Nier en urinewegen (E0C06A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

  • 2.9 sp. Nier en urinewegen: theoretische colleges (De Ridder Dirk | Kuypers Dirk | Lerut Evelyne )

Volgende onderwerpen zullen we behandelen:

• onderzoek van de nefro-urologische patiënt,

• urineverlies bij de vrouw,

• neurogeen blaaslijden,

• nierkoliek,

• urineweginfecties,

• seksuele disfunctie en subfertiliteit,

• afwijkingen van externe genitaliën,

• mictiestoornissen bij de man,

• gestegen PSA,

• toevallige vondst van een niergezwel,

• pijnloze hematurie (met verdachte cytologie),

• acuut scrotum,

• zwelling in het scrotum,

• urethrale traumata,

• nier- en blaastrauma,

• congenitale problematiek: voorhuid, niet-ingedaalde testis en hydrocoele communicans,

• niet-congenitale scrotale problematiek: orchitis, epidydimitis, varicocoele en torsio testis bij het kind,

• congenitale afwijkingen van nierbekken, ureter en blaas,

• zeldzame niet-congenitale kinderurologische aandoeningen,

• zeldzame congenitale kinderurologische aandoeningen,

• toevallig ontdekte proteïnurie,

• nefrotisch syndroom,

• hematurie van glomerulaire oorsprong,

• acute nierinsufficiëntie,

• chronische nierinsufficiëntie,

• niervervangende therapie,

• nier- en systeemziekten: lupus, pan, wegener, reuma, essentiële hypertensie,

• nier en diabetes,

• polycystische nieren,

• hereditaire interstitiële nefritis,

• infecties en de nier


Tijdens de colleges wordt tevens ingegaan op imaging bij nefro-urologische patiënt. Radiologische onderzoeksmethoden en hun beperkingen komen aan bod, alsook radiologische semiologische tekens en semiologie van de voornaamste afwijkingen.

  • 1.7 sp. Nier en urinewegen: klinische colleges (Bogaert Guy | De Ridder Dirk | Joniau Steven | Kuypers Dirk | Lerut Evelyne | Van der Aa Fran)

Volgende onderwerpen zullen we behandelen in dit college:

• onderzoek van de nefro-urologische patiënt,

• urineverlies bij de vrouw,

• neurogeen blaaslijden,

• nierkoliek,

• urineweginfecties,

• seksuele disfunctie en subfertiliteit,

• afwijkingen van externe genitaliën,

• mictiestoornissen bij de man,

• gestegen PSA,

• toevallige vondst van een niergezwel,

• pijnloze hematurie (met verdachte cytologie),

• acuut scrotum,

• zwelling in het scrotum,

• urethrale traumata,

• nier- en blaastrauma,

• congenitale problematiek: voorhuid, niet-ingedaalde testis en hydrocoele communicans,

• niet-congenitale scrotale problematiek: orchitis, epidydimitis, varicocoele en torsio testis bij het kind,

• congenitale afwijkingen van nierbekken, ureter en blaas,

• zeldzame niet-congenitale kinderurologische aandoeningen,

• zeldzame congenitale kinderurologische aandoeningen,

• toevallig ontdekte proteïnurie,

• nefrotisch syndroom,

• hematurie van glomerulaire oorsprong,

• acute nierinsufficiëntie,

• chronische nierinsufficiëntie,

• niervervangende therapie,

• nier- en systeemziekten: lupus, pan, wegener, reuma, essentiële hypertensie,

• nier en diabetes,

• polycystische nieren,

• hereditaire interstitiële nefritis,

• infecties en de nier


Tijdens het semiologisch onderzoek urologie komen volgende topics aan bod:

- differentieel diagnose hematurie: voeding, stenen, tcc, infectie, …

- pijnloze versus pijnlijke hematurie

- herkennen van alarmsymptomen


Tijdens de praktische demonstratie van peritoneale en hemodialyse maakt de student kennis met de klinische toepassing van deze twee vormen van nierfunctievervangende therapie (ad bedside).


  • 0.4 sp. Nier en urinewegen: casusgebaseerde integratieweek urgentie


Specifiek voor het onderdeel Nier en urinewegen: AKI: oorzaken, epidemiologie, (differentieel) diagnose, diagnostische benadering, therapievormen (+indicaties) en preventie

Ook meer algemene urgentie-gerelateerde casussen zullen aan bod komen op de eerste dag van de casusgebaseerde urgentieweek.


Examenvorm

Type : Examen tijdens de examenperiode

Evaluatievorm : Schriftelijk

Vraagvormen : Meerkeuzevragen

De evaluatie (examen) van het OPO Nier en Urinewegen gebeurt onder de vorm van een schriftelijk geïntegreerd meerkeuzevraagexamen. Er wordt giscorrectie toegepast.

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)


Examentips

- Op het examen was pathologie vorig jaar (16-17) meer dan 10% van het examen. Sla dit dus zeker niet over bij het leren.

Tips voor het OPO

Nier

- Vooral het boek kennen.

- De klinische lessen zijn vooral nuttig als je tegen deze les dit onderdeel van de cursus al eens bekeken hebt zodat je een beetje kan volgen. Als je dit gedaan hebt zijn deze lessen heel interessant en interactief. De docenten volgen de cursus redelijk goed, dus als je tegen de volgende les de volgende zoveel pagina's bekijkt is dit zeker genoeg.

Urologie:

- Slides zijn (redelijk) duidelijk (wat afhankelijk van de docent). Er is geen handboek dus notities zijn wel handig.


- Het boek ‘Oxford Handbook of Urology’ is vooral ter achtergrond dus het is niet nodig om dit te kopen.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Samenvattingen '16-'17

Inhoudstabel: THEMA DE NIER: Prof Dr Dirk Kuypers Prof. E. Lerut

Behandeling van nefrotische pathologieën

Samenvattingen '15-'16 (oud curriculum)

Samenvattingen 2013-2014 (oud curriculum)

Cursus_Nier_-_samenvatting


Samenvattingen nefro + casussen geïntegreerd (oud curriculum)

GLOMERULONEFRITIS_BIJ_VASCULITIS_&_VAATPATHOLOGIE

IDIOPATHISCHE_GLOMERULONEFRITIS

IDIOPATHISCHE_GLOMERULONEFRITIS_types

NIERAANDOENINGEN_BIJ_PLASMACELDYSCRASIEËN_EN_AMYLOÏDOSE

TUBULO-INTERSTITIELE_NEFRITIS

DIABETISCHE_NEFROPATHIE

ERFELIJKE_NIERZIEKTEN

GLOMERULONEFRITIS_bij_systeemziekten


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examenvragen '17-'18

1e Examenmoment

1. De rechter v. testicularis mondt uit in:

a. vena cava inferior

b. vena renalis

c. vena iliaca communis

d. vena femoralis


2. Bij welke reeks aandoeningen komt complementverbruik voor? (Noot: alle aandoeningen in het antwoord moeten complementverbruik hebben)

a. Membranoproliferatieve GN, post-streptokokken, SBE

b. Lupus nefritis, IgA-nefritis, SBE

c. Membranoproliferatieve GN, IgA-nefritis, post-streptokokken

d. FSGS, IgA-nefritis...


3. Welke graad niertrauma is dit? (Noot: afbeelding cfr. dia's penoscrotale aandoeningen gegeven)

a. Graad 2

b. Graad 3

c. Graad 4

d. Graad 5


4. Een 22-jarige student heeft pijn in het linkerscrotum (verder geen informatie gegeven). Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

a. Epididymitis

b. Orchitis

c. Torsio testis


5. Een 18-jarige patiënt, gekend met type 1 diabetes, komt op consultatie. De creatinineklaring is (licht) gestegen. Er is geen proteïnurie. Je ontdekt een actieve hepatitis B-infectie. De patiënt vertelt dat zij experimenteert met IV-druggebruik. Wat doe je?

a. Nierbiopsie voor diabetische nefropathie

b. Nierbiopsie om glomerulaire aandoeningen uit te sluiten

c. Fundoscopie

d. Antistoffen tegen PLA2-R opsporen in het bloed


6. Een zwangere vrouw heeft pijn in de linkerflank en koorts (beeld pyelonefritis). Wat is je behandeling?

a. Fluoroquinolone PO 5-8 dagen

b. Fluoroquinolone IV 10-14 dagen

c. Ampicilline IV 10-14 dagen

d. Aminoglycosiden PO


7. Welke aandoening past het best bij het klinisch beeld van terminale hematurie?

a. Urolithiasis

b. Blaashalsstenose

c. Urethritis


8. Een vrouw met stressincontinentie behandel je in eerste instantie met...?

a. Bekkenbodemspiertraining


9. Een man van 60 jaar met LUTS, komt vermoedelijk door BPH. Hoe behandel je? (Noot: niets van verdere informatie gegeven...)

a. Alfa-blokker

b. Afwachten en advies over levensstijl

c. 5-ARI

d. 5-ARI + alfa-blokker


10. Een man presenteert zich met LUTS, vermoedelijk door BPH. Bovendien is er erectiele dysfunctie. Hoe behandel je?

a. Chronisch laaggedoseerde PDE5-inhibitor

b. Chronisch PDI + chronisch ARI en alfa-blokker

c. Intermittent PDI + chronisch ARI

d. Intermittent PDI + chronisch ARI en alfa-blokker


11. De meeste prostaatkankers ontstaan in:

a. De transitiezone

b. De perifere zone

c. De centrale zone

d. De apicale en centrale zone


12. Wat is een ernstige (frequente) bijwerking van oxybutinine? (anticholinergicum)

a. Fotofobie door miosis

b. Diarree

c. Bradycardie

d. Minder zweten


13. Wat is het belangrijkste doel bij de behandeling van een acute nierkoliek met hoge koorts?

a. Pijnstilling

b. Spasmolyse

c. Vagale reactie verminderen

d. Dubbele J-stent


14. Bij een klinisch beeld suggestief voor pyelonefritis...

a. Is verdere beeldvorming nooit geïndiceerd

b. Zien we op echo altijd afwijkingen in de nier

c. Is MR de gouden standaard

d. Zien we op CT tekenen van veranderde perfusie


15. Een patiënt heeft anurie na chemotherapie voor een retroperitoneaal Hodgkin lymfoom. Wat is je verdere beleid?

a. Blaassonde

b. Double J stent

c. 2e lijns chemotherapie

d. Hoge dosis CCS


16. Wat is je beleid bij een calciumsteen?

a. Zout en eiwitbeperking, geen calciumrestrictie


17. Hoe onderzoek je de nierfunctie bij een (potentiële) nierdonor? (55-jarige vrouw)

a. Serum creatinine

b. MDRD

c. Creatininebepaling in 24-uurs urine

d. Isotopen wash-out (Chroom-EDTA)


18. Een patiënt gekend met HIV (gestopt met medicatie), krijgt hematurie met RBC-cilinders. Er is acute nierfunctieachteruitgang, proteïnurie van 4.5 g/dag en hypertensie. Wat is de renale diagnose?

a. FSGS


19. Een patiënt met chronische nierinsufficiëntie heeft hyperfosfatemie en metabole acidose. Welke behandeling stel je in?

a. Calciumacetaat bij de maaltijd, natriumbicarbonaat gespreid

b. Calciumacetaat bij de maaltijd, kaliumcitraat gespreid

c. Allopurinol bij de maaltijd, natriumbicarbonaat gespreid

d. Natriumbicarbonaat en calciumacetaat gespreid


20. Wat is de definitie van acute tubulusnecrose?

a. Renale beschadiging door ischemische en/of toxische insulten. Nierfunctieherstel volgt normaal binnen de 1-6 weken.


