol. Nu last van neurologische tekens en vermoeidheid. Bloedbeeld met megaloblastische anemie, te laag reticulocyten, hemolyse, beetje neutropenie en trombocytopenie.

  • Foliumzuurdeficiëntie
  • VitB12 def
  • Hypoplasie tgv Strumazol

7. Bij welke patiënt start je GEEN behandeling

  • ET
  • CLL binet A
  • Hodgkin

8. Casus met polycythemie, trombocytose en leukocytose; welk onderzoek doe je?

  • Microscopie
  • Beenmergbiopt
  • Mutatie Jak2 opsporen

9. Man, 65j, vermoeidheid en recurrente luchtweginfecties waarvoor AB de afgelopen maanden. Op KO bleek en splenomegalie. Bloedonderzoek toont erge anemie met trombocytopenie, ernstige neutropenie met 31% blasten, gesteen LDH. Wat is de diagnose?

  • myelofibrose
  • acute leukemie
  • CML

10. Wat past niet bij de term ‘palliatieve behandeling’ in de oncologie?

  • symptoomverlichting
  • verbeteren of behouden van levenskwaliteit
  • adjuvante chemo bij vastweefsel maligniteit
  • verlengen van de ziektevrije overleving

11. Wat is meest radioresistent?

  • M
  • G1
  • late S
  • G2

12. Relatief jonge pt met klein oppervlakkig rectumca, T1, minder dan 3 cm en goed gedifferentieerd. Welke behandeling?

  • TME
  • chemoradio met nadien TME
  • transanale endoscopische microchirurgie

13. Vrouw van 70j met geülcereerde tumor in colon ascendens die obstructie veroorzaakt en twee diepe metastasen in de rechter leverlob. Voor de rest geen metastasen, geen comorbiditeiten. Wat is de kans op genezing?

  • 0
  • 20%
  • 50%
  • 80%

14. Man met cT1N0M0 adenocarcinoom in de long, de chirurg heeft alles weggenomen met vrije sectievlakken en klierevidement negatief. Wat doe je nu?

  • Niks meer
  • Adjuvante chemo
  • RT
  • Immunotherapie

15. Bij een patiënt (GOLD 1) werd een tumor gevonden in de linker long, op PET-CT kleurde één mediastinale klier aan. Wat is de volgende stap?

  • EBUS of mediastinoscopie om die klier te biopseren
  • Resectie van de tumor
  • Eerst chemo dan resectie

16. Welk effect van radiotherapie correleert het beste met de celdood?

  • schade aan enkele base
  • enkelstrengige breuk
  • dubbelstreng breuk
  • iets met DNA binding protein

17. Welke van volgende aandoeningen reageren NIET op chemo?

  • Hodgkin
  • testiscarcinoom
  • Grootcellig non-Hodgkin lymfoom
  • indolent lymfoom

18. Hoeveel kans heb je op secundaire maligniteit na adjuvante therapie met antracyclines?

  • 0,5%
  • 4%
  • 8%
  • 15%

19. Ductaal carcinoma in situ, gelegen in de borst op 10uur. Brede excisie met vrije snijranden en negatieve sentinel. Wat doe je?

  • Niks
  • RT op borst en boost op tumorbed
  • RT op borst en mediastinale klieren
  • RT op borst en mediastinale + axillaire klieren

20. Vrouw met twee kwaadaardige letsels in de linker borst op 3 en 11 uur, op KO geen verdachte klieren in de oksel. Wat doe je?

  • Bilaterale mastectomie met sentinel
  • Twee keer brede excisie met sentinel
  • Mastectomie met okseluitruiming
  • Mastectomie met sentinel

21. Bij een patiënte werd een invasief ductaal adenocarcinoom weggenomen dmv brede excisie. Vrije snijranden, tumor 3cm, sentinel was negatief. Wat doe je nu?

