Neurowetenschappen (E05Y5A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

De doelstelling van dit opleidingsonderdeel is de structuur en de werking van het zenuwstelsel van de normale mens te leren kennen. We bestuderen de ontwikkeling van de hersenen van het embryonale tot het volwassen stadium, de microscopische en de macroscopische bouw, en de functionele sensoriële, motorische en integratieve systemen. Een goed ruimtelijk inzicht in de structuur van het zenuwstelsel is essentieel om de functie van het zenuwstelsel te begrijpen. Eerder dan elk systeem exhaustief te bespreken, illustreren we met de verschillende systemen algemene organisatieprincipes zoals plasticiteit, corticale specialisatie, micronetwerken, enz.Op die manier vormt dit opleidingsonderdeel een voorbereiding op de klinische neurologie en neurochirurgie, de neuroradiologie, de oftalmologie, de otorhinolaryngologie, en de psychiatrie. Meer nog dan bij andere orgaansystemen, is een kennis van de structuur van het zenuwstelsel immers onmisbaar voor het begrijpen van de klinische verschijnselen.

De practica ondersteunen en illustreren de theoretische hoorcolleges, maar dienen ook om de verschillende functionele systemen van het centrale zenuwstelsel te integreren tot één geheel. Op het einde van dit practicum moet je een driedimensionaal inzicht hebben in de structuur van de hersenen en het ruggenmerg. Dat globale beeld is essentieel voor het begrijpen van de functie van de verschillende delen van het zenuwstelsel. Bovendien wil dit practicum je laten kennismaken met enkele neurologische symptomen en syndromen die je enkel kunt begrijpen op basis van de onderliggende anatomie.

Examenvorm

De evaluatie van Neurowetenschappen deel 1 (Morfologie) en deel 2(Neurofysiologie) is schriftelijk en bestaat enerzijds uit essayvragen, anderzijds uit multiple choice vragen (met giscorrectie). Daarbij testen we je niet enkel op reproductieve kennis, maar moet je ook structuren correct kunnen tekenen en herkennen, en moet je aantonen dat je inzicht hebt verworven in de structuur van het centrale zenuwstelsel. Het resultaat wordt berekend in functie van het aantal contacturen: Voor deel 1 (Morfologie) is dit 2/3 voor Neuroanatomie, 1/3 voor Neurohistologie, neuroembryologie en zintuigen. Voor deel 2 (Neurofysiologie) is dit een evenwichtige verdeling (50/50) tussen de leerstof gegeven door beide docenten. De eindquotering voor het OPO Neurowetenschappen wordt berekend door samenvoeging van het resultaat van deel 1 (Morfologie) en deel 2 (Fysiologie), waarbij beide delen even zwaar doorwegen (50/50).

De practica zijn aansluitend op de hoorcolleges van illustratieve aard waarbij aanwezigheid niet verplicht is. Van het microscopiepracticum kan een vraag op het examen gesteld worden. Er worden geen deeloverdrachten toegekend.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)

- Voor het deel neurofysiologie staat er een studentencursus op Wikimedia. Deze is min of meer een vertaling en samenvatting van het Engelstalige handboek. Er staan wel een aantal fouten in, dus let hier wel voor op. Hiernaast moet je ook de slides goed kennen.

- De lessen van professor Joris zijn erg nuttig. Op zijn slides staan voornamelijk prentjes en de uitleg die hij geeft, heb je echt wel nodig. De basis van zijn deel staat in het handboek, maar je ziet het veel uitgebreider tijdens de les. Zijn deel van het examen is ook het moeilijkste deel. Je hebt veel inzicht nodig en moet de leerstof grondig beheersen.

- Professor Janssen zijn lessen zijn minder noodzakelijk als die van professor Joris, maar notities zijn wel nog steeds heel handig bij te leren. Hij legt ook nadrukken in de les en geeft hier en daar wat extra uitleg.

- Het is heel veel leerstof in een keer aan best een hoog tempo. (vergelijk het wat met celbiologie 1, maar meer)

- Bij professor Van Loon leer je best vooral de tekeningen en je notities uit de les. De lessen gaan heel snel, dus probeer goed op te blijven letten, anders ben je vaak niet meer mee. Zijn tekeningen komen achteraf normaalgezien op Toledo, maar dan blijft de uitdaging om zijn handschrift te ontcijferen.

- Het boek ‘Sectional Anatomy of the Human Brain’ is heel duur voor een heel dun boekje en je hebt het eigenlijk niet echt nodig.

- De vragen van wikimedica komen terug. Als je alle vragen die ondertussen verzameld zijn kan, ken je eigenlijk bijna heel de cursus. Alle vragen komen terug, ook die van de bezenuwing van de speekselklier (ook al lijkt het alsof je dat niet gezien hebt, het staat ergens in het boek)

- De lessen van Sciot zijn leuke lessen om in te zitten. De tekeningen uit zijn lessen komen bovendien niet op Toledo, zoals bij Van Loon wel het geval is. Als je zijn deel kent, kan je hier punten op scoren.


Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Studentencursus_H18_-_Emotie

Studentencursus_H16_-_Motivatie

Studentencursus_H15_-_Chemische_controle_van_hersenen_en_gedrag

Studentencursus_H14_-_Motorisch_Systeem_-_Hersenen

Studentencursus_H13_-_Motorisch_systeem_-_Ruggenmerg

Studentencursus_H12_-_Somatosensorisch_systeem

Studentencursus_H11_-_Vestibulair_systeem

Studentencursus_H11_-_Auditief_systeem

Studentencursus_H10_-_Visueel_systeem_-_Het_centraal_visueel_systeem

Studentencursus_H09_-_Visueel_systeem_-_Het_oog

Studentencursus_H08_-_Chemische_zintuigen_(olfactie_en_smaak)

Studentencursus_eeg_slaap

Examenvragen_janssen

Examenvragen_joris MPCneuro2014

Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)


Examenvragen '16 - '17

Van Loon

  • Teken de horizontale doorsnede van het cerebrum doorheen het foramen interventriculare.
  • Teken de baroreceptorreflex.
  • Teken het ontstaan en verloop van de dalende motorische banen uit de hersenstam.
  • Teken de veneuze drainage van het cerebrum.
  • Teken de banen van het orthosympatisch zenuwstelsel.
  • Teken het anterolateraal systeem met zijn kernen.
  • Teken de sagittale doorsnede op de middenlijn van het cerebrum.
  • Teken de banen van het pontocerebellum.
  • Teken de banen van het vestibulocerebellum.
  • Teken de facies superolateralis van het cerebrum.
  • Teken de banen en centra met een rol in miose en mydriase.
  • Teken de arteriële bevloeiing van de hersenen.
  • Teken de structuren van de basale ganglia.
  • Teken de ventrale zijde van de hersenstam.
  • Teken de craniale doorsnede doorheen de medulla oblongata.
  • Bespreek de oculomotore zenuwen.
  • Teken de banen van het spinocerebellum.
  • Teken de kernen van de n. glossopharyngeus en de n. vagus en hun centrale verbindingen.
  • Teken op een doorsnede doorheen het ruggenmerg de ascenderende banen.
  • Teken de kernen van de n. facialis en hun centrale verbindingen.
  • Teken de banen en verbindingen van het auditief systeem.
  • Teken een doorsnede door de thalamus (coronaal).
  • Bespreek het verloop van de tractus corticospinalis.
  • Teken de schedelbasis.
  • Bespreek de speeksel- en traanklieren
  • Bespreek schematisch de gezichtsvelddefecten bij letsels van de visuele baan.

