Kwaliteitsvol praktijk voeren (E06Y8B)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

1. De student kan tijdens een klinisch consult , de verschillende stappen die erin ondernomen worden duiden, verantwoorden en noteren in het elektronisch medisch dossier (EMD). Dit kan de student door: • de verschillende onderdelen van een consult te benoemen • de verschillende vormen van en elementen in een klinisch redeneringsproces te benoemen (lage voorkans, nakans, drempels, sensitiviteit, specificiteit) • de differentiële diagnosen uit te tekenen op een diagnostisch landschap • op basis hiervan de relevante elementen van de anamnese en het klinisch onderzoek en hun rationale te duiden • de ernst en urgentie van de situatie in te schatten • de klachten, observaties en diagnosen op gecodeerde wijze te noteren in het EMD (SOEP) • in het EMD op een efficiënte manier de weg te vinden naar EBM-informatie die relevant is voor deze patiënt (point-of-care EBM) • en dit alles op een coherente en duidelijke wijze te rapporteren naar stageleider/collega’s

2. De student kan een strategie uitwerken voor de aanpak van een ethisch probleem in het consult. Dit kan de student door opeenvolgend: • in een klinisch consult ethische problemen te herkennen, te identificeren en te benoemen • deze te analyseren aan de hand van ethische basisconcepten • op basis hiervan, een systematisch stappenplan voor de aanpak ervan voor te stellen • en hierover in overleg te gaan met al de betrokkenen

3. De student kan, mits ondersteuning en in een simulatieomgeving, audits uitvoeren ter verbetering van de aanpak van bepaalde aandoeningen/probleemstellingen in de eerste lijn. Dit kan de student door: • de voordelen van gecodeerd te registreren in het EMD te benoemen • efficiënt van inefficiënt coderen te onderscheiden • de waarde van een goed EMD-software programma in te schatten • evidence-based richtlijnen te vertalen in goede selectiecriteria voor de AUDIT • een AUDIT uit te voeren in een virtueel patiëntenbestand • en te beschrijven op welke manier dit proces kan bijdragen tot een verhoogde kwaliteit van zorg

4. De student kan, aan de hand van een voorbeeld, illustreren hoe het curatieve en preventieve handelen van elkaar verschillen. Dit kan de student door: • basiskenmerken van een individuele en populatiegerichte aanpak te identificeren • een vraaggestuurde benadering te onderscheiden van een aanbodgestuurde benadering • een risicogerichte van een systematische aanpak te onderscheiden • de principes en basisvoorwaarden van screening en vroegdetectie toe te passen • Dit alles op een coherente manier uit te leggen

5. De student kan aan de hand van een concrete casus illustreren hoe een continue wisselwerking bestaat tussen het individu en zijn omgeving. Dit kan de student door: 1. de wederzijdse wisselwerking tussen het individu en zijn omgeving te duiden 2. door te herkennen wanneer diversiteitscomponenten van patiënten gezondheid en ziekte beïnvloeden 3. door de impact van gezondheid/ziekte op de omgeving/maatschappij en omgekeerd te benoemen 4. door de specifieke rol van de curatieve of preventieve context waarin de patiënt zich bevindt te formuleren 5. de factoren uit de sociaal economische context die de gezondheid van de patiënt beïnvloeden te identificeren 6. door het verhaal van de patiënt te interpreteren binnen de specifieke organisatie van de Belgische en Vlaamse gezondheidszorg (of: door in het verhaal van de patiënt te identificeren welke de invloed is van de Belgische en Vlaamse gezondheidszorg)