  • RT op borst alleen 8/9
  • RT op borst met boost op tumorbed
  • niks

22. mbt germline en somatische mutaties, welke is juist:

  • somatische mutaties worden aan 50% vd nakomelingen doorgegeven
  • Bij een germline BRCA mutatie hebben 50% vd vrouwelijke nakomelingen deze ook, maar slechts 1% vd mannelijke nakomelingen.
  • Een germline mutatie komt voor in alle cellen van de vrouwelijke genitale tractus, maar is niet te detecteren in andere lichaamscellen.
  • Vrouwen met een weinig gediff (sereus?) ovariumca hebben 20% kans om positief te testen op BRCA mutatie

23. Welke van de volgende stellingen is juist:

  • Vrouwen met een BRCA1 mutatie hebben 100% kans op borstkanker.
  • Mannen met een BRCA1 mutatie hebben geen verhoogd risico op borstkanker.
  • Vrouwen met een BRCA1 mutatie hebben een verhoogd risico op borstkanker, ovariumkanker en ook op pancreaskanker!

Examenvragen 2014/2015

1. Wat valt niet te genezen met chemotherapie alleen?

- Hodgkin lymfoom
- testiscarcinoom
- diffuus grootcellig non hodgkin lymfoom-
- indolent lymfoom

2. Wat is ongevoelig aan chemotherapie?

- chondrosarcoom
- osteosarcoom
- ovariumcarcinoom
- borstcarcinoom

3. Radiotherapie brengt schade aan. Wat is het schadelijkst?

- dubbelstrengige DNA breuk
- enkelstrengige DNA breuk
- DNA crosslink met eiwitten
- 

4. Welke fase is het minst gevoelig aan chemotherapie?

- late S fase
- G1 fase
- G2 fase
- M fase

5. Uitleg die een Burkittlymfoom beschrijft + foto van een starry sky (stond er zelfs bij, 'dit sterrenhemelbeeld'). Waarmee is géén associatie aangetoond?

- mycobacterium tuberculosis
- plasmodium falciparum
- HIV-virus
- epstein-barr virus

6. Casus met iemand die buikklachten had. H. Pylori werd gevonden? Associatie met

- MALT-lymfoom
- mantelcellymfoom
- 
- 

7. 4 patiënten, wie heeft de beste prognose?

- PV
- ET
- CML
- Primaire Myelofibrose

8. 4 patiënten zonder klachten, wie behandel je niet?

- CLL
- CML
- Hodgkin-lymfoom
- 

9. 4 patiënten, welke 2 hebben de beste prognose? (Antwoorden volgens: A&B hebben beste prognose, A&C beste prognose......)

- CLL
- anaplastische anemie (jonge patiënt, leeftijd stond er telkens bij)
- CML
- 

10. Welk bloedbeeld past bij MDS? (kader uit de kliniek)

11. Casus over vrouw, moe, speciaal dieet, vaak gevallen, raar gevoel onder voeten, tijdje geleden begonnen met inname strumazol om ik weet niet meer welke reden, bloedbeeld met macrocytaire anemie, leukopenie, trombopenie, gestegen LDH en totaal bilirubine. Wat is het meest waarschijnlijk?

- Myelodysplasie
- Strumazol geïnduceerde hypoplasie
- FZ deficientie
- vit B12 deficientie

12. Hoeveel kans op inductie van leukemie bij een behandeling met anthracyclines voor borstkanker?

- 0,5%
- 4%
- 8%
-

13. Vrouw met borstkanker. Heeft 1 broer met prostaatkanker en 2 zussen. Wat is de kans dat er een BRCA-mutatie gevonden wordt?

- 1%
- 10%
-
-

14. Casus TTP. Wat zie je in het bloed?

- Fragmentocyten
- agglutinatie RBC
-
-

15. Microcalcificaties bij borstarcinoom. Diagnose?

- Echobegeleide biopsie
- Stereotactische biopsie
- MRI
-

16. Casus van vrouw met invasief adenoca Re borst onder buiten (rond 8u), is geopereerd. Welke radiotherapie geef je nog?