Sciot

Hoofdvragen

  • Beschrijf de functionele en structurele kenmerken van de lens en het corpus vitreum
  • Bespreek de functionele kenmerken van de limbus
  • Leg uit waarom je de cornea makkelijk kan transplanteren aan de hand van de histologische bouw
  • Geef de structuren verantwoordelijk voor productie en zuivering van endolymfe
  • Bespreek de embryologie van het diencephalon
  • Geef de zenuwen en bloedvaten die door de fissura orbitalis superior lopen
  • Bespreek embryologie van het ruggenmerg
  • Bespreek de functionele en structurele kenmerken van de fovea centralis
  • Functies van de cornea + structurele kenmerken die hieraan bijdragen
  • Bespreek embryologie van mesencephalon

Bijvragen

  • Beschrijf het foramen rotundum en de sulcus limitans
  • Bespreek kort het orgaan van Corti en de crista neuralis
  • Bespreek kort sulcus limitans en fente de bichat
  • Bespreek lamina choriocapillaris en netrines
  • Bespreek kort lamina terminalis en fente de Bichat
  • Bespreek kort limbus spiralis en musculus ciliaris
  • Bespreek ganglionheuvel en synaptische herschikking
  • Bespreek kort membraan van Reissner en netrines
  • Bespreek sulcus limitans en synaptische capaciteit
  • Bespreek synaptische herschikking en episclera
  • Beschrijf het foramen rotundum en de sulcus limitans
  • Bespreek kort het orgaan van Corti en de crista neuralis
  • Bespreek kort sulcus limitans en fente de bichat
  • Bespreek lamina choriocapillaris en netrines
  • Bespreek kort lamina terminalis en fente de Bichat
  • Bespreek kort limbus spiralis en musculus ciliaris
  • Bespreek ganglionheuvel en synaptische herschikking
  • Bespreek kort membraan van Reissner en netrines
  • Bespreek sulcus limitans en synaptische capaciteit
  • Bespreek synaptische herschikking en episclera

Fysiologie

1. Het kapsel van somatosensorische zenuwuiteinden ...

 a) Is een elektrische filter
 b) is verschillende naargelang de verschillende zenuwuiteinden
 c) Is een deel van de prereceptorstructuur
 d) ...

2. Wat is geen gevolg van convergentie ter hoogte van de dorsale hoorn

 a) Afferente pijnregulatie
 b) Paradoxale koude
 c) Gerefereerde pijn
 d) ...

3. Wat is waar over de afferente vezel of axon van primair gustatorisch ganglion?

 a) Iets omtrent convergentie
 b) Bredere tuning dan smaakreceptor want er is convergentie
 c) Reageert op alle smaken
 d) Detecteert elke smaak apart

4. Rondjes met verschillend contrast, welke V1 cel detecteert dit?

 a) Simple cell
 b) Complex cell
 c) V1 cellen die dispariteit meten
 d) Geen van bovenstaande

5. Welk systeem loopt niet uit in vrije zenuwuiteinden?

 a) Spinothalamisch
 b) Receptoren in gewrichten
 c) Warmtereceptoren
 d) C-vezels

6. Welke structuur krijgt geen directe input uit de tractus opticus?

 a) Blob
 b) Pretectum
 c) Hypothalamus
 d) Colliculus superior

7. Wat doet deze structuur (paraventriculaire hypothalamus) in verband met eetgedrag?

 a) Reageert op leptine concentraties in het bloed en inhibeert voeding
 b) Secreteert ACTH en TSH
 c) Alfa-MSH en CART beïnvloeden het eetgedrag hier
 d) ...

8. Wat is nog mogelijk na beschadiging OHC

 a) Fase-koppeling
 b) Hogere gevoeligheid (lagere drempel)
 c) Specificiteit voor frequentie
 d) Oto-akoustische emmissie

9. Lesions bij patienten door tumor, operaties of bloedingen geeft voordeel bij volgend onderzoek:

 a) Genetische basis voor neurodegeneratie
 b) Synaptische connectiviteit meten
 c) Onderzoek van verschillende gebieden actief bij een nieuw geneesmiddel
 d) Onderzoek naar neurale basis van taal en spraak

10. Wat kan een angststoornis veroorzaken?

 a) Te weinig reactieve GABA-receptoren in amygdala
 b) Letsel in de amygdala
 c) Overreactief orthosympatisch stelsel
 d) Te veel aan cortisol

11. Na ongeluk probleem met motoriek rechterbeen, gevoelsproblemen vanaf navel recht, pijngevoel weg links. Scan is genomen en er is druk op het ruggenmerg. Waar?

 a) T8 rechts
 b) T8 links
 c) C7 rechts
 d) C7 links

12. Verminderde gevoeligheid voor laag temporeel contrast, waar zit het letsel?

 a) P-ganglion cellen
 b) Alle parvocellulaire lagen
 c) Alle magnocellulaire lagen
 d) V1

13. Vraag over het geheugen

 a) Anterograad
 b) Retrograad
 c) Globale transiënte amnesie
 d) ...

14. V1 bevat oculaire dominantiekolommen en oriëntatiekolommen; wat klopt?

 a) Occulaire dominatiekolommen liggen parallel met de oppervlakte en oriëntatiekolommen staan er loodrecht op
 b) Oriëntatiekolommen liggen parallel met de oppervlakte en oculaire dominantiekolommen staan er loodrecht op
 c) Beide parallel
 d) Beide loodrecht

15. We steken een elektrode in V1 en wat merken we op?

 a) De oriëntatierichting blijft continu wanneer we een elektrode parallel met de oppervlakte van de cortex verschuiven
 b) De oriëntatierichting verandert systematisch wanneer we een elektrode parallel met de oppervlakte van de cortex verchuiven
 c) ...
 d) a, b en c zijn allemaal fout

16. Welke structuur bevat pacemakercellen?

 a) Thalamus
 b) Pons
 c) Locus coeroleus
 d) ...

17. Chiasma akoesticus

 a) MSO gekruist, LSO niet gekruist naar CI
 b) LSO gekruist, MSO niet gekruist naar CI
 c) De cellen van de CI reageren vooral op de geluiden uit de contralaterale ruimte
 d) ...

18. Grotere RV van M komt door:

 a) M-cellen hebben een grotere dendrietenboom dan P-cellen
 b) Staafjes fotoreceptoren maken verbinding met M-ganglioncellen, kegeltjes met P-gangioncellen
 c) Ligging (perifeer <-> centraal)
 d) ...

