Topografische en radiologische anatomie (E05Y6A)

Uit WikiMedica
Ga naar: navigatie, zoeken


Algemeen

Bij het voltooien van dit opleidingsonderdeel heeft de student inzicht in de relatie van de verschillende organen en orgaansystemen. vanuit een geïntegreerde topografische en radiologische benadering. Het betreft de studie van de radiologische en de topografische anatomie van de regio's hoofd en hals, thorax, abdomen. De beide cursusonderdelen worden maximaal op elkaar afgestemd zodat de student de topografische opbouw van de menselijke anatomie onmiddellijk omgezet ziet in hedendaagse radiologische beeldvorming en vice versa. Voor wat de regio's bewegingstelsel en neuro-anatomie betreft wordt tijdens deze colleges vooral de nadruk gelegd op de radiologische benadering.

Examenvorm

Het examen verloopt schriftelijk en bestaat uit 4 examenonderdelen. Praktisch gezien wordt het examen afgenomen in een computerlokaal aan de hand van open vragen en door structuren te benoemen op afbeeldingen, gesteld in een powerpoint presentatie.

1. Radiologische Anatomie: Het examen is theoretisch (schriftelijke vragen) en deels praktisch met herkennen van anatomische structuren en inzichtsvragen hieromtrent (20 punten).

2. Topografische Anatomie van de Thorax (inclusief werkzitting oppervlakte anatomie): Het examen is deels theoretisch (schriftelijke vragen) en deels praktisch met herkennen van anatomische structuren en korte inzichtsvragen hieromtrent. Dit alles gebeurt aan de hand van anatomische en radiologische beelden (10 punten).

3. Topografische Anatomie van het Abdomen: Het examen is deels theoretisch (schriftelijke vragen) en deels praktisch met herkennen van anatomische structuren en korte inzichtsvragen hieromtrent. Dit alles gebeurt aan de hand van anatomische en radiologische beelden (10 punten).

4. Topografische Anatomie van Hoofd−Hals: Het examen is deels theoretisch (schriftelijke vragen) en deels praktisch met herkennen van anatomische structuren en korte inzichtsvragen hieromtrent. Dit alles gebeurt aan de hand van anatomische en radiologische beelden (10 punten).

De totaalscore staat op 50 die wordt herleid naar een score op 20

Tips

(Klik hier om tips toe te voegen.)

- Voor professor Delaere leer je best zijn CD-rom en wat hij in les zegt. Spieren en hun zenuwen zijn heel belangrijk! De tekeningen van de CD-rom komen op het examen terug.

- Bij professor Demaerel kan je best alle prentjes van ppt leren. Zijn deel van het examen is meestal niet zo moeilijk. Je noteert best tijdens de les, want op zijn slides is niet altijd alles aangeduid.

- Bij professor Claus is zijn powerpoint niet te kennen, vooral de acco cursus is belangrijk. De powerpoint met je notities kan soms echter wel helpen om de cursus te snappen. verder kan ook de Bouron en Boulpaep hier soms bij helpen. De vragen van wikimedica zijn representatief voor het type vragen dat hij normaalgezien stelt.

- Bij professor Verschaekelen moet je zijn deel van de acco cursus goed kennen. De doorsnedes op examen zijn zelfde als deze in de les. Hierbij noteren is dan ook nuttig. Zijn slides afprinten is echter vaak wel papierverspilling, aangezien je bij de CT-beelden/… elke keer vaak meer dan 10 slides hebt met verschillende sneden van dezelfde patiënt. Als je ze toch afprint, print je ze dan ook best met voldoende slides per pagina af. Anders ben je tijdens de les meer bezig met pagina’s omdraaien en te zoeken waar hij zit, dan met effectief noteren. Noteren op een laptop/tablet blijft hier wel handiger.

- Bij professor Monbaliu zijn de dia’s in de cursus goed te kennen. Bij zijn deel komt veel van wikimedica terug op examen. Je moet het goed in detail leren. Tijdens de lessen gaat hij over bepaalde delen snel over, maar zowat alles is belangrijk.

- Ook bij professor Rega komen veel vragen van de wiki terug.

Bestanden

LEES EERST HIER HOE JE BESTANDEN MOET UPLOADEN! Je moet ook een account hebben.

(Klik hier om bestanden toe te voegen.)

Cursus Topografische Anatomie van Abdomen

examenvragen_radiologie


Examenvragen

(Klik hier om examenvragen toe te voegen.)