- Geen
- borst
- borst plus parasternale en subclaviculaire LK
- 

17. Longkanker, cT2N1M0, na lobectomie...

- adjuvante chemo
- adjuvante chemo plus radio
- adjuvante immunotherapie
- niets

18. rectumca, 4cm van distaal, groeit tot in mesorectale fascia, welke R/?

- TME
- TAE
- radiochemo plus TME

19. Wat is geen blijvende late nevenwerking van chemotherapie?

- haarverlies
- hartfalen
-
-

Examenvragen 2013/2014

1. Casus + foto over Burkitt lymfoom (stary sky foto). Betreffende pathologie heeft geen gekende associatie (pathologisch of epidemiologisch) met welk van onderstaande?

a. EBV
b. P. Falciparum (parasiet)
c. HHV 8
d. HIV

2. Welke acute nevenwerkingen verwacht u na bestraling van de linkerborst?

a. Erytheem en teleangiëctasieën
b. Erytheem en oedeem van de borst
c. geen acute nevenwerkingen
d. Erytheem, mucositis van de slokdarm en lymfoedeem van de linkerarm

3. Wat is Survival rate?

a. mortaliteit/incidentie
b. incidentie/mortaliteit
c. mortaliteit/prevalentie
d. incidentie/prevalentie

4. Een vrouw met borstkanker heeft 2 zussen en 2 tantes zonder kanker, en een broer met prostaatkanker. Wat is de kans dat ze de BRCA-mutatie heeft?

a. <1%
b. 10-15%
c. 35-50%
d. 85-100% 

5. Een vrouw BRCA-positieve familie, wat klopt hierover?

a. er zal controle aangeboden worden aan haar dochters vanaf 30 jaar, maar niet aan haar zonen
b. Haar dochter liet zich preventief onderzoeken en heeft de BRCA2-mutatie. Zij krijgt met 100% zekerheid borstkanker in haar leven.
c. Verhoogd risico op borstkanker maar niet op ovariële kanker
d. ...

6. Casus van vrouw (54j) die op 6 weken tijd 25 kg is afgevallen door dieet en nu 75kg weegt. Komt met gezwollen lymfeklieren bilateraal axiaal, mediastinaal en inguinaal. Haar borstmammo en echo waren negatief. Je neemt punctiebiopsie van axiale klier die normale architectuur, actieve germinatieve centra etc toont (+foto). Wat doe je nu?

a. Stel haar gerust en geef AB
b. Stel excisie van de klier voor
c. een punctiebiospie van haar borst nemen
d. Een immuno genetische test doen (ik weet niet meer wat er exact stond, sorry) om lymfoom uit te sluiten. 

7. Casus over kahler met 5 bloedbeelden in een tabel. Vraag was welke 2 er bij deze ziekte passen. Er stond vanalles tussen zoals hypergammaglob, hypogammaglob met gedaald totaal eiwit, hepatosplenomegalie, Hb-waarden die gestegen of gedaald waren, dito WBC, plaatjes, ...


8. Casus over een man met kleine letsels in darm, met lymfoide celproliferatie als je biopsie deed. Welke merkers verwacht je hierbij?

a. CD20 ..
b. CD5+, CD79a+, Cycline D+
c. ...

9. DNA-herstel..

a. Is efficiënter bij normale weefsels dan bij tumoren
b. gebeurt enkel in de S-fase
c. heeft maar 1 mechanisme
d. Is in alle weefsels gelijk

10. Minimale residuele ziekte

a. Wil zeggen dat er nog maximaal 5% van de ziekte aanwezig is
b. Houdt een afname van de ziekte met 20% in
c. Brengt altijd herval van de ziekte met zich mee
d. betekent dat de ziekte tot maximale genezing is teruggedrongen.