19. Myopie (bijziendheid):

 a) Omgekeerd, afstand tot de retina is kleiner dan focusafstand
 b) Omgekeerd, afstand tot de retina is groter dan focusafstand
 c) ...
 d) ...

20. Iets met interneuronen - excitatorisch of inhibitorisch

 a) Inhibitorische interneuronen tussen extensie- en flexieneuronen
 b) Excitatorische interneuronen
 c) Interneuronen tussen de beide benen
 d) ...

21. Waarom de spatiale gevoeligheid vermindert wanneer met het strepenpatroon snel laat bewegen

 a) Grote receptieve velden van de magnocellulaire cellen
 b) Verminderde luminantie
 c) ...
 d) ...

22. Zelfstimulatie bij ratten

 a) Medial forebrain bundle
 b) ...
 c) ...
 d) Geen van bovenstaande

23. Grafiek over het spinocerebellum

 a) Anticiperende respons van antagonisten valt weg door het inactiveren van het spinocerebellum
 b) Feedback respons van antagonisten valt weg door het inactiveren van het spinocerebellum
 c) ...
 d) ...

24. Wat is waar over EEG?

 a) Je meet actiepotentialen van corticale cellen
 b) Je meet subcorticale structuren
 c) Je meet de activiteit van dendrieten van corticale cellen 
 d) ...

25. Wat is een voordeel van single neuron techniek?

 a) Je kan een neuron hiermee uren bestuderen
 b) ...
 c) ...
 d) ...

26. Grafiek: AP van semicirculaire kanalen met een depolarisatie rond 20 seconden en een hyperpolarisatie rond 80 seconden van een horizontaal semicirculair kanaal. Met welke beweging komt dit overeen?

 a) Hoofd naar links en dan naar rechts
 b) Hoofd naar achter en dan naar voren
 c) Stap naar voren en dan stap naar achter
 d) Rotatie op constante snelheid op draaistoel

27. Welke cel heeft de hoogste spatiale resolutie

 a) SA I
 b) SA II
 c) RA I
 d) RA II

28. Fourrier-analyse, wat is de belangrijkste eigenschap die dit mogelijk maakt

 a) Dat de basilaire membraan plaatsgebonden eigenschappen heeft
 b) Efferente projecties
 c) Cochleaire kernen zijn tonotopisch
 d) ...

29. Endocochleaire potentiaal

 a) Deel van drijvende kracht van K+ naar haarcel
 b) Door afwezigheid van bloedvaten
 c) ...
 d) ...

30. Wat test deze prent (foto met cilindertje)

 a) Ventrale stroom
 b) Dorsale stroom
 c) Cerebellum
 d) Premotor

31. Wat is waar in verband met de MSO

 a) Getuned voor ILD
 b) Coïncidentie
 c) ...
 d) ...

32. Wat moet er op de y-as staan van deze grafiek in verband met recruitment (in x-as stond dB)

 a) Aantal gerekruteerde vezels
 b) Drempel
 c) Aantal AP per vezel
 d) ...

33. Iets over RV inferotemporale cortex

 a) Bilateraal en rond de fovea
 b) Stervormig
 c) Rond
 d) ...

34. Hoe kan je het RV van visuele neuronen bepalen

 a) Lichtje schijnen op scherm, kijken wanneer neuron reageert
 b) Schijnen op retina
 c) Elektrische stimulus retina
 d) ...

35. Spatiale gevoeligheidscurve

 a) Verschillende contrasten
 b) ...
 c) ...
 d) ...

36. Cel met vectoren errond. Wat wordt er bekeken?

 a) Dezelfde cel met verschillende richtingen van beweging
 b) 2 verschillende cellen getest voor verschillende beweging
 c) ...
 d) ...

37. Welke cellen van het somatosensorisch systeem en motorisch systeem hebben niets gemeenschappelijk?

 a) Octopus cells en pacini
 b) MSO cellen en ...
 c) Ongemyeliniseerde vezels en C-vezels
 d) ...

38. Door welke opening loopt geen arterie?

 a) Foramen lacerum
 b) Foramen magnum
 c) Foramen spinosum
 d) ...

39. Wat kan je testen via calorische proef

 a) Elk semicirculair kanaal apart
 b) Elk vestibulair labyrint apart
 c) ...
 d) ...

40. Wat is geen deel van de prereceptorstructuur

 a) Lens
 b) Huid
 c) Fila olfactoria
 d) Stapes

41. Wat is geen fundamentele eigenschap van de cochlea

 a) Codering van ruimte
 b) Ontbinden van richting
 c) ...
 d) ...

42. Hoe kan je het receptief veld van een neuron in laag 5 van rechter CGL bepalen?

 a) In contralateraal hemiveld en ipsilateraal oog stimuli geven
 b) In contralateraal hemiveld en in beide ogen stimuli geven
 c) ...
 d) ...

43. Vraag in verband met somatosensorisch systeem. Het bestuderen van de receptieve velden op de handen van een uilaapje. Welke factor heeft GEEN invloed op grootte en plaats receptief veld?

 a) Ligging van de receptieve velden t.o.v. corticale bloedvaten
 b) Sterkte van de synaps van excitatorische neuronen
 c) ...
 d) ...

44. I. Het lemniscaal systeem vormt een uitgebreid netwerk ter hoogte van de dorsale hoorn van het ruggenmerg II. ...

 a) I is juist, II is fout
 b) I is fout, II is juist
 c) Beide juist
 d) Beide fout

45. Werking van wanting en liking

 a) Beide via nucleus accumbens
 b) ...
 c) ...
 d) ...

46. Cel in visuele cortex in linker hemisfeer aangeduid

 a) Reageert op rechter hemiveld
 b) Reageert op linker hemiveld
 c) Reageert op mono-oculaire zone
 d) ...

47. Mechanisme van spinale interneuronen

 a) Via inhibitorische interneuronen
 b) Via Ca geactiveerd K kanaal en NMDA receptor
 c) ...
 d) ...

48. Wat klopt als er meer convergentie is?

 a) Bredere tuning
 b) Scherpere tuning
 c) ...
 d) ...

49. Waarom M-type niet gevoelig is aan golflengte

 a) Enkel info van staafjes
 b) Enkel info van kegeltjes
 c) Input van drie type kegeltjes
 d) ...

50. Hippocampus zorgt voor:

 a) Werkgeheugen
 b) Spatiale geheugen
 c) Proceduraal geheugen
 d) Episodisch geheugen

51. Welke test heeft beste temporele resolutie

 a) EEG
 b) Optische technieken
 c) fMRI
 d) Patch clamp

52. Welke test gebruik je wanneer je functionele metingen wilt doen van normaal werkende hersnenen

 a) Single unit
 b) fMRI
 c) ...
 d) ...

53. REM-slaap:

 a) Delta-ritme
 b) Spindles
 c) Wegvallen van spiertonus
 d) ...