21. Wat klopt voor een seminoma (testistumor)?

a. Beta-HCG kan gestegen zijn, alfa-foetoproteïne is normaal

b. Beta-HCG en alfa-foetoproteïne zijn gestegen

c. Beta-HCG en alfa-foetoproteïne zijn gedaald

d. Beta-HCG en alfa-foetoproteïne zijn normaal


22. Een hydrocoele bij de (oudere) man wordt het meest veroorzaakt door...?

a. Trauma

b. Open processus vaginalis

c. Virale infectie

d. Epididymitis


23. Waarvoor worden diffusie MR-opnamen van de prostaat gebruikt?

a. Diagnose focale letsels

b. Therapie opvolgen

c. Grootte bepalen van letsels

d. Morfologie van de prostaat evalueren


24. Waarvoor wordt de classificatie van Bosniak gebruikt?

a. Prostaatkanker

b. Cystische nieraandoeningen


25. Methotrexaat, cidofovor, IV immuunglobulines en hypercalcemie zijn mogelijke oorzaken van...?

a. Acute tubulusnecrose

b. Allergische interstitiële nefritis


26. Wat klopt over retrograde urethrografie?

a. Het kan het hele verloop van de urethra in beeld brengen

b. Het wordt aangevuld met permictionele urethrografie

c. Het kan enkel bij de vrouw

d. Het is een alternatief voor CT urethra


27. De visualisatie van stenen op echografie is afhankelijk van...?

a. De samenstelling van de steen

b. De grootte, onafhankelijk van samenstelling van de steen

c. Grootte en chemische samenstelling

d. Enkel radio-opake stenen zijn zichtbaar


28. Een patiënt met levercirrose heeft ascites van 5 L per dag. Wat is de oorzaak van acute nierinsufficiëntie bij deze patiënt?

a. Prerenaal falen door verminderde orgaandoorbloeding

b. Postrenaal falen door obstructie door ascites

c. Prerenaal falen door reële ondervulling

d. Renaal fale door...


29. Bij een 13-jarig meisje voor op het schoolonderzoek een dysmorfe microscopische hematurie opgemerkt. Er is proteïnurie van 1.8 g/dag. Er is geen nierfunctieachteruitgang. De moeder is reeds jaren gekend met microscopische hematurie. Wat is je aanpak?

a. Afwachtende houding

b. Biopsie bij de moeder

c. Biopsie bij het kind

d. Gehoortest bij het kind


30. Jong meisje krijgt corticosteroïden voor een nieraandoening, maar het betert niet. Ze kreeg reeds vier weken prednisone. Wat is je verdere aanpak?

a. Dosisverhoging CCS

b. Dezelfde dosis langer doorgeven

c. Cytostatica geven

d. Therapeutische nierbiopsie doen


31. Wat is neo-adjuvante chemotherapie?

a. Voor de chirurgie

b. Voor en na de chirurgie

c. Na de chirurgie

d. Tijdens de chirurgie


32. Gegeven is informatie over de nierbiopsie van een oudere man. Beeld geschetst van polyarteritis nodosa. Wat ga je bijkomend na?

a. HIV

b. Hepatitis C

c. Hepatitis B en C

d. Hantavirus


33. Wat is de functie van PSA?

a. Vloeibaar maken van het sperma

b. Mobiliteit van zaadcellen bevorderen

c. Anti-inflammatoire functie om autofagie te voorkomen


34. Een oude vrouw heeft nefrotisch syndroom, en lambda lichte ketens in het bloed. Wat verwacht je op biopsie?

a. Beeld van amyloïdose (SAP)

b. Lambda ketens

c. Kappa ketens


35. Wat is de man-vrouwratio bij het voorkomen van TCC?

a. 1/1

b. 2/1

c. 3/1

d. 4/1


36. Wat kan je zien met een flexibile cystoscoop?

a. Urethra en blaas

b. Urethra en blaashals

c. Urethra, blaas, distale ureter

d. Urethra, blaas, distale en proximale ureter


37. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van pijnlijke hematurie bij een oude man (70+)?

a. Blaassteen

b. TCC

c. Cystitis


38. Waarom is de blaasdruk bij een neonaat zo hoog?

a. Slecht gecoördineerde mictie

b. Overactiviteit sacraal mictiecentrum (S1-S2-S3)

c. Overactiviteit blaasdetrusor

d. Sterke invloed uit de pontiene regio


39. Wat is het effect van een dwarslaesie op de blaasfunctie?

a. Overactieve blaas, geen effect op sfincter

b. Onderactieve blaas, geen effect op sfincter

c. Overactieve blaas, +/- overactieve sfincter

d. Onderactieve blaas, +/- onderactieve sfincter


40. Casus waaruit TTP blijkt. Initiële behandeling?

a. Plasmaferese en plasmasubstitutie

b. Gammaglobulines

c. Anticoagulatie


41. Een man met nierinsufficiëntie presenteert zich met een gezwollen been dat pijnlijk en rood is. Wat is je beleid?

a. Anti-coagulantia

b. Cyclofosfamide

c. Doppler echografie van de nieren

d. Lisdiuretica


42. Wat zie je op de beeldvorming? (Uitstulping in blaas, neemt contrast op. 50 HU voor contrast, 100 HU na contrasttoediening)

a. Urotheeltumor

b. Steen

c. Bloedklonter

d. Niet te differentiëren


43. Welke bioptisch beeld heeft de slechtste prognose? (4 preparaten gegeven)

a. Dunne basale membraanziekte

b. Celrijke crescents

c. Kahler

d. Acute tuubulusnecrose/allergische interstitiële nefritis


44. Welke biopsie hoort bij FSGS? (4 preparaten gegeven)


45. Welke biopsie hoort bij Henoch-Schönlein? (4 preparaten met crescents gegeven)

a. IgG en IgA negatief

b. Enkel IgA positief

c. Enkel IgG positief

d. IgG en IgA positief


46. Transplantpatiënt neem corticosteroïden en cyclosporine. De patiënt presenteert zich met osteoporose en ruggenwervelletsels, huidatrofie en cataract. Wat is je beleid?

a. CCS (Medrol) afbouwen en eventueel stoppen

b. Cyclosporine afbouwen en eventueel stoppen


47. Een patiënt ontwikkelt een ruime tijd na transplantatie koorts en dyspnoe, met longaantastingen op RX. Er is stijging van CRP en leukocytose. De patiënt neemt mycofenolaat mofetil. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

a. Opportunistische longinfectie

b. Inherente nevenwerking van mycofenolaat mofetil

c. Acute rejectie van de nier met overvulling en longoedeem


48. Een transplantpatënt ontwikkelt een hersenabces door Aspergillus, en wordt behandeld met voriconazole. De nierfunctie gaat achteruit. Wat is de beste verklaring voor de nierfunctieachteruitgang?

a. Nefrotoxiciteit door immuunsuppressiva

b. Acute afstoting

c. Acute tubulusnecrose

d. Acute interstitiële nefritis door voriconazole


49. Wat is er niet van toepassing bij dysplastische nieren?

a. Cysten

b. Dunne basale membraan

c. Peritubulaire spierlaag

d. Nefrogeen blasteem


50. Bij welk klinisch beeld denk je aan interstitiële cystitis?

a. Pijnlijke mictie

b. Recidiverende hemorragische cystitis

c. Macroscopische hematurie zonder klachten UWI

d. Onverklaarde retentie


51. OAB: wat zijn alarmtekens?

a. Hematurie en pijn

b. Nycturie meer dan mictie overdag

c. Minder dan 100 mL per keer plassen


52. Wat betekent 'focale letsels'?

a. Minder dan 50% van de glomeruli aangetast

b. Minder dan 50% van een glomerulus aangetast

c. Letsel in 1 nier


53. Een patiënt presenteert zich met een RPGN met hemoptoë. Wat onderzoek je zeker in het bloed?

a. Anti-gbm antistoffen

b. ANCA's


54. Wanneer zie je hydronefrose?

a. Obstructie of VUR (> graad 3)

b. Obstructie én VUR

c. Enkel obstructie

d. Enkel VUR


55. Condylomata accuminata zijn...?

a. Van virale oorsprong, door HPV

b. Van virale oorsprong, door HSV


56. Waarom krijg je secundaire hyperparathyroïdie bij chronische nierinsufficiëntie?

a. Hyperfosfatemie, gebruik aan Ca-gevoelige en vit. D en FGF-23 gevoelige receptoren, laag calcium, laag calcitriol, hoog FGF 23.

b. Varianten op vorig antwoord


57. Patiënt met tekenen van chronische nierinsufficiëntie. Wat verwacht je te zien?

a. Verkleinde nieren door CNI op echografie


58. Patiënt met bilateraal carpal tunnelsyndroom, had reeds jaren M Crohn (daarnaast ook nog diverse symptomen). Wat verwacht je te zien in het bloed?

a. Verhoogd beta-2-microglobuline

b. SAP


59. Een jonge man heeft een ongeval waarbij beide benen ingeklemd zijn. Hij presenteert zich met macroscopische hematurie met beperkte proteïnurie. Positieve dipstick voor RBC, normaal microscopisch onderzoek van de urine. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

a. Niertrauma

b. Crush trauma - hemolyse

c. Crush trauma - rhabdomyolyse

d. Acuut nierfalen door ondervulling


2e Examenmoment

1. Wat is het effect van CVA op de blaasfunctie?

a. Overactieve blaas, geen effect op sfincter

b. Onderactieve blaas, geen effect op sfincter

c. Overactieve blaas, +/- overactieve sfincter

d. Onderactieve blaas, +/- onderactieve sfincter


2. 3 afbeeldingen op CT met 3 fasen contrast. Diagnosestelling.