Examenvragen '12-'13

Topografische anatomie van de thorax (Rega)

- Teken de grote veneuze structuren achter het manubrium (op een gegeven ribbenrooster)

- Tekening: Welke structuur? n. laryngeus recurrens (Li)

- Tekeninge: Aftakking van? n. vagus (Li)

- Teken de fissuren van de rechterlong op een gegeven ribbenrooster

- Teken de distale trachea en carina op een ribbenrooster

- Teken de thymus in een zijaanzicht op mediastinum

- Teken de middenkwab van rechterlong op ribbenrooster

- Wat bedoelt men met "de thorax is segmentair georganiseerd"?

- Hoe verloopt de oesophagus in de thorax ten opzichte van de wervelzuil?

- Hoe verloopt de N. laryngeus recurrens links?

- Wat is het azygossysteem? (korte bespreking)

- Bespreek kort de ruwe opbouw van het mediastinum.

- Op welke hoogte ligt de cisterna chyli?

- Waar mondt de ductus lymphaticus dexter in uit?

- Bespreek de takken van de Aorta Abdominalis adhv 4 vlakken (transpylorisch, subcostaal, intertuberculair, top heup)

- Teken de positie van de apex van het hart op een gegeven ribbenrooster

- Op afbeelding van de rechter longhilus aanduiden welke de n. phrenicus is

- Tekening: Welke structuren zijn aangeduid? sinus transversus en sinus obliquus pericardii

- Teken de positie van T12 op een afbeelding (Gray's fig 3.97b) van de rug.

- Teken de aortaboog en de a. pulmonalis op een ribbenrooster.

- Wat is de cupula?

Topografische anatomie van het abdomen (Topal)

- Via welke 3 opeenvolgende vaten draineert de cisterna chyli in het hart?

- Een lijkenfoto: welke structuur wordt aangeduid met de witte pijl? (VCI en aorta waren aangegegeven.)

- Welke zenuw (aangeduid op lijkenfoto) gaat door het hiatus oesophagus en wat is zijn gastro-intestinale functie?

- Welk endocrien orgaan ligt het meest craniaal en dorsaal?

- Het diaphragma pelvis is opgebouwd uit een duplo van 4 spieren, welke?

- Welke structuur loopt meest lateraal in ligament tussen lever en duodenum?

- Welke zenuwwortels verzorgen het parasympatische deel van de prevertebrale plexus?

- In welke van de 9 topografische regio’s treft men een galcoliek aan?

- Welke arterie loopt er dorsaal van de galweg?

- Geef van ventraal naar dorsaal 4 extraperitoneale organen in de pelvis bij de man.

- Dissectiefoto's, operatiefoto's: Structuur aangeduid en die moet je benoemen.

- Bevloeiing van het onderste rectum?

- In welke van de 9 topografische regio's lokaliseer je een appendicitis?

- Welke zenuw loopt over de m. psoas?

- Welke zenuw is dit en functie? (n. phrenicus)

- Welke veneuze systemen zijn betrokken bij de veneuze drainage van het distale rectum?

- De A. mesenterica superior loopt ventraal/dorsaal van de pancreas en ventraal/dorsaal van het duodenum.

- Uit welke arterie ontstaat deze arterie (A. epigastrica inferior)? (aangewezen met pijl op operatiefoto)

- Een duodenumulcus kan naar posterior een bloeding veroorzaken. Welke arterie wordt dan waarschijnlijk geraakt?

- De v. renalis loopt dorsaal/ventraal van de aorta, en dorsaal/ventraal van de a. mesenterica superior.

- Welke structuur wordt aangegeven (lijkenfoto, v. portae) en uit welke 2 venen is hij constant opgebouwd?

- Wat zijn de hoekpunten van de dorsale perineale driehoek?

- Bevloeiing van het proximale rectum

- Wat loopt het meest craniaal door het diafragma: aorta, vena cava of oesophagus

Topografische anatomie van hoofd en hals (Delaere)

- Tekeningen van DVD met +/- 15 benoemingen (zenuwen gele pijl, arteriae rode pijl, venae blauwe pijl, spieren paarse pijl en "andere" groene pijl). Af en toe ook de functie van een zenuw of wat zou veroorzaakt worden bij doornemen van de zenuw (bv. n. laryngeus superior), bij bloedvaten zeggen van welke proximale structuur ze aftakken (arterie) of in welke sructuur ze uitmonden (vene).

Radiologische anatomie (Verschakelen)

- Theorievraag: Bespreek vertekening en vergroting.