11. Een dame van 48 jaar consulteert voor een pijnlijke nodulus in de linkerborst die er bij vorige klinische controle door de huisarts (2 maand geleden) niet was. Bij nieuw klinisch onderzoek blijkt er links een pijnlijke, goed afgelijnde nodulus te zijn maar ook rechts wordt een gelijkaardig , goed afgelijnde nodulus die niet pijnlijk is, gepalpeerd. Klierstreken vrij; geen ontstekingsverschijnselen. Zij heeft nooit beeldvorming gehad. Geen familiale belasting voor B/O. Welk(e) onderzoek(en) ga je doen?

a. Biopsie
b. Echo
c. Mammo/echo
d. RX thorax

12. Welke 2 patienten hebben beste prognose? (4 keuzes met telkens 2 van onderstaande patienten gecombineerd)

a. Jong patientje met ALL
b. ...
c. ...
d. ...
e. CLL patient binet C

13. Radio tolerantie van weefsels:

a. Is tijdstip na de radiotherapie van de chronische nevenwerkingen.
b. Vermindert wnr de behandeling langer duurt 
c. Vermindert met stijgende dosis 
d. Is hoger naarmate weefsels beter DNA herstellen.

14. Vrouw 70 jaar. Tumor in colon ascendens en 2 diepe tumoren in rechter leverlob. Wat doe je NIET:

a. Hemicolectomie en lobectomie
b. Hemicolectomie – chemo – lobectomie – chemo
c. Hemicolectomie – chemo - Radiofrequentieablatie op lever - chemo
d. palliatieve chemo

15. Rectumtumor distaal, 3cm, goed gedifferentieerd, T1: (je krijgt niet meer info dan dit)

a. TME
b. 5x5 radiotherapie en TME
c. Transanale resectie 
d. Endoscopische resectie (TEM)

16. Beschrijving van folliculair lymfoom (Tousseyn style). Een overexpressie van bcl2 is typerend hiervoor. Translocatie t(14;18) met genherschikking geeft fusieeiwit IgH-BCL2. Maar wat is concreet het gevolg van deze mutatie?

a. Afname van de apoptose zorgt voor verhoogde mutaties
b. vergemakkelijkte binding van de tumorcellen aan het antigen
c. Stimulatie van G1-fase
d. ...

17. Casus over vermoeidheid, anemie met sterk gedaald MCV (je kreeg een bloedbeeld)

a. Thalassemie trait 
b. Thalassemie intermedia 
c. Sikkelcel 
d. sferocytose

18. Casus van een adenoom borst bij biopsie, met positieve sentinel, wegname borst: waar bestralen?

a. niet
b. enkel borst
c. enkel borst met booster op borstregio en klierregio  
d. alleen klierstreken (axillair, mediastinaal)

19. DCIS (duct carc in situ) van 3cm, borstsparende heelkunde: waar bestralen?

a. niet
b. borstregio
c. borst en klieren
d. klieren

20. Wat kan geen nieuwe tumoren geven?

a. stereotactische RT
b. etopside
c. PET-CT
d. biopsie

21. Eppstein Bahr virus is geassocieerd met: a. Nasofaryngeaal carcinoom b. Slokdarmcarcinoom c. Maagcarcinoom d. Borstcarcinoom

22. Hoeveel procent van de borstkankers zijn hereditair, genetisch overdraagbaar? a. < 1% b. 1-30 % c. 30-50 % d. > 50%

23. Welke fase van de celcyclus is het meest radiosensitief? a. De late S-fase b. De vroege S-fase c. G1 d. G2


In het algemeen: Veel lymfoom-CDS-CML-ALL casussen, veel gegevens en bloedwaarden in elke casus, gemakkelijk verwarrend. Veel met of zonder percentages van blasten etc.

Examenvragen 2012/2013

Minimaal residuele ziekte is:

a. Maximale genezing
b. Ziekte is gereduceerd met 20%
c. Van de ziekte blijft nog 5% over (of zoiets)
d. Ziekte is tot maximaal haalbare gereduceerd
e. Leidt altijd tot herval (of zoiets)

Een dame van 45 jaar (premenopauzaal) consulteert voor een pijnlijke nodulus in de linkerborst die er bij vorige klinische controle door de huisarts (2 maand geleden) niet was. Bij nieuw klinisch onderzoek blijkt er links een pijnlijke, goed afgelijnde nodulus te zijn maar ook rechts wordt een gelijkaardig , goed afgelijnde nodulus die niet pijnlijk is, gepalpeerd. Klierstreken vrij; geen ontstekingsverschijnselen. Zij heeft nooit beeldvorming gehad. Geen familiale belasting voor B/O.

a. fibroadenoom
b. cyste
c. maligne tumor
d. hamartoom


Zelfde casus. Welk onderzoek doe je?

a. echo en mammo
b. echo
c. ?