6. De student kan, vertrekkende van een klinische of preventieve situatie in een eerste lijnssetting, de krachtlijnen (grote lijnen) uitstippelen van een plan voor de verbetering van de kwaliteit van zorg en voor het waarborgen van de patiëntveiligheid. Dit kan de student door: • te verwijzen naar ‘kwaliteitscirkels’ als instrument om de kwaliteit in de eigen praktijkomgeving te verbeteren • indicatoren te vernoemen (inclusief verschillende soorten en toepassingen ervan) • uiteen te zetten op welke manier het EMD hierin een rol kan spelen • de basisprincipes van hygiëne en isolatiebeleid in curatieve en preventieve settings toe te passen • de voornaamste aspecten van patiëntveiligheid te vernoemen • de rol van incidenten te en het belang van analyse ervan te illustreren in het kader van preventie • aandacht te hebben voor de meerwaarde van het werken in interdisciplinaire en interprofessionele context • de noodzaak tot levenslang leren en tot het voortdurend bijsturen van eigen professioneel denken en handelen te vernoemen • en in dit alles rekening te houden met de context waarin de vraag zich voordoet (klinische of preventieve setting) en met de Belgische en Vlaamse zorgorganisatie.

  • 3 sp. Het klinisch consult (Aertgeerts Bert | Borry Pascal | De Cort Paul | De Lepeleire Jan | Dierickx Kris | Gastmans Chris | Godderis Lode | Goderis Geert | Goedhuys Jozef | Hoppenbrouwers Karel | Lisaerde Johan | Matheï Catharina | Roex Ann | Schoenmakers Birgitte | Van Audenhove Chantal | Vankrunkelsven Patrick )
  • 1 sp. Zorg in de eerste lijn (Aertgeerts Bert | De Lepeleire Jan | Godderis Lode | Goderis Geert | Hoppenbrouwers Karel | Matheï Catharina | Roex Ann | Schuermans Annette | Vankrunkelsven Patrick)
  • 2 sp. Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid (Aertgeerts Bert | De Lepeleire Jan | Godderis Lode | Hoppenbrouwers Karel | Lisaerde Johan | Roex Ann | Schuermans Annette | Vankrunkelsven Patrick)

1 sp. Pre-stage huisartsgeneeskunde

De studenten registreren 2 casussen per dag volgens het SOEP-model. Dit wordt in de voorbereidende lessen uitgelegd. Doorheen deze registratie, kunnen de studenten zicht krijgen op de verschillende elementen van de Eindtermen die gebaseerd zijn op de Canmeds,het internationaal referentiekader voor de opleiding tot arts. Hierbij wordt er ingezoemd op: 1/ Consultatievoeren en communicatie (niv. 2) 2/ Klinisch redeneren 3/ Elektronisch medisch dossier 4/ Zorg in de eerste lijn (zorgorganisatie, samenwerking, pt in maatschappij) 5/ Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid

Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode Evaluatievorm : Schriftelijk Vraagvormen : Meerkeuzevragen, Open vragen Leermateriaal : Computer

Dit OPO wordt geëvalueerd aan de hand van 4 deelscores (1 per OLA). Om te kunnen deelnemen aan het examen dienen studenten eerst te slagen in de evaluatie van de OLA pre-stage huisartsgeneeskunde. De uiteindelijke OPO score wordt berekend op basis van een weging volgens deze formule: OLA Het klinisch consult: 3/6, OLA Zorg in de eerste lijn: 1/6, OLA Kwaliteit van zorg en patientveiligheid 2/6.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


-Het is zeker belangrijk om naar de workshops te gaan waar je leert werken met het EMD. Deze info vind je nergens anders echt terug.


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Sjabloon:Kwaliteitsvol praktijk voeren (E06Y8B)/bestanden


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

2015-2016

1. OLA Het klinisch consult

1. Wanneer een ziekte weinig besmettelijk is verlaagt dit de behandelingsdrempel: Juist / Fout


2. Waarover gaat de Kalamazoo consensus?

a. Arts-patiënt communicatie

b. Patiëntveiligheid

c. Kwaliteit van zorg

d. ...


3. Verschillende vragen over berekening LR+/- en PPW,... Ook een met toepassing van het theorema van Bayes


4. Filmpjes van consult: heeft arts oriëntatie/aanmelding goed bevraagd…


5. Screenshot van careconnect: heeft arts medicatie goed ingevuld? Moest 8 dagen gegeven worden, stond chronisch aangevinkt.