54. Waarom meet je afwijkingen op EEG bij iemand met epileptie-aanval

 a) Verstoord evenwicht excitatie-inhibitie
 b) Groot aantal cellen synchroon vuren
 c) ...
 d) ...

55. Vanaf wanneer is er scheiding van de systemen

 a) 1ste orde
 b) 2de orde
 c) 3de orde
 d) 4de orde

Meerkeuzevragen Van Loon

1. Circulus van Willis

 a) a communicans ant - a communicans post - a cerebri media - a mesenchepalica
 b) a communicans ant - a communicans post - a cerebri post - a mesenchepalica
 c) a communicans ant - a communicans post - a cerebri media - a cerebri post
 d) a communicans ant - a communicans post - a cerebri ant - a mesencephalica

2. I. Commissura ant ligt in hetzelfde coronale vlak als substantia perforata ant II. Amygdala ligt naast hippocampus op een coronale snede

 a) I is juist, II is fout
 b) I is fout, II is juist
 c) Beide juist
 d) Beide fout

3. Vrouw zegt alleen nog maar ja, begrijpt niets, geen motorische problemen, wel problemen met zicht. Waar zit het letsel?

 a) Temporaal
 b) Occipitaal
 c) Parietaal
 d) Frontaal

4. Wat is waar omtrent de baroreceptorreflex

 a) CVLM inhibeert RVLM
 b) ...
 c) ...
 d) ...

5. Wat kan niet veroorzaakt worden door een bloeding in het cerebrum

 a) Bitemporale hemianopsie
 b) Onderste kwadrantopsie
 c) Homonieme hemianopsie
 d) Centrale blindheid

6. Welke zenuwen lopen door fissura orbitalis superior

 a) N. occulomotorisch, abducens, trochlearis en ophtalmicus
 b) ...
 c) ...
 d) ...

7. Wat is niet waar in verband met de homunculus

 a) In de motorische cortex
 b) In de sensorische cortex
 c) Vertegenwoordigd de grootte van het gebied waar het de info van krijgt
 d) ...

8. Wat test de calorische proef?

 a) VOR
 b) Saccades
 c) Smooth pursuit
 d) ...

9. Syringomyelie, wat zijn de symptomen

 a) Bewaarde fijne tast, LMN parese, minder pijn- en temperatuurzin
 b) ...
 c) ...
 d) ...

10. Wat is een voorbeeld van een normale vestibulo-oculaire reflex

 a) Nystagmus bij het naar buiten kijken in de trein
 b) Een duizelig gevoel hebben wanneer je een hele sterke bril voor de eerste keer opzet
 c) ...
 d) ...

11. Wat test je met de oculocefale reflex

 a) Saccades
 b) VOR
 c) ...
 d) ...

12. Wat is er fout?

 a) Absorptie van CSV gebeurt vooral in granulationes van Pacchioni
 b) We hebben 500 ml CSV
 c) Derde ventriculostomie is zinloos bij aquaductstenose
 d) Ventriculoperitoneale drainage is een standaardbehandeling van hydrocefalie

13. I. Zone van Broca is gelegen in gyrus frontalis inferior, in pars orbitalis en pars triangularis II. Zone van Wernicke is gelegen in gyrus temporalis superior en lobulus parietalis inferior

 a) I is juist, II is fout
 b) I is fout, II is juist
 c) Beide juist
 d) Beide fout

Examenvragen '14 - '15

Van Loon

  • Teken de horizontale doorsnede van het cerebrum doorheen het foramen interventriculare.
  • Teken de baroreceptorreflex.
  • Teken het ontstaan en verloop van de dalende motorische banen uit de hersenstam.
  • Teken de veneuze drainage van het cerebrum.
  • Teken de banen van het orthosympatisch zenuwstelsel.
  • Teken het anterolateraal systeem met zijn kernen.
  • Teken de sagittale doorsnede op de middenlijn van het cerebrum.
  • Teken de banen van het pontocerebellum.
  • Teken de banen van het vestibulocerebellum.
  • Teken de facies superolateralis van het cerebrum.
  • Teken de banen en centra met een rol in miose en mydriase.
  • Teken de arteriële bevloeiing van de hersenen.
  • Teken de structuren van de basale ganglia.
  • Teken de ventrale zijde van de hersenstam.
  • Teken de craniale doorsnede doorheen de medulla oblongata.
  • Bespreek de oculomotore zenuwen.
  • Teken de banen van het spinocerebellum.
  • Teken de kernen van de n. glossopharyngeus en de n. vagus en hun centrale verbindingen.
  • Teken op een doorsnede doorheen het ruggenmerg de ascenderende banen.
  • Teken de kernen van de n. facialis en hun centrale verbindingen.
  • Teken de banen en verbindingen van het auditief systeem.
  • Teken een doorsnede door de thalamus (coronaal).
  • Bespreek het verloop van de tractus corticospinalis.
  • Teken de schedelbasis.
  • Bespreek schematisch de gezichtsvelddefecten bij letsels van de visuele baan.

Sciot

  • Bespreek kort limbus spiralis en stria vascularis.
  • Bespreek de embryologische ontwikkeling van het myelencefalon en teken een doorsnede met daarop aangeduid de belangrijkste structuren.
  • Bespreek de embryologie en het ontstaan van de commissuurbanen.
  • Bespreek kort de limbus en de sacculus.
  • Bespreek het ontstaan van de plexus choroideus.
  • Bespreek de structurele en functionele elementen van het corpus ciliare.
  • Bespreek kort utriculus en kritische periode.
  • Bespreek de embryologische ontwikkeling van het metencefalon en teken een doorsnede met daarop aangeduid de belangrijkste structuren.
  • Bespreek kort de limbus en m. stapedius.
  • Bespreek kort de crista neuralis en het orgaan van Corti.
  • Bespreek kort het rhombencephalon en de tarsus.
  • Bespreek de functionele en structurele elementen van de retina.
  • Bespreek kort modiolus.
  • Bespreek kort synaptische plasticiteit.
  • Bespreek kort perilymfe en semaforines.
  • Geef de sensorische en motorische bezenuwing van de orbita.
  • Welke structuren zijn er betrokken bij de productie en zuivering van endolymfe?
  • Bespreek kort netrines en lamina choriocapillaris.
  • Bespreek kort de ganglionheuvel.
  • Welke belangrijke bloedvaten en zenuwen lopen door de fossa orbitalis superior?
  • Bespreek de structurele en anatomische elementen van de lens en het corpus vitreum.
  • Bespreek kort het foramen rotundum en de sulcus limitans.
  • Bespreek de structurele en functionele elementen van de fovea.
  • Bespreek kort de netrines en de membraan van Reissner.
  • Bespreek aan de hand van de histologie waarom de cornea gemakkelijk te transplanteren is.
  • Bespreek kort lamina terminalis en fente de Bichat.
  • Bespreek de embryologische ontwikkeling van het mesencephalon en teken de bijhorende doorsnedes.
  • Bespreek kort de episclera en de synaptische herschikking.
  • Bespreek volgende begrippen: synaptische plasticiteit, synap. herschikking en synap. capaciteit.
  • Bespreek kort de lamina alaris en de saccus endolymphaticus.
  • Bespreek de vleugelplaat en fissura transversa cerebri.
  • Bespreek de cornea en de sclera met hun functies.