- Theorievraag: Bespreek de voor- en nadelen van ComputerTomografie

- Theorievraag: Bespreek voor en nadelen van CT

- Theorievraag: Geef de voor- en nadelen van echografie

- Theorievraag: Bespreek 'bondig' hoe je een CT beeld en een T1 gewogen MRI beeld kan onderscheiden.

- Theorievraag: Bespreek vergroting en vertekening

- Theorievraag: Geef de voordelen van digitale radiografie

- Theorievraag: Wat bepaalt de absorptie van rontgenstralen(dus dikte, atoomnummer.... )

- Theorievraag: Bespreek film-scherm combinatie

- Theorievraag: Waarom bevat een abdomen-enkel foto minder informatie dan een thorax foto

- Theorievraag: Bespreek de voordelen van het gebruik van stimuleerbare fosforen

- Theorievraag: Bespreek bondig de eigenschappen van röntgenstralen.

- Theorievraag: Wat is een beeldversterker?

- Theorievraag: Bespreek de Hounsfieldschaal. Waarvoor wordt het gebruikt?

- Beelden: 15 structuren benoemen

Examenvragen '13-'14

Topografische anatomie van de thorax (Rega)

- Tekening rechter hilus: Welke hilus zien we hier? Welke structuur is dit (A en B)? (n. phrenicus en n. vagus)

- Teken de trachea en de hoofdstambronchi op een gegeven ribbenrooster.

- Teken de longtoppen op een gegeven ribbenrooster.

- Teken de n. vagus en n. laryngeus recurrens op een tekening van het bovenste mediastinum.

- Teken de rest van de embryologische ductus van Botalli op een tekening van aortaboog en tr. pulmonalis.

- Leg kort de indeling van het mediastinum uit.

- Welke impressies zien we hier? (tekening linker long)

- Leg de takken van de aorta uit aan de hand van deze vlakken (transpylorisch, subcostaal, intertuberculair en vlak op crista iliaca getekend).

- Leg de ligging van de schuine fissuur uit.

- In welke structuur staat de pijl? (tekening pericard met hart uitgenomen, pijl in sinus transversus)

- Beschrijf kort het verloop van de oesophagus in de thorax met speciale aandacht voor zijn ligging tov de beenderige thorax.

- Teken een doorsnede van linker en rechter ventrikel op een sagittale doorsnede van de thorax.

- Wat is het azygossysteem?

- Teken de fissuren van de rechterlong op een gegeven ribbenrooster.

- Beschrijf de ligging van de milt tov ribben en wervelzuil

- ...

Topografische anatomie van het abdomen (Monbaliu)

- Een chirurg snijdt om aan de organen van het abdomen te raken, op de middellijn zoals getekend (midline incisie boven navel). Welke spieren worden doorgesneden?

- Een chirurg opereert een patiënt met een levertumor en maakt hierbij een schuine incisie doorheen de anterolaterale buikwand subcostaal van op de middellijn. Welk drie spieren worden doorgesneden?

- We steken onze vinger in het foramen van Winslow. Welke vasculaire structuren liggen ventraal van de vinger?

- Welke venen zijn aangeduid? (tekening portaal systeem met v. porta en v. mesenterica superior aangeduid)

- Welke structuren zijn dit? (tekening afvoergangen pancreas en pars descendens duodeni met papilla minor en ductus choledocus aangeduid).

- Welke structuren zijn dit? (tekening lies van binnen uit met a. epigastrica inferior en lig. inguinale aangeduid / v.iliaca externa en ductus deferens)

- Welke drie organen worden bevloeid door de aangeduide structuur (tr. coeliacus omcirkeld)

- Naar waar draineert de lymfe van het colon ascendens? Pre-aortische lymfeklieren of para-aortische lymfeklieren?

- Welke zenuw wordt aangeduid? (plexus lumbalis getekend met n. iliohypogastricus, ilioinguinalis en genitofemoralis benoemd, n. cut. fem. lat. aangeduid).

- Welke zenuw uit de lumbale plexus geeft een tak die mee in het lieskanaal verloopt?

- Welke twee vasculaire structuren liggen anterieur en posterieur van het foramen van Winslow?

- Welke volledig retroperitoneaal gelegen structuur ligt ventraal van zowel de v. cava inferior als de aorta abdominalis?

- ...