Met hoeveel procent per jaar verandert de incidentie van kanker in België?

a. +1%
b. +5%
c. -1%
d. -5%

Patho foto van starry sky (Burkitt). Welke merkers verwacht je hier?

a. cycline D, CD5+
b. CD20, bcl6 ...

Welk heeft de beste prognose?

a. 24j anaplastische anemie
b. 65j CLL Binet C

Casus (MM): Bijpassend beeld? Gegeven zijn een mix van: WBC, calcium, totaal eiwit, KO: Hypogammaglobulinemie, abdominale klieren, diffuse hypergammaglobulinemie

Vrouw 70 jaar. Tumor in colon ascendens en 2 diepe tumoren in rechter leverlob. Wat doe je NIET:

a. Hemicolectomie en lobectomie
b. Hemicolectomie – chemo – lobectomie – chemo
c. Hemicolectomie – Radiofrequentieablatie op lever
d. palliatieve chemo

Tot welke groep behoren de taxanen en vincristine?

a. Alkylantia
b. Antimetabolieten
c. Metafaseremmers
d. Topoisomeraseremmers

Welke acute nevenwerkingen verwacht u na bestraling van de linkerborst?

a. Erytheem en teleangiëctasieën
b. Erytheem en oedeem van de borst
c. geen acute nevenwerkingen
d. Erytheem, mucositis van de slokdarm en lymfoedeem van de linkerarm

Wat is Survival rate?

a. mortaliteit/incidentie
b. incidentie/mortaliteit
c. mortaliteit/prevalentie
d. incidentie/prevalentie...

Twee zussen en tante hebben borstkanker, neef heeft prostaatkanker, wat is risico dat vrouwen BRCA hebben?

a. <1%
b. 10%
c. 30-50%
d. 80-100%

Rectumtumor distaal, 3cm, goed gedifferentieerd, T1:

a. TME
b. 5x5 radiotherapie en TME
c. Transanale resectie 
d. Endoscopische resectie

Gevolg van Bcl2 overexpressie?

a. Geen apoptose meer (ofzoiets)
b. Stijging in G1 (ofzoiets

Kahler: kies het juiste bloedbeeld

a. ...
b. ...
c. ...
d. ...

Welke van de volgende kan geen nieuwe kanker geven?

a. etoposide
b. PET-CT scan
c. biopsie
d. ...

Tolerantie van weefsels:

a. Is tijdstip na de radiotherapie (ofzoiets) 
b. Vermindert wnr de behandeling langer duurt 
c. Vermindert met stijgende dosis (ofziets)
d. Is hoger naarmate weefsels makkelijker DNA kunnen herstellen

DNA-herstel:

a. Is efficienter in normale cellen dan bij kankercellen
b. Is in alle weefsels gelijk
c. Gebeurt enkel in de S-fase

We fractioneren bij bestraling omdat:

a. alfa/beta hoog is bij laat reagerende weefsels 
b. alfa/beta laag is bij laat reagerende weefsels
c. alfa/beta hoog is bij acuut reagerende weefsels 
d. alfa/beta laag is bij acuut reagerende weefsels

Examenvragen 2011/2012

Bclr2 is een protooncogen. Welke stelling is correct?