6. Screenshot van careconnect: heeft stagiair alles goed ingevuld in het programma? Waarom niet?


7. Screenshot van careconnect, nummers aangeduid op screenshot: waar kan je allemaal parameters invullen? Meerdere antwoorden mogelijk.


Casus: Man, 68 jaar, komt naar de arts met retrosternale pijn. Hij heeft geen cardiovasculaire risicofactoren. Er is ook geen uitstraling. Hij rookt niet meer sinds zijn broer een bypassoperatie en een kunstklep gekregen heeft


1. Wat is het centrale aandachtspunt?

a. Man, 68 jaar, thoracale pijn

b. Man, 68 jaar, thoracale pijn zonder uitstraling

c. Man, cardiale pijn

d. Man, familiaal hartlijden


2. Wat hoort er op de binnencirkel?

a. slokdarmspasme

b. acuut coronair syndroom

c. hyperventilatie

d. ...


3. Wat hoort er op de buitencirkel? duid alles aan wat kan

a. Slokdarmspasme

b. acuut coronair syndroom

c. aorta aneurysma

d. longembolie

e. gastro-oesofagale reflux

f. ...


4. Wat is/zijn classificatiesystemen en geen terminologie?

a. IBUI

b. ICPC

c. ICD9

d. ICD10

e. Snomed CT


5. filmpje: man heeft AMI gehad, moet medicatie nemen, maar wil dit niet. Wat zijn goede manieren om de barrière te doorbreken?

a. Wat hebben ze in de kliniek gezegd over hoe u gezond kunt worden?

b. Als u gezond wil worden, zal u uw medicatie moeten nemen.

c. Het is wetenschappelijk bewezen dat…

d. Ik begrijp dat dit heel wat teweeg heeft gebracht


6. Op welke plaats(en) in het EMD kan je correct de bloeddruk invoeren? Screenshot van CareConnect met 3 genummerde vierkantjes in.

e. balk bovenaan in careconnect

f. balk waar je de O van SOEP invult

g. de derde aanduiding op de foto staat rond de knop “voeg toe” achter de S van SOEP


7. Consultatie jongetje van 4 jaar oud met keelpijn, oorpijn, … papa voert het woord, kind komt niet aan bod

a. Is dit consult goed uitgevoerd? ja/nee

b. Wanneer een 4-jarig jongetje op consultatie komt is het belangrijk de ouders aan het woord te laten om hun ongerustheid te uiten: juist/onjuist


8. Van een bepaalde test voor een aandoening met prevalentie 10% bedraagt de specificiteit 87.5% en de sensitiviteit 85.5%. Duid de correcte methode aan voor het berekenen van de LR+ en de Positief predictieve waarde (telkens 6 antwoordmogelijkheden in de vorm van een simpele formule met getallen).


9. Bereken a.d.h.v. het theorema van Bayes en met de gegevens van hierboven de nakans op de aandoening wanneer de test negatief is.


10. Vraag over vrouw met appendectomie in haar verleden die nu op consultatie komt ter controle van haar diabetes en nog twee andere dingen. Vraag: Welke zijn actieve en welke zijn antecedente episodes? (5à6-tal mogelijke combinaties gegeven)

a. actief: Diabetes/pilvoorschrift/hinderlijke hoest en antecedent: appendectomie

b. actief: Diabetes/pilvoorschrift/hinderlijke hoest/appendicitis en antecedent: appendectomie

c. actief: Diabetes/pilvoorschrift/hinderlijke hoest/appendectomie en antecedent: geen

d. actief: Diabetes/pilvoorschrift/appendicitis/appendectomie en antecedent: geen


11. Filmpje over een studente geneeskunde die een oefening communicatietrainig doet. Wat heeft ze allemaal correct uitgevoerd?

a. ICE bevragen

b. aanmelding

c. begroeting

d. anamnese


12. Wat zijn de kenmerken van een analytische manier van denken

a. -heuristisch b. -geautomatiseerd c. -normatief d. -vatbaar voor fouten


13. Een meisje van 16 die het al lang moeilijk heeft thuis (moeilijke sociale voorgeschiedenis) komt bij jou op consultatie. Ze vertelt dat ze verkracht geweest is. Wat is de juiste beginvraag hierna?

a. Heb je dit al aan de politie gemeld?

b. Denk je dat je zwanger bent?

c. Wat heeft dit bij jou teweeg gebracht?

d. Aan wie heb je dit nog verteld?