3. Wat is de behandeling van balanitis?

a. Hoge dosis corticoïdencrème

b. Kammille-extracten, zitbadjes en isobetadine


4. Wanneer zie je terminale hematurie?

a. Urethrastrictuur

b. Blaasaandoeningen

c. Urolithiasis

d. Ureterproblemen


5. Wat draagt bij aan een natuurlijk orgasme?

a. Parasympathisch zenuwstelsel

b. Orthosympathisch zenuwstelsel

c. NO-productie van de prostaat

d. Noradrenaline


6. Definitie overloopproteïnurie.


7. Een patiënte met lupus nefritis met kinderwens, heeft reeds meerdere miskramen gehad. Een aantal jaar geleden had ze ook een trombose in het been. Ze nam lage dosis CCS. Wat test je verder?

a. Antistoffen dsDNA + nucleair

b. Antistoffen dsDNA + complement

c. Anticardiolipine + lupus anticoagulans

d. Antitrombine/plasminogeen


8. Welke risicoreductie heeft circumcisie?

a. 60% minder op HPV

b. 60% minder op UWI

c. 60% minder op HIV

d. 60% minder op Chlamydia


9. Gegeven: casus die Henoch-Schönlein beschrijft. Welk histologisch beeld past hierbij? (cfr. eerste examenmoment)


10. Welk histologisch beeld past niet bij nefrotisch syndroom?


11. Wat is de hoeksteentherapie bij OAB?

a. Bekkenbodemoefeningen

b. Anticholinergica

c. Drinkgedrag aanpassen


12. Een 60-jarige man met LUTS (obstructief) door BPH betert niet onder medicatie. Wat is je volgende stap?

a. Radicale prostatectomie

b. Endoscopische resectie van de prostaat

c. Endoscopische incisie van de blaashals


13. Een 60-jarige man met LUTS en duidelijke irritatieve klachten (detrusoroveractiviteit). Wat klopt?

a. Je mag geen anticholinergica geven wegens gevaar voor retentie

b. Anticholinergica hebben geen effect

c. Via urodynamica moet eerst de detrusoractiviteit gecontroleerd worden om te kijken of het veilig is

d. Anticholinergica werken zowel positief op de blaas als op de prostaat.


14. Afbeelding van fimosis bij 80-jarige man. Hij heeft reeds lange tijd klachten ('chronische ontsteking'). Hoe behandel je?

a. Crème

b. Circumcisie


15. Wat is de behandeling van een urinezuursteen?

a. Na-beperking, eiwitbeperking, limonade drinken.


16. Voordeel van orthotope vervangblaas?

a. Minder kans op urineweginfecties

b. Minder kans op metabole stoornissen

c. Betere levenskwaliteit

d. Verbetering nachtelijke incontinentie


17. Behandeling niertrauma in stadium 2 en 3?

a. Embolisatie

b. Opvolgen en conservatief


18. Hoe vindt de afvloei van de testis plaats, na sclerosering van een varicocoele?

a. v. iliaca

b. v. femoralis

c. Lymfevaten

d. Lymfevaten + v. femoralis


19. Gegeven: CT waarop kenmerken van nierparenchymtumor zichtbaar zijn. Wat is je diagnose?

a. Steen

b. Nierparenchymtumor

c. Urotheliale tumor

d. Cyste


20. Epididymitis op echografie. Wat klopt?

a. Inflammatie is het meest te zien in de staart

b. Steeds geassocieerd met afwijkingen in de testis


21. Steen van 4 mm zonder koorts. Wat is je behandeling?

a. Vochtbeperking

b. Vochtbeperking en NSAID

c. Vochtbeperking en alfa-blokker

d. Vochtinname en alfa-blokker


22. Behandeling van hypocalciëmie en metabole acidose.


23. Een patiënte met diabetes en obesitas ondergaat een stenting voor atherosclerose. Een dag later heeft ze livedo reticularis op de benen en armen. Serumcreatinine is gestegen en er is complementverbruik. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?

a. Cholesterolembolen

b. Embolisatie nierarterie

c. Sepsis


24. Een 20-jarige patiënt heeft beginnende perceptiedoofheid. De vader heeft hetzelfde, en reeds een niertransplantatie gehad. Wat is je verdere beleid?

a. Een biopsie is niet nodig

b. Een biopsie kan meer duidelijkheid bieden over de ernst van de aandoening

c. Een biopsie kan helpen bij therapiekeuze


25. Wat is het meest voorkomend beeld bij duplicatie?

a. Obstructie bovenpool en reflux onderpool


26. Een patiënte met anorexia nervosa (BMI 15) staat gepland voor een jejunostomie. Hoe controleer je preoperatief haar nierfunctie?

a. Serumcreatinine

b. eGFR (CKD-EPI)

c. 24-uurs urinecollectie

d. Cockroft & Gault


27. Een meisje van 12 jaar staat onder corticoïdenbehandeling. Na twee weken vertoont ze proteïnurie van 4.7 g/dag. Met diuretica blijven oedemen zichtbaar. Welke behandeling stel je in voor de corticoïdenbehandeling ten einde loopt?

a. ACE-inhibitor

b. Nierbiopsie om FSGS uit te sluiten

c. Dextraan-oplossing


28. Een 12-jarig kind met hematurie, forse proteïnurie, acuut nierfalen, humps op biopsie. Wat ga je na?

a. Huidinfectie of keelinfectie recent?

b. Hepatitis C RNA

c. ANCA


29. Een kind met cryoglobulinemie. Wat ga je testen?

a. Hepatitis C RNA


30. Meisje met hematurie en proteïnurie. De ouders zijn ongerust en vragen naar het verdere beleid. Wat is je beleid?

a. Echografie nieren

b. Biopsie

c. Corticosteroïdentherapie starten


31. Wat is het voordeel van CT voor TCC?

a. Visualiseren van ureter, pyelon en nier

b. Visualiseren van blaas, ureter en nier


32. Hoe stel je de diagnose van TCC van de blaas?

a. Cytologie urine

b. CT uro

c. Echografie

d. Microscopie urine


33. Hoe sluit je prostaatkanker uit bij een verhoogd PSA?

a. CT

b. MRI

c. Echografie

d. TRUS


34. PPI, sarcoïdose, rifampicine... zijn typische oorzaken van..?

a. Interstitiële nefritis


35. Een 40-jarige vrouw krijgt een PLD-1 inhibitor voor maligne melanoom. Na een tweede toediening ontwikkelt ze een rash en gewrichtsklachten. In de urine vindt men beperkte proteïnurie en witte bloedcellen. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

a. Interstitiële nefritis

b. Lupus nefritis


36. Een 60-jarige man uit Congo presenteert met nefrotisch syndroom. 20 jaar geleden liep hij een schotwonde in de schouder op, deze is nooit goed genezen (chronische osteomyelitis). Wat verwacht je op biopsie?

a. Beeld van amyloïdose (uitgeschreven)


37. Man met kappa lichte keten paraproteïnes. Serumcreatinine is sterk gestegen tegenover 3 maand geleden. Wat verwacht je op biopsie?

a. Beeld M Kahler (uitgeschreven)


38. Cryoglobulines type II zie je typisch bij...?

a. Hepatitis C


39. Een man ontwikkelt anurie na brachytherapie. Wat doe je?

a. Suprapubische sonde


40. Een man staat onder therapie met tacrolimus en mycofenolaat. Er wordt rifampicine opgestart. Nierinsufficiëntie treedt op. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?

a. Afstoting van het transplant

b. Inductie van tacrolimus door rifampicine


41. Wat klopt over dysplasie van de nier?

a. Oorzaak is afwezigheid van de ureterknop

b. Er is meestal een verband met genetische aandoeningen

c. Gaat gepaard met hypoplasie

d. Er is hogere kans op maligniteit


42. Dilatatie van de urinewegen op echografie...

a. Is steeds te wijten aan een obstructie

b. Is gecorreleerd met de graad van de obstructie

c. Kan afwezig zijn door een fornixruptuur

d. Is nooit bilateraal


43. Welke stelling is fout?

a. Crescents worden gevormd door een scheur in de basale membraan

b. IgG-kleuring kleurt spikes aan


44. Wanneer kan een afwachtende houding aangenomen worden?

a. Ectopische testis

b. Niet-palpeerbare testis

c. Retractiele testis

d. Ascenderende testis


45. Wat is de meest voorkomende oorzaak van stressincontinentie bij een man?

a. Blaassteen

b. Recidivreende urinewegeninfectie

c. Idiopathische detrusoroveractiviteit

d. Iatrogeen


48. Hoe ontstaan hemodynamische veranderingen door functionele glomerulaire adaptatie bij chronische nierinsufficiëntie?

a. Vasodilatatie pre-glomerulair (prostaglandine) en vasoconstrictie post-glomerulair (AT 2)

b. Vasoconstrictie pre-glomerulair (AT 2) en vasodilatatie post-glomerulair (prostaglandine)


49. Behandeling van anemie bij chronische nierinsufficiëntie?

a. EPO

Examenvragen '16-'17

Nefrologie

1e Examenmoment


1. Extrarenale afwijkingen van ADPKD:

a. lever en pancreascysten, intracerebrale aneurysmata

b.