Meerkeuzevragen: Fysiologie + Anatomie

1. Een patiënt heeft een 'drop attack' (probleem in het oor): plots neervallen zonder het bewustzijn te verliezen. Welke structuur is er het meest waarschijnlijk hiervoor verantwoordelijk? (juiste formulering weet ik niet meer)

a) Cerebellum
b) Laterale vestibulospinale baan
c) Mediale vestibulospinale baan
d) VP nucleus thalamus


2. De visuele duplextheorie houdt in dat je hebt:

a) Een systeem met hoge acuïteit + lage gevoeligheid en een systeem met lage acuïteit + hoge gevoeligheid
b) Een systeem met hoge acuïteit + hoge gevoeligheid en een systeem met lage acuïteit + lage gevoeligheid


3. MST is hiërarchisch hoger dan MT: wat klopt er?

a) MST is specifieker voor gezichtsherkenning
b) MST is gevoelig voor contractie-expansie en rotatie
c) Het receptief veld ligt bilateraal
d) …


4. Wat is geen reden voor hogere gevoeligheid van staafjes?

a) Meer amplificatie
b) Meer fotopigment
c) Maar één soort pigment
d) Tragere reactie op licht


5. Wat is een kenmerk van lichtadaptatie?

a) Licht daling van de Na+ instroom
b) Lichte daling van de Ca2+ instroom
c) Lichte stijging van de K+ instroom
d) Lichte stijging van de K+ uitstroom


6. Drugtoleratie wordt veroorzaakt door:

a) Verminderde reuptake van dopamine
b) Verminderde release van dopamine
c) Downregulatie van dopamine-receptoren
d) Downregulatie van opiod-receptoren


7. Bij het homogeen beschijnen van een ON-center ganglioncel (zowel center als surround worden beschenen):

a) Daalt het aantal actiepotentialen
b) Stijgt het aantal actiepotentialen
c) Stijgt het aantal actiepotentialen eerst, om dan terug te dalen
d) Is er weinig of geen verandering qua aantal potentialen


8. Waar is er geen sprake van laterale inhibitie?

a) Pacini-cel
b) Stellate cel
c) Glomerulus
d) P-ganglioncel


9. Welk systeem projecteert het minst diffuus?

a) Serotonerg
b) Dopaminerg
c) Cholinerg
d) Noradrenerg


10. Stelling 1: de tr. spinocerebellaris anterior kruist de middellijn twee keer; stelling 2: de tr. spinocerebellaris anterior ontstaat in de nc. thoracicus. Welke stellingen zijn juist?

a) Stelling 1 is fout, stelling 2 is juist
b) Stelling 1 is juist, stelling 2 is fout
c) Beide stellingen zijn fout
d) Beide stellingen zijn juist


11. Zet in juiste volgorde: PICA AICA SCA en a. spinalis posterior van caudaal naar rostraal


12. Wat kan zeker niet voorkomen bij een a. choroidea anterior infarct?

a) Rechter lichaamshelft parese
b) Sensorische afasie
c) Rechterkant: vermindering van gevoel
d) ...


13. Symptomen bij syndroom van Wallenberg


14. Symptomen bij syringomyelie

a) Opgehangen thermoanalgesie, UMN liden, LMN lijden, verminderde vibratie en fijne tastzin
b) Problemen met pijn en temperatuurzin, LMN lijden, verminderde vibratie, gelijke fijne tast


15. Welke zenuwen lopen doorheen fissura orbitalis superior?


16. Wat is waar omtrent n. occulomotorius?


17. Tekening met schema van vestibulo-oculaire reflex: wat wordt er geïnhibeerd?

a) PPRF ipsilateraal
b)PPRF contralateraal
c) FLM ipsilateraal
d) ...


18. Tekening met elektrode thv s. calcarinus (thv uitkomst van loop van Meyer). Waar bevindt zich het receptief veld van dit neuron?


19. Wat klopt ivm de weervoorspeller taak.

a) Mensen met amnesie kunnen dit leren, maar herinneren het zich niet. Mensen met parkinson kunnen het niet leren, maar herinneren het zich wel.
b) Mensen met amnesie kunnen dit niet leren, herinneren zich het ook niet. Mensen met parkinson kunnen het wel leren en herinneren het zich ook.
c) Mensen met amnesie kunnen dit leren, maar herinneren het zich niet. Mensen met parkinson kunnen het leren, maar herinneren het zich niet.
d) Mensen met amnesie kunnen dit niet leren, herinneren het zich ook niet. Mensen met parkinson kunnen het niet leren en herinneren het zich wel.


20. Vraag i.v.m. INO links

a) Rechter oog kan niet meer in abductie
b) Frequente oorzaak is MS en ischemie.


21. Vragen van Joris die hij achteraf in powerpoint had doorgestuurd. Zelfde thema maar dan anders geformuleerde vragen.

22. Long term depression in cerebellum door samen actief zijn van en dan verschillende combinaties

a) Parallele vezels, moss vezels
b) Moss cellen en purkinje cellen
c) Parallele vezelsen purkinje cellen


23. Zet de juiste benaming bij de juiste eigenschappen: Meissner, Merkel, Pacini, Ruffini SA/RA/Groot/klein RV


24. Tuningcurve gewrichtspositiezin: wat kunnen we hieruit afleiden (afbeelding zie cursus Joris):

a) Spierspoelen zijn enkel gevoelig aan extreme positie
b) Er is meer informatie nodig voor positiezin
c) Er zijn 2 soorten tuning in de gewrichtsreceptoren


25. Welke combinatie is niet juist:

a) lemniscaal, Adelta, Meissner, bewegingsdetectie

26. Voor een ziekte willen die activiteit geeft op verschillende plaatsen in de hersenen: welke techniek gebruiken we om deze ziekte te onderzoeken?

a) PET
b) fMRI
c) EEG


27. Bij welke techniek kunnen we langdurig onderzoek uitvoeren?

a) Patch clamp
b) Extracellulaire afleiding


28. Welke van de volgende patiënten heeft het meest waarschijnlijk een probleem met impedantiematching?

a) Jonge man die de avond daarvoor naar een rockconcert geweest is
b) Man met een verkoudheid
c) Persoon die ook nystagmus vertoont
d) Bejaarde die heel luid praat


29. Een vrouw van 75 komt binnen op het spoed met afasie, unilaterale ptose en een verlamming van de rechter arm. Bij klinisch onderzoek stel je een ...? hemianoptie rechts vast. Een letsel aan welke structuur is de meest waarschijnlijke oorzaak van deze hemianoptie?

a) Linker tractus opticus
b) Chiasma opticum
c) Radiatio optica
d) Linker CGL


30. 1) De zone van brocka ligt in de pars orbitalis en pars triangularis; 2) De zone van wernicke ligt in de gyrus temporalis superior en de lobulus parietalis inferior

a) Allebei juist
b) Allebei fout
c) 1 juist, 2 fout
d) 1 fout, 2 juist


31. Elke heeft INO links. Welke stellingen zijn juist? 1) ze heeft geen problemen bij het kijken naar rechts 2) er zijn geen problemen met haar VOR

a) Allebei juist
b) Allebei fout
c) 1 juist, 2 fout
d) 1 fout, 2 juist


32. Een vaatchirurg opereert een man aan een trombose van de a carotis communis en de a carotis interna. Hij herstelt goed maar zijn vrouw vindt dat zijn oog minder ver opengaat dan daarvoor. Een neuroloog diagnostiseert hem met het syndroom van Horner. Welk gevolg van de operatie kan verantwoordelijk zijn voor de symptomen van Horner?

a) Letsel aan de a opthalmica
b) Beschadiging van de wand van de ACI
c) Trombose in de oculaire takken van de ACE
d) ...


