Immunologie (E06C5B)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken



Algemeen

Het theoretisch college Immunologie en de bijbehorende practica geven je inzicht in de werking van het immuunstelsel en van de toepassingen van de immunologie en immunochemie in de geneeskunde en biotechnologie.


Examenvorm

Het examen immunologie wordt mondeling afgenomen door minstens 1 van de 2 docenten (P. Proost en P. Matthys). De studenten moeten van beide docenten vragen beantwoorden en bij de respectievelijke docent mondeling becommentariëren. Er is een schriftelijke voorbereiding voorzien. Indien er slechts één docent aanwezig kan zijn, wordt het gedeelte van de andere docent schriftelijk geëxamineerd. Het examen verloopt als volgt:

  • P. Proost stelt 1 hoofdvraag, 1 vraag over het practicum, en een 3-5 kleine vragen (bv. definities of vragen meteen zeer kort antwoord);
  • P. Matthys stelt 2 hoofdvragen (één komt meestal letterlijk uit een hoofdstuk van de cursus en bij de andere hoofdvraag moet je vooral verbanden leggen tussen verschillende delen uit de cursus/colleges) en 4-5 bijvragen(definities of juist/onjuist vragen)

Er wordt van de student verwacht om zo veel mogelijk te antwoorden via tekeningen/schema's. Bij de mondelinge overhoring wordt nagegaan of de student begrijpt wat hij/zij getekend of geschreven heeft. Het examen neemt in totaal ongeveer een halve dag in beslag en gaat door tijdens de examenperiode van het tweede semester

Berekening van het examenresultaat:

  • Deel P. Proost (inclusief practicumvraag) 40%
  • Deel P. Matthys 60 %


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

immunologie 1112 

Examenvragen immunologie

deel 1-7 mathijs (beetje onvolledig)

samenvatting beter


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)


Examenvragen Immunologie 2016 - 2017

Examenvragen Immunologie 15-16

Immunologie Juni 2015 (P. Proost & P. Matthys)

Examen vragen '12-'13

Examenvragen '17-'18

Proost

1. Hoe bekom je monoclonale antilichamen? Wat zijn de voornaamste problemen en hoe kan je die voorkomen?

2. Definities a. wat is de functie van het C reactive proteïn b. wat is L selectine c. teken MHC1 en MHC2 molecule i. bijvragen: op welke cellen?

3. Je wilt een polyklonaal antilichaam aanmaken tegen humaan IL-6 in een schaap: hoe? Een gebiotinyleerd muis anti-IL6(humaan) hoe kan je beide antilichamen gebruiken voor het opstellen van een kwantitatieve immunologische test?

4. wat zijn defensinen

5. Hoe bekom je monoclonale antilichamen? Hoe selecteer je de juiste cellen? Hoe controleer je of het gericht is tegen je Ag? Hoe opzuiveren? Wat zijn de mogelijke problemen en hoe voorkom je deze?

6. Korte vragen: a. Geef 3 voorbeelden van moleculen die bijdragen tot opsonisatie b. Waarom is de mens zo gevoelig aan LPS? c. Een T-cel kan tegelijkertijd een alfa en een delta keten voor de TCR maken: juist of niet juist, verklaar? d. Wat zijn chemokinen en wat is hun functie?

7. Hoe maak je in een geit polyclonale Ab tegen humaan IFN-gamma? Hoe opzuiveren? Kan je dit gebruiken om humaan IFN-gamma te gaan detecteren, zo ja: hoe? Kan je hiermee in een onzuiver staal het onderscheid maken tussen een geacetyleerd en een niet geacetyleerd IFN-gamma (ter info: in een SDS page zie je enkele kiloDalton verschil)?


Matthijs

1. Wat is ADCC a. waarvoor staat deze afkorting b. welke cellen en cytokinen c. geef 2 ziektebeelden waarbij ADCC belangrijk is

2. wat weet je over IFN gamma a. welk soort proteïn b. werkingsmechanisme → signaalstransductie wordt ook gevraagd c. door welke cellen geproduceerd d. andere e. ziektebeelden?

3. Definities en begrippen a. wat is MHC restrictie b. juist of fout: B cellen die eigen AG binden proberen aan deletie te ontsnappen c. wat is een auto-immuunziekte en geef 2 voorbeelden d. iets met hyper-IgM syndroom

4. WZ vraag: hoe kan je neutrofielen T cellen, B cellen, monocyten , dendritische cellen en NK cellen uit de lymfoide organen van een muis kwantificeren?

5. Wat zijn Th2 cellen?

6. Leg uit hoe B-cellen geactiveerd worden zodat ze specifieke antilichamen aanmaken

7. DiGeorge syndroom

8. Bespreek schematisch de immuunrespons op een bacteriële infectie.

9. Bespreek Systemische Lupus Erythomatosus en Multiple Sclerose: wat voor type ziekte, klinische en immunologische beschrijving, behandeling, dierenmodel,...

10. Korte vragen a. Wat weet je over Anakinra? b. Juist of fout en verklaar i. Een NK cel wordt geactiveerd door presentatie van een vreemd molecule via een MHC1. ii. In theorie zou IFN-gamma toediening een behandeling kunnen zijn voor atopie. iii. De T-cel onafhankelijke B-cel respons is zwakker dan de T-cel afhankelijke respons.

11. WZ vraag: Hoe, en met welke reagentia, kan je uit een mengsel van immuuncellen de T en B cellen halen, zodat je hier nadien verdere in vitro testen op kan uitvoeren?