2. Man met een colontumor en nefrotisch syndroom. Wat zie je op biopsie, man was 64 jaar.

a. beeld van membraneuze glomerulonefritis

b. Beeld van een IgA nefritis

c. IgA, IgM en C1q desposities mesangiaal en subendotheliaal


3. Patiënt 32j met DM type I sinds de leeftijd van 10 jaar komt op controle na 11 jaar niet opgevolgd geweest te zijn. Serumcreatinine is 4?, proteïnurie 3,8? Geen sedimentafwijkingen. Doen we nierbiopsie?

a. Neen, want dit is normaal verhaal van diabetische nefropathie

b. Ja, want dit is een abnormaal verhaal van diabetische nefropathie

c. Ja, want de uitkomsten van de biopsie bij diabetische nefropathie zijn belangrijk voor de prognose

d. Ja, want de uitkomsten van de biopsie bij diabetische nefropathie zijn belangrijk voor het therapieplan


4. pt van 66 jaar met ADPKD komt binnen op spoed. Is bewusteloos geworden en is nu eenzijdig verlamd. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?

a. Hersenbloeding door scheur in aneurysmatisch cerebraal vat

b. maligne hypertensie

c. Iets met trombosen


5. Pt met unilaterale nier en gekend met atherosclerose van de a renalis. Ze ontwikkelt hypertensie en je start een ARB op. Wat verwacht je van de nierfunctie?

a. De nierfunctie verbetert door dilatatie van de AA

b. De nierfunctie verbetert door dalen van de intra glomerulaire filtratiedruk

c. De nierfunctie verslechtert door dalen van de intra glomerulaire filtratiedruk


6. Wat zie je niet op een nierbiopsie bij diabetes?

a. Hyalinisatie van de EA

b. Kimmelstiel-Wilson nodules

c. spikes

d. sclerose van arteries of zo iets?


7. Wat klopt er over een angiomyolipoma op radiologie?

a. Hypointens op echo

b. bevat vetdensiteit op CT

c. iets met water op CT


8. Wat klopt er over corticomedullaire differentiatie op echo bij volwassenen?

a. altijd te zien

b. vermindering hierin wijst op een functioneel nierprobleem

c. beter te zien bij jongere mensen

d. vermindering meestal door fibrose van de cortex


9. Je wilt een CT IV urografie doen, wat klopt?

a. Er is geen toediening van joodhoudende contraststoffen nodig

b. Er is toediening van gadoliniumhoudende contraststof nodig

c. Is afhankelijk van de nierfunctie

d. Is onafhankelijk van de nierfunctie


10. casus van een patiënt die zich presenteert met een bloedende neusverstopping door ulcera, achteruitgaande nierfunctie,... wat verwacht je te zien op het een nierbiopsie?

a. Je verwacht diffuse sclerose van de arteries te zien

b. ...


11. bij het gebruik van de cockcroft & Gault formule voor het berekenen van de creatinineklaring, zal …

a. De GFR overschat worden bij een obese man

b. de GFR onderschat worden bij een obese man

c. de GFR overschat worden bij een magere man

d. de GFR onderschat worden bij een magere man


12. Bij het starten van vitamine D supplementen omwille van een hyperparathyreoidie, controleer je na 10 dagen best:

a. fosfatemie

b. calcemie

c. bloeddruk

d. nierfunctie


13. Casus van een man met chronische nierinsufficiëntie stadium IV die op een BBQ te veel vlees had gegeten en ook wel enkele pintjes had gedronken. Zegt dat hij de laatste tijd veel vlees heeft gegeten. Presenteert zich nu met een pijnlijke rode basis van de grote teen en oedeem. wat is er hier aan de hand?

a. Oedeem door de biertjes

b. Hyperfosfatemie door het vlees, leidend tot de pijnlijke teen, te behandelen met calciumacetaat

c. Pseudojichtopstoot door calcium, leidend tot pijnlijke teen, te behandelen met colchicine

d. Jichtopstoot door urinezuur, leidend tot pijnlijke teen, te behandelen met colchicine.


14. patient die de diagnose krijgt van een Kappa lichte keten plasmaceldyscrasie, (nierfunctieacteruitgang, koorts…) Wat verwacht je te zien op een biopsie bij deze patiënt?

a. neerslag van kappa lichte ketens in de distale tubulus.


15. histologie: een casus waarbij je denkt aan een Ig A nefritis

a. foto van een Ig A nefritis

b. foto van onion peel


16. Gegeven een reeks van anti-afstootmedicatie met inbegrip van een CNI. Pt krijgt nu voriconazole

a. Nefrotoxiciteit door anti rejectie medicatie

b. acute interstitiele nefritis door voriconazole


17. casus van een jonge vrouw die zich presenteerde met een rilkoorts, BD van 95/60, pols 110/min:

a. Opname in het ziekenhuis voor toedienen IV vocht en starten fluoroquinolones 14 dagen.

b. breedspectrum AB 5-7 dagen

c. fluoroquinolones 10-14 dagen

d. Breedspectrum Ab IV + CT scan


2e Examenmoment


1. Welke kleuring helpt je om spikes beter te zien op preparaat

a. congo

b. HE

c. Zilverkleuring

d. trichroom van Mason


2. Casus over 88-jarige vrouw die nierfunctie achteruitgang vertoont (hoog creatinine) en nefrotische proteinurie. Tevens verhoogde lambda ketens. In beenmerg zie je plasmaceldyscrasie. Welk histologisch beeld verwacht je?

a. een hele uitleg van hoe een amyloidose neerslag eruit ziet op histologie

b. cilinders in niertubuli met ontstekingsinfiltraat


3. Vrouw presenteert zich met rilkoorts en hevige flankpijn? (was duidelijker dat ze een cyste had in kader van ADPKD)

a. AB

b. percutane drainage van de niercyste

c. analgetica


4. Dysplasie van de nier:

a. door afwezigheid ureterknop

b. door atrofie van de ureter

c. wordt altijd weggehaald o.w.v. kans op ontaarding

d. geen verband met genetische aandoeningen


5. Jonge man heeft ongeval gehad waarbij beide benen verpletterd zijn. presenteert met macroscopische hematurie met beperkte proteïnurie. Positieve dipstick voor RBC maar een normaal microscopisch onderzoek van de urine. meest waarschijnlijke diagnose:

a. niertrauma

b. crush trauma - hemolyse

c. crush trauma - rhabdomyolyse

d. acuut nierfalen door ondervulling


6. Vrouw behandeld met amoxiciline-clavulaanzuur owv pneumonie. Was beter maar presenteert enkele dagen later met opnieuw koorts, en nu ook gewrichtspijn en rash. wat is beeld op biopsie?

a. Beeld dat wijst op lupus

b. Acute allergische interstitiële nefritis

c. Intracapillair proliferatief met IgA


7. Vrouw vgz acuut gewrichtsreuma. Sinds 8j kunsthartklep en nu positieve cultuur voor Strep viridans. Wat zien we op biopsie?

a. beeld van membranoproliferatieve GN


8. Vrouw met cholesterolembolen (ging over obese vrouw met reticulaire uitslag) wat zien we op biopsie?

a. spoelvormige uitsparingen in de arterie en capillairen en normale tubuli


9. Jongen met eerst keelinfectie nu nierfunctiestoornissen, je doet test van:

a. antistreptolysine o

b. IgA


10. welke van deze 4 foto’s zie je bij maligne hypertensie?

a. onion peel


11. Man met chronische nierinsufficiëntie (in hemodialyse) heeft een BBQ gehad. Nu heeft hij een spierzwakte in de benen. Op ECG spitse T-toppen en tachycardie. wat doe je?

a. calciumcarbonaat per os tijdens maaltijd

b. cardioprotectie + dialyse met laag K bad

c. cardioprotectie + dialyse met laag Ca bad

d. Natriumbicarbonaat po


12. bij ADPKD

a. nierinsufficiëntie op kinderleeftijd en proteïnurie en concentratiestoornissen

b. nierinsufficiëntie op 50j leeftijd met arteriële hypertensie

c. vroegtijdige nierinsufficiëntie bij een man met arteriële hypertensie en proteïnurie

d. gaat gepaard met leverfibrose


13. Nierfunctie onderzoeken bij nierdonor (55jarige vrouw, voor de rest geen gegevens) a. serum creatinine

b. MDRD

c. creatininebepaling in 24uurs urine


d. isotopen wash-out


14. met welke formule bereken je nierfunctie bij obese jonge man die niet in staat is een urinecollectie uit te voeren en zonder relevante pathologie?

a. CKD-EPI

b. MDRD

c. cockcroft gault

d. Creatinine meting


15. Afrikaanse man met niertransplantatie. Staat onder MFM, tacrolimus en corticosteroïden (Medrol). Krijgt sinds kort 3-ledige tbc-behandeling waaronder rifampicine. Na 2 weken stijging serum creatinine. Oorzaak?

a. afstoting nier doordat die tacrolimus de metabolisatie van mycofenolaat mofetil versnelt?

b. afstoting nier doordat rifampicine de metabolisatie versnelt van tacrolimus

c. nefrotoxiciteit doordat rifampicine de metabolisatie vertraagt van tacrolimus?

d. acute allergische interstitiële nefritis op basis van rifampicine


16. Harttransplantatie: cyclosporine, mycofenolaat mofetil en corticosteroïden. Ontwikkelt diabetes waarvoor orale therapie. Nierfunctie achteruitgang over een verloop van 2jaar (zonder proteïnurie), de patiënt heeft al 7 jaar diabetes.

a. nierfunctieachteruitgang te verklaren door diabetes

b. nierfunctieachteruitgang door cyclosporine

c. nierfunctieachteruitgang niet te verklaren


17. Welke uitspraak is niet waar

a. crescents in biopsie is een slechte prognostische waarde

b. infectie met E.coli opvallend veel eosinofielen

c. bij SLE zowel spikes als crescents mogelijk

d. zelfde beeld bij Ig A glomerulonefritis als bij Henoch Schonlein


18. Jong meisje 12j. Corticoidenbehandeling. Na 2 weken proteïnurie 4,74g/dag. Met diuretica blijven oedemen zichtbaar. Welke behandeling stelt u in voor de corticoidenbehandeling ten einde loopt?

a. ACE-Inhibitoren toedienen

b. Nierbiopsie om FSGS uit te sluiten

c. dextraan oplossing

d. Insuline/glucose droplets


19. Patiënt gekend met HIV, krijgt hematurie en rbc cilinders, acute nierfunctieachteruitgang, proteïnurie van 4,5g/dag en hypertensie. Wat is de renale diagnose?

a. FSGS

b.


20. Patiënt met chronische nierinsufficiëntie heeft hyperfosfatemie, laag calcium en laag vitamine D. wat is de behandeling

a. calciumbevattende fosforbinder met de maaltijd

b. niet-calciumhoudende fosforbinder

c. calciumbevattende fosforbinder met de maaltijd en vit. D supplement

d. calciumbevattende fosforbinder los van de maaltijd


23. hoe radiocontrast-induced nefropathie voorkomen

a. alkaliniseren urine, vocht geven, ccb net voor onderzoek

b. patiënt in antidiurese houden


24. Bij nefrotisch syndroom is er door de hypoalbuminemie een lagere colloïd osmotische druk waardoor vocht naar het interstitium wordt gezogen. Wat is waar over patiënten met nefrotisch syndroom?

a. Alle mensen zijn overvuld door RAAS activatie

b. Alle mensen zijn ondervuld door lage colloïd osmotische druk door hypoalbuminemie

c. Circulatoire ondervulling zien we enkel bij ernstige hypoalbuminemie <15g/L zoals bij minimal changes nefropathie

d. Enkel mensen met een nog normale NF zijn onvervuld.