Topografische anatomie van hoofd en hals (Delaere)

- Tekeningen van DVD met +/- 15 benoemingen (zenuwen gele pijl, arteriae rode pijl, venae blauwe pijl, spieren paarse pijl en "andere" groene pijl). Af en toe ook de functie van een zenuw of wat zou veroorzaakt worden bij doornemen van de zenuw (bv. n. laryngeus superior), bij bloedvaten zeggen van welke proximale structuur ze aftakken (arterie) of in welke sructuur ze uitmonden (vene).

Radiologische anatomie (Verschakelen)

- Theorievraag: Leg uit hoe je het verschil ziet tussen een T1 gewogen MRI beeld en een T2 gewogen MRI beeld.

- Theorievraag: Geef de voor- en nadelen van CT.

- Beelden: CT-scans met enkele plaatjes voor en na de structuur die gevraagd wordt om te kunnen scrollen, abdomen enkel, thorax enkel. (15 vragen: meestal structuur, 2 kleine vraagjes(hoeveel minuten na IV-contrast inspuiting is dit (1,5 of 10), op welke hoogte is dit axiaal beeld (3 mogelijkheden op een sagittale snede, bij CT (met longvenster): waarom zijn longvaten hier goed zichtbaar? Tgv IV-contrast of door longvenster?)

Examenvragen '14- '15

Topografische anatomie van de thorax (Rega)

  • Teken de aortaboog op de thorax en leg zijn verloop uit aan de hand van de beenderige structuren en andere structuren in de omgeving
  • Teken de truncus pulmonalis op de thorax en leg zijn verloop uit aan de hand van de beenderige structuren en andere structuren in de omgeving
  • Leg het verloop van de schuine fissuur uit
  • Teken de veneuze structuren achter het manubrium sterni
  • Foto linkerlonghilus: duidt de verschillende impressies aan en teken de nervus phrenicus
  • Foto rechterlonghilus: duidt de verschillende impressies aan en teken de nervus phrenicus
  • Bespreek het verloop van de rechter nervus laryngeus recurrens
  • Bespreek het verloop van de ductus thoracicus
  • Teken de (ligging van de) milt
  • Teken de nieren op een rug
  • Teken linker en rechter ventrikel op doorsnede thorax
  • Vul tekening van apertura thoracalis superior aan
  • Teken op ribben de ligging van de truncus pulmonalis en splitsing van trachea

Topografische anatomie van het abdomen (Monbaliu)

  • Geef 2 structuren die onder het ligamentum arcuatum medianum lopen.
  • Geef de naam van de zenuw die over de m ilipsoas loopt (fig uit slides) + welk deel van de huid bezenuwt deze (a,b,c,d; laatste figuur uit de slides)?
  • 2 foto's met mesenterium met bloedvaten in: welke foto is van jejunum/ileum?
  • Welke bloedvaten begrenzen foramen van Winslow:
    • Anterieur
    • Posterieur
  • Bloedvaten aanduiden op afbeelding (a. iliaca externa en v. testicularis)
  • Duidt op een tekening aan waar de a femoralis communis begint en leg kort het topografische herkenningspunt hiervoor uit + leg uit hoe de nervus femoralis verloopt ten opzichte van deze arterie
  • Vul aan (caudaal, anterior, lateraal,...)
  De uitwendige liesopening ligt:
  1. .... van het lig inguinale   2. ... van de arteria epigastrica inferior
  • Welke organen begrenzen het foramen van Winslow anterieur?
  • In welke vene mondt de rechter vena testicularis uit?
  • Geef de naam van de zenuw die achter de m. iliopsoas loopt + welk deel van de huid bezenuwt deze?
  • Geef 4 spieren die de posterieure buikwand vormen?
  • Welke bloedvaten begrenzen het foramen van Winslow anterieur?
  • Als een chirurg een nier wil transplanteren uit een hersendode patiënt, moet hij om technische reden de nier met een zo lang mogelijke venen nemen. Welke nier transplanteert de chirurg het best en waarom?
  • Om voor een operatie aan de blaas te geraken snijd de chirurg boven het linker en rechter os pubicum: welke spier(en) worden er doorgesneden?