We fractioneren bij bestraling omdat:

a. alfa/beta hoog is bij laat reagerende weefsels 
b. alfa/beta laag is bij laat reagerende weefsels 
c. alfa/beta hoog is bij acuut reagerende weefsels 
d. alfa/beta laag is bij acuut reagerende weefsels 

Taxanen en Vinka alkyloiden behoren tot welke groep?

a. anti-metabolieten 
b. meta-fase remmers  
c. alkylantia

Je hebt diagnose van MDS, welk bloedbeeld past hier het best bij?

a. Hb 19,7, WBC 2,2, thrombocyten ... 
b. Hb 9,7, WBC 2,2, thrombocyten ... 
c. Hb 19,7, WBC 42,2... 

CD5 is voor T-cellen normaal, maar bij welke 2 onderstaande NHL is dit abberant (= afwijkend)?

a. mantelcellymfoom en  chronische lymfatische leukemie

Welke 2 diagnoses hebben de beste prognose?

a. Kind 4jr acute leukemie 
b. ...

Tante komt op een feest naar jouw met de resultaten van een biopsie van een klier van 2 weken geleden. Je weet dat ze natuurgids is, lang geleden epilepsie medicatie heeft genomen, 2 katten heeft... In het rapport staan dingen zoals: "reactieve lymfe-adinitis", ... Wat is meest wss. diagnose?

a. tekenbeet 
b. kattenbeet zou dan suppuratieve granulomateuze lymfadenitis moeten zijn door B.henselae
c. krabletsels voor huidpathologie 

Stamboom met colonkanker bij vader en 2 uit 3 zonen. Dochter heeft ook ovar+nog iets kanker. Wat is dit meest wss?

a. FAP
b. HNPCC
c. gewoon kanker want dat komt veel voor
d. ... 

Lobectomie van de superior kwab voor een adenocarcinoom, resectie randen vrij e.a. De vraag was, er is nu een klier positief, wat doe je nu?

a. niks 
b. chemoradio
c. radio

Welk bloedbeeld past er bij een myelodysplasie? pancytopenie

Casus over kahler, met foto van BM, welke test ga je doen?

a. kappa en lambda ketens 
b. ...

Meisje, 25j, vrienden hebben EBV, zij heeft lymfeklierzwelling cervicaal links, supraclaviculair rechts en axillair links, bloedbeeld met gestegen monocytose, anemie, CRP 5, ... Wat heeft ze?

a. Lymfoom
b. EBV
c. Systeemziekte
d. ... 

Casus over polycythemia vera

Wat is de definitie van mortaliteit

a. Definitie van incidentie 
b. Definitie van prevalentie 
c. aantal sterftes/100 000 inwoners/ jaar

Welke test is het best om te doen om CML te bevestigen?

a. cytologie BM
b. PCR
c. FISH 
d. cytogenetica 

Welke test in follow up om ziektestatus te bepalen na acute leukemie met bepaalde overmaat van genproduct, waarvoor chemo en allo Tx van zus

a. PCR
b. cytogenetica en cytologie
c. Fish voor XX/XY 
d. geen onderzoeken 

Dieptepunt neutropenie bij toedienen FEC op dag 1

a. nadir op: dag 10 
b. dag 20
c. continu gedaald
d. ...

IDA 1cm in buitenste kwadrant borst met negatieve sentinel, borstsparende HK: waar bestralen?

a. niet
b. enkel borst 
c. borst en klierstreken  
d. ... 

DCIS (duct carc in situ) van 3cm, borstsparende heelkunde: waar bestralen?

Stamboom van HNPCC

a. ...

CD5 is T-celmerker maar bij welke B-celafwijkingen toch positief?

a. ...

Functie van bcl-2? (proto-oncogeen: reguleert apoptose)

a. ...

Lymfoïde infiltraten in maag bij H.Pylori, wat is dit?

a. ...

Lymfeklierbiopsie van tante die katten heeft en natuurgids is, verder weet je niets van haar, toont parafoliculaire hyperplasie, ... CD1a en langerhanscel positief

a. tekenbeet 
b. jeukende huidaandoening 
c. krab van haar kat 

Longtumor, heelkundige resectie, positieve klieren hilair, niet mediastinaal: wat van nabehandeling?

a. geen
b. chemo
c. RT
d. ...