25. Definitie van acute tubulus necrose.

a. renale beschadiging door ischemische en/of toxische insulten, normaal is er nierfunctie herstel binnen 1-6 weken


26. Patiënt met heel hoge bloeddruk (220/150), hoog creatinine, proteïnurie. Eerste behandeling op spoed?

a. hoge dosis ACE inhibitoren

b. hoge dosis lisdiuretica

c. plasmaferese

d. hoge dosis IV antihypertensiva


27. oude man in rusthuis, diarree, proteinurie?

a. fractionele Na excretie < 1 % → prerenale NI door ondervulling

b. fractionele Na excretie > 2 % → acute tubulusnecrose


Urologie

1e Examenmoment

1. Balanopreputiale verklevingen bij een prepubertaire jongen worden initieel behandeld met?

a. hoeven niet behandeld te worden

b. zalf met cortisonen

c. crème met cortisonen

d. knipke


2. Man met pijn bij het plassen, die suprapubisch aanwezig blijft na de mictie. Hij voelt zich al 10 dagen niet zo goed en heeft last van koude rillingen. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

a. prostatitis

b. beginnende pyelonefritis

c. gecompliceerde HUW infectie

d. ongecompliceerde LUW infectie


3. Verbreding van de urinewegen op echo

a. is altijd door een obstructie

b. is gecorreleerd met de graad van obstructie

c. kan afwezig zijn door fornixruptuur

d. is nooit bilateraal


4. Wat is de kans dat een westerse, blanke man ooit prostaatkanker krijgt?

a. 1/10

b. 1/50

c. 1/100

d. 1/200


5. Wat te doen bij urinezuursteen

a. Geen zure limonade en Ca++ beperking

b. Zure limonade (citroen?) met prik en eiwitbeperking

c. Zure limonade (citroen?) met prik en eiwit- en zoutbeperking

d. zout en eiwitbeperking en veel citroenlimonade drinken


6. Wat te doen bij 4mm steen zonder koorts

a. Veel drinken ± NSAID(?)

b. Weinig drinken + Spasmolyticum

c. Weinig drinken + Alfa blocker


7. Na een circumcisie:

a. is er 40% minder kans op gonorroe

b. is er 60% minder kans op hiv

c. is er 80% minder kans op herpes simplex

d. is er altijd minder kans op UWI


8. Behandeling van een tumor van het urotheel thv de nier

a. chemotherapie

b. nefro-ureterectomie

c. nefro-ureterectomie en cystoscopie


9. Wat is de halfwaardetijd van alfa foetoproteïne?

a. 5-7 dagen

b. 2 weken

c. 6 uur

d. 24 uur


10. Wat is de behandeling acute prostatitis?

a. Perorale ab 3 weken

b. IV ab 3 weken

c. 3 weken ab peroraal plus suprapubische derivatie

d. suprapubische derivatie


11. Welke risicofactor verhoogt het meest de kans op het krijgen en het dood gaan van prostaatkanker?

a. Hoge Leeftijd

b. Hypertensie

c. hypercholesterolemi

d. familiale predispositie.


12. Wat is een frequente metabole stoornis bij gebruik van ileum voor blaasreconstructie?

a. verminderde ijzerabsorptie

b. verhoogde galzuurabsorptie

c. vetmalabsorptie waardoor diarree

d. pernicieuze anemie (gedaalde vitamine B12 absorptie)


13. Gemiddelde lengte van de penis in erectie/uitgerokken?

a. 13cm

b. 16 cm

c. 20 cm

d. 10 cm


14. wat is waar mbt prostaat?

a. produceert testosteron en dihydrotestosteron

b. produceert dihydrotestosteron

c. zet testosteron om naar dht

d. zet oestrogeen om naar dht


15. Hoe best klinisch onderzoek om te differentiëren tussen retractiele testis en cryptorchidie?

a. kind ligt neer in warme ruimte en met warme handen onderzoeken

b. kind zit in kleermakerszit en je wacht 2 min

c. onder volledige narcose

d. …


16. Man 62j presenteert met milde LUTS die waarschijnlijk komen door goedaardige prostaatvergroting, wat is je initiële behandeling?

a. aanpassen drinkgedrag en ‘watchfull waiting’

b. ARI

c. ARI + alfa 1 a blocker

d. alfa 1a blocker


17. wat is de initiële behandeling bij een vrouw met stress incontinentie?

a. medicamenteus iets alfa mimetica

b. nog iets medicamenteus

c. sling plaatsen

d. Bekkenbodemspieroefeningen


18. wat is de plasdruk bij een zuigeling?

a. 100 cm H20

b. 150 cm H20

c. 60 CM H2O

d. 20 CM H20


19. afbeelding van die grafiek van de drukken in blaas en urethra van de foetus. Bij wie hoort deze grafiek. (hoge drukken, hoog frequent)

a. foetus

b. Zuigeling

c. jong kind dat leert droog worden

d. volwassene met neurogeen blaaslijden


20. Primaire behandeling van een nierkoliek?

a. vocht toedienen

b. pijnstilling

c. spasmolyticum


21. welke steen is meest frequent?

a. calciumoxalaat

b. struviet

c. cystine


22. Waar worden katheters gestoken voor urodynamisch onderzoek?

a. Blaas

b. blaas en vagina

c. blaas en vagina en rectum

d. blaas en vagina of rectum


23. tumoren van de nier: seminoma (testistumor)

a. beta hcg kan gestegen zijn en alfa foetoproteine normaal

b. beta hcg en alfa fp gestegen

c. gedaald?

d. beta hcg en alfa fb beide normaal


24. wat is belangrijkste bij anamnese LUTS?

a. Ledigingssymptomen

b. vullingssymptomen

c. ledigingsymptomen + vullingssymptomen

d. vullingssymtomen + post mictie symptomen


25. de prostaat is:

a. exocriene klier met glad spierweefsel

b. exocriene klier met glad + gestreept spierweefsel

c. exocriene en endocriene klier met gestreept spierweefsel

d. endocriene klier met gestreept spierweefsel


26. niet-communicatieve hydrocoele bij de (oudere) man wordt het meest veroorzaakt door?

a. trauma

b. open processus vaginalis

c. virale infectie

d. epididymitis


27. Klachten bij psychologische erectiele dysfunctie

a. geleidelijk opgekomen, goede ochtenderectie, goede erectie bij masturbatie, slechte penetratie bij partner

b. goede ochtenderectie, goede erectie bij masturbatie, goede penetratie bij partner

c. geleidelijk opgekomen,...

d. slechte ochtenderectie, ..


28. Wat geeft valse hematurie op dipstick?

a. Bilirubine

b. overvloedig wassen met zeep (pH stijgt)

c. antibiothicum thimetoprim


29. Wat is een typisch symptoom bij vullingsklachten

a. Nycturie

b. Zwakke straal


2e Examenmoment

1. Welke onderzoeken ga je doen voor het voorschrijven van PDE5-inhibitoren voor ED bij een 55j patiënt?

a. geen

b. testosteron ‘s morgens, lipiden, glucose en hartcontrole

c. lipiden, glucose ‘s ochtends, hartcontrole bij risicofactoren


2. Frequentste neveneffect van Nesbitt-ingreep

a. Penisverkorting

b. Erectiele dysfunctie

c. …urethritis bij de jonge man komt meestal door gonokokken of C trachomatis, welke AB?


3. urethritis bij de jonge man komt meestal door gonokokken of C trachomatis, welke AB?

a. azythromicine 1g + ceftriaxone 1g


4. Mictiedruk zuigeling anders dan volwassenen, waarom?

a. onvolledig ontwikkeld pontiene invloed

b. overactief sacrale invloed

c. cerebrale invloed nog niet

d. detrusoroveractiviteit


5. Wat is een symptoom van ledigingsproblematiek?

a. Nadruppelen

b. zwakke straal

c. nycturie

d. overdag vaak kleine beetjes plassen


6. Bij urodynamisch onderzoek

a. meet je blaas en abdominale druk en bereken je detrusor druk

b. worden blaas, abdominale druk indirect gemeten

c. wordt detrusor en blaasdruk gemeten, abdominaal berekend


7. Een teelbaltumor presenteert zich klinisch als:

a. een hydrocoele

b. pijnloze verharding

c. pijnlijke verharding


8. roken is een voorbeschikkende factor voor:

a. TCC

b. adenocarcinoom

c. lithiasis

Radiologie

1e Examenmoment

1. Hoe stel je diagnose van pyelonefritis?

a. klinisch

b. CT

c. echo

d. bloedwaarden


2. Waarvoor gebruik je diffusie MR opnamen van de prostaat?

a. diagnose focale letsels

b. grootte

c. therapie opvolgen

d. morfologie van de prostaat evalueren


3. Letsel classificatie van Bosniak

a. prostaatkanker

b. urologische kanker

c. voornamelijk voor cystische nieraandoeningen

d. kwaadaardige nierkanker


4. Iets van hoe evalueer je de ernst van dilatatie van het pyelon voor je opereert? bij hydronefrose?

a. antero posterieure doorsnede nierbekken op echo

b. Via radio isotopen scan de functie beoordelen


5. Foto van iets in de blaas (poliep) in de blaas? Je kon zien dat het zich vrij bovenaan in de blaas tegen de wand bevond en duidelijk eraan vast hing met een smaller stukje? Nam contrast op (steeg ca 50HU na iv contrast)

a. steen

b. bloedklonter

c. poliep

d. kan je niet vaststellen


6. Retrograde urethrografie

a. kan het hele verloop van de urethra in beeld brengen

b. wordt aangevuld door permictionele urethrografie

c. kan enkel bij de vrouw

d. Alternatief CT-urethra


7. Welk onderzoek is het beste voor evalueren van een gezwel in de nier

a. Echo dopller

b. CT met contrast

c. CT zonder contrast

d. PET-CT


8. iets met stenen op echo zien

a. enkel radio opake stenen zichtbaar

b. afhankelijk van samenstelling van steen

c. afhankelijk van grootte, onafhankelijk van samenstelling steen


9. iets met vascularisatie en pyelonefritis

a. verandering in vascularisatie


2e Examenmoment

1. Epididymitis op echo:

a. inflammatie het meest te zien in de staart

b. steeds geassocieerd met afwijkingen in de testis


2. CT van nierparenchymtumor. Volgende is:

a. steen

b. nierparenchymtumor

c. urotheliale tumor

d. cyste

Proefexamen '16/17'

Nefrologie

1) Bij een 13-jarig meisje wordt op schoolonderzoek een geïsoleerde dysmorfe microscopische hematurie opgemerkt. Er is geen nierfunctieachteruitgang of proteïnurie. De moeder en 2 zussen van het meisje zijn al jaren gekend met hetzelfde symptoom. Wat is uw aanpak?

a) Afwachtende houding

b) biopsie bij de moeder

c) biopsie bij het kind

d) gehoortest bij het kind


2) Aminoglycosiden, IV contrast, zware metalen, myoglobine (nog een paar stoffen) zijn:

a) frequente oorzaak van acute tubulusnecrose

b) frequente oorzaak van allergische interstitiële nefritis

c) frequente oorzaak van acute cortexnecrose

d) zeldzame oorzaak van ….