33. Welke gebieden representeren de contralaterale ruimte?

a) LSO, MSO, V1, ...
b) .... , dorsale hoorn
c) CGL, CGM, S1
d) ...


34. Vanuit welke gebieden krijgt M1 afferenten?

a) Premotore area's, thalamus, pariëtale regio
b) Premotore area's, thalamus, S1


35. 1) De nucleus anterior vormt de achterste begrenzing van het foramen van Monro. 2) Het crus fornicis vormt de voorste begrenzing van het foramen van Monro.

a) Beide juist
b) Beide fout
c) 1 juist 2 fout
d) 1 fout 2 juist


36. Om een longitudinale studie uit te voeren waar je de ontwikkeling van het spraaksysteem bestudeert gebruik je best de volgende techniek:

a) Letsels
b) EEG
c) PET
d) intracellulaire afleiding


37. Wanneer je een ster ziet in het perifeer gezichtsveld en je kijkt er later recht naar toe, verdwijnt de ster. Hoe komt dit?

a) Perifere retina is gevoeliger
b) Centrale retina heeft hogere acuïteit


38. Welke receptor kan je vergelijken met het magnocellulair systeem van het zicht?

a) Ruffini
b) Pacini
c) Meissner
d) Merkel


39. Bij plaatsing van een kunstgewricht heeft de patiënt nog positiezin voor dit gewricht, dit komt door:

a) Double-ended gewrichtsvezels
b) Single-ended gewrichtsvezels
c) Peesorgaan
d) Efference copy


40. Wat geldt NIET voor het anterolateraal systeem?

a) Eindigt in het mesencephalon
b) Eindigt in de VPL
c) Info uit het onderste lidmaat ligt in het ruggenmerg mediaal van info uit het bovenste lidmaat
d) ...


41. Wat is niet waar in verband met trigeminus neuralgie?

a) Meestal veroorzaakt door een neurovasculair conflict
b) Beantwoordt goed aan klassieke pijnmedicatie
c) Afhankelijk van de oorzaak kan de behandeling verschillen
d) ...

Examenvragen '13 - '14

VAN LOON

-Teken facies superolateralis van het cerebrum

-Teken de banen van het spinocerebellum

-Teken op een doorsnede van het ruggemerg de ascenderende banen

-Teken de parasympatische bezenuwing van de speekselklieren.

-Teken het auditief systeem met zijn kernen en banen.

-Teken een coronaire doorsnede doorheen de thalamus en pedunculi cerebri

-Teken op een doorsnede van het ruggenmerg de descenderende banen

-Teken de banen en kernen die van belang zijn bij de accommodatie-convergentiereflex

-Teken een sagittale doorsnede van de schedel

-Teken de descenderende motorische banen (oorsprong en verloop)

-Teken ontstaan en verloop tr.corticospinalis

-Teken schedelbasis (binnen/boven)

-Teken de doorsnede van de craniale medulla oblongata

-Teken de occulomotore kernen en hun centraal verloop

- Teken de doorsnede doorheen de commissura anterior

- Teken de banen en de kernen van het lemniscaal systeem

- Teken de kernen van de n. trigeminus en hun centrale verbindingen

-Geef de bloedvoorziening van de hersenen

-Bespreek de n. facialis en zijn centrale verbindingen

- Bespreek het veneus systeem van de hersenen

- Bespreek de Orthosympatische banen


SCIOT

-Bespreek: otolieten en membraan van Bruch

-Bespreek de embryologische ontwikkeling van het diencefalon

-Bespreek de functionele en structurele elementen van de retina

-Bespreek de modiolus en synaptische plasticiteit

-Bespreek de iris met zijn structuren en functies

-Bespreek kort de flexura mesencephalica en de limbus spiralis

-Bespreek de motorische en sensorische bezenuwing van de orbita

-Bespreek kort perilymfe

-Bespreek kort netrines

-Bespreek palpebrae functioneel en zijn structuren

-Bespreek kort membrana tectoria en fissura transversa cerebri

-Bespreek hoe de cochlea is opgebouwd

-Bespreek kort de lamina alaris

-Bespreek kort de musculus dilatator pupillae

-Bespreek kort de limbus spiralis

-Bespreek de neurogenese

- Bespreek de embryologische ontwikkeling van de grijze kernen.

- Bespreek de embryologische ontwikkeling van het metencefalon

- Bespreek kort limbus en musculus stapedius

- Bespreek de functionele en structurele elementen van de fovea centralis- Bespreek kort membraan van Reissner

- Bespreek de ontwikkeling van het Di-encefalon

-Bespreek kort: Membraan van Bruch

FYSIOLOGIE

Vraag: 2 identieke machines worden aangezet in 1 kamer. Als je de ene aanzet wordt er 40dB gemeten, hoeveel wordt er gemeten als je ook de 2de aanzet? • 80 dB • 60 dB • 46 dB • Geen van bovenstaande

Vraag: Waar zorgt LSD voor hallucinaties? ▪ Dorsale visuele stroom ▪ Ventrale visuele stroom ▪ Raphe kernen ▪ Cortex

Vraag: Hoe komt het dat als we stilzitten in een trein, het lijkt alsof we bewegen als de trein naast ons vertrekt? ▪ Area MT ▪ Area MST ▪ Area IT ▪ Area V4

Vraag: Als een cel reageer op richting naar links en helemaal niet naar rechts, wat is dan de vector die men kan opstellen om de richting naar boven aan te duiden? ▪ Een vector maximaal naar links ▪ Een vector intermediair naar links ▪ Een vector maximaal naar boven ▪ Een vector intermediair naar boven

Vraag: Waar kan men spreken van IPSP? ▪ LSO ▪ MNTB ▪ …

Vraag: Hoe komt het dat als iemand voor ons staat we zijn linkerdeel van zijn gezicht rechts waarnemen en zijn rechterdeel links, maar we toch maar 1 beeld hebben. ▪ Binoculaire eigenschappen hogere corticale gebieden ▪ Bilaterale eigenschappen hogere corticale gebieden ▪ Oogbewegingen ▪ Geen van bovenstaande

Vraag: Waarom hebben kegeltjes een hogere resolutie dan staafjes? ▪ Amplificeren beeld minder ▪ Verschillende fotopigmenten ▪ Minder convergentie ▪ …

Welk benaderend cijfer is fout? ▪ Een neuron is verbonden met 1000 tot 10.000 andere neuronen ▪ De resolutie van MRI is 1 kubieke nanometer ▪ Onze hersenen bevatten 100 miljard neuronen ▪ ...