14. Zelfde casus: ze vertelt je dat ze denkt dat ze zwanger is. Ze heeft al 2 keer haar regels niet meer gehad. Ze wilt het kind niet houden. Hoe reageer je?

a. Het is nog niet te laat om de zwangerschap af te breken.

b.

c. Ik merk hier ongerustheid. Waarom?

d. ….


15. Tijdens welke fase van het consult is de computer het minst belangrijk?

a. aanmelding

b. oriëntatie

c. anamnese

d. klinisch onderzoek

e. beleid


2. OLA Zorg in de eerste lijn


1. Ars moriendi model: 3 vragen in de aard van: ‘vraag’, in welk deel van het model past deze vraag?

a. bv kunt u het leven al loslaten?

b. bv heeft u ruimte om uzelf te zijn tijdens uw ziekte?

c. bv hoe gaat u om met de pijn?


2. wat hoort er bij de risico/beschermende factoren op meso niveau? ( je krijgt een verhaal over een 80-jarige man waarvan de enige dochter juist is gestorven, die doof aan het worden is en kanker heeft met metastase, lang verhaal) ( meerdere zaken aanduiden)

a. woont samen met vrouw

b. conflict met schoonzoon

c. Sociaal isolement door doofheid

d. Wonend op een afgelegen boerderij

e. Elke week poetshulp


3. zelfde man als bij 2→ welke van de drie grafieken van de palliatieve zorg hoort het best bij de man? je krijgt de drie grafieken die we in de les op een slide hebben gezien getoond, en dan moet je kiezen


4. Welke van onderstaande informatie van een patiënt is noodzakelijk om aan zijn verzekeringsgegevens te kunnen? (meerdere opties zijn mogelijk)

a. naam en voornaam

b. geboortedatum

c.

d. INSZ-nummer

e. VG van de patiënt?

f. Adres


5. Waarin onderscheidt de PCIT zich van het traditionele model om een palliatieve patient te identificeren (alle juiste aanduiden)

a. frailty indicatoren

b. de surprise vraag

c. een prognose in de tijd

d. of de patient de intentie heeft om thuis te sterven

e. …


6. duid alle factoren van analytisch denken aan ( 15 mogelijkheden, je moest er ongeveer 10 aanduiden)


7. Van welke nieuwe tool kan een arts gebruiken om de man van vraag 2 wel of niet de status palliatief te geven?


8. definitie van prestatieniveau→ 4 mogelijke keuzeopties


3. OLA Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid


Casus: Patiënt op palliatieve is gestorven omdat de pijnpomp op een te hoge concentratie morfine ingesteld was. Achteraf blijkt dat de verpleegster wat moeite had met in instellen van de pomp.

1. Welk van de volgende stellingen is/zijn juist? (meerdere juiste antwoorden mogelijk)

a. Aangezien de man al palliatief was, moet hier verder niets onderzocht worden. Een grote impact heeft het namelijk niet gehad.

b. Dit is een voorbeeld van een vermijdbaar incident

c. Dit is een voorbeeld van een onvermijdbaar incident

d. …


Na een analyse blijkt dat de directie een tijdje geleden besloten had om geen nieuwe pijnpompen aan te kopen, ook al was er bewezen dat er met deze (met de huidige?) pompen meer medische fouten gebeuren en voldoen ze niet meer aan de huidige kwaliteitsquota.

2. Deze fout is ook toe te wijzen aan de verpleegkundige Juist of Fout?

3. Hoe hebben ze deze informatie achterhaald?

a. root-cause analyse

b. visgraatmodel

c. … meerdere antwoorden?

d. ...


4. Open vraag: pas het visgraatmodel toe op deze casus. leg dit uit in 5 stappen, Je krijgt 12 lijnen. Sub-niveaus mogen gebruikt worden, mits toegelicht.