3) welk onderzoek zullen we uitvoeren bij een 14 jarige jongen om zijn nierfunctie voor een dringende operatie vanwege een appendicitis te checken?

a) serumcreatinine bepaling

b) eGFR bepaling

c) creatininebepaling op 24u urinecollectie

d) inulineklaring meten


4) Welk onderzoek zullen we uitvoeren bij een obese man van 62 jaar pre-operatief om de nierfunctie te bepalen?

a) serum creatinine

b) Urinecollectie 24u

c) Cockroft-Gault formule

d) eGFR bepaling


5) Waardoor wordt stadium 2 van diabetische nefropathie gekenmerkt?

a) Hyperfiltratie en intermittente proteïnurie

b) Hyperfiltratie en persisterende proteïnurie

c) Persistente proteïnurie met nierfunctie achteruitgang

d) ...


6) Waardoor wordt ADPKD veroorzaakt?

a) mutatie in het transmembranair eiwit polycystine

b) mutatie in fibrocystine

c) mutatie in niet-collageen deel van collageen type IV

d) ...


7) Een 23-jarige studente presenteert zich met hoge rilkoorts en flankpijn 2 dagen na het optreden van pijn in de blaasstreek. Wat is uw behandeling?

a) Fluoroquinolone gedurende 5 dagen

b) Fluoroquinolone gedurende 10-14 dagen

c) IV aminoglycosiden

d) aminoglycosiden gedurende 10 dagen


8) De ideale stof om nierfunctie te bepalen is:

a) niet-eiwitgebonden, laag moleculair gewicht, neutrale lading, wordt niet geabsorbeerd en niet gesecreteerd

b) niet-eiwitgebonden, laag moleculair gewicht, neutraal, niet geabsorbeerd maar wel gesecreteerd

c) eiwitgebonden, laag moleculair gewicht, neutrale lading,niet geabsorbeerd en niet gesecreteerd

d) eiwitgebonden, laag moleculair gewicht, positieve lading, niet geabsorbeerd en niet gesecreteerd


9) Palpatie linker nier?

a) normaal bij magere ptn

b) altijd abnormaal bij om even welk BMI

c) abnormaal bij BMI>30

d) abnormaal bij BMI >24


10) Patiënt met gekend recidief van retroperitoneaal Hodgkin lymfoom. Chemotherapie is 6 maanden geleden afgerond. Hij komt nu binnen met volledige anurie. Welke is je eerste therapeutische actie?

a) start secundaire chemo

b) blaassonde

c) percutane nefrostomie

d) Hoge dosissen corticosteroïden geven


11) Welke behandeling geef je bij pt gekend met chronische hyperfosfatemie en metabole acidose en chronische nierinsufficiëntie graad 4?

a) calciumacetaat bij de maaltijd en natriumbicarbonaat gespreid van de maaltijden

b) calciumacetaat buiten de maaltijd en natriumbicarbonaat bij de maaltijd

c) calciumacetaat bij de maaltijd en kaliumcitraat gespreid van de maaltijden

d) allopurinol


12) Pt met diabetische retinopathie en vergrote nieren wat past er nog in verhaal?

a) normale nierfunctie

b) chronische nierinsufficiëntie

c) acute nierinsufficiëntie

d) nefrotisch syndroom


13) Het typische profiel van nefrotisch syndroom is pro-atherogeen, wat houdt dit in?

a) Verminderde afbraak LDL, verminderde activiteit lipoproteïne lipase, verhoogd urinair verlies HDL, verhoogde aanmaak lipoproteïne (apoB en cholesterol)

b) verminderde afbraak LDL, verhoogde activiteit liproteine lipase, verhoogd urinair verlies HDL

c) verhoogde aanmaak LDL, …., verhoogd urinair verlies VLDL

d) …, …, verhoogd urinair verlies VLDL


14) Ziekte van Wegener: hoe diagnose stellen en therapie opvolgen?

a) ANCA’s tegen MPO

b) ANCA’s tegen proteïnase-3 (PR3)

c) Anti-fosfolipase A2


15) Jongen (11 jaar) met nefrotisch syndroom, oedeem, op enkele dagen 6 kg bijgekomen. 120mg furosemide gegeven, maar oedeem blijft → welke verdere behandeling?

a) Dosis Lasix (furosemide) verhogen

b) Thiaziden bijgeven

c) Plasma expanders geven

d) ACE-inhibitor geven


16) Wat is er correct ivm ziekte van Alport?

a) Na niertransplantatie bij Alport patiënt kunnen er antistoffen tegen gbm gevormd worden

b) …


17) Dunne basale membraanziekte wordt gekenmerkt door

a) geïsoleerde hematurie zonder oor-oog afwijkingen

b) gekenmerkt door selectieve proteïnurie zonder oor-oog afwijkingen

c) gekenmerkt door chronische nierinsufficiëntie + hypertensie

d) …


18) Wat is er correct ivm polycystose

a) autosomale dominante polycystose komt unilateraal voor en over alle delen van het nefron

b) autosomale recessieve polycystose komt unilateraal voor en over alle delen van het nefron


c) zowel bij autosomale dominante als recessieve polycystose komen cysten bilateraal voor, enkel in het medulla

d) bij de recessieve vorm ontstaan de cysten bilateraal in de tubuli colligentes


19) Wat is GEEN mogelijke oorzaak voor het opheffen van de podocyten?

a) Slitmembraan kan aangetast zijn door mutaties

b) Immuuncomplexen subepitheliaal

c) Proliferatie van viscerale epitheelcellen

d) Overdruk op glomerulaire filter


20) Belangrijke nevenwerking van oxybutynine?

a) diarree

b) verminderd zweten

c) bradycardie

d) photofobie door miosis


21) Kappa ketens + glucosurie, fosfaturie, tubulaire acidose. Wat verwacht je nog?

a) normale nierfunctie

b) acute nierinsufficiëntie

c) chronische nierinsufficiëntie

d) nefrotisch syndroom


22) Een 27 jarige vrouw met rapidly progressive glomerulonephritis en hemoptoë. We stellen circulerende IgG1-antistoffen vast tegen de glomerulaire basale membraan en MPO - ANCA’s. Wat is de beste behandeling?

a) Hoge dosis corticosteroïden + mycophenolaat mofetil

b) Hoge dosis corticosteroïden + plasmaferese

c) Hoge dosis corticosteroïden + plasmaferese + cyclofosfamide

d) Hoge dosis corticosteroïden + anti-CD20 monoclonale antistof (rituximab)


23) Meisje van 16j krijgt corticosteroïden voor een nieraandoening, maar het betert niet. Wat nu?

a) dosis corticosteroïden verhogen

b) dezelfde dosis langer doorgeven

c) cytostatica geven

d) therapeutische nierbiopsie doen


24) Symptomen arteriële trombose

a) Acute flankpijn, microscopische hematurie

b) Acute flankpijn, macroscopische hematurie

c) Acute flankpijn, macroscopische hematurie, stijging van LDH en SGOT

d) Pijnloos hematurie met stijging van LDH en SGOT


25) Man na niertransplantatie krijgt corticosteroïden, mycofenolaat mofetil en tacrolimus. Hij ontwikkelt koorts, vermagert, lopende diarree en leukopenie. Wat doe je?

a) verminderen van het tacrolimus owv diarree en leukopenie

b) antibiotica starten

c) hoge dosis corticosteroïden om rejectie tegen te gaan

d) verminderen van mycofenolaat mofetil owv diarree en leukopenie


26) Obese man heeft al 26j type 2 diabetes, en diabetische retinopathie. Wat verwacht je van de niergrootte?

a) verkleinde nieren door diabetes

b) vergrote nieren door chronische diabetische nefropathie

c) vergrote nieren diabetische nefropathie stadium 3

d) vergrote nieren diabetische nefropathie stadium 4


27) 45 jarige man met koorts, trombopenie, BD 145/85, AKI, hematurie, gestegen LDH, beperkte proteïnurie, sterk gedaalde haptoglobine, fragmentocyten, parese Li arm, verward. Welke behandeling geef je hem eerst?

a) ACE inhibitoren en AR-blokkers

b) plasmaferese met substitutie van vers plasma

c) hoge dosis gammaglobulines

d) clopidrogel

28) Wat geef je als behandeling van tubulaire acidose?

a) Natriumbicarbonaat los van de maaltijden

b) Natriumbicarbonaat samen met de maaltijden

c) Kaliumcitraat


29) Patiënt, al wat vermagerd, PLA2R +. wat verwacht je, vraag over pathologie … en immunohistochemie negatief

a) IgG en C3 depositie met wat hypercellulariteit

b) Membraneuze glomerulonefritis

- 3 vragen over histologie met histologische preparaten: casus + welk histologisch preparaat verwacht je hier te zien (4 opties) bv. Alport syndroom, welk histologisch plaatje

- Patiënt consulteert voor neusbloedingen, bloedname toont een nierprobleem - verfindustrie, acute nierinsuf→ is dit acute tubulus necrose? - eosinofiel infiltraat - polymorfonucleairen infiltraat

- Verschillende casussen waarbij een lijst parameters enz gegeven worden, welke behandeling stel je in/welk onderzoek doe je als volgende

- vraag over antistoffen tegen M-type antifosfolipase 2 => membraneuze GN - vraag adhv casus die volgens mij TTP was en dan vroegen ze behandeling. - ook 2 of 3 vragen over gebruik van calciumbicarbonaat


Urologie

1). Een 20-jarige man komt terug van zijn vakantie in Ibiza en klaagt van pijn bij het plassen en pijn ter hoogte van het linker scrotum. De meest waarschijnlijke diagnose is:

A. Een prostatitis

B. Een epididymitis

C. Een orchitis

D. Een torsio testis met een urineweginfectie

2) De meeste prostaatkankers ontstaan in:

A. de transitiezone

B. de perifere zone

C. de centrale zone

D. de apicale en centrale zone


3) Wat is altijd aanwezig bij enuresis nocturna bij kinderen?