Radiologische Anatomie (Verschakelen en Claus)

  • Leg T1 en T2 tijden uit bij de MRI
  • Hoe kan je RX-stralen harder maken?
  • Leg het Doppler effect uit en hoe kan je dit effect toepassen op bloedvaten via echo?
  • Van welke factoren hangt de frequentie van de excitatiepuls af bij MRI?
  • Wat bepaalt het penetratievermogen van röntgenstralen?
  • Wat zijn de nadelen van echografie?
  • Hoe bepaalt men de positie van de protonen IN een snede bij MR?
  • Wat bepaalt de weerkaatsing van echo in weefsels?
  • Leg de voor en nadelen uit van echografie.
  • Wat is de Hounsfield Scale?
  • Wat zijn de voor en nadelen van CT.
  • Aanduiden van structuren op CT

Radiologische anatomie van het zenuwstelsel (Demaerel)

Aanduiden van structuren op MRI: voorbeelden

  • Pijltjes, welke structuur is dit? (Putamen, Sinus sagittalis superior, Vena cerebri interna)
  • Hoe heet het aangeduide gebied (Zone van Broca)
  • Infarct -> welke arterie (A. cerebri media)

Topografische anatomie van hoofd en hals (Delaere)

  • Structuren aanduiden op tekeningen uit de cd-rom + de slides
  • Bijvragen:
- Functie van (n hypoglossus, n auriculotemporalis) 
- Wat gebeurt er als deze zenuw uitvalt (n laryngeus superior)
- Geef de motorische bezenuwing van deze spier (m pterygoideus medialis? + ...?)
- Bezenuwing van de m. temporalis
- Wat gebeurt er bij aantasting van de nervus laryngeus recurrens proximaal en distaal en wat zijn de meest frequente oorzaken hiervan

Examenvragen '14- '15: Herexamen

Topografische anatomie van de thorax (Rega)

  • Teken een hart op de thorax + waar kan je de Aortaklep horen?
  • Teken de aortaboog en de trachea op een sagittale doorsnede van de thorax
  • Afbeelding van een linker longhilus
    • Welke impressies zie je hier?
    • Teken de nervus phrenicus + waar zou de nervus vagus lopen?
  • Leg de aanhechtingen van het diaphragma uit

Topografische anatomie van het abdomen (Monbaliu)

  • Welke twee peritoneumplooien bevloeien het colon?
  • Waar monden de vv lumbales naast de VCI nog in uit? (v. lumbalis ascendens)
  • Op foto aanduiden van ductus cysticus
  • Op foto aanduiden van vena porta + ductus choledocus
  • Origo van het lig. inguinale (wees volledig)
  • Welke 2 organen liggen volledig retroperitoneaal en voor het VCI
  • Laatste dia uit de ppt (over bevloeiing van de huid)
    • Door welke zenuw wordt dit deel bevloeid? N. genitofemoralis
    • Afbeeldingen van de zenuwen: welke zenuw is dit?
  • Op welke hoogte ligt rode lijn en blauwe lijn? (Tekening uit Gray's anterieure buikwand)
    • Waarom zijn deze lijnen op deze hoogte getekend?
  • Welke gaat het meest proximaal door het diaphragma als je kan kiezen tussen VCI, oesophagus en de aorta abdominalis?


Radiologische anatomie (Verschakelen en Claus)

  • Welk verband bestaat er tussen een statisch magnetisch veld en de radiofrequente golf die wordt ingestraald voor excitatie?
  • Voordelen en nadelen CT
  • Voordelen Echo
  • Leg de protondensiteit uit van MRI
  • Leg de verschillende soorten strooistraling uit
  • Aanduiden van structuren van CT
    • Scapoidbeentje, prostaat, a gastroduodenalis, VCI, oesophagus, truncus pulmonalis, linker atrium (op een sagittale doorsnede), bovenkwabbronchus rechts, caecum

Radiologische anatomie van het zenuwstelsel (Delaere)

  • Structuren aanduiden:
    • Dissectie-afbeelding van de carotisloge: Welke 2 worden aangeduid? Plexus brachialis + nervus phrenicus
    • a. thyroidea inferior aangeduid: van welke arterie is dit een aftakking?
    • a. cervicalis benoemen
    • m. buccinator benoemen + bezenuwing geven
    • n. auriculotemporalis benoemen + van welke nervus deze aftakt
    • Bezenuwing van m. cricohyoideus
    • n. hypoglossus benoemen + functie
    • Ansa cervicalis benoemen + functie
    • Afbeelding van n. accessorius met op twee plaatsen (distaal en proximaal) een kruisje: wat gebeurt het als het hier fout gaat?
    • Nervus opticus en nervus trochlearis benoemen

Radiologische anatomie van hoofd en hals (Demaerel)

  • Foto van een infarct: door welke regio wordt het gebied van het infarct bevloeid? A cerebri anterior
  • 2 foto’s van een sagittale doorsnede van de hersenen met corpus callosum: welke delen zijn aangeduid op de foto van het corpus callosum?
  • Op een foto staat een pijl naar het pyramis: deze moet je dan benoemen.
  • Welke arterie heeft een occlusie?
  • Sagittale foto van het lumbale deel van het ruggenmerg? Welke tak van de zenuw? (lumbale tak L4)

Examenvragen '16- '17

Claus

- Nadelen echografie

- Wat als je hoogspanningsstroom verandert in rontgenbuis?