5. Lang casus verhaal, man met problemen in gezin, slechte gezondheid, … Welke van volgende factoren past in mesomodel:

a. slecht contact met kleinkinderen

b. ruzie met schoonzoon

c. sociale isolatie door doofheid

d. krijgt elke week poetshulp

e. moet zorgen voor zijn depressieve vrouw

f. …


6. De belangrijkste maatstaf om te weten of een arts kwaliteitsvolle zorg brengt is de feedback van patiënten: juist/onjuist


7. Welke van de volgende is/zijn quaternair preventieniveau

a. Het vermijden van RX stralen

b. antibiotica afraden bij luchtwegeninfectie

c. stoppen pijnmedicatie bij palliatieve patiënt

d. stoppen hypolipidemica bij terminale patiënt

e. ...


8. Man na CVA, nu hersenletsel en paralyse rechterkant, krijgt lange revalidatiekuur van arts… Onder welk preventieniveau valt dit?

a. primair

b. secundair

c. tertiair

d. quaternair


9. Welke tool heb je om palliatieve patiënt te classificeren? Vul in (open ruimte, max 1 regel):


10. Duid alle factoren van sociale determinanten aan die M Marmot en R Wilkinson aanhalen.

a. werk

b. werkloosheid

c. gezondheiszorg

d. transport

e. voeding

f. stress

g. verslaving

h. familie

i. sociale uitsluiting

j. sociale gradient

k. eerste levensjaren

l. sociale steun


11. Een voorbeeld waarbij ICT preventief werkt voor het vermijden van een kritieke fout is:

a. een pop-up die verschijnt op het scherm wanneer er potentieel schadelijke medicatie interacties zijn

b. De mogelijkheid om een audit uit te voeren van je praktijk en zo te leren

c. …


12. De arts heeft net een palpatie gedaan bij een patiënt en wil nu wat informatie opzoeken in zijn dossier. Welke stellingen zijn correct:

a. Handhygiëne nodig voor het gebruiken van het verpleegdossier

b. Handhygiëne nodig na het gebruik van het verpleegdossier: Handhygiëne is enkel nodig al de patiënt besmettelijk is

c. …

2014-2015

3 onderdelen, zoals in sekoia. voor klinisch consult 120min de tijd, de andere 2 elk 40min. Dat is allemaal ruim genoeg. Allemaal MC vragen, en als soms meerdere antwoorden selecteren (wordt aangegeven).