A. hoge wekdrempel

B. hoge nachtelijke urineproductie

C. te lage ADH productie

D. nachtelijke overactieve blaas


4) Een 65-jarige zakenman met obesitas (BMI=32), hypercholesterolemie en hypertensie waarvoor hij een beta-blokker neemt komt op consultatie vanwege erectiele dysfunctie. Hij heeft een verlaagd libido. Hij is al 30 jaar getrouwd (stabiele relatie) en zijn echtgenote wil dat hij terug erecties zoals vroeger krijgt en een regelmatiger seksleven. Welke behandeling stelt u voor?

A. PDE5-inhibitoren.

B. relatietherapie + psychologische behandeling

C. injecties

D. prothese


5) Wat zijn de indicaties bij BPH voor het uitvoeren van TURP?

A. recidiverende urineweginfecties

B. hydroureteronefrose , achteruitgang nierfunctie

C. blaasstenen

D. Blaasdivertikels


6) Wat is het doel van de behandeling van vesico-ureterale reflux bij kinderen?

A. voorkomen van nierschade

B. herstellen van nierschade

C. relaxatie van detrusor

D. versterken detrusorspier


7) Wat is een ernstige (frequente) bijwerking van oxybutinine (anticholinergicum)?

A. fotofobie door miosis

B. diarree

C. bradycardie

D. minder zweten


8) Wat is het medisch voordeel van circumcisie? Verlaagt kans op:

A. urineweginfecties

B. syfilis, chlamydia, gonorroe

C. herpes, hiv, hpv

D. alle Soa’s


9) Wat is het belangrijkste doel bij de behandeling van een acute nierkoliek?

A. Pijnstilling

B. spasmolyticum

C. vagale reactie verminderen

D. Renale stuwing verminderen


10) Bij een klinisch beeld dat suggestief is voor pyelonefritis

A. is verdere beeldvorming nooit geïndiceerd

B. zien we op echo altijd afwijkingen in de nier

C. is MR de gouden standaard

D. zien we op CT tekenen van veranderde perfusie


11) Patiënt met urineweginfectie (E. Coli), paar dagen later hoge koorts en … Welke behandeling is geïndiceerd?

A. PO fluoroquinolonen 5 dagen

B. IV aminoglycosiden 5 dagen

C. PO fluoroquinolonen 10-14 dagen

D. IV aminoglycosiden 10 dagen

12) Wanneer zal je bij een mannelijke patiënt met LUTS een cystoscopie doen?

A. macroscopische hematurie

B. microscopische hematurie

C. ongeacht het urineonderzoek bij vermoeden van urethrastrictuur of blaashalsstenose


13) Wanneer zal je bij een mannelijke patiënt met LUTS een urodynamisch onderzoek doen?

A. bij elke patiënt > 50j

B. bij elke patiënt > 75j

C. bij elke patiënt > 75j met residu van 200 ml na mictie

D. bij alle patiënten wanneer je een neurogene oorzaak vermoedt


14) Aanpak bij een low flow priapisme:

A. Zuurstofrijk bloed aanzuigen en spoelen met fysiologisch water

B. Zuurstofarm bloed aanzuigen, niet spoelen

C. shunting corpus spongiosus met corpus cavernosus

D. Zuurstofarm bloed aspireren en spoelen met saline solution


15) De druk in de blaas bij een gezonde man van 25 bij blaaslediging is:

A. 20 cm H20

B. 40 cm H20

C. 80 cm H20

D. 100 cm H20


16) Wat is de ideale manier om urinederivatie bij een man van 50j te doen met het oog op zo weinig mogelijk UWI?

A. transurethrale sonde

B. suprapubische sonde

C. Clean intermittent sondage

D. Sterile intermittent sondage


17) behandeling van rode voorhuid bij kind van 5j

A. zalf op basis van corticosteroïden

B. crème obv corticosteroïden

C. zalf met corticosteroïden (cortisone) + terramycine

D. zalf met isobetadine


18) Wat is het effect bij een kind van sclerosering van een varicocoele?

A. daling temperatuur

B. toename aantal spermatozoïden

C. meer kans op vaderschap

D. geen effect op vaderschap


19) Wanneer BCG instillaties bij blaaskanker

A. G..

B. Tis

C. TIs of...e


20) Jongetje met hypospadie

A. Heeft dorsaal en lateraal gelegen spongiosum tov de urethrale plaat

B. Heeft spongiosum tot aan meatus

C. Heeft geen spongiosum

D. Heeft lateraal en dorsaal gelegen spongiosum


21) Wat is een mogelijke therapie voor een man met intermediate risk voor prostaatkanker - leeftijd? Comorbiditeit? niet gegeven

A. brachytherapie

B. Actieve opvolging

C. alleen RALP.

D. Radiotherapie of RALP


22) Wat past bij pijnlijke, terminale hematurie.

A. posterieure urethritis

B. Blaastumor

C. Meatusstenose

D. urolithiasis


23) Wat is de meest voorkomende oorzaak van stressincontinentie bij een man?

A. Blaassteen

B. recidiverende urinewegeninfectie

C. idiopathische detrusoroveractiviteit

D. iatrogeen


24) Wat is de meest frequente oorzaak van een calciumoxalaatsteen bij een 45j. patiënt?

A. calciumrijk dieet

B. proteïnerijk dieet

C. hypoparathyroidie

D. hypercitraturie

Radiologie

1) Pyelontumoren zijn op echografie:

a) Hyporeflectief

b) Isoreflectief

c) Hyperreflectief

d) geen specifiek kenmerk


2) Welk onderzoek heeft de hoogste accuraatheid voor het vaststellen van ureterstenen?

a) Rx pelvis?

b) Echo

c) NSE/BSE + echo

d) (low dose) CT


3) Foto van urethra (IVU + retrograad onderzoek man): wat is het?

a) urethra strictuur

b) vreemd voorwerp in urethra

c) urethra tumor

d) normale urethra


4) focaal letsels in testis bij echografie zijn:

a) nooit goedaardig

b) altijd kwaadaardig

c) banale aandoening

d) altijd kwaadaardig tot het tegendeel bewezen is


5) Wat is het doel van een diffusie-MRI van de prostaat? (wat is dit?) → Geeft structurele info over prostaatCa: Hypercellulair of vnl necrotisch weefsel,... Slide 86-87 Les 2

a) prostatitis diagnose

b) focale letsels aantonen

c) ...


6) Wat is de meest voorkomend renale tumor?

a) Clear cell

b) Chromofiel

c) Chromofoob

d) Collecting Duct

Examenvragen '15/'16 (oude examenvorm)

Nefrologie

Hoofdvragen

  • Bespreek LEDacute
  • Bespreek autosomaal dominante polycystose
  • Bespreek renale acute nierinsufficiëntie: oorzaak, behandeling, …
  • Welke virussen geven glomerulonefritiden?!
  • Bespreek Wegener en Henoch-Schonlein
  • Bespreek de oorzaken van pre-renaal nierfalen.
  • Bespreek de behandeling van chronische nierinsufficiëntie
  • Vergelijk IgA Nefritis met het syndroom van Alport
  • Bespreek de verschillende manieren om de nierfunctie te beoordelen + voor- en nadelen
  • Bespreek het verschil tussen acute tubulo-interstitiele nefritis en pyelonefritis.
  • Bespreek macro-angiopathie
  • Geef de nierziekten veroorzaakt door medicatie
  • vergelijk membraneuze glomerulonefritis en minimal change nefropathie
  • Bespreek de symptomen en complicaties van het nefrotisch syndroom.
  • Bespreek de mechanismen van ontstaan van proteïnurie en hoe je proteïnurie kan beoordelen
  • Bespreek de pathogenese van nefrotisch syndroom
  • Welke nierziekten zijn oorzaak van het nefrotisch syndroom?
  • Vergelijk de ziekte van Alport en dunne basale membraanziekte.
  • Bespreek de pathogenese van chronische nierinsufficiëntie