- Nadelen MRI?

- Wat bepaalt de absorptie van röntgenstralen?

- Van welke factoren hangt de precessiefrequentie af?

- Geef 2 voordelen van echografie

- Verschil in repetitietijd T1 en T2 meetschema’s

- Wanneer wordt de snede bepaald bij meetschema’s (ofzoiets)

- Wat bepaalt de diffusiestraling bij een röntgenbuis


Verschakelen

- Leg Hounsfield eenheid uit en hoe wordt het gebruikt.

- Waarom wordt MRI niet gebruikt voor het opsporen van longpathologie, maar wel voor onderzoek van de hersenen?

- Waarom legt men de patiënt het best met zijn borstkas zo dicht mogelijk tegen de detector? (opl: minder vergroting en vertekening door diffuse straling?)


Delaere

Foto’s van op CD + functies zenuwen, bezenuwing spieren, uitval van zenuw

- 1 dissectiebeeld van uit de klinische toepassingen (m scalenus ant + n phrenicus)

- 1 foto die uit zijn ppt kwam (dus niet van de CD) horizontale doorsnede net boven uw boventanden en daar vroeg hij 2 spieren van

- Wat gebeurt er als er uitval is van de n laryngeus recurrens proximaal thv de schildklier vs distaal net onder arcus aortae? Wat is respectievelijk de meest voorkomende oorzaak?(is er een verschil bij uitval van de n laryngeus recurrens proximaal dan wel distaal?) Bij proximaal is er vaak ook een verlamming van de n laryngeus superior en zo de pharynxspieren maar is dat niet bij proximaal uitval van de vagus ipv de recurrens?

  • Meatus acusticus externus
  • N. oculomotorius ramus inferior
  • Chorda tympani + functie
  • M. rectus lateralis + bezenuwing
  • M. temporalis + bezenuwing
  • A. lingualis
  • Tr thyrocervicalis
  • Ansa cervicalis
  • N. nasociliaris + van welke zenuw komt het? + functie (bezenuwing huid van neus en conjuctiva, muceuze innervatie van neus)
  • N. infraorbitalis + van welke zenuw komt het?

Rega

- Teken rechter long en hart op een gegeven ribbenrooster

- Teken doorsnede van de apertura thoracalis sup

- Verloop van de aorta

- Beschrijf het diafragma adhv beenderige structuren en wat er door loopt

- Beschrijf longen adhv beenderige structuren

- Teken transpylorisch vlak op gegeven ribbenrooster + korte toelichting

- Teken n phrenicus en n vagus op sagittale snede (Weet iemand hoe deze precies lopen?)

- Teken milt op de rug (geen ribben getekend)

- Beschrijf het verloop van de aorta adhv beenderige structuren. Vermeld ook zijn ligging tov de bronchi.

- Teken het mediastinum en de ribben op dit plaatje:

- Teken de n. phrenicus en de n. vagus op een plaatje van de long (zijaanzicht vd hilus)

- Beschrijf het verloop van de schuine en horizontale fissuur

- Teken het transpylorisch vlak en zeg welke takken hier uit de aorta komen.


Monbaliu

- Appendix ligt typisch subceacaal, welke 4 andere posities kan het nog hebben? (Retrocaecal, preileal, postileal, pelvisch)

- Benoem wat aangeduid is (papilla minor en ductus choledochus)

- Benoem wat aangeduid is (lobus caudatus en ductus cysticus)

- Welke spier behoort niet tot de m levator ani? (m anococcygeus)

- Benoem: lobus quadratus, VCI op post zicht van lever

- Waar ligt a femoralis communis en waar tov n femoralis

- Welke zenuw is dit (n cutaneus femoris lateralis) en welk gebied bezenuwt deze

- Benoem (papil van Vater + ductus van Wirsung)

- Benoem een retroperitoneale structuur die de Ao en de VCI overkruist


Demaerel

- Welke arterie is geoccludeerd? A. cerebri media

- Welke arterie voorziet de regio van dit infarct? A. cerebri media

- In welke gyrus ligt dit letsel? Gyrus precentralis

- In welke gyrus ligt dit letsel? Gyrus temporalis superior