Welke techniek heeft de laagste resolutie in ruimte? ▪ PET ▪ fMRI ▪ EEG ▪ Optische technieken

Welke uitspraak is juist over het receptief veld van een somatisch neuron? ▪ Het 1e orde neuron heeft een complexer RV dan het 2e orde neuron ▪ De receptieve velden van een 1e orde en een 2 e orde neuron zijn gelijk ▪ Het receptief veld van het 2e orde neuron is kleiner ▪ Het receptief veld van het tweede orde neuron ontvangt inhibitie, dat van het 1e orde neuron niet

Tekening: 2 cirkels met een strepenpatroon, ze verschillen in fase. Welke cel detecteert het verschil tussen deze twee cirkels? ▪ simple cells ▪ complex cells ▪ kleurgevoelige cellen ▪ cellen die gevoelig zijn voor binoculaire dispariteit

Welke uitspraak is juist over mensen met obesitas? ▪ Hun bloed bevat hoge leptinelevels ▪ Ze hebben een deficiëntie aan leptine ▪ Ze hebben een probleem met hun ventromediale hypothalamus ▪ ...

Je krijgt 2 grafieken (B en C) waar de frequentie (x-as) wordt uitgezet tegenover de respons van de cel (y-as, aantal AP). Bij grafiek B: CF = 2,1 kHz. Grafiek C: CF = 4,2 kHz. Er is ook te zien dat grafiek B 'hoger' reikt dan grafiek C, dus een hogere respons geeft. Welke uitspraak is juist? ▪ We zien een populatieprofiel waarbij bij grafiek C een CF heeft die ongeveer een octaaf hoger is dan die van grafiek B ▪ De gevoeligheid van B is hoger dan die van C ▪ B werd gemaakt volgens de iso-input methode, C volgens de iso-output methode ▪ ...

Men wil het effect van inhibitorische interneuronen meten bij de neuronale studie van V1 cellen die gevoelig zijn voor oriëntatie. Welke techniek gebruikt men het best? ▪ MRI ▪ PET ▪ single unit ▪ Patch-clamp

Transcraniële magnetische stimulatie of TMS is een techniek waarbij men een klein magnetisch veldje opwekt vlak tegen de schedel, waardoor de cellen in de primaire motorische cortex tijdelijk inactief worden. Waarom wordt deze techniek gebruikt? ▪ Om een hypothese op te stellen over de functie van deze cellen ▪ Om een studie te doen naar de neuronale activiteit van deze cellen ▪ Om de bijdrage van deze cellen in het motorisch proces na te gaan ▪ Om fMRI te vervangen voor mensen die niet onder de MRI-scanner mogen

Waarvoor zijn de cellen van MT gevoelig? ▪ richting van beweging, dispariteit en vorm ▪ vorm, textuur en dispariteit ▪ richting van beweging, snelheid van beweging en dispariteit ▪ vorm, snelheid van beweging en kleur


Examenvragen '12-'13

FYSIOLOGIE (OPGELET! het programma is sindsdien gewijzigd dus sommige vragen kunnen geen leerstof meer zijn)

400px

Vraag: (Zie boven)Welke conclusie kan men niet baseren op deze grafiek?

  • De temporele codering draagt bij tot codering van geur signalen
  • De cel vertoont een brede tuning aan odoranten
  • De inhibitie in D gebeurt waarschijnlijk door laterale inhibitie
  • Er is een activiteit van de cellen die gecorreleerd is met het ademhalingsritme

Vraag: Welke cel hoort niet thuis in het rijtje?

  • Korrelcellen in de bulbus olfactorius
  • Octopuscellen in de cochlea
  • Inhibitorische interneuronen in het ruggenmerg
  • Horizontale cellen in de retina

Vraag: Welk symptoom verwacht men niet bij een bilateraal vestibulair letsel?

  • Het hoofd fysiek moeten stabiliseren om te lezen
  • Geen evenwichtszin in het donker
  • Nystagmus
  • Beweging van het zicht bij beweging van het hoofd

Vraag: Compressie van een sensoriele zenuw aan de linkerkant van het lichaam kan niet een van deze symptomen geven:

  • Verlies voor pijn en temperatuur aan de linkerhand, maar niet rechts
  • Nystagmus links, maar niet rechts
  • Doofheid links, maar niet rechts
  • Blindheid aan het linkeroog, maar niet aan het rechter oog

400px

Vraag: (Zie boven)In verband met de grafiek "With lesion": aan welke structuur heeft het dier een letsel?

  • Perirhinale cortex
  • Amygdala
  • frontale cortex
  • ...

400px

Vraag: (Zie boven)Wat is het voordeel van dit experiment?

  • Door het aanbieden van een complexe en bewegende stimulus kunnen de afferenten in een volkomen natuurlijke setting worden onderzocht
  • De stimulus is natuurlijker doordat hij complex is en beweegt (Ja, die twee antwoorden leken sterk op elkaar)
  • Met dit experiment kan men meerdere mechanoreceptoren tegelijk testen
  • ...

Vraag:: Welke stelling is niet waar?

  • De absolute gehoordrempel ligt rond 0 dB SPL
  • De pijngrens ligt rond 100 dB SPL
  • De verhouding tussen drempel en pijngrens is ongeveer een miljoen
  • Een verdubbeling van het geluid betekent +6 dB

Vraag: Welke stelling over EEG is niet waar?

  • Subcorticale structuren zijn belangrijk voor het genereren van de hersengolven
  • Een EEG is een temporele sommatie van actiepotentialen van grote corticale pyramidale cellen.
  • De amplitude van een EEG is omgekeerd evenredig met de frequentie
  • ...

Vraag4.png

Vraag:: (Zie boven, de bovenste figuur) Wat geeft deze grafiek weer?

  • Vier beschrijvingen. Het komt er gewoon op neer dat je moet weten wat je aan het meten bent, en hoe je aan de grafiek komt.

Vraag:: Welke techniek is niet nuttig (of het minst nuttig) in het bestuderen van de neurale basis van dyslexie?

  • PET scan
  • Studie van letsels
  • Single-unit recording
  • Studie van gedrag

Vraag:: Welke symptomen verwacht je bij een uitval van de magnocellulaire cellen van de LGN.

  • Vier beschrijvingen. Combinaties van wel/geen verlies van spatiale frequentie, hoge/lage temporele frequentie.