Casussen

  • 13 jarige jongen moet dringende appendectomie ondergaan, hoe ga je nierfunctie pre-operatief evalueren?
  • 30 jarige pt met AIDS ontwikkelt plotse HT, oedemen, hematurie, proteïnurie, serumcreat gestegen → DD?
  • Meisje met dysmorfe hematurie schoolonderzoek, gn protëinurie of nierfunctieverlies. 2 zussen en moeder zelfde bevindingen. Diagnostisch beleid?
  • Pt met CNI IV met hyperfosfatemie en metabole acidose → behandeling? Welke bij de maaltijd en welke niet?
  • Vrouw die 19 jaar geleden een niertransplant had gehad heeft nu last van CNI (GFR 22). Slechte creatinine en normocytaire, normochrome anemie. Neemt verschillende medicaties waaronder cyclosporine. Beleid?
  • Man onderging chemo voor retroperitoneale tumor 6m geleden, nu anurie (=recidief tumor met urinewegcompressie)
  • pt 77 jaar heeft al 26j diabetes melitus II met retinopathie en protëinurie, wat verwacht je van de grootte van de nieren?
  • Man met niertransplant krijgt voriconazole tegen aspergillus fumigatus → nierfunctie gaat achteruit: waarom?
  • Man met niertransplant krijgt rifampicine. Stijging van creatinine, wat is er aan de hand?
  • Kandidaat nierdonor, hoe controleer je de nierfunctie?
  • Meisje, 11 jaar, proteïnurie van 1.8 g/dag, geen familiaal voorgeschiedenis van genetische aandoening. Wat doe je?
  • vrouw met unieke nier en gekende a renalis stenose, krijgt ARB , wat gebeurt er met de nierfunctie
  • man met BMI 36 hoe doe je pre operatief nierfunctie onderzoek en is dat nodig
  • maligne arteriele hypertensie wat is het eerste onderzoek dat je doet. Fundoscopie
  • diabetes patiente, plots stijging van de GFR, hepatitis B infectie: hep B glomerulonefritis. Kon geen diabetische zijn omdat GFR te hoog was.
  • post transplant , plots letsel aan het oor dat toeneemt in grootte en bloedt bij het krabben: huidttumor
  • patiënt met circulerende paraproteïnen en botpijn, wat verwacht je op biopsie?
  • vrouw met gekende inoperabele cervixcarcinoom en nu anurie, wat is behandeling?
  • patient met 18 jaar geleden niertransplant, neemt cyclofosfamide, MMF en corticosteroiden, heeft nu hyperlipidemie, hypertensie en diabetes, welk geneesmiddel had eerder moeten gestopt worden?
  • Patient met IgG kappa in serum en urine, diffuse osteodyscrasieen, wat verwacht je te zien op biopsie?
  • patient met pijnloze donkerrode/bruine hematurie, neemt statines, normale nierfunctie. Dipstick kleurt sterk positief aan voor hemoglobine, maar op microscopie zijn er geen RBC te zijn. Patient klaagt van spierpijn, wat is er aan de hand? Rhabdo
  • Patiënt met ADPKD met rilkoorts en pijn. Behandeling?
  • Patiënt met transplantnier krijgt TBC -> rifampicine. Verdere medicatie: immunosuppresiva. Vijf weken later creatinine verhoogd. Waarom? (Rifampicine = CYP450-inductor-> immunosuppresiva worden sneller afgebroken-> rejectie)
  • Patiënt met gekend coloncarcinoom krijgt nierinsufficiëntie. Wat verwacht je op de histologie te zien?
  • Politieke vluchteling uit Oeganda heeft na schotwonde chronische osteomyeltis. Hij komt op raadpleging met nefrotisch syndroom. Wat verwacht je op biopsie?
  • Vrouw met ovariumcarcinoom wordt behandeld met cisplatinum. Bij controle van de nierfunctie vlak voor de tweede kuur, stelt met achteruitgang van de nierfunctie vast. Verwacht je urinesediment/proteinurie? (= acute tubulusnecrose)


Urologie

Casus: man met ED.

  • organisch of niet?
  • Welke vragen ga je stellen?
  • Ga je verder onderzoek doen?
  • Vermoed je onderliggend lijden?
  • Welke behandeling stel je voor en wat ga je aan de man uitleggen?

Casus: Jonge man met pijnloze zwelling linker scrotum.

  • DD?
  • Verder anamnese?
  • Hoe ga je GERICHT KO doen?
  • Welke onderzoeken vraag je aan?
  • Hoe verloopt metastasering bij testistumor?

Casus: vrouw met pijn, frequency, nycturie, subjectieve last

  • DD: blaaspijn syndroom, OAB, interstitiële cystitis,
  • aan te raden: GM tegen neuropathische pijn, hydrodistentie onder narcose met biopsie, klassieke pijnstilling

Casus: man met li flank pijn, gn koliekpijnen, palpeerbare massa li flank, gn hematurie

  • DD: hydronefrose, lymfoom, RCC, TCC
  • diagnostische test: echo, CT met contrast, CT zonder contrast, IVP

Casus: Renaal cel carcinoma (man 64 jaar, roker, macroscopische hematurie, echo verdacht voor RCC, komt op urologie voor verdere evaluatie):

  • Wat zijn de risicofactoren.
  • Hoe voer je gericht een klinisch onderzoek en anamnese uit?
  • Welke verdere technische onderzoeken doe je?
  • Bespreek TNM classificatie?

wat is de behandeling/prognose stel de patiënt T1G III heeft?

wat is de prognose bij T1GIII TCC

Casus:Man met pollakisurie, brandende mictiepijn.

  • verdere anamnese, gericht KO
  • technische onderzoeken
  • presenteert zich met urineretentie, wat is er gebeurd?
  • presenteert zich met tachycardie, lage BD, wat is er gebeurd?

Casus: man met pijnloze hematurie met klonters, 20 pakjaren

  • -verdere anamnese
  • -welke onderzoeken?
  • -wat is je werkdiagnose?
  • -geef enkele redenen voor valse hematurie

Casus: Jonge man komt toe op spoed om 15u met een aanhoudende erectie sinds het ontwaken. De erectie is pijnlijk, rigied, niet indrukbaar. Je neemt een caverneus bloedgas. Patiënt neemt tramadol en usus marihuana.

  • wat is uw diagnose?
  • wat zijn de mogelijke oorzaken van deze aandoening?
  • wat verwacht je van de bloedgaswaarden?
  • wat is de behandeling?
  • welke soorten van priapisme heb je?
  • wat is de prognose voor deze patiënt (erectiele functie)?

Penisfractuur: kenmerken, oorzaken, behandeling

urologisch trauma: oorzaken globus, diagnose, niertrauma . casus man met lapeyronie.

  • wat is het verschil met congenitale scheefstand van de penis?
  • hoe werkt viagra?
  • Welke twee mogelijke operaties kan je doen voor lapeyronie?
  • Wat zijn de risicofactoren voor Lapeyronie?

casus van vermoedelijk TCC

  • Welke technische onderzoeken?
  • Welke TNM classificatie bij TCC?
  • Wat betekent T1GIII bij TCC?
  • Wat is de behandeling voor T1GIII?
  • Wat is de prognose voor patienten met T1GIII?

Casus: vrouw valt van haar paard en breekt haar rib (niveau T10) links. 2 dagen later krijgt ze groot hematoom rechter flank en bloed bij het plassen. Op consultatie wordt ze onwel, ze is hypotens en tachycard.

  • Vervolledig de anamnese en voor een gericht KO uit.
  • Welke technische onderzoeken vraag je aan en waarom?
  • Wat is je behandelplan?

Oorzaken van valse hematurie?


Radiologie

  • 10 stellingen juist/fout
  • Low dose CT is het voorkeursonderzoek voor urolithiase
  • Echo nieren dat alle tekens van vast weefsel vertoont maar niet gevasculariseerd is bij Doppler: dit sluit een vaste tumor uit (afwezigheid van *vascularisatie sluit kwaadaardigheid niet uit)
  • Op MRI is een urotheliale tumor van de bovenste urinewegen nooit te zien
  • Niersteen is op echo hyperreflectief met retroacoustisch schaduw
  • Typisch CT van benigne corticale nier cyste: geen wand, retroaccoustische schaduw, rond,...
  • Prostaatcarcinomen zijn altijd in de perifere zone
  • Echo is goed om functionele nieraandoeningen aan te tonen
  • Vascularisatiestoornissen op CT zijn typisch voor pyelonefritis
  • Graad van dilatatie correleert steeds met graad van obstructie
  • Geen contrastcaptatie, geen wand, rond, zijn de typische kenmerken van een cyste op echo.
  • MR kan geen urotheliale tumoren in het licht stellen.

Examenvragen '14-'15 (oud curriculum)

Nefrologie

  • Hoofdvraag:

Wat weet je over diabetesnefropathie

Geef de behandeling van chronische nier insufficientie

Wat weet je over membraneuze GN

  • Casussen:

Patiënt met transplantnier. Fluconazole voor schimmelinfectie in de lies. Neemt cyclosporine, mycofenolaat mofetil, corticosteroïden. Heeft nu hoofdpijn, tremor, plots verhoogd creatinine. Hoe behandel je?

Antwoord: Stop cyclosporine (nefro + neurotoxisch + fluconazole CYP3A4 inhibitie) (ik denk dat het antwoord stop fluconazole was mits dat het medicijn was water het laatste bijkwam… zo zei de prof het ook tegen mij) => ja stop fluconazole want cyclosporine = primary drug na transplantatie


ADPKD met rilkoorts en pijn. Behandeling?

Antwoord: AB + drainage (bijvraag: hoe lang AB? 6 weken)

Plotse anurie bij inoperabel cervix/ovariumtumor. Oorzaak/behandeling?

Antwoord: post renale NI door Obstructie urethra -> symphysis pubis sonde

Man, roker, melena, coloncarcinoom. Krijgt nu nefrotisch syndroom. Wat zie je op nierbiopsie?

Antwoord: Membraneuze GN -> Spikes, IgG, complement , door proteinurie ook segmentaire hyalinisaties mogelijk

Vrouw, statines voor hypercholesterolemie. Heeft nu donkerrode/bruine urine. Dipstick kleurt sterk positief aan op hemoglobine, maar op microscopie zijn er geen RBC te zien. Diffuse pijnen in armen/benen. Diagnose?

Antwoord: Rhabdomyolyse door statines -> myoglobinurie

Urologie

  • Kort:

Oorzaken van peniscarcinoom

Bespreek Hypernefroom

Vrouw 23 jaar pijnlijke totale hematurie: voorkeursdiagnose?

Onderscheid tss OAB en Interstitiële cystitis (= Geen pijn vs pijn)

Bespreek bricker derivatie.

Bijvragen: Laattijdige complicatie hiervan? Waarom heet dit een bricker? (niet de chirurg die het bedacht heeft, maar wel de chirurg die de

techniek gestolen heeft en er zijn naam aan heeft gegeven.) Waarom niet gewoon ureter met huid verbinden? Wat is PIN? Vanaf wanneer wordt vaak urineren pathologisch (of zoiets in die aard)

  • Lang:

Varicocoele voorkomen, diagnostiek, behandeling

Bespreek: Vrouw van 52 met urineverlies na niezen en hoesten

Wat is hypospadie? Hoeveel komt het voor? Wat zijn de geassocieerde aandoeningen?

Oorzaken van PSA-stijging

Bespreek gleason score

Wat is stressincontinentie en bespreek behandeling.

Waarom heeft een vrouw vaker cystitis? (kiem, diagnose,behandeling)

Man van 51 jaar heeft pijnloze hematurie.

  • Bijvragen:

Eerstelijnsbehandeling van stressincontinentie

Eerstelijnsbehandeling van aandrangsincontinentie

Behandeling van acuut nierkoliek

Na echo koliek zie je uitgezette nier + patient heeft koorts -> behandeling?

Wanneer behandel je cryptorchidie?

Wat is Syndroom van S… (kan iemand dit aanvullen?) ik had dit examen niet maar is het Stauffer?

Hormonale behandeling van prostaatcarninoom?

hoe behandeling je kindje van 2.5 met reflux

Hoelang duurt het proces van het ontstaan prostaatkanker (blijkbaar een trage kanker → 20 jaar)

Wat doe je bij iemand met botmeta’s?

Mogelijke bijwerkingen TURProstaat