Examenvragen '11 - '12

18/06

Proost:

  • Leg uit hoe het komt dat we tegen alle antigenen, een specifieke antistof kunnen maken ook als is ons genoom beperkt.
  • Wat is L-selectine?
  • iets met HIV, (verschil macrofaag en T cel)
  • Waarom binden T en B cellen bij de respons op een antigen op verschillende epitopen?
  • Rol v proteasoom
  • Practicum vraag met Elisa ..

Matthys:

  • Je hebt een infectie.. Je maakt dan plasma cellen aan. Hoe gebeurt die proces, waar gebeurt dat , ...
  • Leg adhv immunologische processen of ziektebeelden de functie van NK cellen uit.
  • Wat weet jij over autoimmuun diabeten?
  • cytokine productie van Macrofaag en hun belangrijkste fct.
  • heeft een transiente stijging van cAMP iets te maken met een Type I hovergevoeligheidsreactie? (juist/fout , verklaar)
  • Is het goed om een Baby vroeg te laten vaccineren? (juist/fout , verklaar)
  • Wat is een T regulatorisch cel ?


20/06

Proost:

  1. Proces van MHC I en II (endogeen-exogeen)
  2. Practicum: je hebt een peptide waarvan je 12Az kent; hoe polyclonale Ab maken/hoe deze opzuiveren/hoe deze gebruiken om zuiveringsproces te verkorten/ nog iets maar weet niet meer wat
  3. hoe kan immuunsysteem LPS/peptidoglycaan herkennen
  4. wat zijn integrines + functie
  5. Welk Ig activeert complement het beste/waarom - Wat kan het probleem zijn bij het toedienen van monoclonale Ab bij patiënten/ hoe kunnen we dit oplossen

Matthys:

  1. Wat weet je over lupus (deelvragen kwamen erop neer dat je eig beetje alles moet geven dus schrijf ik niet volledig uit)
  2. Th2 (uitleggen adhv ziekteprocessen/reacties ed; 2 voorbeelden geven)
  3. CD28 en CTLA4 binden beide op B7 en activeren de T cel(J/F + uitleg)
  4. MLR uitleggen
  5. IL2 en IL15 binden op dezelfde receptor (J/F + uitleg)
  6. wat is conjugaat vaccin - Zonder thymus is er geen respons meer (J/F + uitleg)


20/06 namiddag

Matthys

  1. Hoe noemt transplantatie tussen mensen, Hoe gaan ze die overeenkomst testen, behandelingen
  2. 2systemen waarbij neutrofielen een belangrijke rol spelen
  3. juist/fout vragen:
    1. gaat een bacterie die opgenomen is door opsonisatie via complement de Bcel beter activeren dan dezelfde die zonder complement opgenomen is. Juist/fout
    2. negatieve selectie is een vorm van zelf tolerantie. Juist/fout
    3. Voordeel van DNA vaccinatie
    4. 3 immuundeficiente muizen die veel gebruikt worden.

Proost:

  1. monoklonale antilichamen, wat is dat? Hoe worden ze geproduceerd, wat zijn problemen als bij mens worden gebruikt, hoe kan dat opgelost worden?
  2. isotype switch uitleggen, tekening maken
  3. rol van chemokinen bij migratie van leukocyten
  4. capside van HIV word toegevoegd, welk MHC presenteert dat dan.
  5. practicumvraag: er worden antilichamen specifiek voor IL-9 aangemaakt, in vitro met hybridomas. En ook in een konijn. Hoe ga je die zuiveren? En een specifieke en kwantitatieve test om te detecteren?


29/06 voormiddag

Matthys:

  1. Bespreek clonale deletie van zelf-reactieve B-cellen in het beenmerg.

Bespreek clonale anergie van zelf-reactieve B-cellen in de periferie.

  1. Wat is het nut van MHC-I (gebruik)?
  2. Geef en bespreek 3 immuundeficiënte muismodellen.
  3. Waarom zijn cytokinen moeilijk te detecteren in bloed / plasma?
  4. Wat is een allergeen?

Proost:

  1. Bespreek extravasatie van neutrofiele granulocyten.
  2. Geef actievatie van complement door lectinen.
  3. Wat is een hapteen?
  4. Wat geeft beste percipitatie (monoclonaal of polyclonaal antistof)
  5. Detectie van humaan IL-5 in muis


29/06 namiddag

Proost:

  1. Hoe komt het dat we in ons lichaam zoveel antistoffen hebben, elk gericht tegen een specifiek antigen?
  2. Wat is factor I?
  3. Welke elementen zijn belangrijk voor de immunogeniciteit?
  4. Teken een IgM en benoem de verschillende functies
  5. Teken een MHCI
  6. Practicum: Ontdekking van een bepaalde neurotransmitter (men heeft de aminozuursequentie kunnen achterhalen) Men wil deze detecteren in complexe lichaamsvloeistoffen. Hoe? => ELISA samenstellen

Matthijs:

  1. Wat weet je over interferonen? Welke soorten? Geef 2 immunologische processen (of ziekten) #waarin deze betrokken zijn
  2. Bespreek tolerantie van T-cellen zowel centraal als perifeer.
  3. Wat is EAE?
  4. Wat is bruton's kinase.
  5. Dendritische cellen hebben een receptor voor IgE. Juis of fout en verklaar.
  6. Een immuunideficiënte muis heeft geen thymus. Men transplanteert van een syngene muis beenmerg. De muis is nu niet meer immuundeficiënt. Juist of fout en verklaar.