400px

Vraag:: (Zie boven - gelijkaardige tekening op het examen, maar is op zich niet belangrijk - uitleg staat erbij). In weersomstandigheden die zorgen voor slecht zicht gebeurt het soms dat een piloot die na een lange bocht, bijvoorbeeld naar links, terug recht begint te vliegen, het gevoel krijgt dat hij naar rechts aan het gaan is . Hierdoor begint hij te overcompenseren door terug naar links te sturen en belandt hij in een zogenaamde 'graveyard spiral'. Welk fysiologisch verschijnsel kan hier een oorzaak van zijn?

  • Adaptatie in de semicirculaire kanalen
  • ....

Vraag:: Na een trauma heeft een man anosmie. Wat is de oorzaak?

  • Afscheuren van axonen tussen receptoren en bulbus olfactorius, ter creatie van een mechanische barrière
  • Het terug groeien van axonen naar de bulbus olfactorius, maar naar de verkeerde glomerulus
  • ...

Vraag:: Welke stelling klopt niet over de neuronen van de locus coeruleus?

  • Het zijn REM-ON cellen
  • Ze beginnen te vuren aan het einde van de REM slaap
  • Ze vuren heel weinig tijdens de REM slaap
  • ...

Vraag:: Hallucinogene stoffen zoals LSD zijn chemisch gelijkaardig aan:

  • Serotonine
  • ...

Vraag:: Welke drugs werken via chemisch gelijkaardige mechanismen?

  • Cocaïne, amfetamine en cafeïne
  • Cocaïne, amfetamine en opiaten
  • Cocaïne en amfetamine
  • Cocaïne en LSD

400px

Vraag:: (Zie boven, tekening (b). De labels zijn verwijderd, het lateraal hypothalamisch gebied is aangeduid.) Wat gebeurt er in dit gebied?

  • Activatie van MC4 receptoren door aMSH zorgt voor inhibitie van het eetgedrag.
  • Activatie van CART neuronen, zorgt voor inhibitie van het eetgedrag
  • Activatie van AgRP neuronen, zorgt voor stimulatie van het eetgedrag
  • Activatie van NPY neuronen, zorgt voor stimulatie van het eetgedrag

400px

Vraag:: (Zie boven. Denk niet dat labels erbij stonden op het examen.) Wat is zeker géén eigenschap van het aangeduide neuron?

  • Gevoeligheid voor dispariteit
  • Gevoeligheid voor vorm
  • Gevoeligheid voor oriëntatie
  • Gevoeligheid voor richting van beweging

Vraag6.png

Vraag: (Zie boven. Het kan zijn dat er op het examen bijstond dat het een cel uit V1 was.) De receptieve velden van deze cel liggen:

  • Beiden in de monoculaire zone
  • Beiden in de binoculaire zone
  • Links in de binoculaire zone, rechts monoculair
  • ...

Vraag: Welk verschijnsel zien we het vaakst bij obese mensen?

  • Verhoogde leptine spiegels
  • Geen leptine
  • Letsel in de venteromediale hypothalamus
  • ...

Vraag7.png

Vraag: Welke bevinding is relevant aan deze afbeelding?

  • Interaurale tijdsverschillen zijn enkel waar te nemen op lage frequenties
  • ...

Vraag: Wat is géén nadeel van fMRI?

  • Het is een indirecte methode om hersenactiviteit te meten
  • Slechte tijdsresolutie
  • Geen herhaaldelijke metingen op één persoon mogelijk
  • Kostelijke apparatuur

Vraag: Het spinaal programma om te wandelen berust op welke reflex? (Of 'is gelijkaardig aan' of 'maakt gebruik van')

  • Myotatische reflex
  • Peesreflex
  • Gekruiste flexie-extensie reflext
  • Myotatische en peesreflex

Vraag:Welke receptoren worden niet geactiveerd/geven geen informatie als iemand anders je arm beweegt (en je dus niet zelf contraheert)

  • Ruffini
  • Peesorgaan
  • Receptoren in het gewrichtskapsel
  • Spierspoelen

Vraag: Wat vinden we bij de ziekte van Parkinson?

  • Verhoogde tonische activiteit in de GPi
  • Verlaagde tonische activiteit in de GPi
  • Twee antwoorden met 'fasische' activiteit

Vraag: Er is steeds meer evidentie dat jeuk mede tot stand komt door de werking van gespecialiseerde receptoren en hun projecties. In welke baan zouden we deze verwachten terug te vinden?

  • Paleospinothalamisch
  • Lemniscaal
  • Afdalend vanuit PAG
  • Spinocerebellair

Vraag: De primaire motorische cortext ontvangt input van:

  • De premotore gebieden, de primaire somatosensorische cortex, de basale ganglia en het cerebellum (via de thalamus).
  • De premotore gebieden, de primaire somatosensorische cortex, de posterieure parietale cortex, de basale ganglia en het cerebellum (via de thalamus).
  • ...

Vraag: Welk van de volgende banen projecteert contralateraal?

  • De neospinothalamische baan
  • De n. cochlearis
  • ...

Vraag: Hoe kan men de receptieve velden van LIP definiëren? (Het meest voor de hand liggende waar je aan denkt bij LIP, namelijk delay activiteit, stond er niet bij (is ook geen eigenschap van het receptieve veld). Het was meer een vraag om te zien of je wist wat een receptief veld was.)

  • Het gebied in de omgeving waar de oogbeweging naartoe gaat
  • De vector van de richting waar de oogbeweging naartoe gaat.
  • Het gebied op de retina waar de oogbeweging naartoe gaat.
  • De lichtflits die ... (ervoor zorgt dat de oogbeweging wordt geïnitieerd, of iets dergelijks)

Vraag: Hoe bepalen we de topografische indeling van de cortex?

  • Het kwam erop neer dat je gewoon moet weten of dat via stimulatie van de cellen in de cortex of registratie van hun antwoord op externe stimuli gebeurt.

Vraag: Wat is de fundamentele basis voor de 4 basis smaken?

  • Elke receptorcel reageert selectief op één smaak
  • Er zijn 4 basis transductiemechanismen
  • Elke cel reageert dominant op één smaak, er is ook een rostro-caudale gradient
  • De projectie van de rostrocaudale gradient zet zich voort in de nc. solitarius

Vraag: Bij neonaten gaat men testen voor distortietonen bij geëvokeerde emissies. Een AFwezigheid van die distortietonen duidt op:

  • Normale cochlea en/of middenoor
  • Normale gehoorzenuw
  • Efferent systeem is niet functioneel
  • Defect thv cochlea en/of middenoor

Vraag: Een patiënt heeft een probleem met impedantiematching. Deze patiënt is:

  • Een student die gisteren naar een rockconcert is geweest
  • Een scholier met een verkoudheid
  • Een oud vrouwtje dat hard praat
  • ...

Vraag: Neuronen in MT/V5 zijn selectief voor de helling van vlakken gedefinieerd door beweging. Dit betekent:

  • MT neuronen zijn selectief voor dispariteit
  • MT neuronen zijn selectief voor snelheidsgradiënt
  • MT neuronen zijn selectief voor richting van beweging
  • Populatie vector wijst in richting van helling