Longtumor, op CT en PET bewezen klieren, wat nu?

a. EBUS 
b. ...


Rectumcarcinoom, reseceerbare marge 0 en positieve klieren: wat van behandeling?

a. eerst kortdurend RT 
b. langdurend chemoradiotherapie met later TME 
c eerst TME met later behandeling (ofzoiets) 

Vrouw met unilateraal pijnlijke nodulus, goed afgelijnd in borst die er 2m geleden nog niet was, op onderzoek ook aan andere kant goed afgelijnde nodulus: wat is je voorkeursdiagnose ?

a. ...

Zelfde casus met welke beeldvorming ga je doen?

a. ...

Casus over Kahler: welk bloedbeeld past hier het beste bij?

a. ...

Casus over Kahler met bloedbeeld gegeven (je kon dus je examen gebruiken om een vraag op te lossen :p) welke test ga je doen om te bevestigen?

a. ...

Casus over jongen, 16j, acute appendicitis met plastron (gezond tot voor vandaag), bloedbeeld toont sterke stijging WBC met blasten.

a. ALL
b. Leukemoïde reactie, 
c. ... 

Casus over man rond 50j, sinds paar dagen obstipatie, anemie met gedaald MCV en MCH, geen adequaat antwoordt in reticulocyten, gestegen BP:

a. macrocytair hypochroom vermoedelijk door Fe tekort met gestegen EPO
b. microcytair hypochroom vermoedelijk door Fe tekort met gestegen EPO 
c. microcytair hypochroom vermoedelijk door Fe tekort met gedaald EPO 
d. macrocytair hypochroom vermoedelijk door Fe tekort met gedaald EPO

Casus over vermoeidheid, anemie met sterk gedaald MCV

a. Thalassemie trait 
b. Thalassemie minor 
c. Sikkelcel 
d. ... 

Welke 2 patiënten ga je behandelen? (anders genoteerd op examen)

a. Patient met large cel B-cel lymfoom 
b. een met CML 
c. een met folliculair lymfoom IVa 
d. een met Hodgkin lymfoom 

Welke 2 patiënten hebben beste prognose? (anders genoteerd op examen)

a. Patiëntje met ALL 
b. een met CML 
c. een met CLL 
d. ... 

(Bij die vragen waren ook de cotswold stadia altijd bijgegeven)

Wat zal je het MINSTE bijleren bij een rectumtumor?

a. CATscan thorax abdomen
b. PET-CT 
c. MRI
d. Echo-endo 

je hebt positieve PET voor een letsel in de borst en een klier in het mediastinum: wat is je volgende stap?

a. ebus 
b. letsel weghalen en klierontruiming
c. ...

Casus van een persoon met pancytopenie en 35%blasten wat is het?

a. myelodysplasie
b. aplastische anemie
c. 

Kind met koorts, rode keel, unilaterale klierzwelling, witte stippen op tonsillen. Waar denk je het eerst aan?

a. ...

De functie van BRCA2

a. ...

lupus: welk beeld verwacht je?

a. ...

lupus casus, wat ga je doen om dit te bevestigen?

a. ...

MCV gedaald. Wat is het?

a. macrocytair folium zuur deficientie
b. micro folium
c. micro FE met verhoogde EPO
d. micro FE met verlaagde EPO 

Vrouw met bilaterale goed omlijnde nodulus, de ene doet pijn en de ander niet. Leeftijd vergeten, maar ouder dan 40 dacht ik. Nadir op welke dag?

a. ...

Bloedplaatjes tekort, de rest allemaal normaal. Aan wat denk je?

a. 3 mogelijkheden van hemolyse
b. 3 mogelijkheden van hemolyse
c. 3 mogelijkheden van hemolyse 
d. Heparine citraat

Foto van patho en uitleg erbij. Iets over paraproteïne M. Welke kleuring ga je gebruiken om aan dit beeld te komen?

a. CD3 CD20 
b. Kappa lambda 
c. CD20
d. ...