bereken de nakans als test positief is; als test negatief is(+LR)
Prevalentie van 11%, wat is de odds?
11/100
89/11
11/89
bereken -LR
bereken + predictieve waarde
heeft de stagiar dit consult goed gedaan?
wat zou je tegen de stagiair zeggen:
a. de eerste vraag was goed, maar de orientatie kon beter
b. de eerste vraag kan beter worden geformuleerd, orientatie was goed
c. allebei kon beter
d. allebei goed
wat zou je tegen de stagiair zeggen:
a. een samenvatting geven op einde anamnese, je anamnese was goed,g om voor k.o. was goed,
b. k.o. vraag kan beter geformuleerd worden.
c. beiden goed
d. beiden kunnen beter geformuleerd worden
onder wiens bevoegdheid valt de invaliditeitsuitkering van Jos?
a. ministerie van gezin etc
b. ministerie van sociale zaken en volksgezondheid
c. de verzekeraar
d. of de werkgever. (Moet dat niet ziekenfonds zijn?)
bereken de uitsluitende kracht (dus gewoon 1/-LR)
Wat is Tutti Frutti op school?
a. gezondheidbeschermende maatregel
b. ziektepreventiemaatregel
c. gezondheidspromotie ? stond dit niet tussen de opties?
Danny wordt opgenomen op spoed met een myocardinfarct. Daar start men spoedig de behandeling. Welk soort preventie is dit?
a. Primair
b. secundair
c. tertiair
d. quaternair
e. geen van bovenstaande
Wat heeft een link naar …. (was uitleg over CareConnect)
Waarvoor dient het 3-stappen Pinto (?) model? => andere culturen
Wat is het centrale aandachtspunt en wat hoort tot de binnencirkel? (over rugpijn)
Wat staat er in een visgraatanalyse?
Vragen over handhygiene: wanneer alcogel?
Wat is een ziekenhuisinfectie?
Infectie opgelopen in het ziekenhuis
infectie bij aankomst in het ziekenhuis
infectie van gezondheidsmedewerkers
Wat is een belangrijke maatregel om ziekenhuisinfecties tegen te gaan?
Handhygiëne
vloeren kuisen,
besmettelijke patiënt afzonderen, …
Wat is het meest asymmetrische argument bij fractuur?
fractuurlijn op CT
fractuurlijn op Rx
scheefstand van de hand tov voorarm bij KO
bij anamnese verminderde kracht in de arm
Plaats in de juiste volgorde (goede dag vertel eens - waar hebt u precies pijn- kan ik buiten dit voorschriftje nog iets doen - is er nog iets dat u wilde bespreken- wat weet u al over astma.)
Tijdens welk deel van het consult gebruik je het minst de computer?
een vrouw met gemetastaseerde botkanker, niet meer te genezen, pijn thv L5, krijgt radiotherapie om pijn te verlichten. ::Palliatief/curatief/terminaal
Rookverbod in de horeca: gezondheidsbescherming, gezondheidspromotie of ziektepreventie
Rookstop bij copd patiënt: primair, secundair, tertiair, quaternair preventie
Man gediagnosticeerd met diabetes: prevenetief consult met wat maatregelen zoals voetzorg enzo: primair secundair tertiair quaternair preventie?
wat zet je in micro/meso?/macro systeem model van Bakker (gescheiden- Copd - O2 dependentie - weinig contact met dochter - hulp van buren - laag inkomen)
een vrouw met rugpijn verwijs je door naar de fysiotherapeut. Wat geef je door:
a. Rugpijn
b. Abortus
c. twee zwangerschappen
d. nogal een theatrale persoonlijkheid
e. worstelt met een majeure depressie
f. heeft het financieel moeilijk.
De mammografie blijkt geruststellend. Om dit te interpreteren wat nodig:
a. ppv
b. npv
c. spec
d. sens
Juist of fout: patiënt veiligheid is max, kwaliteitsvolle zorg minimum
Zwitsers kaasmodel: geeft weer dat een incident het gevolg is van verschillende veiligheidsbarrieres die opeenvolgend falen. Juist of fout?
Vrouw komt op consult en dokter schrijft 4 gr paracetamol voor, dag later vrouw met intoxicatie want nam 4 g paracetamol en 4 g dafalgan: duidt alles aan wat juist is:
a. dit is een medische fout
b. hier kun je visgraat op toepassen
c. dit is een incident
d. vermijdbare schade
Dokter die medicatie voorschrijft; is dit juist gedaan (met screenshot van Careconnect) (medicatie moest 8 dagen) maar op screenshot zag je dat chronisch stond aangeduid.
Welke code gebruikt door who :
a. ICPC
b. ICD-10 (=juist)
c. IBUI
d. SNOMED-CT
Wat kun je allemaal coderen in ICPC: duid alle juiste dingen aan (=allemaal juist)
a. Behandeling
b. diagnose
c. onderzoek bv bloedstaal
d. symptoom
Verbinding met zorg en ziekteverzekering: via:
a. vitalink
b. mycarenet (=juist)
c. recip-e
d. vaccinnet
e. ehealth.fgov.be
Een kort elektronisch overzicht met relevante medische voorgeschiedenis en toestand van patiënt, wat past best:
a. sumehr (=juist)
b. vitalink
c. …
Verhaal over man met COPD, sterk beperkt in functioneren. Is deze copder gezond volgens de definitie van de WHO?
Is deze COPD’er gezond volgens de dynamische definitie?
a. ja
b. nee → volgens who
c. onvoldoende info om hier uitspraak over te doen → volgens dynamische